40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004 | BWBR0016305 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-01-31 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0016305 | Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004 |
Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004
Paragraaf 1. Begripsomschrijvingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. VLG: Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen; b. b. huishoudelijk gevaarlijk afval: de volgende stoffen en voorwerpen die als afvalstoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van bijlage 1 bij de VLG, en volgens de indeling, bedoeld in randnummer 2.1.1.1 van bijlage 1 van de VLG, vrijkomen uit huishoudens of in kleine hoeveelheden vrijkomen uit bedrijven:
1°.
spuitbussen vallende onder klasse 2, UN nr. 1950,
2°.
brandblusapparaten vallende onder klasse 2, UN nr. 1044
3°.
stoffen vallende onder de klassen 3, 6.1 of 8,
4°.
verfafval vallende onder klasse 4.1, UN nr. 3175,
5°.
gebruikte injectienaalden, afgeknipte capillairen, bloedbuizen en soortgelijke scherpe voorwerpen, vallende onder klasse 6.2,
6°.
accu’s vallende onder klasse 8;
1°. 1°. spuitbussen vallende onder klasse 2, UN nr. 1950, 2°. 2°. brandblusapparaten vallende onder klasse 2, UN nr. 1044 3°. 3°. stoffen vallende onder de klassen 3, 6.1 of 8, 4°. 4°. verfafval vallende onder klasse 4.1, UN nr. 3175, 5°. 5°. gebruikte injectienaalden, afgeknipte capillairen, bloedbuizen en soortgelijke scherpe voorwerpen, vallende onder klasse 6.2, 6°. 6°. accu’s vallende onder klasse 8; c. c. element: een verpakking die volwandig en vloeistofdicht is en voorzien is van een goed sluitend deksel; d. d. begeleider: degene die bij het voertuig aanwezig is om het huishoudelijk gevaarlijk afval in ontvangst te nemen; e. e. etiket: etiket, bedoeld in randnummer 5.2.2.2.2 van bijlage 1 bij de VLG.
Paragraaf 2. Toepassingsbereik
Artikel 2
Deze regeling is van toepassing op het vervoeren alsmede het ten vervoer aanbieden en aannemen van huishoudelijk gevaarlijk afval.
Artikel 3
De volgende randnummers van bijlage 1 bij de VLG zijn niet van toepassing:
a. a. 1.1.3.6; b. b. 3.3.1; c. c. 4.1.4, 4.1.6, 4.1.8, 4.1.10; d. d. 5.2.1, 5.2.2, 5.4.0, 5.4.1, 5.4.3; e. e. 7.5.4, 7.5.7; f. f. 8.1.2.1, onderdeel a) en b), 8.1.5, onderdeel c) en 8.3.6.
Paragraaf 3. De aanbieder
Artikel 4
De begeleider neemt het huishoudelijk gevaarlijk afval in.
Artikel 5
1.
Het huishoudelijk gevaarlijk afval wordt slechts aangeboden in een voor de stof deugdelijke, goed gesloten verpakking, en:
a. a. voor de voorwerpen vallende onder klasse 6.2: een verpakking die bovendien verwonding bij het aannemen uitsluit; b. b. voor huishoudelijk gevaarlijk afval afkomstig van bedrijven: een doos met een inhoud van ten hoogste 60 liter, ingericht om afvalstoffen op gevaarscategorie te scheiden (kga-box).
2. De verpakking is aan de buitenzijde vrij van huishoudelijk gevaarlijk afval.
3. De naam van de stof is op de verpakking aangegeven.
4. Per inzameling wordt per bedrijf slechts een doos als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aangenomen.
Paragraaf 4. Het voertuig bestemd voor het vervoer van huishoudelijk gevaarlijk afval en zijn uitrusting
Artikel 6
Het voertuig bestemd voor het vervoer van huishoudelijk gevaarlijk afval:
a. a. is ingericht voor het vervoer van goederen; en b. b. beschikt over een laadruimte die van het bestuurdersgedeelte is gescheiden door een vaste dichte wand, of trekt een laadruimte mee die geen deel uitmaakt van het voertuig.
Artikel 7
1. De laadruimte van een gesloten voertuig heeft aan de bovenzijde een permanent aangedreven afzuiging en is voorzien van openingen aan de onderzijde.
2. De elektrische installatie als geheel voldoet aan de randnummers 9.2.2.2 en 9.2.2.6 van bijlage 1 bij de VLG.
3. Het brandstofreservoir van het voertuig voldoet aan randnummer 9.2.4.3 van bijlage 1 bij de VLG.
4. De motor van het voertuig is zodanig uitgerust en geplaatst, dat gevaar voor de lading door verwarming of ontsteking wordt vermeden.
5. Het uitlaatsysteem alsmede de uitlaatleidingen zijn zodanig gericht of beschermd, dat gevaar voor de lading ten gevolge van verwarming of ontsteking wordt vermeden.
6. Verwarmingstoestellen voldoen aan randnummer 9.2.4.7 van bijlage 1 bij de VLG.
7. Het tweede lid is niet van toepassing op een trekkend voertuig, waarvan de laadruimte geen deel uitmaakt.
Artikel 8
1.
Het voertuig is voorzien van elementen die tijdens het vervoer:
a. a. tegen onbedoeld verplaatsen of stoten zijn beschermd; en b. b. met een deksel zijn gesloten en tegen onbedoeld openen zijn beschermd.
2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing tijdens het rijden ten behoeve van het inzamelen en het stilstaan voor het inzamelen.
3. In het voertuig is voldoende bewegingsruimte vrijgehouden om het huishoudelijk gevaarlijk afval te sorteren en in de elementen te plaatsen.
4. Aan de weerszijden en aan de achterzijde van het voertuig is duidelijk zichtbaar een rookverbod aangegeven.
5. Het voertuig is voorzien van een geel zwaailicht.
Artikel 9
In het voertuig bevinden zich:
a. a. het vakbekwaamheidscertificaat van de begeleider en de aantekening, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b; en b. b. de schriftelijke instructies en informatie opgemaakt overeenkomstig de bijlage bij deze regeling.
Artikel 10
In het voertuig bevindt zich voor elk bemanningslid binnen handbereik een veiligheidsuitrusting die bestaat uit:
a. a. een volledig aansluitende veiligheidsbril; b. b. een adembeschermend masker; c. c. een zuurbestendige, zuur–niet–doorlatende, overall of voorschoot; d. d. synthetisch-rubberen handschoenen; e. e. zuurbestendige, zuur–niet–doorlatende, laarzen of veiligheidsschoenen; en f. f. een oogspoelfles met gedestilleerd water.
Artikel 11
In het voertuig is goed werkende telefoonapparatuur aanwezig.
Paragraaf 5. Het vervoer
Artikel 12
1. Het is verboden voedingsmiddelen voor mens en dier in de laadruimte te vervoeren.
2. Tijdens het inzamelen staat het voertuig stil.
3. Tijdens het rijden ten behoeve van het inzamelen en het stilstaan voor het inzamelen voert het voertuig geel zwaailicht.
4. Tijdens het inzamelen op een vaste halteplaats die als zodanig is aangeduid, is de motor afgezet en mag, in afwijking van het derde lid, het zwaailicht zijn afgezet.
Paragraaf 6. De elementen
Artikel 13
1. Het vervoer van huishoudelijk gevaarlijk afval geschiedt uitsluitend in elementen.
2. Voor de stoffen en voorwerpen van elk der klassen is een afzonderlijk element aanwezig.
3. Voor de stoffen en voorwerpen van klasse 8 zijn afzonderlijke elementen aanwezig voor respectievelijk zuren, basen en accu’s.
4. Spuitbussen mogen ook in afsluitbare kartonnen dozen zijn geplaatst, mits deze dozen worden vervoerd overeenkomstig artikel 8, eerste lid.
5. Indien brandblusapparaten van klasse 2 zijn ingezameld, mogen deze in hetzelfde element als de spuitbussen, niet verpakt zijnde in kartonnen dozen, zijn geplaatst.
6. In afwijking van artikel 8, eerste lid, is geen deksel verplicht voor het vervoer van accu’s, mits deze zodanig in het element zijn geplaatst dat alle openingen van de accu’s gesloten zijn en naar boven gericht.
Artikel 14
1.
De elementen, onderscheidenlijk de dozen die zijn bestemd voor het vervoer van de spuitbussen, zijn als volgt zichtbaar gekenmerkt:
a. a. voor spuitbussen van klasse 2 voor zover ingezameld in kartonnen dozen: met het opschrift ‘SPUITBUSSEN’; b. b. voor brandblusapparaten en spuitbussen van klasse 2: met het etiket nr. 2.2; c. c. voor brandbare vloeistoffen van klasse 3: met het etiket nr. 3; d. d. voor verfafval van klasse 4.1: met het etiket nr. 4.1; e. e. voor giftige stoffen van klasse 6.1: met het etiket nr. 6.1; f. f. voor voorwerpen van klasse 6.2: met het etiket nr. 6.2. g. g. voor bijtende stoffen en voorwerpen van klasse 8: met het etiket nr. 8, en bovendien:
1°.
voor stoffen met een basisch karakter: met het opschrift ‘BASEN’;
2°.
voor stoffen met een zuur karakter: met het opschrift ‘ZUREN’;
3°.
voor accu’s: met het opschrift ‘ACCU’S’.
1°. 1°. voor stoffen met een basisch karakter: met het opschrift ‘BASEN’; 2°. 2°. voor stoffen met een zuur karakter: met het opschrift ‘ZUREN’; 3°. 3°. voor accu’s: met het opschrift ‘ACCU’S’.
2. Dezelfde etiketten en opschriften zijn zichtbaar op afsluitbare ruimtes binnen het voertuig waarin de elementen kunnen staan.
Paragraaf 7. De begeleider
Artikel 15
1.
De begeleider van het voertuig is in het bezit van:
a. a. een geldig vakbekwaamheidscertificaat op grond van randnummer 8.2.1 van bijlage 1 bij de VLG; en b. b. een geldige aantekening: ‘vervoer gevaarlijk afval’, afgegeven door de CCV, zijnde een zelfstandige divisie van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).
2. De aantekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is geldig voor een periode van vijf jaar, en strekt ertoe aan te tonen dat de begeleider met goed gevolg het desbetreffende examen heeft afgelegd.
Artikel 16
1. De begeleider plaatst het aangeboden huishoudelijk gevaarlijk afval onverwijld in het daarvoor bestemde element onderscheidenlijk de daarvoor bestemde doos.
2. De begeleider voorziet breekbare verpakkingen van een bescherming tegen breuk.
Artikel 17
1. De begeleider is bij het voertuig aanwezig zolang dit zich op de openbare weg bevindt en neemt in geval van onregelmatigheden de nodige maatregelen.
2. De begeleider draagt ervoor zorg, dat tijdens het vervoer de elementen voldoen aan artikel 8, eerste lid.
3. De begeleider raadpleegt de veiligheidsadviseur, bedoeld in randnummer 1.8.3 van bijlage 1 bij de VLG, in geval van twijfel omtrent de indeling van het huishoudelijk gevaarlijk afval overeenkomstig artikel 1, onderdeel b.
Paragraaf 8. Slotbepalingen
Artikel 18
De Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 1994 wordt ingetrokken.
Artikel 19
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 20
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004.