rijk/ministeriele-regeling/regeling-vluchten-militaire-onbemande-luchtvaartuigen/BWBR0011103
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling vluchten militaire onbemande luchtvaartuigen BWBR0011103 ministeriele-regeling geldend 2013-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011103 Regeling vluchten militaire onbemande luchtvaartuigen

Regeling vluchten militaire onbemande luchtvaartuigen

Artikel 1

Deze regeling berust op de artikelen 4 en 20 van het Besluit luchtverkeer 2014.

Artikel 1a

1.

Ten aanzien van vluchten met door de Minister van Defensie ingevolge artikel 5.7 van de Wet luchtvaart aangewezen onbemande luchtvaartuigen, waarvan de totale startmassa meer dan 25 kilogram bedraagt en waarbij door de aard van het luchtvaartuig of het doel van de vlucht niet kan worden voldaan aan paragraaf SERA.2005, paragraaf SERA.3215, paragraaf SERA.5025 en deel 5 van de bijlage bij verordening (EU) nr. 923/2012 en de artikelen 2, eerste lid, 11, 13, 23, eerste lid, en 24 van het Besluit luchtverkeer 2014, gelden de volgende nadere regels:

a. a. de vlucht:

        1°.
        wordt uitgevoerd in een gebied waar het uitoefenen van de burgerluchtvaart is verboden tijdens het gebruik van het gebied ten behoeve van militaire oefeningen;
      
      
        2°.
        wordt afgestemd met eventueel ander militair luchtverkeer;

1°. 1°. wordt uitgevoerd in een gebied waar het uitoefenen van de burgerluchtvaart is verboden tijdens het gebruik van het gebied ten behoeve van militaire oefeningen; 2°. 2°. wordt afgestemd met eventueel ander militair luchtverkeer; b. b. de vlucht buiten het gebied, bedoeld in onderdeel a, wordt afgestemd met de luchtverkeersdienstverlener.

2.

Ten aanzien van vluchten met door de Minister van Defensie ingevolge artikel 5.7 van de Wet luchtvaart aangewezen onbemande luchtvaartuigen voor observatiedoeleinden vanuit de lucht, waarvan de totale startmassa ten hoogste 25 kilogram bedraagt en waarbij door de aard van het luchtvaartuig of het doel van de vlucht niet kan worden voldaan aan paragraaf SERA.2005, paragraaf SERA.3215, paragraaf SERA.3225, paragraaf SERA.5005, onderdeel g, paragraaf SERA.5020, paragraaf SERA.5025, paragraaf SERA.8035 en deel 5 van de bijlage bij verordening (EU) nr. 923/2012 en de artikelen 11, 13, 16, 23, eerste lid, en 24 van het Besluit luchtverkeer 2014, gelden de volgende nadere regels:

a. a. vluchten worden slechts in de volgende gebieden uitgevoerd:

        1°.
        militaire plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden zoals aangegeven in de Regeling luchtverkeersdienstverlening;
      
      
        2°.
        restricted areas, ingesteld op basis van artikel 5.10, tweede lid, Wet luchtvaart;
      
      
        3°.
        tijdelijke gebieden met beperkingen, ingesteld op basis van artikel 9 van het Besluit luchtverkeer 2014;

1°. 1°. militaire plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden zoals aangegeven in de Regeling luchtverkeersdienstverlening; 2°. 2°. restricted areas, ingesteld op basis van artikel 5.10, tweede lid, Wet luchtvaart; 3°. 3°. tijdelijke gebieden met beperkingen, ingesteld op basis van artikel 9 van het Besluit luchtverkeer 2014; b. b. vluchten in het kader van een oefening in gebieden als bedoeld in onderdeel a, onder 3°, zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 150 meter (500 ft) boven de grond of het water; c. c. voorafgaand aan de vlucht wordt per NOTAM bekend gesteld in welk gebied en voor welke duur gebruik wordt gemaakt van het betreffende gebied door het militaire onbemande luchtvaartuig; d. d. de vlucht wordt afgestemd met eventueel ander luchtverkeer in het gebied.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van 1 december 1998, houdende enige voorzieningen met betrekking tot onbemande luchtvaartuigen (Stb. 1998, 674) in werking treedt.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vluchten militaire onbemande luchtvaartuigen.