rijk/ministeriele-regeling/regeling-versterking-van-salarismix-leraren-middelbaar-beroepsonderwijs-in-de-ra/BWBR0026565
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregios BWBR0026565 ministeriele-regeling geldend 2009-10-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0026565 Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregios

Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregios

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvullende bekostiging: aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 2;
  • beroepsonderwijs: beroepsonderwijs en educatie als bedoeld in artikel 1.2.1 van de wet;
  • bezoldigingsschaal: salarisschaal volgens welke een docent of instructeur wordt bezoldigd;
  • BRP: basisregistratie personen;
  • Convenant Leerkracht van Nederland: tripartiete afspraken tussen de Minister en de sociale partners voor de sector Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie vastgelegd op 10 december 2008 (Stcrt. 2009, 42);
  • deeltijdstudent: student die een beroepsopleiding volgt als bedoeld in artikel 7.2.7, vijfde lid, van de wet, zoals dit luidde op 31 juli 2014;
  • docent: docent als bedoeld in artikel 4.2.1, eerste en tweede lid, van de wet, voor zover deze een onderwijsgevende taak uitvoert;
  • instructeur: personeelscategorie met onderwijsondersteunende werkzaamheden gericht op het primair proces conform artikel 4.2.2 van de wet;
  • Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • personeelsgegevens: gegevens als bedoeld in bijlage B van het Convenant Leerkracht van Nederland en bijlage 1, onder 3, van het Uitvoeringsbesluit WEB, conform het op 27 augustus 2009 herziene Protocol Personeelsinformatie MBO en herziene PVE;
  • Randstadregios: verzameling van gemeenten als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
  • salarismix: verdeling van docenten in voltijdequivalenten over de bezoldigingsschalen;
  • voltijdstudent: student die een beroepsopleiding volgt als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid, van de wet, zoals dit luidde op 31 juli 2014;
  • wet: Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op artikel 2.2.3, derde en vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Hoofdstuk 2. Hoofdlijnen

Artikel 2

1.

De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een instelling:

a. a. ter versterking van de salarismix binnen de Randstadregios door het aandeel docenten in voltijdequivalenten in bezoldigingsschaal LC en/of LD en/of LE te verhogen; b. b. ter verlichting van de werkdruk in de Randstadregios door extra functies voor instructeurs en/of docenten te realiseren.

2.

De aanvullende bekostiging wordt verstrekt op grond van de volgende overwegingen:

a. a. Versterking van de salarismix in de Randstadregios maakt deel uit van de afspraken in het Convenant Leerkracht van Nederland van 10 december 2008. b. b. In het Convenant Leerkracht van Nederland is afgesproken dat 75% van de aanvullende bekostiging verstrekt op grond van deze regeling ingezet zal worden voor de verhoging van het aandeel docenten in voltijdequivalenten in hogere bezoldigingsschalen, conform de doelomschrijving in artikel 2, eerste lid onder a. De resterende 25% van de aanvullende bekostiging verstrekt op grond van deze regeling zal worden ingezet voor extra functies voor instructeurs en/of docenten, conform de doelomschrijving in artikel 2, eerste lid onder b. c. c. In het Convenant Leerkracht van Nederland is vastgelegd dat de aanvullende convenantmiddelen aan het begin van schooljaar 20122013 beschikbaar komen als de sector de tussendoelen in 2011 heeft bereikt, welke voortvloeien uit de prestatieafspraken voor de salarismix in het middelbaar beroepsonderwijs die voor 2014 zijn vastgelegd. d. d. In het Convenant Leerkracht van Nederland is afgesproken dat in het kader van de monitoring van de convenantmiddelen per instelling jaarlijks wordt bekeken of de convenantmiddelen volledig aan de omschreven doelen zijn besteed. e. e. Tevens is in het convenant een stabiele verhouding tussen docenten en ondersteunend personeel afgesproken. f. f. Indien de sector in 2011 de tussendoelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder c niet heeft gerealiseerd, dan worden de aanvullende middelen voor de in het eerste lid van dit artikel genoemde doelen op instellingsniveau afgestemd op de op dat moment gerealiseerde salarismix.

Artikel 3

De aanvullende bekostiging wordt slechts verstrekt aan het bevoegd gezag van een instelling indien:

a. a. op 1/10/2007 minimaal 20% van het ongewogen totaal aantal studenten van de instelling volgens de BRP woonachtig in de Randstadregios is; en b. b. de instelling de verplichte personeelsgegevens, bedoeld in artikel 1 onder s, tijdig, volledig en rechtstreeks aan het Ministerie van OCW heeft geleverd.

Artikel 3a

1. Bij een institutionele fusie van instellingen vormt de som van het aantal gewogen studenten, bedoeld in de formule in artikel 5, vijfde lid, voor ieder bij de fusie betrokken instelling afzonderlijk, de basis voor de toekenning aan die gefuseerde instelling.

2. De berekening, bedoeld in het eerste lid, leidt in geen geval tot een lagere toekenning van de aanvullende bekostiging dan vastgesteld vóór de fusie.

Artikel 3b

1. Bij de beëindiging van het verzorgen van beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 7.1.2, tweede lid, van de wet door een instelling vormt het aantal studenten, bedoeld in de formule in artikel 5, vijfde lid, van de betreffende instelling de basis voor de toekenning aan één of meerdere instellingen.

2. Indien er meerdere instellingen betrokken zijn bij de overname van de beroepsopleidingen, bedoeld in het eerste lid, treedt de minister in overleg.

3. Bij de beëindiging van het verzorgen van beroepsopleidingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, vormt het aantal studenten, bedoeld in het deel van de formule (DDRi * 0,3 + VDRi *1), bedoeld in artikel 5, vijfde lid, de basis voor de toekenning aan de overnemende instelling(en).

4. Bij beschikking bepaalt de minister welk deel van het aantal studenten voor de berekening van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt toegekend aan de betrokken instellingen.

Artikel 4

Voor de instellingen die voldoen aan de vereisten, bedoeld in artikel 3, is voor het kalenderjaar 2023 een totaalbedrag van € 55.279.000, voor aanvullende bekostiging beschikbaar.

Artikel 4c

Vervallen

Artikel 4d

Vervallen

Artikel 4e

Vervallen

Artikel 4f

Vervallen

Artikel 4g

Vervallen

Artikel 4h

Vervallen

Artikel 5

1. De aanvullende bekostiging wordt over de daarvoor in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen, bedoeld in artikel 3, verdeeld naar rato van het aantal studenten van een in aanmerking komend bevoegd gezag dat volgens de BRP woonachtig is binnen de Randstadregios op het totaal aantal volgens de BRP in de Randstadregios woonachtige studenten van alle in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen. Voor het bepalen van deze studentenaantallen vormt de teldatum van 1/10/2007 het uitgangspunt.

2. Bij de berekening van de omvang van de aanvullende bekostiging voor een in aanmerking komend bevoegd gezag wordt bij de in de Randstadregios woonachtige studenten onderscheid gemaakt naar voltijd- en deeltijd studenten, waarbij voltijdstudenten met factor 1 en deeltijdstudenten met factor 0,3 gewogen worden.

3. Indien een bevoegd gezag dat voor wat betreft de studenten voldoet aan het gestelde in artikel 3 in totaal minder dan 5.000 studenten heeft, dan tellen alle bij die instelling ingeschreven studenten, ongeacht woonplaats, mee bij de berekening van de omvang van de aanvullende bekostiging.

4.

De aanvullende bekostiging van een op grond van artikel 3 in aanmerking komend bevoegd gezag wordt berekend op grond van de volgende formule: Xi= A1 * (DDRi * 0,3 + VDRi * 1) / DRT

De definitie van de verschillende componenten uit deze formule is als volgt:

i = i = een in aanmerking komend bevoegd gezag van een instelling, waarbij geldt dat als het bevoegd gezag minder dan 5000 studenten heeft, alle bij die instelling ingeschreven studenten, ongeacht woonplaats, meetellen bij de berekening van Xi; Xi = Xi = de aanvullende bekostiging voor een individuele instelling; A1 = A1 = het totaalbedrag voor de aanvullende bekostiging van deze regeling; DDRi= DDRi= de op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregios woonachtige deeltijdstudenten ingeschreven bij instelling i; VDRi = VDRi = de op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregios woonachtige voltijdstudenten ingeschreven bij instelling i; DRT= DRT= alle op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregios woonachtige studenten gewogen naar deeltijdfactor van alle in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen inclusief de buiten de Randstadregios woonachtige studenten van de in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen met minder dan 5000 ingeschreven studenten.

Artikel 6

In de maand januari maakt de minister de hoogte van de aanvullende bekostiging bekend. Na de bekendmaking vindt de uitbetaling plaats volgens het gebruikelijke betaalritme van de reguliere bekostiging.

Artikel 6a

Vervallen

Hoofdstuk 3. Verantwoording

Artikel 7

1. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de aanvullende bekostiging worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

2. De aanvullende bekostiging wordt direct vastgesteld.

3. De verantwoording van de aanvullende bekostiging geschiedt in de jaarverslaggeving en in model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

4. Het bevoegd gezag toont op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor aanvullende bekostiging is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de aanvullende bekostiging.

Artikel 8

Er zal onderzoek worden gedaan naar het bereikte effect dan wel het bereikte resultaat van deze aanvullende bekostiging.

Artikel 9

Het bevoegd gezag werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de minister te voeren beleid.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 9a

1. Voor de berekening van de aanvullende bekostiging bedoeld in artikel 2 voor scholen voor vbo die van rechtswege zijn ontstaan na de omzetting van agrarische opleidingscentra op grond van artikel 12.2.4 van de wet, wordt voor wat betreft het kalenderjaar waarin die omzetting plaatsvindt, gebruik gemaakt van de berekeningswijze op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 juli van dat kalenderjaar.

2. De aanvullende personele bekostiging op grond van artikel 2 van de Regeling versterking functiemix vo-leraren in de Randstadregios voor de scholen voor vbo bedoeld in het eerste lid, vindt voor het eerst toepassing over het kalenderjaar volgend op die omzetting.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2009.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregios.

Bijlage 1. Gemeenten in randstadregios