40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Reisregeling buitenland politie | BWBR0007702 | ministeriele-regeling | geldend | 1995-12-23 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007702 | Reisregeling buitenland politie |
Reisregeling buitenland politie
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Paragraaf 2. Vergoedingen wegens reiskosten
Artikel 2
1. Als reiskosten per openbaar vervoer, per boot en per vliegtuig worden vergoed de kosten die blijkens overlegde bewijsstukken in verband met de dienstreis zijn gemaakt voor het gebruik van daartoe door het bevoegd gezag aangewezen vervoermiddelen.
2. De ambtenaar die tijdens een dienstreis gebruik maakt van vervoer per trein, is gerechtigd om in de eerste klasse te reizen. Indien gebruik wordt gemaakt van een ander openbaar vervoermiddel, een boot of een vliegtuig, bepaalt het bevoegd gezag in welke vervoerklasse mag worden gereisd.
3. Voor zover het dienstbelang dan wel de reisomstandigheden naar het oordeel van het bevoegd gezag daartoe aanleiding geven, worden toeslagen voor bijzondere treinen, kosten voor plaatsreservering in treinen en kosten voor het gebruik van een slaapwagen alsmede extra kosten voor bagage als reiskosten vergoed.
4.
De volgende kosten worden eveneens als reiskosten vergoed:
a. a. kosten van het vervoer van het station, de haven of het vliegveld van aankomst naar de plaats van bestemming op de heenreis en op de terugreis; b. b. kosten voor luchthavenrechten; c. c. kosten voor een kruier.
Artikel 3
Indien voor een binnen Nederland verlopend gedeelte van de dienstreis dat aansluit op een reisgedeelte per openbaar vervoer, vliegtuig of boot gebruik wordt gemaakt van een eigen motorvoertuig, wordt daarvoor een vergoeding verleend volgens artikel 3 van de Reisregeling binnenland politie.
Artikel 4
Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag het dienstbelang ermee is gebaat dat tijdens een dienstreis gebruik wordt gemaakt van een gehuurd vervoermiddel, worden de aan dat gebruik verbonden kosten vergoed.
Artikel 5
Het bevoegd gezag kan bij een dienstreis van lange duur aan de ambtenaar toestemming verlenen voor één of meer bezoeken van korte duur naar zijn woonplaats terug te keren. De reiskosten die blijkens overlegde bewijsstukken voor een bezoekreis zijn gemaakt, worden slechts vergoed indien in overeenstemming met het bevoegd gezag gebruik is gemaakt van een openbaar vervoermiddel, een vliegtuig of een boot, naar de laagste klasse. Voor een bezoekreis is het vierde lid van artikel 2 van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 3. Vergoedingen wegens verblijfkosten
Artikel 6
1.
Voor de berekening van de vergoeding voor verblijfskosten wordt uitgegaan van de in de bijlage I bij deze regeling opgenomen tarieflijst voor de verschillende gebieden waarin wordt gereisd, met dien verstande dat:
a. a. voor een binnen Nederland verlopend gedeelte van een dienstreis van vier uur of langer, de artikelen 7 en 8 van de Reisregeling binnenland politie overeenkomstig worden toegepast; b. b. indien bij reizen door verschillende gebieden buiten Nederland tijdens een of meer reisgedeelten geen uitgaven voor logies of maaltijden behoeven te worden gemaakt, deze gedeelten kunnen worden bijgevoegd bij een volgend of voorafgaand reisgedeelte in welk geval het daarvoor alsdan geldende tarief kan worden toegepast.
2.
De vergoeding voor verblijfskosten bestaat uit:
a. a. een vergoeding voor kleine uitgaven (urencomponent) ter grootte van 1,5 procent van het bedrag voor overige kosten opgenomen in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst, voor ieder uur dat de dienstreis duurt; b. b. een vergoeding van de werkelijk gemaakte logieskosten (logiescomponent) tot maximaal per overnachting het daarvoor opgenomen bedrag in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst, met dien verstande dat, indien niet een bewijsstuk kan worden overlegd waaruit blijkt dat logieskosten zijn gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid, een bedrag wordt vergoed van € 11,34 per overnachting tot een maximum van vier overnachtingen per dienstreis; c. c. een ontbijtvergoeding ter grootte van 12 procent van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in het eerste lid bedoelde tarieflijst voor iedere periode van 6.00 uur tot 8.00 uur die binnen de dienstreis valt; d. d. een lunchvergoeding (lunchcomponent) ter grootte van 20 procent van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst, voor iedere periode van 12.00 uur tot 14.00 uur die binnen de dienstreis valt; e. e. een dinervergoeding (dinercomponent) ter grootte van 32 procent van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst voor iedere periode van 18.00 tot 20.00 uur die binnen de dienstreis valt.
3. De aanspraak op de in het tweede lid onder c, d, en e bedoelde vergoedingen bestaat slechts voor zover voor het verkrijgen van een ontbijt, lunch respectievelijk diner kosten zijn gemaakt.
4. Indien een bewijsstuk van kosten voor logies en ontbijt wordt overlegd waaruit niet duidelijk blijkt welk deel van de kosten voor logies en welk deel van de kosten voor ontbijt zijn gemaakt, worden de op het bewijsstuk vermelde kosten vergoed, voor zover deze niet meer bedragen dan de som van de vergoedingen genoemd in het tweede lid, onder b en c.
5. Dit artikel geldt niet ten aanzien van verblijfkosten waarvoor onder toepassing van artikel 9 in een vergoeding wordt voorzien.
Artikel 7
1.
Geen aanspraak op vergoeding voor verblijfskosten bestaat:
a. a. voor een reisgedeelte in Nederland van korter dan vier uur; b. b. voor een reisgedeelte per vliegtuig; c. c. voor een bezoekreis als bedoeld in artikel 5 met uitzondering van die delen van de reis die verband houden met het afleggen van het traject van de tijdelijke verblijfplaats naar woonplaats.
2. Aan de ambtenaar die tijdens de dienstreis overnachting van overheidswege ontvangt en daarvoor kosten maakt, worden deze kosten vergoed. In geval van de verstrekking van overheidswege geen gebruik is gemaakt, bestaat geen aanspraak op vergoeding.
3. Geen aanspraak op vergoeding voor maaltijden bestaat indien tijdens een dienstreis gelegenheid bestaat al dan niet tegen betaling maaltijden van overheidswege te ontvangen, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij daarvan geen gebruik heeft kunnen maken.
4.
Onder de overnachting van overheidswege bedoeld in het tweede lid en maaltijden van overheidswege bedoeld in het derde lid worden verstaan:
overnachtingen en maaltijden verstrekt vanwege het Rijk of een ander Nederlands publiekrechtelijk lichaam of semi-publiekrechtelijk lichaam.
Paragraaf 4. Ziekte, ongeval, verlies of beschadiging bagage.
Artikel 8
Indien de ambtenaar aantoont dat hij tijdens een dienstreis tengevolge van ziekte of van een ongeval kosten heeft moeten maken, kan het bevoegd gezag hiervoor een vergoeding vaststellen voor zover deze kosten ten laste van de ambtenaar blijven.
Behalve bij betrekkelijk geringe schade kan een dergelijke vergoeding van aangetoonde kosten, tot een bedrag van maximaal € 2.268,90 per dienstreis, eveneens worden vastgesteld in geval van verlies, diefstal of beschadiging van voor de dienstreis meegenomen noodzakelijke bagage.
Paragraaf 5. Verblijfkosten bij tewerkstelling elders
Artikel 9
Indien de ambtenaar een dienstreis maakt van langer dan zestig dagen vanwege het tijdelijk verrichten van werkzaamheden in of vanuit één bepaalde plaats buiten Nederland bestaat de vergoeding voor verblijfskosten die verband houden met de tijdelijke vestiging in of in de omgeving van die plaats in ieder geval met ingang van de éénenzestigste dag, of zoveel eerder als daartoe naar oordeel van het bevoegd gezag aanleiding is, uit:
a. a. de helft van de in artikel 6, tweede lid, onder a, c, d en e bedoelde vergoedingen voor gemaakte kosten voor respectievelijk kleine uitgaven, ontbijt, lunch en diner; b. b. een vergoeding voor de werkelijk gemaakte huisvestingskosten tot ten hoogste het in artikel 6, tweede lid, onder b, bedoelde logiescomponent.
Paragraaf 6. Bijzondere kleding en uitrusting
Artikel 10
De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 13, vierde lid, van het besluit bedraagt de helft van de naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk gemaakte kosten van aanschaf van kleding en uitrusting. Per kalenderjaar kan de tegemoetkoming maximaal € 453,78, waarvan € 226,89 voor gebieden met tropische warmte en € 226,89 voor gebieden met polaire koude. Een aantal van deze gebieden worden met de daarbij behorende periodes in de bij dit besluit gevoegde bijlage II genoemd.
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 11
Indien in verband met de dienstreis kosten moeten worden gemaakt waarvan op grond van de overige bepalingen van deze regeling in het geheel niet in een vergoeding wordt voorzien, kan het bevoegd gezag voor zover het daartoe aanleiding ziet, een afzonderlijke vergoeding voor die kosten vaststellen.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Reisregeling buitenland politie.