rijk/ministeriele-regeling/regeling-vervoer-van-justitiabelen/BWBR0035372
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling vervoer van justitiabelen BWBR0035372 ministeriele-regeling geldend 2014-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0035372 Regeling vervoer van justitiabelen

Regeling vervoer van justitiabelen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen en begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *justitiabelen:* gedetineerden, jeugdigen, ter beschikking gestelden of anderszins verpleegden;

b. b.

    *inrichting:* een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden;

c. c.

    *medisch transport:* het transport van justitiabelen, bedoeld in de artikelen 42, vierde lid, onder c, van de Penitentiaire beginselenwet, 41, vierde lid, onder c, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en 47, vierde lid, onder c, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;

d. d.

    *preciosa:* een beperkt aantal eigendommen van de justitiabelen waaronder geld en documenten die gedurende het transport in bewaring zijn genomen en in een daarvoor bestemde verpakking, zijnde een preciosazak zijn opgeborgen;

e. e.

    *sociaal transport:* het transport van justitiabelen, bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 48, derde lid, Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of van ter beschikking gestelden of anderszins verpleegden waarbij sprake is van een sociaal belang;

f. f.

    *spoedaanvraag:* een aanvraag tot een transport dat op de dag van de aanvraag moet worden uitgevoerd;

g. g.

    *transport:* de verplaatsing of begeleiding van een justitiabele vanuit of naar de inrichting of vanuit of naar een andere locatie op aanwijzing van het daartoe bevoegde gezag, onder begeleiding van een of meer transportgeleiders;

h. h.

    *transportaanvraag:* een aanvraag tot het uitvoeren van een transport;

i. i.

    *transportaanvrager:* een directeur, hoofd van een inrichting of een selectiefunctionaris;

j. j.

    *wagencommandant:* de transportgeleider die bij de uitvoering van een transport met één of meerdere voertuigen door de transportuitvoerder is aangewezen het transport te leiden, dan wel degene met de hoogste rang of bij gelijke rang, degene met de meeste dienstjaren bij de DV&O.

k. k.

    *transportgeleider:* de medewerker die uitdrukkelijk is belast met het toezicht, de beveiliging en de begeleiding tijdens het transport van justitiabelen;

l. l.

    *transportrapportage:* het formulier, waarop bijzonderheden van het transport worden vermeld en dat door of vanwege de transportgeleider wordt ingevuld;

m. m.

    *transportuitvoerder:* de functionaris die is belast met de uitvoering van het transport.

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op artikel 6.11, eerste lid, onder b, van de Wet forensische zorg.

Artikel 2

Onze Minister kan in de gevallen waarin deze regeling niet voorziet, bijzondere aanwijzingen geven.

Hoofdstuk 2. De transportuitvoering

Artikel 3

1. Tijdens eenzelfde transport kunnen gedetineerden, ter beschikking gestelden en anderszins verpleegden en jeugdigen van achttien jaar of ouder worden vervoerd.

2. Mannen, vrouwen en jeugdigen van achttien jaar of ouder worden in een apart compartiment vervoerd.

3. Jeugdigen jonger dan achttien jaar worden gescheiden van volwassenen in een apart voertuig vervoerd. Jongens en meisjes worden in aparte compartimenten vervoerd.

4. Indien tegen een te vervoeren justitiabele een maatregel in het belang van het onderzoek als bedoeld in artikel 62, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, dient de medewerker logistiek of transportgeleider er zorg voor te dragen dat deze justitiabele in afzondering wordt vervoerd. De aard van de beperking bepaalt de mate van afzondering.

5. Justitiabelen kunnen op verzoek van de transportaanvrager in een apart compartiment of voertuig worden vervoerd.

Artikel 4

1. Het in- en uitstappen van justitiabelen geschiedt in de remise, of in een daarvoor bestemde afgesloten ruimte van een inrichting. Bij het ontbreken van een dergelijke ruimte wordt in- en uitgestapt binnen de omheining van de inrichting.

2. Bij een onbeveiligde locatie wordt in ieder geval zo dicht mogelijk bij de ingang van die locatie in- en uitgestapt.

Artikel 5

Bij aankomst in een inrichting of een andere locatie wordt gehandeld overeenkomstig de binnen die inrichting of op die locatie gestelde regels en aanwijzingen.

Artikel 6

1. Indien de transportuitvoerder eerder of later dan het afgesproken tijdstip of na de reguliere openingstijden van een inrichting bij de inrichting zal arriveren om een of meer justitiabelen op te halen dan wel te laten insluiten, neemt de transportuitvoerder tijdig contact op met de directeur of het hoofd van de ontvangende inrichting.

2. In een situatie als bedoeld in het eerste lid, neemt de directeur of het hoofd van de inrichting de benodigde maatregelen om de justitiabelen gereed te maken voor het transport dan wel te laten insluiten.

Hoofdstuk 3. Algemene beveiliging

Artikel 7

1. Alvorens het transport aanvangt kan de justitiabele door de transportgeleider aan zijn lichaam of aan zijn kleding worden onderzocht.

2. De voorwerpen die door de transportgeleider bij het onderzoek aan lichaam of kleding zijn ingenomen, worden genoteerd.

3. De wagencommandant kan bepalen dat de ingeslotene sieraden en handbagage tijdens het transport onder zich houdt.

4. Goederen die bij het onderzoek aan lichaam of kleding worden aangetroffen en waarvan het bezit een strafbaar feit oplevert, dan wel die anderszins niet zijn toegestaan, worden inbeslaggenomen.

5. Bij aankomst of de overdracht van de justitiabele worden, indien mogelijk in aanwezigheid van de justitiabele, de bij het onderzoek aan lichaam of kleding ingenomen artikelen op volledigheid gecontroleerd.

Artikel 8

1. Wanneer zich tijdens het transport onregelmatigheden voordoen, die zonder het openen van het voertuig of compartiment niet beheersbaar zijn, dan verzoekt de transportgeleider assistentie aan de politie, rijdt hij naar de dichtstbijzijnde inrichting of, in medische noodgevallen, naar een arts of ziekenhuis.

2. Het voertuig of compartiment wordt niet geopend voordat voldoende assistentie ter plaatse is, tenzij (medische) hulp dringend noodzakelijk is.

3. Zo spoedig mogelijk na constatering van de onregelmatigheden informeert de transportgeleider de transportuitvoerder. De transportuitvoerder informeert vervolgens zo spoedig mogelijk de transportaanvrager.

Hoofdstuk 4. Toezicht tijdens het transport

Artikel 9

De transportgeleiders houden tijdens het transport zoveel mogelijk toezicht op de justitiabelen, waarbij zij gebruik maken van de in het voertuig aanwezig zijnde toezichtsmiddelen.

Hoofdstuk 5. Bagagedoos en preciosazak

Artikel 10

1. Tijdens het transport vanuit een inrichting wordt uitsluitend bagage meegenomen die door de directeur of het hoofd van de inrichting wordt meegegeven en is verpakt in een gesloten bagagedoos of preciosazak. Per persoon wordt niet meer dan één bagagedoos en/of preciosazak meegenomen.

2. Dieren worden niet meegenomen.

Artikel 11

1. De bagage van een vreemdeling bij uitzetting hoeft, indien dit door de grootte of de aard van de bagage niet mogelijk is, niet te zijn verpakt in de voorgeschreven bagagedoos of preciosazak.

2. Gelet op de bijzondere aard van het transport tracht de transportgeleider zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, de bagage mee te nemen.

Artikel 12

De bagage van justitiabelen die verblijven op een politiebureau hoeft niet te zijn verpakt in een bagagedoos of preciosazak.

Artikel 13

1. De bagagedoos of preciosazak blijft gedurende het transport in beheer van de transportgeleider. Een bagagedoos of preciosazak wordt niet geopend.

2. Zonder uitdrukkelijke toestemming van de transportuitvoerder, worden van derden geen goederen aangenomen of meegenomen.

Artikel 14

1. De vrachtdienst van de transportuitvoerder verzorgt het vervoer van goederen die niet in één bagagedoos verpakt kunnen worden op aanvraag van de transportaanvrager.

2. De transportaanvrager is verantwoordelijk voor het deugdelijk verpakken van de te vervoeren goederen, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 6. Voeding en verzorging van de justitiabele

Artikel 15

1. De directeur of het hoofd van de inrichting geeft, voor zover voorgeschreven door een arts of verpleegkundige, benodigde medicijnen mee en instrueert de transportgeleider over de verstrekking.

2. Deze medicijnen worden tijdens het transport door de transportgeleider in beheer gehouden en indien nodig op de door de inrichting voorgeschreven wijze verstrekt.

Artikel 16

1. De directeur of het hoofd van de inrichting geeft, indien is te voorzien dat de justitiabele tijdens het transport een maaltijd moet gebruiken, een lunchpakket en drinken mee aan de transportgeleider die de justitiabele op het daartoe geëigende moment van eten en drinken voorziet.

2. Het is niet toegestaan dat het lunchpakket of het drinken is verpakt in glas of blik.

Artikel 17

1. Het is niet toegestaan tijdens een transport met justitiabelen onderweg te stoppen voor het kopen, verkrijgen of nuttigen van consumpties of versnaperingen ten behoeve van de justitiabele.

2. Voor zover noodzakelijk kan alleen gestopt worden voor het verkrijgen van goederen waarvan het verkrijgen geen uitstel kan dulden.

Artikel 18

Het is de justitiabele tijdens een transport slechts toegestaan gebruik te maken van een toilet in een inrichting of een andere beveiligde locatie.

Hoofdstuk 7. Bijzondere transporten

Artikel 19

Indien dit in verband met de veiligheid van de arts of ander medisch personeel, vluchtgevaar of andere veiligheidsbelangen strikt noodzakelijk is, kan de directeur van de Dienst Vervoer en Ondersteuning van de Dienst Justitiële Inrichtingen namens de directeur van de inrichting van waaruit de justitiabele vervoerd wordt voor een medisch onderzoek, beslissen dat een medisch onderzoek buiten de inrichting in het bijzijn van een medewerker, belast met de beveiliging, geschiedt.

Artikel 20

Indien het op medische gronden noodzakelijk is en de transportaanvrager daartoe een verzoek indient, kan de transportuitvoerder toestemming geven voor het vervoeren van de justitiabele tijdens het transport onder begeleiding van een verpleegkundige of andere ambtenaar of medewerker.

Artikel 21

Indien door de fysieke of psychische toestand van de justitiabele bijzondere maatregelen zijn vereist, treft de transportuitvoerder de nodige voorzieningen.

Artikel 22

1. De transportgeleider houdt te allen tijde het toezicht op de justitiabele tijdens een sociaal transport.

2. De transportgeleider kan het sociale transport afbreken indien de justitiabele zich niet houdt aan de voorwaarden die blijkens de transportaanvraag aan het verlof zijn verbonden of indien de veiligheid van het transport niet meer gewaarborgd kan worden.

Hoofdstuk 8. Rapportageverplichtingen

Artikel 23

Wanneer zich tijdens het transport bijzonderheden, aangaande de justitiabele, hebben voorgedaan, dan meldt de transportuitvoerder dit aan de inrichting.

Artikel 24

1. De transportgeleider draagt zorg voor een transportrapportage van de uitgevoerde transporten.

2.

Rapportage in de transportrapportage wordt in elk geval gedaan naar aanleiding van:

a. a. klachten van justitiabelen of derden; b. b. problemen met (procedures) in inrichtingen het transport betreffende; c. c. gedrag van justitiabelen of andere bijzonderheden van invloed op een verhoging van het transportrisico; d. d. bijzonderheden het voertuig betreffende; e. e. het onderbreken van het transport en de reden daartoe, waaronder in ieder geval een onderbreking als bedoeld in artikel 17, tweede lid; f. f. conflict met medische behandelaar over de aanwezigheid van een transportgeleider bij een onderzoek; g. g. inbeslaggenomen en of aangetroffen goederen; h. h. defecten aan materiaal geconstateerd tijdens het transport; i. i. alle overige zaken of bijzonderheden waarvan de transportuitvoerder in kennis gesteld dient te worden.

Artikel 25

1. In het geval de justitiabele gedurende het transport vernielingen aanricht, maakt de transportgeleider een rapport op ten behoeve van de transportuitvoerder en de transportaanvrager.

2. De transportaanvrager draagt zorg voor verdere afhandeling van de rapportages, bedoeld in het eerste lid.

3. De transportuitvoerder wordt door de transportaanvrager zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de wijze van afhandeling van de rapportages.

Hoofdstuk 9. Slotbepaling

Artikel 26

1. Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2014.

2. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervoer van justitiabelen.