rijk/ministeriele-regeling/regeling-verpakking-en-verpakkingsafval/BWBR0008775
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling verpakking en verpakkingsafval BWBR0008775 ministeriele-regeling geldend 1997-08-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008775 Regeling verpakking en verpakkingsafval

Regeling verpakking en verpakkingsafval

Paragraaf 1. Defenities

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Convenanten

Artikel 2

1. De producent of importeur is vrijgesteld van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 9, indien hij is aangesloten bij een convenant tussen de minister en één of meer personen uit de verpakkingsketen dan wel tussen de minister, voornoemde personen en andere overheden of andere betrokkenen, waarin bindende afspraken zijn gemaakt over de uitvoering van in ieder geval de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 9.

2.

In een convenant als bedoeld in het eerste lid kunnen daarnaast afspraken worden gemaakt over:

a. a. het bereiken van hogere percentages dan de percentages, genoemd in artikel 3; b. b. het treffen van zodanige maatregelen dat, in afwijking van artikel 3, eerste lid, uiterlijk 30 juni 2001 de daar genoemde percentages worden bereikt.

3. De producent of importeur die niet meer is aangesloten bij een convenant als bedoeld in het eerste lid, dient te voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 9.

Artikel 2a

1. In een convenant als bedoeld in artikel 2 wordt de verplichting opgenomen dat de bij het convenant aangesloten producenten of importeurs jaarlijks voor een in het convenant vast te stellen datum een verslag opstellen.

2.

In dit verslag wordt in ieder geval vermeld:

a. a. met betrekking tot het afgelopen kalenderjaar:

        1º.
        de door de aangesloten producenten of importeurs getroffen maatregelen met betrekking tot de kwantitatieve en kwalitatieve preventie alsmede de daarbij bereikte resultaten;
      
      
        2º.
         de hoeveelheden in Nederland nieuw op de markt gebrachte verpakkingen, als totaal en opgesplitst naar materiaal;
      
      
        3º.
        de resultaten ten aanzien van het nuttig toepassen en het als materiaal hergebruiken en de wijze waarop deze resultaten zijn verkregen;

1º. 1º. de door de aangesloten producenten of importeurs getroffen maatregelen met betrekking tot de kwantitatieve en kwalitatieve preventie alsmede de daarbij bereikte resultaten; 2º. 2º. de hoeveelheden in Nederland nieuw op de markt gebrachte verpakkingen, als totaal en opgesplitst naar materiaal; 3º. 3º. de resultaten ten aanzien van het nuttig toepassen en het als materiaal hergebruiken en de wijze waarop deze resultaten zijn verkregen; b. b. de ontwikkelingen van economische, sociale of maatschappelijke aard die van invloed zijn op de uitvoering van het convenant, in het bijzonder met betrekking tot de verwezenlijking van de taakstelling voor nuttige toepassing en materiaalhergebruik.

3. Uit het verslag blijkt of van de jaarlijks door de betrokken producenten en importeurs aan een ander ter beschikking gestelde hoeveelheid van de desbetreffende verpakkingen, voor zover deze niet als product worden hergebruikt, tenminste 50 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast en tenminste 45 gewichtsprocent als materiaal wordt hergebruikt.

Artikel 2b

Indien niet ten genoegen van de minister is aangetoond dat de in artikel 2a, derde lid genoemde taakstellingen zijn verwezenlijkt, kan de minister besluiten dat de vrijstelling, bedoeld in artikel 2, vervalt met ingang van een door hem te bepalen tijdstip.

Paragraaf 3. Individuele verplichtingen

Artikel 3

1.

De producent of importeur draagt er zorg voor dat van de jaarlijks door hem aan een ander ter beschikking gestelde hoeveelheid verpakkingen of door hem ingevoerde verpakkingen waarvan hij zich in Nederland ontdoet, voorzover deze verpakkingen niet als product worden hergebruikt, een zodanige hoeveelheid wordt ingenomen dat:

a. a. 65 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast; b. b. 45 gewichtsprocent als materiaal wordt hergebruikt; c. c. per verpakkingsmateriaal een zo hoog mogelijk gewichtspercentage materiaalhergebruik wordt bereikt en ten minste 15 gewichtsprocent.

2. De producent of importeur neemt maatregelen met betrekking tot kwantitatieve en kwalitatieve preventie.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de producent of importeur die bij het aan een particulier huishouden ter beschikking stellen van een stof, preparaat of ander product daaraan op dat moment een verpakking toevoegt.

Artikel 4

1. Een ieder die deel uitmaakt van de verpakkingsketen, neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, opdat de producent of importeur de verplichtingen, bedoeld in artikel 3, kan nakomen.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid neemt degene die grondstoffen levert voor de vervaardiging van verpakkingen, in ieder geval maatregelen om de gescheiden aangeboden verpakkingsmaterialen als materiaal te hergebruiken.

Artikel 5

1. Ten aanzien van verpakkingen die bij particuliere huishoudens vrijkomen, geldt de innameverplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, vanaf een door de gemeente te bepalen plaats.

2. Ten aanzien van verpakkingen die als bedrijfsafvalstoffen vrijkomen, geldt de verplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, met dien verstande dat de daarmee samenhangende kosten voor rekening blijven van degene die zich van die afvalstoffen ontdoet.

Artikel 6

1. De producent of importeur doet binnen dertien weken nadat de regeling op hem van toepassing is geworden, en vervolgens telkens voordat een periode van vijf jaar te rekenen vanaf dat tijdstip is verstreken, aan de minister mededeling over wijze waarop hij uitvoering zal geven aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 3.

2.

De mededeling houdt in ieder geval in:

a. a. de wijze waarop het innemen, het nuttig toepassen en het als materiaal hergebruiken, bedoeld in artikel 3, zullen plaatsvinden; b. b. een overzicht van de maatregelen met betrekking tot kwantitatieve en kwalitatieve preventie, alsmede een schatting van de daarmee te bereiken resultaten; c. c. indien wordt samengewerkt met anderen, de wijze waarop deze samenwerking is geregeld; d. d. de wijze waarop de inname, de nuttige toepassing en het als materiaal hergebruiken worden gefinancierd.

Artikel 7

1. De mededeling, bedoeld in artikel 6, behoeft de instemming van de minister.

2. De minister kan aan de instemming met de mededeling voorschriften of beperkingen verbinden. Hij kan tevens bepalen dat de instemming slechts geldt voor een daarbij vast te stellen termijn.

3. Indien de instemming is verleend voor een bepaalde termijn, doet de betrokken producent of importeur uiterlijk 26 weken voor de afloop van deze termijn opnieuw een mededeling als bedoeld in artikel 6.

4. De producent of importeur voert de in artikel 3 bedoelde verplichtingen uit overeenkomstig de mededeling, zoals de minister daarmee heeft ingestemd, met inbegrip van de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen.

Artikel 8

1. De producent of importeur zendt voor 1 augustus 1998 en vervolgens elke drie jaar voor 1 augustus aan de minister een verslag over de resultaten in de daaraan voorafgaande drie kalenderjaren, voor zover hij in die periode als producent of importeur werkzaam was.

2.

In dit verslag komen in ieder geval aan de orde:

a. a. de door hem getroffen maatregelen met betrekking tot kwantitatieve en kwalitatieve preventie alsmede de daarbij bereikte resultaten; b. b. de resultaten ten aanzien van het innemen, het nuttig toepassen en het als materiaal hergebruiken en de wijze waarop deze resultaten zijn verkregen; c. c. de gegevens die zijn bedoeld in bijlage I; d. d. de tekortkomingen die hij heeft geconstateerd in de wijze waarop de verpakkingsketen uitvoering heeft gegeven aan artikel 4.

3. De minister kan nadere regels stellen over de wijze waarop de in het tweede lid bedoelde gegevens moeten worden verstrekt.

Artikel 9

1. Producenten en importeurs kunnen gezamenlijk een mededeling doen als bedoeld in artikel 6.

2. De producent of importeur is vrijgesteld van de verplichtingen gesteld in de artikelen 6 en 8, indien hij is aangesloten bij een organisatie van producenten en importeurs die deze verplichtingen namens hem uitvoert.

3. De producent of importeur die niet meer is aangesloten bij een organisatie als bedoeld in het tweede lid, dient te voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 8.

Paragraaf 4. Eisen aan verpakkingen

Artikel 10

Producenten en importeurs kunnen afspraken maken met de gemeenten over de wijze waarop de verpakkingsmaterialen afzonderlijk zullen worden ingezameld.

Paragraaf 5. Eisen aan verpakkingen

Artikel 11

1. Indien de producent of importeur op de verpakking, dan wel op het etiket van de verpakking, de aard van het verpakkingsmateriaal aangeeft en hierbij afkortingen en cijfercodes hanteert, is bijlage II van toepassing.

2. De afkortingen en cijfercodes, bedoeld in het eerste lid, dienen duidelijk zichtbaar, goed leesbaar, duurzaam en blijvend herkenbaar te zijn, ook wanneer de verpakking is geopend.

Artikel 12

Het is verboden stoffen, preparaten of andere producten in een verpakking in Nederland aan een ander ter beschikking te stellen, indien de verpakking niet voldoet aan de eisen die zijn gesteld in bijlage III.

Artikel 13

1. Het is verboden stoffen, preparaten of andere producten in een verpakking in Nederland aan een ander ter beschikking te stellen, indien de totale concentratie van lood, cadmium, kwik, zeswaardig chroom of verbindingen daarvan in de verpakking meer bedraagt dan 600 ppm-gewicht.

2. Het is verboden stoffen, preparaten of andere producten in een verpakking in Nederland aan een ander ter beschikking te stellen, indien de totale concentratie van lood, cadmium, kwik, zeswaardig chroom of verbindingen daarvan in de verpakking meer bedraagt dan 250 ppm-gewicht.

3. Het is verboden stoffen, preparaten of andere producten in een verpakking in Nederland aan een ander ter beschikking te stellen, indien de totale concentratie van lood, cadmium, kwik, zeswaardig chroom of verbindingen daarvan in de verpakking meer bedraagt dan 100 ppm-gewicht.

4. Het in het eerste, tweede en derde lid gestelde verbod is niet van toepassing op verpakkingen die zijn vervaardigd uit kristalglas als omschreven in richtlijn 69/493/EEG.

5. De in de eerste tot en met derde lid genoemde verboden zijn niet van toepassing op kunststofkratten en kunststofpaletten die voldoen aan de voorwaarden, gesteld in de bij deze regeling behorende bijlage IV.

6. Het vijfde lid en bijlage IV vervallen met ingang van 24 maart 2009.

7. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op glazen verpakkingen die voldoen aan de voorwaarden, gesteld in de bij deze regeling behorende bijlage V.

8. Het zevende lid en bijlage V vervallen met ingang van 1 juli 2006.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 14

Deze regeling is niet van toepassing, voor zover uit een andere wettelijke regeling die strekt ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, blijkt dat niet aan de verplichtingen van deze regeling kan worden voldaan.

Artikel 15

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 1997, met uitzondering van:

a. a.

      artikel 12 dat in werking treedt met ingang van 31 december 1997;

b. b.

      artikel 13, eerste lid, dat in werking treedt met ingang van 30 juni 1998;

c. c.

      artikel 13, tweede lid, dat in werking treedt met ingang van 30 juni 1999;

d. d.

      artikel 13, derde lid, dat in werking treedt ingang van 30 juni 2001.

2. De doeltreffendheid en de effecten van deze regeling worden voor 31 december 1999 geëvalueerd.

Artikel 15a

Deze regeling berust op de artikelen 10.15, 10.16, 10.17, 10.29, 10.61 juncto 10.21, derde lid, 10.64, tweede lid, en 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verpakking en verpakkingsafval.

Bijlage I. Gegevens

De volgende gegevens worden overeenkomstig artikel 8, tweede lid, onderdeel c, overgelegd:

Bijlage II. Identificatiesysteem van de aard van het verpakkingsmateriaal

Composiet is een verpakking bestaand uit verschillende materialen die niet met de hand kunnen worden gescheiden, en waarbij geen enkel component meer dan een bepaald gewichtsprocent vertegenwoordigt, die voor 31 december 1997 wordt vastgesteld volgens de in artikel 21 van Richtlijn 94/62/EG neergelegde procedure. Potentiële uitzonderingen voor sommige materialen kunnen vastgesteld worden volgens dezelfde procedure.

Bijlage III. Essentiële eisen betreffende de samenstelling, het producthergebruik en de nuttige toepassing van verpakkingen, als bedoeld in

Bijlage IV

Voorwaarden als bedoeld in artikel 13, vijfde lid,:

Bijlage V

Voorwaarden als bedoeld in artikel 13, zevende lid: