rijk/ministeriele-regeling/regeling-verbetering-binnenklimaat-huisvesting-primair-onderwijs-2009/BWBR0026356
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling verbetering binnenklimaat huisvesting primair onderwijs 2009 BWBR0026356 ministeriele-regeling geldend 2009-09-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0026356 Regeling verbetering binnenklimaat huisvesting primair onderwijs 2009

Regeling verbetering binnenklimaat huisvesting primair onderwijs 2009

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

b. b.

    *project:* activiteit in de vorm van een aanpassing van bestaande huisvesting van een school in het primair onderwijs waardoor het binnenklimaat wordt verbetert en het energieverbruik wordt beperkt.

c. c.

    *school:* basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid tweede volzin, van de Wet op de Expertisecentra.

d. d.

    *bestaande huisvesting:* reeds gebouwd en in gebruik genomen schoolgebouw.

e. e.

    *CFI:* de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

f. f.

    *specifieke uitkering:* bijdrage uit s Rijks kas aan provincies en gemeenten, als bedoeld in artikel 15a, Financiële-verhoudingswet.

g. g.

    *Energie- en Binnenmilieu Advies:* instrumentarium, ontwikkeld door AgentschapNL, ter vaststelling van de verbetering van de energiezuinigheid en de luchtkwaliteit.

Artikel 2

De minister kan aan gemeenten eenmalig een specifieke uitkering verstrekken voor een project.

Hoofdstuk 2. Aanvraag en omvang van specifieke uitkering

Artikel 3

1. Voor het verstrekken van een specifieke uitkering is op grond van deze regeling een bedrag van € 103,577 miljoen beschikbaar.

2. Het bedrag van € 103,577 miljoen, bedoeld in het eerste lid, is zodanig verdeeld over de gemeenten dat per gemeente een maximumbedrag is vastgesteld, naar rato van het aantal inwoners van 020 jaar (peildatum 1 januari 2008).

3. Voor het bedrag, bedoeld in het tweede lid, opgehoogd met het cofinancieringspercentage van 40% over de totale projectkosten, kan de desbetreffende gemeente een aanvraag voor een specifieke uitkering indienen.

4. Het bedrag per inwoner van 020 jaar is vastgesteld op € 23,66.

5. In afwijking van het vierde lid is het bedrag per inwoner van 020 jaar voor de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht vastgesteld op € 32,47 per inwoner van 020 jaar.

6. De maximumbedragen, bedoeld in het tweede lid, alsmede de berekening van die bedragen, zijn opgenomen in bijlage I bij deze regeling.

7. In eerste instantie wordt, als is voldaan aan de in de regeling genoemde voorwaarden, tot maximaal 100% van het bedrag van het in kolom 4 van de bijlage I opgenomen bedrag uitgekeerd.

8. Gemeenten mogen aanvragen indienen tot 125% van het maximumbedrag opgenomen in kolom 4 van bijlage I bij deze regeling. Als uiterlijk 1 mei 2010 blijkt dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, niet is uitgeput, kan de minister het resterende bedrag herverdelen over de gemeenten, zodanig dat tot maximaal 125% van het maximumbedrag wordt uitgekeerd.

9. Indien na de in het achtste lid omschreven herverdeling het bedrag nog niet is uitgeput, kan de minister het resterende bedrag inzetten in andere onderwijssectoren.

Artikel 4

1. De specifieke uitkering per gemeente bedraagt 60% van de projectkosten, met dien verstande dat maximaal het bedrag wordt verleend opgenomen in bijlage I, vierde kolom, bij deze regeling.

2. In bijlage II van deze regeling, zijn de kosten opgenomen, per vierkante meter glas of dak of per radiator of per groepslokaal, speellokaal en/of vaklokaal, die maximaal voor vergoeding op grond van deze regeling in aanmerking komen.

3. Aan gemeenten wordt voor het Energie en Binnenmilieu Advies als bedoeld in artikel 5, derde lid, een bedrag van maximaal € 1000 per brinnummer verstrekt.

Artikel 5

1. De aanvraag specifieke uitkering wordt op een volledig ingevuld en door het college van burgemeester en wethouders ondertekend formulier met het kenmerk CFI-69004., ingediend bij CFI, ter attentie van OND/ODB postbus 606, 2700 ML Zoetermeer. Dit formulier is te downloaden via www.cfi.nl.

2. Alleen volledig ingevulde en ondertekende formulieren worden in behandeling genomen.

3. Projectvoorstellen worden ingediend uiterlijk 31 december 2009. Uit de poststempel moet blijken dat de aanvraag uiterlijk 31 december 2009 is gepost. Aanvragen met een poststempel van 1 januari 2010 of later worden afgewezen.

4.

Uit de aanvraag blijkt:

a. a. welke verbetermaatregelen worden getroffen en welk bedrag wordt geraamd om deze verbetermaatregelen uit te voeren; b. b. wat de totale projectkosten zijn; c. c. dat de gemeente verklaart met de bevoegde gezagsorganen van de scholen in de gemeente overleg te hebben gevoerd over de aard van en de hoeveelheid projecten; d. d. dat de gemeente verklaart dat er per school een Energie en Binnenmilieu Advies is uitgebracht door een onafhankelijk deskundige, die in dienst is van een gecertificeerd bedrijf voor energieprestatieadvies (EPA-U certificering) op het werkterrein van maatwerkadvies utiliteitsgebouwen. Dat advies stelt vast, het aantal vierkante meters glas of dak en het aantal radiatoren per groepslokaal, speellokaal en/of vaklokaal dat voor de uitvoering van de verbetermaatregelen wordt aangepakt, dat de te realiseren verbetermaatregelen door het desbetreffende gecertificeerd bedrijf kwalitatief zijn beoordeeld en dat is vastgesteld dat door de realisering van de verbetermaatregelen een bijdrage wordt geleverd aan de verbetering van het binnenmilieu en beperking van het energieverbruik. e. e. dat de gemeente aan de hand van de in de bijlage II opgenomen kengetallen heeft vastgesteld dat de kosten van de projecten reëel zijn; f. f. dat de gemeente verklaart dat de door OCW toe te kennen specifieke uitkering daadwerkelijk wordt ingezet ten behoeve van de aangevraagde projecten; g. g. de wijze van cofinanciering.

5. De aanvraag van de gemeente kan op meerdere schoolgebouwen betrekking hebben.

6. De aanvraag wordt ondertekend door het college van burgemeester en wethouders en mede ondertekend door (vertegenwoordigers van) de bevoegde gezagsorganen van de scholen ten behoeve waarvan de gemeente de aanvraag indient.

7. Als een gemeente een aanvraag voor een specifieke uitkering wil indienen ten behoeve van verbetermaatregelen die niet zijn opgenomen in bijlage II bij deze regeling, kan dat voor maximaal 10% van de totale projectkosten.

8. Geen specifieke uitkering wordt verstrekt voor de vervanging van een verwarmingsketel die na 1 mei 2000 is vernieuwd.

9. Geen specifieke uitkering wordt verstrekt voor projecten waarvoor reeds voor 1 mei 2009 een contract is aangegaan met een aannemer.

10. Geen specifieke uitkering wordt verstrekt voor de verbetermaatregelen voor een school of een deel daarvan, waarvan de opleveringsdatum na 31 december 2003 is gelegen.

Hoofdstuk 3. Beslissing specifieke uitkering

Artikel 6

Beslissingen over de aanvragen worden uiterlijk 1 mei 2010 aan de gemeenten bekendgemaakt.

Hoofdstuk 4. Overige verplichtingen ontvanger specifieke uitkering

Artikel 7

Het college van burgemeester en wethouders verstrekt aan onze minister desgevraagd per school het Energie en Binnenmilieu Advies, bedoeld in artikel 5, vierde lid, onder d en een specificatie van de scholen ten behoeve waarvan de aanvraag voor een specifieke uitkering is aangevraagd, inclusief de bij de desbetreffende scholen horende verbetermaatregelen.

Artikel 8

1. Het college van burgemeester en wethouders zendt uiterlijk 15 juli 2012 de verantwoordingsinformatie op de wijze als vastgelegd op grond van artikel 17a, eerste en derde lid, van de Financiële-verhoudingswet aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2. Uiterlijk 5 maanden na ontvangst van de verantwoording wordt de specifieke uitkering definitief vastgesteld.

3. De specifieke uitkering wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.

Artikel 9

1. Het college van burgemeester en wethouders verstrekt desgevraagd inlichtingen over de besteding van een specifieke uitkering aan de minister, op grond artikel 17a, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet.

2. Het project is uiterlijk 4 september 2011 afgerond.

Hoofdstuk 5. Betaling en intrekken, wijzigen, terugvorderen

Artikel 10

De betaling van de specifieke uitkering aan de gemeente geschiedt in één keer binnen 4 weken na bekendmaking van de beslissing aan de gemeente.

Artikel 11

De artikelen 4:48, 4: 49, 4:50 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 12

Deze regeling, met bijlagen, treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 31 december 2013.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verbetering binnenklimaat huisvesting primair onderwijs 2009.

Bijlage I. bij

Bijlage II. bij

Toelichting algemeen:

De maatregelen in de categorie a en c kunnen in alle ruimten van een school worden toegepast; de maatregelen in categorie b vinden alleen toepassing in groeps- en/of speellokalen.

Opmerkingen: