rijk/ministeriele-regeling/regeling-vrijstelling-machtiging-zendinrichtingen-niet-ingezetenen/BWBR0004456
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling vrijstelling machtiging zendinrichtingen niet-ingezetenen BWBR0004456 ministeriele-regeling geldend 1989-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004456 Regeling vrijstelling machtiging zendinrichtingen niet-ingezetenen

Regeling vrijstelling machtiging zendinrichtingen niet-ingezetenen

Hoofdstuk I. Landmobiele radiocommunicatie

Artikel 1

Een niet-ingezetene, die tijdelijk in Nederland verblijft en in een van de landen van de Conference Européenne des Administrations des Postes et des Télécommunications (CEPT) is gemachtigd om een zendinrichting bestemd voor landmobiele radiocommunicatie, niet zijnde een zendinrichting voor satellietcommunicatie dan wel een zendinrichting voor algemene radiocommunicatie in de 27 MHz-band, te gebruiken, is vrijgesteld van het vereiste van een machtiging voor de aanleg en aanwezigheid van deze inrichting voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2.

Artikel 2

1. De zendinrichting mag niet worden ingeschakeld of gebruikt.

2. De in het land van machtigingenuitgifte afgegeven machtigingsbescheiden, dienen op eerste aanzegging van een toezichthouder te worden getoond.

Hoofdstuk Ia. Landmobiele satellietcommunicatie

Artikel 2a

Een niet-ingezetene die tijdelijk in Nederland verblijft en in één van de landen van de CEPT overeenkomstig de Recommandatie T/R 21-07 is gemachtigd voor het aanwezig hebben en gebruiken van een zendinrichting, bestemd voor landmobiele communicatie door middel van satellietverbindingen, is vrijgesteld van het vereiste van een machtiging voor de aanleg, de aanwezigheid en het gebruik van deze inrichting voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2b.

Artikel 2b

1. De zendinrichting mag uitsluitend worden gebruikt voor zakelijk berichtenverkeer.

2.

Het in het land van machtigingsuitgifte afgegeven machtigingsbewijs conform het in CEPT-verband overeengekomen model dient op eerste aanzegging van een toezichthouder te worden getoond.

Artikel 2c

In afwijking van het bepaalde in artikel 2a is een niet-ingezetene, die tijdelijk in Nederland verblijft en in een van de landen van de CEPT overeenkomstig de Recommandatie T/R 2109 is gemachtigd voor het aanwezig hebben en gebruiken van een zendinrichting, bestemd voor landmobiele satelliet-communicatie, vrijgesteld van het vereiste van een machtiging voor de aanleg, de aanwezigheid en het gebruik van de zendinrichting, voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2d.

Artikel 2d

De toezichthouder dient op eerste aanzegging door een niet-ingezetene in de gelegenheid te worden gesteld na te gaan of op de zendinrichting overeenkomstig de in artikel 2c genoemde recommandatie het in die recommandatie beschreven keurmerk is aangebracht.

Hoofdstuk II. Radiozendamateurs

Artikel 3

Een niet-ingezetene die tijdelijk in Nederland verblijft en in overeenstemming met de Recommandatie T/R 6101 van CEPT gemachtigd is tot het aanwezig hebben en gebruiken van een zendinrichting bestemd voor het doen van onderzoekingen is vrijgesteld van het vereiste van een machtiging voor de aanleg, de aanwezigheid en het gebruik van deze inrichting voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 4 en 5.

Artikel 4

1. De niet-ingezetene die is gemachtigd in overeenstemming met de in het voorgaande artikel genoemde recommandatie voor de Klasse I dient zich te houden aan de in Nederland voor de amateurzendmachtiging in de categorie A vastgestelde voorschriften en beperkingen.

2. De niet-ingezetene die is gemachtigd in overeenstemming met de in het voorgaande artikel genoemde recommandatie voor de Klasse II dient zich te houden aan de in Nederland voor de amateurzendmachtiging in de categorie C vastgestelde voorschriften en beperkingen.

Artikel 5

1. De niet-ingezetene dient tijdens de uitzending de hem toegewezen roepletters vooraf te laten gaan door de aanduiding PA/.

2. De niet-ingezetene dient de aan hem afgegeven machtigingsbescheiden op eerste aanzegging van een toezichthouder te tonen.

Artikel 6

Een niet-ingezetene die tijdelijk in Nederland verblijft en in België is gemachtigd voor het aanwezig hebben en gebruiken van een zendinrichting bestemd voor het doen van onderzoekingen in de sectie A als bedoeld in het Belgisch ministerieel besluit betreffende het aanleggen en het doen werken van radio-elektrische stations door radio-amateurs (Belgisch Staatsblad 19 december 1986), is vrijgesteld van het vereiste van een machtiging voor de aanwezigheid en het gebruik van deze inrichting voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 7.

Artikel 7

1. De in Nederland voor amateurzendmachtigingen in de categorie D vastgestelde voorschriften dienen te worden nageleefd, met dien verstande dat tijdens de uitzending de aanduiding PA/ vooraf dient te gaan aan de in België toegewezen roepletters.

2. De in België afgegeven machtigingsbescheiden dienen op eerste aanzegging van een toezichthouder te worden getoond.

Hoofdstuk III. Algemene radiocommunicatie (Citizen band)

Artikel 8

Een niet-ingezetene die tijdelijk in Nederland verblijft en in een van de landen van de CEPT is gemachtigd voor het aanwezig hebben en gebruiken van een zendinrichting bestemd voor algemene radiocommunicatie in de 27 MHz-band (Citizen Band), is vrijgesteld van het vereiste van een machtiging voor de aanleg, de aanwezigheid en het gebruik van deze inrichting voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 9.

Artikel 9

De zendinrichting dient te zijn voorzien van een vanwege de bevoegde autoriteiten aangebracht keurmerk met een van de navolgende aanduidingen:

a. a. CEPT-PR 27 aangevuld met het in de CEPT-Recommandatie T/R 2009 vastgestelde symbool van het land waar de zendinrichting is toegelaten; b. b. PR27D-FM en het bijbehorende toelatingsnummer van de Bondsrepubliek Duitsland; c. c. PR27A; d. d. PR 27 GB.

Hoofdstuk IV. Radiocommunicatie ten behoeve van bijstandsverlening bij het bestrijden van rampen en ongevallen

Artikel 10

Aan leden van hulpverleningsdiensten uit het buitenland, die in het kader van daartoe door Nederland afgesloten internationale overeenkomsten op Nederlands grondgebied bijstand verlenen bij het bestrijden van rampen en ongevallen, wordt vrijstelling verleend van het vereiste van een machtiging voor de aanleg, de aanwezigheid en het gebruik van de door hen meegevoerde zendinrichtingen, voorzover wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 11.

Artikel 11

1. De meegevoerde zendinrichtingen dienen in overeenstemming te zijn met de in het land van herkomst geldende technische en administratieve voorschriften.

2. De in het land van herkomst afgegeven machtigingsbescheiden dienen op eerste aanzegging van een toezichthouder te worden getoond.

3. De houder van de zendinrichting dient met betrekking tot het gebruik van de zendinrichtingen en de te gebruiken frequentie de aanwijzingen op te volgen die door het voor de bestrijding van een ramp en het ongeval bevoegde gezag worden gegeven.

Hoofdstuk V. Slotbepaling

Artikel 12

1. Het Besluit vrijstelling aanwezig hebben zend-ontvanginrichtingen niet-ingezetenen van 22 augustus 1985 en het Besluit vrijstelling CEPT-radiozendamateurs van 27 juli 1986 worden ingetrokken.

2.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de inwerkingtreding van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en kan worden aangehaald als:

Regeling vrijstelling machtiging zendinrichtingen niet-ingezetenen.