rijk/ministeriele-regeling/regeling-vervolgfuncties-bewindspersonen/BWBR0052299
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling vervolgfuncties bewindspersonen BWBR0052299 ministeriele-regeling geldend 2026-02-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0052299 Regeling vervolgfuncties bewindspersonen

Regeling vervolgfuncties bewindspersonen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

    *adviescollege:* Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers als bedoeld in artikel 1 van de Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers;

    *besluit:*
    Besluit regels vervolgfuncties bewindspersonen;

    *wet:*
    Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen.

Artikel 2

1. Een verzoek om advies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet wordt door de bewindspersoon of gewezen bewindspersoon elektronisch ingediend door op de website van het adviescollege het in de bijlage bij dit artikel vastgestelde formulier in te vullen.

2. Het adviescollege brengt de bewindspersoon of gewezen bewindspersoon schriftelijk op de hoogte van het recht om te worden gehoord, bedoeld in artikel 2, vierde en zesde lid, van de wet.

Artikel 3

1. Een verzoek om advies als bedoeld in de artikelen 3, derde lid, en 4, vierde lid, van de wet wordt schriftelijk door de Minister-President ingediend bij het adviescollege.

2. De bewindspersoon of gewezen bewindspersoon levert ten behoeve van de ontheffing als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet bij de Minister-President de reden voor de gewenste ontheffing aan, alsmede een motivering van waarom een ontheffing wenselijk is.

3. De bewindspersoon of gewezen bewindspersoon levert ten behoeve van de ontheffing als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet bij de Minister-President de reden voor en reikwijdte van de gewenste ontheffing aan, en motiveert daarbij waarom een ontheffing wenselijk is.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen in werking treedt.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervolgfuncties bewindspersonen.

Bijlage . bij

VRAGENFORMULIER Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen

U DIENT DIT FORMULier NAAR WAARHEID en volledig IN TE VULLEN. HET aDVIESCOLLEGE RECHTSPOSITIE POLITIEKE AMBTSDRAGERS BASEERT ZIJN ADVIES OP DE DOOR U VERSTREKTE INFORMATIE

(Alle gegevens uit dit formulier worden zes weken na de aanvraag verwijderd)

Na het ontslag van een bewindspersoon blijft hij of zij vaak nog enige tijd zichtbaar als boegbeeld van het openbaar bestuur. Gedurende een afkoelperiode van twee jaar zijn er daarom wettelijke eisen van toepassing op zijn of haar vervolgloopbaan. Deze eisen beogen te voorkomen dat tijdens of na het politieke ambt onjuist gebruik wordt gemaakt van opgedane kennis en contacten, en dat daardoor een risico op of de indruk van belangenverstrengeling kan ontstaan.

De Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen (de wet) verplicht (voormalige) bewindspersonen die binnen twee jaar na hun ambtsperiode een nieuwe functie willen aannemen, om voorafgaand daaraan advies in te winnen bij het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers. Ook het “draaideurverbod” en het al bestaande “lobbyverbod” zijn formeel in de wet vastgelegd.

Vervolgfuncties en adviezen die daarop betrekking hebben worden openbaar gemaakt in het register op www.adviescollege-rpa.nl, tenzij de functie niet wordt aanvaard.

Een (voormalig) bewindspersoon heeft de verantwoordelijkheid om de geschiktheid van een beoogde vervolgfunctie allereerst zelf af te wegen, waarna er vervolgens advies moet worden gevraagd aan het adviescollege.

In het kader van het aanleveren van gegevens aan het adviescollege, kan de vraag zich voordoen hoe lang in de carrière van de betrokken bewindspersoon moet worden teruggekeken. Dit speelt temeer als een (gewezen) bewindspersoon meerdere ambten als bewindspersoon heeft bekleed in hetzelfde kabinet of in opeenvolgende kabinetten. Met andere woorden: welke periode is relevant voor toetsing door het adviescollege? De wet bepaalt dat de adviesverplichting geldt voor een periode van twee jaar na ontslag als bewindspersoon (afkoelperiode). Uitgangspunt is het ambt dat betrokkene op dat moment achter laat. Bij het aanleveren van gegevens aan het adviescollege dient in elk geval de gehele ambtsperiode van betrokkene in ogenschouw te worden genomen, ongeacht of die de volledige duur van het kabinet heeft bestreken dan wel korter. Indien bijvoorbeeld een bewindspersoon vier jaar lang Minister van Justitie en Veiligheid is geweest en hij binnen twee jaar na ontslag een bepaalde vervolgfunctie ambieert, dient hij voor wat betreft het aanleveren van gegevens aan het adviescollege terug te kijken over de gehele vier jaar. Indien zijn ministerschap als Minister van Justitie en Veiligheid korter heeft geduurd, bijvoorbeeld één jaar, en hij in de periode daarvoor een ander ambt als bewindspersoon heeft bekleed, dient hij de relevante gegevens uit die ambtsperiode ook bij het adviescollege aan te leveren, indien er nog geen twee jaar zijn verstreken (afkoelperiode) na ontslag uit dat vorige ambt. Daarbij maakt het dus geen verschil of het andere ambt binnen hetzelfde kabinet of een voorgaand kabinet is bekleed. Indien er wel twee jaar zijn verstreken na ontslag, hoeft met betrekking tot een voorgaand ambt geen informatie te worden aangeleverd. Naast gegevens met betrekking tot voormalige ministerie(s) gaat het ook om beleidsterreinen van andere ministerie(s) waarop de (gewezen) bewindspersoon intensief en meer dan incidenteel betrokken is geweest.

Het adviescollege brengt advies uit aan de hand van de criteria die in de wet zijn opgenomen. Hieronder ziet u een aantal aandachtspunten die het adviescollege hanteert bij de invulling van deze criteria. Deze kunnen u helpen bij uw afweging en bij het beantwoorden van vragen 5 en 6.

Belangenverstrengeling (of de indruk daarvan) kan bijvoorbeeld ontstaan in de volgende situaties:

Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier: Ziet u gelet op de hierboven geschetste situaties een mogelijk risico op (de indruk van) belangenverstrengeling bij de beoogde vervolgfunctie?

Gewezen bewindspersonen moeten vertrouwelijke informatie die ze tijdens hun ambtsperiode hebben gekregen beschermen, zelfs na de afkoelperiode. Het college beoordeelt het risico dat vertrouwelijke informatie, bewust of onbewust, toch zou kunnen worden gebruikt in de nieuwe functie, bijvoorbeeld wanneer deze functie nauw samenhangt met de werkzaamheden in het vorige ambt.

Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier:

Het draaideurverbod houdt tegen dat voormalige bewindspersonen gedurende de tweejarige afkoelperiode in dienst treden bij of een opdracht aanvaarden van hun voormalige ministerie of op een aanpalend beleidsterrein van een ander ministerie. Doel is ook hier het voorkomen van (de indruk van) belangenverstrengeling.

Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier:

Het onderhouden van zakelijke contacten met ambtenaren bij het voormalige ministerie, of bij andere ministeries voor zover er sprake was van beleidsterreinen waarbij u intensief en meer dan incidenteel betrokken bent geweest, kan (de indruk van) belangenverstrengeling veroorzaken. De wet verbiedt gedurende de tweejarige afkoelperiode ieder zakelijk contact met ambtenaren bij het vorige ministerie of op aanpalende beleidsterreinen van andere ministeries.

Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier: