40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij | BWBR0009819 | ministeriele-regeling | geldend | 1998-09-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009819 | Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij |
Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
2. Voor de toepassing van de artikelen 2 en 3, wordt een individuele voerligbox gelijkgesteld met 2,5 varkenseenheden per jaar en wordt het fokzeugenrecht in aanmerking genomen zoals dit zonder toepassing van artikel 24 van de wet zou gelden.
Artikel 2
Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, van de wet had gedurende de gehele referentieperiode minder individuele voerligboxen dan 57% van het fokzeugenrecht en hield in die periode fokzeugen niet aangebonden.
Artikel 3
1. Voor de toepassing van artikel 24, tweede lid, eerste gedachtestreepje, van de wet is het aantal in groepshuisvesting gehouden fokzeugen gelijk aan 100% van het fokzeugenrecht indien het aantal individuele voerligboxen gedurende de gehele referentieperiode kleiner was dan of gelijk was aan 32% van het fokzeugenrecht en is het aantal in groepshuisvesting gehouden fokzeugen telkens vier procentpunten minder dan 100% van het fokzeugenrecht voor elk procentpunt dat het aantal individuele voerligboxen groter was dan 32% van het fokzeugenrecht.
2. Voorzover artikel 24, tweede lid, eerste gedachtestreepje wordt toegepast ter bepaling van de hoogte van het fokzeugenrecht, wordt in plaats van ’te delen door het varkensrecht’ gelezen: te delen door het fokzeugenrecht.
Artikel 4
Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, wordt het fokzeugenrecht niet in aanmerking genomen voorzover het is vergroot ingevolge toepassing van de artikelen 9, tweede lid, en 10, tweede lid, van de wet en de voor dit vergrote recht benodigde stalruimte op 10 juli 1997 nog niet was gerealiseerd.
Artikel 5
Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder b, van de wet was gedurende de gehele referentieperiode bij het Productschap voor Vee en Vlees geregistreerd als houder van scharrelvarkens overeenkomstig de bepalingen van de PVV-regeling scharrelvarkens en voldeed gedurende die gehele periode aan de in die regeling neergelegde en ook overigens in dit verband door het productschap gestelde voorwaarden.
Artikel 6
Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder c, van de wet voldeed gedurende de gehele referentieperiode aan elk van de volgende voorwaarden:
a. a. het bedrijf was geregistreerd bij de SKAL of aangesloten bij een vergelijkbare organisatie die zich het toezicht op, en de keuring, controle, beoordeling en certificering van biologische productiemethoden ten doel stelt; b. b. de productiemethoden van het bedrijf stemden ten minste overeen met de door de SKAL opgestelde normen; c. c. het bedrijf stond onder controle van medewerkers van de SKAL of van een vergelijkbare organisatie als bedoeld in onderdeel a.
Artikel 7
1.
Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder d, van de wet beschikte gedurende de gehele referentieperiode over een groen-labelstal blijkens:
a. a. de voor de desbetreffende stal gedurende de referentieperiode geldende milieuvergunning, in samenhang met vóór 10 juli 1997 overeenkomstig artikel 8.19 van de Wet milieubeheer met betrekking tot die stal gedane meldingen, of b. b. de met betrekking tot de desbetreffende stal vóór 10 juli 1997 overeenkomstig artikel 4 van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer of artikel 3 van het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer gedane melding of meldingen, ingeval gedurende de referentieperiode een van deze besluiten op het bedrijf van toepassing was.
2. Voor de toepassing van artikel 24, tweede lid, derde gedachtestreepje, van de wet wordt het aantal varkens dat in een groen-labelstal kan worden gehuisvest bepaald aan de hand van de voor de desbetreffende stal afgegeven milieuvergunning, in samenhang met de vóór 10 juli 1997 overeenkomstig artikel 8.19 van de Wet milieubeheer met betrekking tot die stal gedane meldingen, dan wel aan de hand van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer of het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer in samenhang met de met betrekking tot die stal gedane meldingen overeenkomstig artikel 4, onderscheidenlijk 3 van deze besluiten.
3.
Voor de toepassing van het tweede lid:
a. a. wordt een overeenkomstig artikel 8.19 van de Wet milieubeheer met het oog op een uitbreiding van het aantal te houden varkens gedane melding slechts in aanmerking genomen voorzover deze betrekking heeft op een verandering van de inrichting die overeenkomstig de op het tijdstip van de melding voor de inrichting geldende milieuvergunning kon leiden tot een uitbreiding van het aantal varkens; b. b. worden in de milieuvergunning of in de meldingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde: fokzeugen, kraamzeugen, guste en dragende zeugen aangemerkt als fokzeugen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 1, onder b, bij de wet, vleesvarkens aangemerkt als vleesvarkens als bedoeld in bijlage A, onderdeel 7, bij de wet, en biggen, al dan niet gespeend, buiten beschouwing gelaten, tenzij een groen-labelstal blijkens de daarvoor afgegeven milieuvergunning, onderscheidenlijk de daarop betrekking hebbende meldingen, uitsluitend bestemd is voor de huisvesting van biggen, in welk geval de genoemde biggen worden aangemerkt als biggen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 5, van de wet.
Artikel 8
1.
De melding, bedoeld in artikel 24, derde lid, van de wet gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
a. a. voor bedrijven als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder a, van de wet: een bouwtekening van de stallen waarop de groepshuisvesting voor fokzeugen en de individuele voerligboxen staan aangegeven; b. b. voor bedrijven als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder b, van de wet: een afschrift van de overeenkomst tussen het bedrijf en het Productschap voor Vee en Vlees inzake toepassing van de algemene voorwaarden van de PVV-regeling scharrelvarkens; c. c. voor bedrijven als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder c, van de wet: de bescheiden waaruit blijkt dat het bedrijf is aangesloten bij een in artikel 5, onder a, genoemde organisatie; d. d. voor bedrijven als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder d, van de wet: een afschrift van de milieuvergunning alsmede van alle meldingen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b met de daarbij behorende bouwtekeningen van de groen-labelstallen.
2. Overeenkomstig artikel 24, derde lid, van de wet aangemelde bedrijven verschaffen op verzoek van het Bureau Heffingen aanvullende gegevens binnen een door het Bureau Heffingen te stellen termijn.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1998.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij.