rijk/ministeriele-regeling/regeling-zakgeld-jeugdigen/BWBR0012740
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling zakgeld jeugdigen BWBR0012740 ministeriele-regeling geldend 2001-09-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012740 Regeling zakgeld jeugdigen

Regeling zakgeld jeugdigen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Aan jeugdigen die in een inrichting verblijven wordt zakgeld verstrekt, met inachtneming van het navolgende.

Artikel 3

1. Het zakgeld bedraagt 1,26 euro per dag.

2. Het zakgeld wordt jaarlijks per 1 januari aangepast aan het bedrag aan zakgeld dat is opgenomen in de normprijzen, die de Dienst Justitiële Inrichtingen jaarlijks vaststelt voor de justitiële jeugdinrichtingen.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 4, wordt het zakgeld door de directeur tenminste eenmaal per maand aan de jeugdige verstrekt door overmaking op zijn rekening-courant bij de inrichting.

Artikel 4

1. De directeur kan bepalen dat een deel van het aan de jeugdige toegekende zakgeld onder zijn bewaring blijft ter aanwending van de jeugdige tijdens zijn verblijf in de inrichting, of ter uitkering bij het einde van het verblijf van de jeugdige in de inrichting. De uitkering bij het einde van het verblijf geschiedt aan de jeugdige of diens wettelijke vertegenwoordiger.

2. Indien de jeugdige naar een andere inrichting wordt overgeplaatst, worden de in het eerste lid bedoelde gelden overgemaakt aan die inrichting.

Artikel 5

1. Het zakgeld kan - tot ten hoogste het zakgeld van zeven dagen - worden aangewend tot vergoeding van schade die het gevolg is van een onrechtmatige daad van de jeugdige.

2. Voor zover niet anders is bepaald in deze regeling en behoudens het bepaalde in artikel 55, eerste lid, onder e, van de wet zijn aanspraken op zakgeld onvervreemdbaar.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling zakgeld jeugdigen.

Artikel 7

Wijzigt deze regeling.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001.