40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling vaststelling schoolvakanties 2025–2030 | BWBR0049811 | ministeriele-regeling | geldend | 2025-08-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0049811 | Regeling vaststelling schoolvakanties 2025–2030 |
Regeling vaststelling schoolvakanties 2025–2030
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
de Minister: de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs; – school:
– een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 Wet op het primair onderwijs; – een school waar basisonderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 1 Wet primair onderwijs BES; – een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld artikel 2, tweede lid, onder f, h, j, k, m of n, van de Wet op de expertisecentra, tenzij uit die wet het tegendeel blijkt; – een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen of auditief of communicatief gehandicapte kinderen, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede of derde volzin, van de Wet op de expertisecentra, tenzij uit die wet het tegendeel blijkt; – een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 met uitzondering van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
– – een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 Wet op het primair onderwijs; – – een school waar basisonderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 1 Wet primair onderwijs BES; – – een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld artikel 2, tweede lid, onder f, h, j, k, m of n, van de Wet op de expertisecentra, tenzij uit die wet het tegendeel blijkt; – – een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen of auditief of communicatief gehandicapte kinderen, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede of derde volzin, van de Wet op de expertisecentra, tenzij uit die wet het tegendeel blijkt; – – een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 met uitzondering van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- regio: een regio als bedoeld in artikel 3.
Artikel 2
Voor de vaststelling van de perioden van de zomervakantie of van de grote vakantie, bedoeld in artikel 6, behoort een school tot één van de regio's. De plaats van vestiging is bepalend voor de regio waartoe een school behoort. Indien een school vestigingen heeft in meer dan één regio, behoort elke vestiging tot de regio waarin ze is gelegen.
Artikel 3
De regio's zijn:
a. a. Regio Noord, bestaande uit:
1°.
De provincie Groningen;
2°.
De provincie Friesland;
3°.
De provincie Drenthe;
4°.
De provincie Overijssel;
5°.
De provincie Flevoland, met uitzondering van de gemeente Zeewolde;
6°.
De provincie Noord-Holland;
7°.
Wat betreft de provincie Gelderland, de gemeente Hattem;
8°.
Wat betreft de provincie Utrecht, de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude;
1°. 1°. De provincie Groningen; 2°. 2°. De provincie Friesland; 3°. 3°. De provincie Drenthe; 4°. 4°. De provincie Overijssel; 5°. 5°. De provincie Flevoland, met uitzondering van de gemeente Zeewolde; 6°. 6°. De provincie Noord-Holland; 7°. 7°. Wat betreft de provincie Gelderland, de gemeente Hattem; 8°. 8°. Wat betreft de provincie Utrecht, de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude; b. b. Regio Midden, bestaande uit:
1°.
De provincie Utrecht, met uitzondering van de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude;
2°.
De provincie Zuid-Holland;
3°.
Wat betreft de provincie Flevoland, de gemeente Zeewolde;
4°.
Wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Barneveld, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Buren, Culemborg, Doetinchem, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Geldermalsen, Harderwijk, Heerde, Lingewaal, Lochem, Montferland, met uitzondering van de voormalige gemeenten Didam, Neder-Betuwe, met uitzondering van de voormalige gemeenten Dodewaard, Neerijnen, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Scherpenzeel, Tiel, Voorst, Wageningen, Winterswijk en Zutphen;
5°.
Wat betreft de provincie Noord-Brabant, de gemeente Altena, met uitzondering van de voormalige gemeente Aalburg en de kernen Hank en Dussen;
1°. 1°. De provincie Utrecht, met uitzondering van de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude; 2°. 2°. De provincie Zuid-Holland; 3°. 3°. Wat betreft de provincie Flevoland, de gemeente Zeewolde; 4°. 4°. Wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Barneveld, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Buren, Culemborg, Doetinchem, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Geldermalsen, Harderwijk, Heerde, Lingewaal, Lochem, Montferland, met uitzondering van de voormalige gemeenten Didam, Neder-Betuwe, met uitzondering van de voormalige gemeenten Dodewaard, Neerijnen, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Scherpenzeel, Tiel, Voorst, Wageningen, Winterswijk en Zutphen; 5°. 5°. Wat betreft de provincie Noord-Brabant, de gemeente Altena, met uitzondering van de voormalige gemeente Aalburg en de kernen Hank en Dussen; c. c. Regio Zuid, bestaande uit:
1°.
De provincie Limburg;
2°.
De provincie Noord-Brabant, met uitzondering van de gemeente Altena, voor zover het betreft de voormalige gemeente Aalburg en de kernen Hank en Dussen;
3°.
De provincie Zeeland;
4°.
Wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Neder-Betuwe, voor zover het betreft de voormalige gemeenten Dodewaard, Lingewaard, Maasdriel, Montferland, voor zover het betreft de voormalige gemeente Didam, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel en Zevenaar;
1°. 1°. De provincie Limburg; 2°. 2°. De provincie Noord-Brabant, met uitzondering van de gemeente Altena, voor zover het betreft de voormalige gemeente Aalburg en de kernen Hank en Dussen; 3°. 3°. De provincie Zeeland; 4°. 4°. Wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Neder-Betuwe, voor zover het betreft de voormalige gemeenten Dodewaard, Lingewaard, Maasdriel, Montferland, voor zover het betreft de voormalige gemeente Didam, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel en Zevenaar; d. d. Regio Caribisch Nederland, bestaande uit de openbare lichamen:
1°.
Bonaire
2°.
Sint-Eustatius
3°.
Saba.
1°. 1°. Bonaire 2°. 2°. Sint-Eustatius 3°. 3°. Saba.
Artikel 4
Bij samenvoeging van gemeenten na publicatie van deze regeling behoort de nieuw te vormen gemeente tot dezelfde regio als die waartoe de samengevoegde gemeenten behoorden. Als de samen te voegen gemeenten tot verschillende regio’s behoorden, beslist de Minister tot welke regio de nieuwe gemeente gaat behoren. Voordat de Minister definitief beslist, wordt het college van burgemeester en wethouders van de nieuwe gemeente gehoord.
Artikel 5
De perioden voor de kerst- en meivakanties worden voor de jaren 2025 tot en met 2030 voor alle scholen als volgt vastgesteld, met uitzondering van de scholen in de regio Caribisch Nederland.
Artikel 6
De perioden voor de zomervakanties, respectievelijk voor de grote vakanties in Caribisch Nederland, worden voor de jaren 2026, 2027, 2028, 2029 en 2030 voor alle scholen als volgt vastgesteld:
Artikel 7
1. Het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs kan de periode van de zomervakantie of van de grote vakantie, bedoeld in artikel 6, verlengen met ten hoogste twee dagen voorafgaand aan die periode en met ten hoogste twee dagen na die periode.
2. Indien meer dan de helft van de leerlingen van de school in een andere regio woont dan de regio waar de school gevestigd is, kan het bevoegd gezag, in afwijking van artikel 2, beslissen dat de vestiging van de school voor het vaststellen van de zomervakantie behoort tot de regio waarin het merendeel van de leerlingen woont. Voor de vaststelling van het aantal leerlingen wordt uitgegaan van het aantal leerlingen dat in het voorafgaande schooljaar op 1 oktober bij de vestiging stond ingeschreven.
3. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, indien gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens meer dan zeventig procent van de leerlingen is doorgestroomd naar scholen voor voortgezet onderwijs in een andere regio dan die van de school, met ingang van het daaropvolgend schooljaar de zomervakantie vaststellen als in artikel 6 is bepaald voor die andere regio.
4. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs met een tijdelijke nevenvestiging of nevenvestiging in een andere regio dan die van de hoofdvestiging, voor deze school de periode van de zomervakantie, bedoeld in artikel 6, zodanig vaststellen dat die periode niet eerder begint dan de vroegste periode en niet later eindigt dan de laatste periode van een van de vestigingen.
5. Het bevoegd gezag van een school voor cluster 3 en 4 onderwijs, als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, kan de perioden van de zomervakantie en van de grote vakantie, bedoeld in artikel 6, bekorten.
6. In afwijking van artikel 6 hebben in de gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog de zomervakanties op de scholen voor basisonderwijs en de scholen voor voortgezet onderwijs een duur van vijf weken. Deze gemeenten volgen de startdatum van de vakanties van regio Noord.
Artikel 8
De Minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een school in bijzondere omstandigheden afwijking toestaan van de perioden, bedoeld in de artikelen 5 en 6.
Artikel 9
In afwijking van 2.39, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt op scholen voor voortgezet onderwijs in de regio waar een schooljaar vanwege de spreiding van de zomervakanties op grond van deze regeling korter duurt dan in de andere regio’s, in dat schooljaar op ten minste 184 dagen onderwijs verzorgd.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2025 en vervalt met ingang van 1 oktober 2030.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling schoolvakanties 2025–2030.