rijk/ministeriele-regeling/regeling-vordering-contante-waarde-periodieke-verstrekkingen-wao-en-wet-wia/BWBR0011500
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling vordering contante waarde periodieke verstrekkingen WAO en Wet WIA BWBR0011500 ministeriele-regeling geldend 2000-07-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011500 Regeling vordering contante waarde periodieke verstrekkingen WAO en Wet WIA

Regeling vordering contante waarde periodieke verstrekkingen WAO en Wet WIA

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; b. b. Wet WIA: de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; c. c. de contante waarde: de contante waarde van de periodieke verstrekkingen, bedoeld in artikel 90, tweede lid, van de WAO en artikel 99, tweede lid, van de Wet WIA; d. d. de loondervingsuitkering: de loondervingsuitkering, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de WAO, de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet WIA en de loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet WIA; e. e. de vervolguitkering: de vervolguitkering, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de WAO

  • en de loonaanvullingsuitkering, bedoeld in artikel 61, vierde lid, van de Wet WIA; f. f. de uitkering: de loondervingsuitkering en de vervolguitkering tezamen.

Artikel 2

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan in overeenstemming met de tot schadevergoeding verplichte derde eerst tot vordering van de contante waarde overgaan, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van oordeel is dat ten aanzien van de verzekerde met betrekking tot de mate van zijn arbeidsongeschiktheid een geconsolideerde toestand is ingetreden.

Artikel 3

De contante waarde wordt berekend op basis van de formule:

òf, indien de factor L gelijk is aan de factor r:

waarbij:

A = de contante waarde;

m = het aantal maanden waarover de uitkering maximaal zal kunnen worden verstrekt;

m_L = het aantal maanden waarover de loondervingsuitkering maximaal zal kunnen worden verstrekt;

c = een correctie op de periode waarover de uitkering wordt verstrekt, op grond van de kans op overlijden en op grond van zogenoemde individuele omstandigheden;

c_L = een correctie op de periode waarover de loondervingsuitkering wordt verstrekt, op grond van de kans op overlijden en op grond van zogenoemde individuele omstandigheden;

U_V = het bedrag van de vervolguitkering per maand en de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering met dien verstand dat bij de bepaling van de contante waarde van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 6 van de WAO, deze factor op 0 wordt gesteld;

U_L = het bedrag van de loondervingsuitkering per maand en de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering;

L = het gemiddeld stijgingspercentage van het dagloon, bedoeld in artikel 14 van de WAO of artikel 13 van de Wet WIA, over een periode van een maand;

r = het interestpercentage per maand.

Artikel 4

1.

De factor U_V, bedoeld in artikel 3, wordt als volgt berekend:

a. a. de som van de vervolguitkering per dag wordt verhoogd met de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering op de dag voorafgaande aan het tijdstip van de vaststelling van de contante waarde; b. b. het onder a verkregen bedrag wordt voor de herleiding op maandbasis vermenigvuldigd met de factor 21,75.

2.

De factor U_L, bedoeld in artikel 3, wordt als volgt berekend:

a. a. de som van de loondervingsuitkering per dag wordt verhoogd met de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering op de dag voorafgaande aan het tijdstip van de vaststelling van de contante waarde; b. b. het onder a verkregen bedrag wordt voor de herleiding op maandbasis vermenigvuldigd met de factor 21,75.

3. De factor m, bedoeld in artikel 3, is gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen het tijdstip waarop de vervolguitkering van de verzekerde zou worden beëindigd wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet en het begin van de periode waarover wordt afgekocht.

4. De factor mL, bedoeld in artikel 3, is gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen het tijdstip waarop de loondervingsuitkering van de verzekerde zou worden beëindigd wegens de afloop van de in artikel 21a van de WAO of artikel 59 of 127, eerste lid, van de Wet WIA bedoelde periode en het begin van de periode waarover wordt afgekocht.

5. De factor c en de factor cL, bedoeld in artikel 3, worden per geval door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de tot schadevergoeding verplichte derde in onderling overleg vastgesteld, onverminderd de bevoegdheid van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om met assuradeuren of groepen van assuradeuren hieromtrent gezamenlijke regelingen te treffen.

6. De factor L, bedoeld in artikel 3, wordt jaarlijks in de maand december vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de duur van het volgende boekjaar, waarbij het gemiddelde stijgingspercentage per maand wordt berekend over de aan de maand december voorafgaande periode van vier jaar.

7. De factor r, bedoeld in artikel 3, wordt jaarlijks in de maand december vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de duur van het volgende boekjaar en is gelijk aan het gemiddeld effectief rendement over de voorafgaande maand november van de vijf staatsleningen met de langste gemiddeld resterende looptijd waarvan publicatie geschiedt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De factor r wordt voor deze formule herleid naar maanden.

Artikel 5

Bij de toepassing van deze regeling worden de factor (1-c)m en de factor (1-c_L)m_L afgerond op een decimaal achter de komma en wel zodanig, dat bij een tweede decimaal van vijf of meer een afronding naar boven plaatsvindt en dat overige tweede decimalen niet in aanmerking worden genomen.

Artikel 6

De factor

wordt afgerond op zes decimalen achter de komma en wel zodanig dat bij een zevende decimaal van vijf of meer een afronding naar boven plaatsvindt en dat overige zevende decimalen niet in aanmerking worden genomen.

Artikel 7

De regeling van de Minister van Sociale Zaken van 29 december 1980, nr. 56453, houdende regels met betrekking tot vordering van de contante waarde van de periodieke uitkeringen (Stcrt. 253) wordt ingetrokken.

Artikel 8

Op vorderingen als bedoeld in artikel 2, waartoe voor de dag van inwerkingtreding van deze regeling voor het eerst is overgegaan, is de regeling van de Minister van Sociale Zaken van 29 december 1980, nr. 56453, houdende regels met betrekking tot vordering van de contante waarde van de periodieke uitkeringen (Stcrt. 253), zoals die luidde voor de dag van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vordering contante waarde van periodieke verstrekkingen WAO en Wet WIA.