rijk/ministeriele-regeling/regeling-windenergie-op-zee-2016/BWBR0038221
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling windenergie op zee 2016 BWBR0038221 ministeriele-regeling geldend 2016-09-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0038221 Regeling windenergie op zee 2016

Regeling windenergie op zee 2016

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besluit: Besluit stimulering duurzame energieproductie;
  • kavel: kavel als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee;
  • kavel III: kavel III van het windenergiegebied Borssele zoals aangewezen in Kavelbesluit III windenergiegebied Borssele (Stcrt. 2016, 14523);
  • kavel IV: kavel IV van het windenergiegebied Borssele zoals aangewezen in Kavelbesluit IV windenergiegebied Borssele (Stcrt. 2016, 14545);
  • kavelbesluit: kavelbesluit als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee;
  • minister: Minister van Economische Zaken;
  • netto P50-waarde vollasturen: het aantal vollasturen, waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;
  • nominaal vermogen: maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en dat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continu gebruik;
  • windenergiegebied Borssele: windenergiegebied Borssele, aangewezen in het nationaal waterplan, bedoeld in artikel 4.1 van de Waterwet, zoals vastgesteld voor de periode 2016 tot en met 2021.

Paragraaf 2. Windenergie op zee

Artikel 2

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee die is gelegen op kavel III of kavel IV.

Artikel 3

Het nominale vermogen van de productie-installatie, bedoeld in artikel 2, bedraagt:

a. a. voor kavel III tenminste 331 MW verminderd met het aantal MW van de windmolen met het minste vermogen in de desbetreffende productie-installatie, en ten hoogste 360 MW. b. b. voor kavel IV tenminste 351 MW verminderd met het aantal MW van de windmolen met het minste vermogen in de desbetreffende productie-installatie, en ten hoogste 380 MW.

Artikel 4

1. Aanvragen om subsidie worden ontvangen in de periode van de dag na de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot 29 september 2016, 17:00 uur.

2. Per aanvrager kan in de periode, genoemd in het eerste lid, ten hoogste één niet-gecombineerde aanvraag per kavel en één gecombineerde aanvraag voor beide kavels worden ingediend.

Artikel 5

1.

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

a. a. uit de financiële onderbouwing, bedoeld in artikel 56, tweede lid, onderdeel e, van het besluit blijkt dat de omvang van het eigen vermogen van de aanvrager kleiner is dan 10% van de totale investeringskosten voor de desbetreffende productie-installatie of, in geval van een gecombineerde aanvraag, voor beide productie-installaties tezamen; b. b. niet tijdig een aanvraag is ingediend als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet windenergie op zee; c. c. de aanvraag niet voldoet aan de criteria, gesteld bij of krachtens artikel 14, eerste lid, onderdeel d of f, of tweede lid van de Wet windenergie op zee.

2. Indien een aanvrager meerdere aanvragen voor een kavel indient, beslist de minister afwijzend op alle aanvragen van die aanvrager voor de desbetreffende kavel. Indien een aanvrager meerdere gecombineerde aanvragen indient, beslist de minister afwijzend op alle gecombineerde aanvragen van die aanvrager.

3.

Op verzoek van de aanvrager wordt voor het bepalen van de omvang van het eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, meegerekend:

a. a. indien de aanvrager een samenwerkingsverband is, de eigen vermogens van de deelnemers aan het samenwerkingsverband; b. b. indien de subsidie-aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een dochteronderneming is, het overige eigen vermogen van de moederonderneming indien de moederonderneming daar schriftelijk mee instemt.

4. Voor de bepaling van de omvang van het eigen vermogen overeenkomstig het derde lid, wordt het eigen vermogen van een deelnemer aan een samenwerkingsverband of van een moederonderneming meegerekend in het eigen vermogen van ten hoogste twee subsidie-aanvragers. Indien het eigen vermogen van dezelfde entiteit op grond van het derde lid voor de aanvragen van meer dan twee subsidie-aanvragers zou worden meegerekend, wordt dat eigen vermogen bij alle aanvragen buiten beschouwing gelaten.

Artikel 6

1. Het subsidieplafond bedraagt € 2.400.000.000 voor kavel III en € 2.600.000.000 voor kavel IV.

2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

3. De criteria voor rangschikking, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit zijn niet van toepassing.

4. De aanvragen worden gerangschikt per kavel op basis van het tenderbedrag voor die kavel.

5. Een gecombineerde aanvraag komt slechts in aanmerking voor subsidie indien de aanvraag in de rangschikking van beide kavels ten minste even hoog is gerangschikt als de hoogst gerangschikte niet-gecombineerde aanvraag.

6. Indien meerdere gecombineerde aanvragen in de rangschikking van beide kavels hoger worden gerangschikt dan de hoogst gerangschikte niet-gecombineerde aanvraag, wordt de onderlinge rangschikking van deze gecombineerde aanvragen gebaseerd op het gewogen gemiddelde tenderbedrag per kWh van de desbetreffende aanvragen, waarbij het tenderbedrag voor kavel III 33/68^e deel meeweegt en het tenderbedrag voor kavel IV 35/68^e.

7. Indien in de rangschikking van beide kavels een niet-gecombineerde aanvraag van dezelfde aanvrager het hoogst wordt gerangschikt en de omvang van het eigen vermogen van die aanvrager kleiner is dan 10% van de totale investeringskosten voor beide productie-installaties tezamen, komt van deze aanvrager slechts de aanvraag met het laagste tenderbedrag per kWh in aanmerking voor subsidie. Indien het tenderbedrag van beide aanvragen gelijk is stelt de minister door middel van loting vast welke van beide aanvragen in aanmerking komt voor subsidie.

8. Indien voor een kavel meerdere aanvragen als hoogst zijn gerangschikt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.

9. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie aan meer dan één producent per kavel subsidie zou worden verstrekt.

Artikel 7

Het tenderbedrag bedraagt ten hoogste € 0,11975 per kWh.

Artikel 8

Indien de minister aan de aanvrager van een gecombineerde aanvraag subsidie verstrekt, verstrekt de minister per kavel die onderdeel is van de gecombineerde aanvraag een beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 9

1. De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-ontvanger overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bijlage.

2. De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie-ontvanger binnen vier weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening aantoont dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de overeenkomst opgenomen in de bijlage is afgegeven.

3. Indien niet tijdig aan de voorwaarde, bedoeld in het eerste of tweede lid, is voldaan wordt subsidie voor de desbetreffende kavel verleend voor de eerstvolgende aanvraag in de rangschikking.

Artikel 10

1. De subsidie wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2. Productie-installaties als bedoeld in artikel 2 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 6, derde lid, van het besluit.

3. Productie-installaties als bedoeld in artikel 2 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 23, derde en vierde lid, van het besluit.

Artikel 11

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie in gebruik binnen 5 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 12

1. De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het besluit bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2 € 0,03 per kWh.

2. Het maximale aantal vollasturen, bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van het besluit voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2 is gelijk aan de netto P50-waarde vollasturen die is opgenomen in de aanvraag.

Artikel 13

1. Voor de vaststelling van de correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor 2016 wordt voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 mei 2014 tot en met 30 april 2015 gehanteerd.

2.

De correcties op het tenderbedrag ten behoeve van de voorschotverlening worden voor 2016 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,037681 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de waarde van de garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

Paragraaf 3. Slotbepalingen

Artikel 14

Wijzigt de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 september 2016.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling windenergie op zee 2016.

Bijlage . behorende bij

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van de Regeling windenergie op zee 2016

  1. De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken,;

en

  1. ......... ......., gevestigd te ......... (hierna te noemen: Ondernemer);

..................................................

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

Partijen komen daartoe het volgende overeen: