rijk/ministeriele-regeling/regeling-versterking-samenwerking-lerarenopleidingen-en-scholen-20132016/BWBR0033593
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 20132016 BWBR0033593 ministeriele-regeling geldend 2013-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0033593 Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 20132016

Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 20132016

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. b.

    *school:* uit s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

c. c.

    *po:* primair onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

d. d.

    *vo:* voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

e. e.

    *bve:* beroepsonderwijs en volwasseneneducatie als bedoeld in artikel 1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

f. f.

    *vho:* voorbereidend hoger onderwijs als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

g. g.

    *WHW:*
    Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

h. h.

    *hoger onderwijs:* hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de WHW;

i. i.

    *lerarenopleiding:* op basis van de WHW bekostigde bachelor- of masteropleiding tot leraar po, leraar vo/bve, of leraar vho;

j. j.

    *opleidingsschool:* partnerschap tussen één of meer scholen voor po, scholen voor vo of bve-instellingen en één of meer lerarenopleidingen dat in gezamenlijkheid toekomstige leraren op de werkplek opleidt en wordt gesubsidieerd op grond van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsschool;

k. k.

    *samenwerkingsverband:* partnerschap tussen één of meer lerarenopleidingen en vijf of meer scholen voor po, vijf of meer scholen voor vo of één of meer bve-instellingen, niet zijnde een opleidingsschool;

l. l.

    *DUO:* Dienst Uitvoering Onderwijs;

m. m.

    *onderwijssector:* po, vo of bve;

n. n.

    *hogeschool:* hogeschool als bedoeld in artikel 1.8 van de WHW jo onderdelen c en g van de bijlage bij de WHW, met één of meerdere lerarenopleidingen;

o. o.

    *universiteit:* universiteit als bedoeld in artikel 1.8 van de WHW jo onderdelen a en b van de bijlage bij de WHW, met één of meerdere lerarenopleidingen;

p. p.

    *afnemend onderwijsveld:* het geheel aan scholen in de regio van de lerarenopleiding in de onderwijssector waarvoor de lerarenopleiding opleidt;

q. q.

    *postinitiële opleiding:* opleiding die gericht is op de na- of bijscholing van bevoegde leraren, niet zijnde een lerarenopleiding;

r. r.

    *studiejaar:* studiejaar als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel k, van de WHW.

Artikel 2

Indien in een opleidingsschool of samenwerkingsverband scholen deelnemen uit verschillende onderwijssectoren, bepaalt de subsidieaanvrager bij de aanvraag tot welke van deze sectoren de opleidingsschool of het samenwerkingsverband voor deze regeling behoort.

Hoofdstuk 2. Tegemoetkoming kosten nieuwe samenwerkingsverbanden

Artikel 3

De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten gericht op de vorming van een duurzaam samenwerkingsverband tussen lerarenopleidingen en scholen.

Artikel 4

1. De afspraken tussen de deelnemende partijen in het samenwerkingsverband zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.

2.

De samenwerkingsovereenkomst bevat in ieder geval:

a. a. een beschrijving van de gezamenlijke visie en het doel van de samenwerking; b. b. de terreinen die de samenwerking beslaat; c. c. de inzet van middelen die beide partijen hierbij inbrengen; d. d. afspraken over de manier waarop kennis wordt ontwikkeld en gedeeld; e. e. afspraken over de manier waarop de continuïteit van de samenwerking wordt geborgd; f. f. afspraken over de regelmatige evaluatie van processen en opbrengsten.

3. De activiteiten, bedoeld in artikel 3, moeten uiterlijk zijn uitgevoerd op 31 december 2017.

Artikel 5

1. Subsidie wordt slechts verleend aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid waarvan de statutaire doelstelling past binnen het doel van de subsidieverlening.

2. Vanuit het samenwerkingsverband zal één partner optreden als penvoerder van het samenwerkingsverband.

3. De penvoerder is de subsidieontvanger.

Artikel 6

Het eventueel niet voor de activiteiten aangewende deel van de subsidie kan, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, worden besteed aan andere activiteiten van het samenwerkingsverband op de terreinen die genoemd zijn in de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 4.

Artikel 7

Bij de aanvraag dient de subsidieaanvrager een overzicht in van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 8

Voor subsidieverlening, bedoeld in artikel 3, eerste lid is in de periode 20132016 een bedrag beschikbaar van:

a. a. € 2.800.000, voor samenwerkingsverbanden in de onderwijssector po; b. b. € 800.000, voor samenwerkingsverbanden in de onderwijssector vo; c. c. € 4.000.000, voor samenwerkingsverbanden in de onderwijssector bve.

Artikel 9

De subsidie bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedraagt per subsidieontvanger € 400.000,.

Artikel 10

1. Subsidie wordt op aanvraag van de penvoerder, bedoeld in artikel 5, tweede lid, verleend.

2. Met de subsidieaanvraag wordt tegelijkertijd een aanvraag ingediend voor de subsidie bedoeld in artikel 13.

3. Voor de aanvraag maakt de aanvrager gebruik van het digitale aanvraagformulier op de website van DUO.

Artikel 11

1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op subsidieaanvragen. De subsidieverlening geschiedt op basis van een vergelijking van de geschiktheid van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie.

2. De bijdrage van een eventuele honorering van de aanvraag aan een evenwichtige spreiding van de projecten over Nederland is voor de sectoren po en vo onderdeel van de geschiktheidsbeoordeling.

3.

Indien het verlenen van de subsidie uit het budget voor de onderwijssector bve, bedoeld in artikel 8, onder c, aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, verdeelt de minister het beschikbare bedrag achtereenvolgens in de volgende stappen:

a. a. per deelnemende hogeschool of universiteit komt één door de betreffende hogeschool of universiteit aan te wijzen samenwerkingsverband in aanmerking voor subsidie; b. b. indien nog een bedrag resteert, komen vervolgens aanvragen in aanmerking van samenwerkingsverbanden die deelnemen aan het project Opleiden in de school MBO als genoemd in bijlage 1.

4. Indien het verlenen van de subsidie aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid, onverminderd het derde lid, zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, verdeelt de minister het beschikbare bedrag op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

Artikel 12

1. Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverlening worden geweigerd aan de subsidieaanvrager die tevens een aanvraag heeft ingediend voor de subsidie, bedoeld in artikel 13, en aan wie die subsidie is geweigerd, of na te zijn verleend wordt ingetrokken.

2. Samenwerkingsverbanden in de sectoren po en vo waarvan de deelnemende hogescholen en universiteiten reeds deelnemen aan een opleidingsschool in dezelfde onderwijssector, komen niet in aanmerking voor subsidie.

3. Indien een hogeschool of universiteit bij meerdere aanvragen in de sectoren po en vo betrokken is, komt per onderwijssector niet meer dan één door de betreffende hogeschool of universiteit aan te wijzen samenwerkingsverband in aanmerking voor subsidie.

Hoofdstuk 3. Tegemoetkoming kosten versterking algemene en thematische samenwerking

Artikel 13

1.

De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten gericht op de versterking van de:

a. a. algemene samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen; b. b. samenwerking bij het opleiden van leraren op de themas opbrengstgericht werken, omgaan met verschillen, begeleiding beginnende leraren, ouderbetrokkenheid en pesten.

2.

Voor subsidie komen in aanmerking:

a. a. opleidingsscholen; b. b. samenwerkingsverbanden die de subsidie, bedoeld in artikel 3, hebben aangevraagd.

3. De activiteiten moeten uiterlijk zijn uitgevoerd op 31 december 2017.

Artikel 14

1. Bij de aanvraag dient de subsidieaanvrager een projectplan en een begroting in. Het projectplan is opgesteld aan de hand van de criteria in bijlage 2 bij deze regeling en bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De begroting bevat een overzicht van de voor het betreffende studiejaar geraamde inkomsten en uitgaven voor zover die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

2. In het projectplan worden alle in artikel 13, eerste lid, onderdelen a en b, genoemde onderdelen behandeld zoals beschreven in bijlage 2 bij deze regeling.

3. De subsidieontvanger dient in het projectplan de beginsituatie te beschrijven met betrekking tot de aandacht voor de in artikel 13, eerste lid, onderdelen a en b genoemde themas en de bestaande samenwerking tussen de lerarenopleiding en de scholen op het terrein van deze themas,

Artikel 15

De subsidieaanvrager is:

a. a. in het geval dat de subsidie wordt aangevraagd door een opleidingsschool, de penvoerder, bedoeld in artikel 3 van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen; b. b. in het geval dat de subsidie wordt aangevraagd door een samenwerkingsverband, de penvoerder, bedoeld in artikel 5, tweede lid.

Artikel 16

Het eventueel niet voor de activiteiten aangewende deel van de subsidie kan, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, door samenwerkingsverbanden worden besteed aan andere activiteiten van het samenwerkingsverband op de terreinen die genoemd zijn in de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 4, of door opleidingsscholen worden besteed aan andere activiteiten van de opleidingsschool waarvoor subsidie is verstrekt in het kader van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen.

Artikel 17

Voor subsidieverlening als bedoeld in artikel 13, eerste lid is in de periode 20132016 een bedrag beschikbaar van:

a. a. € 53.200.000, voor samenwerking in de onderwijssector po; b. b. € 15.200.000, voor samenwerking in de onderwijssector vo; c. c. € 6.000.000, voor samenwerking in de onderwijssector bve.

Artikel 18

De subsidie bedraagt per subsidieontvanger ten hoogste:

a. a. € 1.600.000, voor samenwerking in de onderwijssector po; b. b. € 520.000, voor samenwerking in de onderwijssector vo; c. c. € 500.000, voor samenwerking in de onderwijssector bve.

Artikel 19

De subsidieaanvraag wordt ingediend met behulp van het aanvraagformulier dat via de website van DUO beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 20

De aanvraag voor de subsidie wordt uiterlijk 1 oktober 2013 ingediend.

Artikel 21

1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op subsidieaanvragen. De subsidieverlening geschiedt op basis van een vergelijking van de geschiktheid van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie.

2. De bijdrage van een eventuele honorering van de aanvraag aan een evenwichtige spreiding over de betrokken lerarenopleidingen en aan de spreiding over Nederland maakt deel uit van de geschiktheid.

3. Indien het verlenen van de subsidie aan meerdere aanvragers voor activiteiten van een gelijke geschiktheid zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, verdeelt de minister het beschikbare bedrag op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

Artikel 22

De subsidie wordt uiterlijk per 20 december 2013 verleend.

Artikel 23

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverlening worden geweigerd of herzien indien:

a. a. het projectplan van de subsidieaanvrager in onvoldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling; b. b. uit het projectplan onvoldoende blijkt dat het plan in gezamenlijkheid is opgesteld en de activiteiten gezamenlijk worden uitgevoerd door de lerarenopleidingen en scholen die deelnemen in de opleidingsscholen of samenwerkingsverbanden; c. c. uit het projectplan onvoldoende blijkt hoe het totale afnemend onderwijsveld bij de activiteiten wordt betrokken; d. d. indien de subsidie is aangevraagd door een samenwerkingsverband en aan dit samenwerkingsverband geen subsidie als bedoeld in artikel 3 wordt verleend.

Hoofdstuk 4. Algemene en slotbepalingen

Paragraaf 1. Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel 24

1. In aanvulling op de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving stelt de subsidieontvanger per studiejaar een activiteitenverslag op.

2. Het activiteitenverslag bevat een overzicht van de verrichte werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.

3. Het activiteitenverslag wordt jaarlijks uiterlijk op 1 oktober volgend op het betreffende studiejaar ingediend bij DUO.

4. De subsidieontvanger maakt voor het activiteitenverslag gebruik van het digitale verantwoordingsformulier op de website van DUO.

5. In afwijking van het eerste lid dient de subsidieontvanger voor het studiejaar 2016/2017 geen activiteitenverslag in, maar dient hij uiterlijk 1 april 2018 een eindverslag in bij DUO over de gehele subsidieperiode.

Artikel 25

1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de minister te voeren beleid.

2. De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 26

De verantwoording door de subsidieontvanger van de subsidie vindt plaats zoals voorgeschreven in artikel 13, tweede lid, van de Regeling OCW-subsidies.

Artikel 27

Er zal onderzoek worden gedaan door de minister naar het bereikte effect dan wel het bereikte resultaat van deze subsidie.

Paragraaf 2. Subsidieperiode en vaststelling

Artikel 28

De subsidie wordt verleend voor de jaren 2013 tot en met 2017.

Artikel 29

De subsidie wordt vastgesteld conform artikel 17 van de Regeling OCW-subsidies.

Paragraaf 3. Begrotingsvoorwaarde en betaling

Artikel 30

Indien een subsidie wordt verleend ten laste van een nog niet vastgestelde of goedgekeurde begroting, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, maar geen voldoende gelden ter beschikking worden gesteld, worden de verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 31

1. In de subsidieperiode wordt jaarlijks een vierde deel van het subsidiebedrag aan de subsidieontvanger betaald in de maand december.

2. De betaling voor de jaren 2014 tot en met 2015 vindt niet plaats voordat het activiteitenverslag van het voorgaande studiejaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, door DUO is ontvangen.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 32

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2019.

Artikel 33

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 20132016.

Bijlage 1. behorende bij

Deelnemers project Opleiden in de school MBO:

Bijlage 2. behorende bij