40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling vernieuwing examenpraktijk groen beroepsonderwijs | BWBR0012980 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-11-11 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012980 | Regeling vernieuwing examenpraktijk groen beroepsonderwijs |
Regeling vernieuwing examenpraktijk groen beroepsonderwijs
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* minister van Landbouw, natuurbeheer en Visserij,
b. b.
*wet:* Wet educatie en beroepsonderwijs;
c. c.
*instelling:* instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de wet;
d. d.
*project:* samenhangend geheel van werkzaamheden gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2;
e. e.
*aanvrager:* bevoegd gezag van een instelling;
f. f.
*KCE:* Stichting Kwaliteitscentrum Examinering i.o. te Utrecht.
Artikel 2
1. De minister kan aan een instelling subsidie verlenen ten behoeve van projecten die voldoen aan de criteria, bedoeld in het tweede lid.
2.
De criteria, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. a. het project is gericht op het verbeteren van de interne kwaliteitszorg met betrekking tot de examinering; b. b. het project is gericht op het vergroten van de doelmatigheid van de examinering; c. c. het project is gericht op het verbeteren van de examinering met betrekking tot de beroepspraktijkvorming; d. d. het project is gericht op de flexibilisering van de examinering; e. e. de aanvrager werkt ten behoeve van het project samen met een of meer andere instellingen of landelijke organen, of f. f. het project wordt mede gefinancierd uit bijdragen van derden.
Artikel 3
1. Het totaal beschikbare budget bedraagt € 340.445,- (f 750.000,-).
2. De subsidie bedraagt per project ten hoogste € 226.891 (f 500.000,-).
Artikel 4
1. De subsidieaanvraag wordt vóór 15 november 2001 ingediend bij KCE.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan en een begroting.
3.
Het projectplan bevat tenminste:
a. a. een duidelijke, concrete en controleerbare beschrijving van de voorgestelde opbrengst van het project; b. b. een duidelijke en concrete beschrijving van de projectuitvoering, die gedeeltelijk door de instelling wordt gedaan, en de daarbij gestelde termijnen; c. c. een beschrijving van de wijze waarop de publieke beschikbaarheid en verspreiding van de opbrengst van het project zal plaatsvinden, en d. d. de naam van de contactpersoon voor het project.
Artikel 5
1. KCE brengt vóór 1 december 2001 advies uit aan de minister omtrent toekenning van de subsidie.
2. KCE kan de minister adviseren subsidie te verlenen ten aanzien van een deel van een project.
Artikel 6
1. De minister beslist in december 2001 omtrent toekenning van de subsidie. Indien deze termijn niet gehaald kan worden, stelt de minister de betrokken aanvrager hiervan in kennis en stelt een redelijke termijn waarbinnen de beslissing tegemoet kan worden gezien.
2. Na toekenning van subsidie verleent de minister aan de instelling een voorschot.
Artikel 7
1. Binnen zes weken na afloop van het project dient de aanvrager een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij KCE.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een financieel verslag en een verslag van de projectactiviteiten.
3. Het verslag van de projectactiviteiten bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.
4. Het verslag van de projectactiviteiten wordt op dezelfde wijze ingedeeld als het projectplan en bevat een analyse van de verschillen tussen de beoogde resultaten, vermeld in het projectplan, en de gerealiseerde resultaten.
Artikel 8
1. De minister verleent een beschikking tot vaststelling van de subsidie binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
2. Indien de termijn, bedoeld in het vorige lid, niet kan worden gehaald, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en stelt een redelijke termijn vast waarbinnen de beschikking verleent wordt.
Artikel 9
1. De instelling verantwoordt de besteding van de subsidie in haar jaarrekening.
2. In de jaarrekening van het jaar of de jaren waarin het project nog niet is afgerond, wordt aangegeven wat de stand is van de uitgaven met betrekking tot het project.
Artikel 10
De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien:
a. a. de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van het project onvoldoende gegevens heeft verstrekt, of b. b. het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd, of c. c. het projectverslag, bedoeld in artikel 8, niet of niet volledig wordt ingediend.
Artikel 11
Op 1 januari 2002 vervallen de in artikel 3 vermelde guldensbedragen, met inbegrip van de guldentekens en de haakjes.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vernieuwing examenpraktijk groen beroepsonderwijs.