40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regels voor toepassing Wet brutering overhevelingstoeslag lonen | BWBR0011806 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0011806 | Regels voor toepassing Wet brutering overhevelingstoeslag lonen |
Regels voor toepassing Wet brutering overhevelingstoeslag lonen
Artikel 1
Voor een goede toepassing van artikel 6, derde lid, van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen wordt:
a. a. het ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onderdeel a, b onderscheidenlijk c, van de Algemene Ouderdomswet vermenigvuldigd met 0,829934, 0,855633 onderscheidenlijk 0,856203; b. b. de toeslag, bedoeld in artikel 9, negende lid, van de Algemene Ouderdomswet vastgesteld met inachtneming van de desbetreffende in onderdeel a genoemde vermenigvuldigingsfactor; c. c. de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29, zesde lid, onderdeel a, b, c onderscheidenlijk d, van de Algemene Ouderdomswet vermenigvuldigd met 1,043508, 1,043528, 1,043738 onderscheidenlijk 1,043508.
Artikel 2
1.
Voor een goede toepassing van artikel 6, derde lid, van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen wordt:
a. a. de uitkering, bedoeld in artikel 17, eerste en tweede lid, en bedoeld in artikel 29 van de Algemene nabestaandenwet vermenigvuldigd met 0,696922; b. b. de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 31, eerste en derde lid, van de Algemene nabestaandenwet telkenmale vermenigvuldigd met 0,794319.
2.
In afwijking van het eerste lid worden:
a. a. indien recht bestaat zowel op de uitkering, bedoeld in artikel 17, eerste lid, als bedoeld in artikel 25 van de Algemene nabestaandenwet, beide uitkeringen vermenigvuldigd met 0,726440; b. b. indien recht bestaat zowel op de uitkering, bedoeld in artikel 17, tweede lid, als bedoeld in artikel 25 van de Algemene nabestaandenwet, beide uitkeringen vermenigvuldigd met 0,726440; c. c. indien recht bestaat op zowel de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 31, eerste lid, als bedoeld in het tweede lid van de Algemene nabestaandenwet, beide uitkeringen vermenigvuldigd met 0,794249.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.