40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling vergunningverlening kavel I-A in windenergiegebied Nederwiek | BWBR0051043 | ministeriele-regeling | geldend | 2025-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0051043 | Regeling vergunningverlening kavel I-A in windenergiegebied Nederwiek |
Regeling vergunningverlening kavel I-A in windenergiegebied Nederwiek
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvrager: degene die de aanvraag heeft ingediend;
- groep of groepsmaatschappij: groep of groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- kapitaaltoezegging: bindende reservering van investeringskapitaal van een investeerder, gedaan aan een fonds waarvan de fondsbeheerder onder financieel toezicht is gesteld en vergunningplichtig is op grond van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PbEU 2011, L 174);
- kavel: kavel I-A in het windenergiegebied Nederwiek zoals aangewezen in Kavelbesluit kavel I-A in windenergiegebied Nederwiek (Stcrt. 2025, 13171);
- minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;
- P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie: de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, die dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;
- penvoerder: de aanvrager die deelneemt aan het samenwerkingsverband en in de aanvraag is aangewezen om als penvoerder te handelen namens het samenwerkingsverband;
- samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap;
- wet: Wet windenergie op zee.
Artikel 2
1. Een aanvraag voor een vergunning voor de kavel wordt ingediend in de periode van 16 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025, 17:00 uur.
2. Een aanvrager dient ten hoogste één aanvraag in.
3. Voor de toepassing van het tweede lid gelden rechtspersonen en vennootschappen in een groep of groepsmaatschappij als één aanvrager.
4. Indien aanvragers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder namens hen de aanvraag in.
Artikel 3
1.
Het ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel a, van de wet, omvat ten minste:
a. a. een windenergie-opbrengstberekening die is opgesteld door een onafhankelijke organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, met gebruikmaking van gerenommeerde rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten en die ten minste de locatiegegevens, het merk, het type, de technische specificaties, waaronder ashoogte, rotordiameter en vermogenscurve van de windturbines, de lokale windgegevens voor het windpark en een berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie van het windpark omvat; b. b. de rekenmodellen, omgevingsmodellen en windmodellen die zijn gebruikt voor de windenergie-opbrengstberekening; c. c. de bescheiden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat aan het van toepassing zijnde kavelbesluit wordt voldaan; en d. d. informatie die aannemelijk maakt dat tijdig de verklaring, bedoeld in artikel 7.34, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan worden overgelegd.
2. Bij de berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie zijn de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen en terugregelverliezen opgenomen, waarbij voor het zogeffect uitsluitend rekening wordt gehouden met het windpark waarvoor de aanvraag wordt gedaan.
3.
In het tijdschema voor de bouw en exploitatie van het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet worden de realisatiedata vermeld van de volgende activiteiten:
a. a. de instemming door de exploitant van het windpark met de voorwaarden van de netbeheerder van het net op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Elektriciteitswet 1998; b. b. de verstrekking van opdrachten aan producenten, leveranciers en installateurs; c. c. de plaatsing van de eerste fundering; d. d. de plaatsing van de eerste windturbine; e. e. de start van het intrekken van de 66 kV-kabels op het platform van het net op zee; f. f. de start van de levering van elektriciteit; g. g. het gereed zijn voor leveren van vol vermogen ten behoeve van de testfase van het net op zee; en h. h. het buiten bedrijf stellen van het windpark.
4.
De raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet, omvat in ieder geval een exploitatieberekening met:
a. a. een specificatie van de investeringskosten per component van de productie-installatie; b. b. een overzicht van alle kosten en opbrengsten van de productie-installatie; en c. c. een berekening van het projectrendement over de looptijd van het project.
5.
Tot de bij de bouw en exploitatie van het windpark betrokken partijen, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel d, van de wet, worden gerekend:
a. a. de aanvrager en indien van toepassing, elke deelnemer aan het samenwerkingsverband; b. b. de producenten van de funderingen; c. c. de installateurs van de funderingen; d. d. de producenten van de windturbines; e. e. de installateurs van de windturbines; f. f. de producenten van de parkbekabeling; g. g. de installateurs van de parkbekabeling; en h. h. de verantwoordelijke partijen voor het onderhoud en de bediening van het windpark.
6.
De beschrijving van de kennis en ervaring van de betrokken partijen, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel e, van de wet, betreft de kennis en ervaring bij windparken op zee en omvat:
a. a. het geïnstalleerd vermogen van de windparken op zee of het aantal energieprojecten op zee waarvoor door de aanvrager tijdens de bouw het projectmanagement is gedaan; b. b. het aantal door de producenten geproduceerde funderingen; c. c. het aantal door de installateurs geïnstalleerde funderingen; d. d. het aantal door de producenten geproduceerde windturbines; e. e. het aantal door de installateurs geïnstalleerde windturbines; f. f. het aantal elektriciteitsverbindingen op zee waarvoor door de producenten bekabeling is geproduceerd; g. g. het aantal windturbines dat door de installateurs van de parkbekabeling is aangesloten; en h. h. het geïnstalleerd vermogen van de windparken dat de verantwoordelijke partijen voor het onderhoud en de bediening in onderhoud hebben en bedienen.
Artikel 4
In aanvulling op artikel 12a, vierde lid, van de wet en artikel 3 bevat de aanvraag:
a. a. een samenvattende beschrijving van de realisatie en de bescheiden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat aan de van toepassing zijnde opleveringsdatums uit het ontwikkelkader windenergie op zee, bedoeld in artikel 16e van de Elektriciteitswet 1998, wordt voldaan; b. b. een samenvattende beschrijving van de exploitatie en verwijdering van het windpark; c. c. een financieringsplan, inclusief de beoogde financiers en het beoogde aandeel dat zij zouden dragen; d. d. indien van toepassing, een door elke deelnemer aan een samenwerkingsverband ondertekende:
i.
verklaring van deelname aan het samenwerkingsverband;
ii.
machtiging voor de penvoerder voor het indienen van de aanvraag;
i. i. verklaring van deelname aan het samenwerkingsverband; ii. ii. machtiging voor de penvoerder voor het indienen van de aanvraag; e. e. de meest recent vastgestelde jaarrekening van de aanvrager, de moederonderneming ervan, en indien van toepassing, elk van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of de moederondernemingen van de deelnemers van het samenwerkingsverband, waarbij de jaarrekening betrekking heeft op een jaar dat ten hoogste drie kalenderjaren voor het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend; f. f. indien de aanvrager een kapitaaltoezegging in de aanvraag betrekt, een accountantsverklaring waarin de investeerder en het gereserveerde bedrag zijn opgenomen; g. g. indien de aanvrager behoort tot een groep of groepsmaatschappij, een organigram van de groep of groepsmaatschappij en de nummers van inschrijving in het handelsregister van de rechtspersonen en vennootschappen in de groep of groepsmaatschappij; h. h. indien van toepassing een beschrijving van de mate van naleving van de beginselen van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, bedoeld in tabel 4 van de bijlage; i. i. indien van toepassing een beschrijving van het grondstoffenverbruik, de milieu-impact en het waardebehoud bij het ontwerp, de bouw, de exploitatie en de verwijdering van het windpark, bedoeld in tabel 5 van de bijlage; en j. j. indien van toepassing een beschrijving van de bijdrage van het windpark aan het ecosysteem van de Nederlandse Noordzee, bedoeld in tabel 6 van de bijlage.
Artikel 5
De periode bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel d, van de wet bedraagt 52 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is geworden.
Artikel 6
1.
Bij de beoordeling van de technische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met:
a. a. het door de aanvrager overgelegde ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel a, van de wet; en b. b. de door de aanvrager overgelegde gegevens met betrekking tot kennis en ervaring met windparken op zee, bedoeld in artikel 3, zesde lid.
2. Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet en de gegevens, bedoeld in artikel 4, onderdelen c, d, e en f. De gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen van de aanvrager, bedraagt ten minste 20% van de totale investeringskosten voor het windpark waarop de aanvraag betrekking heeft.
3.
Op verzoek van de aanvrager wordt voor het bepalen van de gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen, zoals bedoeld in het tweede lid, meegerekend:
a. a. indien van toepassing, het eigen vermogen van de deelnemers, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de deelnemers aan het samenwerkingsverband; en b. b. indien de aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een dochteronderneming is, het eigen vermogen van de moederonderneming, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de moederonderneming.
4.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid dat de bouw en exploitatie van een windpark gestart kan worden binnen 53 maanden na de datum waarop de vergunning onherroepelijk is geworden, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
a. a. het door de aanvrager verstrekte tijdschema, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet; en b. b. of in het verstrekte tijdschema de periode tot instemming met de voorwaarden van de netbeheerder van het net op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Elektriciteitswet 1998 maximaal twaalf maanden na verlening van de vergunning bedraagt.
5. Bij de beoordeling van de economische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet.
Artikel 7
1. De verlening van een vergunning geschiedt met de toepassing van de procedure van een vergelijkende toets met financieel bod.
2.
In aanvulling op artikel 25b, tweede lid, van de wet betrekt de minister bij de rangschikking de criteria:
a. a. de naleving van de beginselen van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, bedoeld in tabel 4 van de bijlage; b. b. het grondstoffenverbruik, de milieu-impact en het waardebehoud bij het ontwerp, de bouw, de exploitatie en de verwijdering van het windpark, bedoeld in tabel 5 van de bijlage; en c. c. de bijdrage van het windpark aan het ecosysteem van de Nederlandse Noordzee, bedoeld in tabel 6 van de bijlage.
Artikel 8
1. De onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de wet en artikel 7, eerste en tweede lid, onderdelen a, b en c, vindt plaats overeenkomstig de waardering in punten zoals opgenomen in de bijlage waarbij een hoger aantal punten leidt tot een hogere rangschikking.
2. Als bij de rangschikking van de aanvragen volgens de onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, bedoeld in het eerste lid, twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, zwaarder dan de criteria, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de wet en artikel 7, tweede lid, onderdelen a, en b, gezamenlijk.
3. Als bij toepassing van het tweede lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 7, tweede lid, onderdeel b, zwaarder dan de criteria, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de wet en artikel 7, tweede lid, onderdeel a, gezamenlijk.
4. Als bij toepassing van het derde lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdeel b, van de wet, zwaarder dan de criteria, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdelen a en c, van de wet en artikel 7, tweede lid, onderdeel a, gezamenlijk.
5. Als bij toepassing van het vierde lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdeel c, van de wet, zwaarder dan de criteria, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdeel a, van de wet en artikel 7, tweede lid, onderdeel a, gezamenlijk.
6. Als bij de toepassing van het vijfde lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, zwaarder dan het criterium, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdeel a, van de wet.
7. Als bij de toepassing van het zesde lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt de waardering in punten voor het uitgebrachte financieel bod zwaarder.
Artikel 9
1. De kosten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet bedragen € 18.352.510.
2. Degene aan wie de vergunning wordt verleend betaalt de vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste lid, op een door de minister bekendgemaakte rekening uiterlijk vier weken na de datum waarop de minister de vergunning heeft verleend.
Artikel 10
1. De hoogte van de waarborgsom of bankgarantie, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wet bedraagt € 100.000.000.
2. De termijn waarbinnen de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt, is vier weken na de datum waarop de minister de vergunning heeft verleend.
3. De periode waarvoor de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt eindigt uiterlijk op het moment dat de minister in kennis is gesteld van het gereed zijn voor leveren van vol vermogen ten behoeve van de testfase van het net op zee.
4.
De hoogte van de waarborgsom of bankgarantie die op grond van artikel 15a, vierde lid, van de wet wordt verbeurd bedraagt:
a. a. € 10.000.000 voor het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht; b. b. € 10.000.000 voor elke maand volgend op het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht; en c. c. € 100.000.000 indien de minister aan de houder van de vergunning schriftelijk kenbaar maakt voornemens te zijn te besluiten de vergunning in te trekken op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel b, of indien de houder van de vergunning een aanvraag doet tot intrekking op grond van artikel 17, vierde lid, van de wet en de minister voornemens is deze aanvraag te honoreren.
5. De waarborgsom, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wet wordt afgesloten bij een verzekeraar die minimaal beschikt over een door een ratingbureau, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, afgegeven langetermijnrating A.
6. De bankgarantie, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wet wordt afgegeven door een binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde bank.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2025.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergunningverlening kavel I-A in windenergiegebied Nederwiek.