rijk/ministeriele-regeling/restauratieregeling-monumenten-2010-en-2011/BWBR0027825
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Restauratieregeling monumenten 2010 en 2011 BWBR0027825 ministeriele-regeling geldend 2010-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027825 Restauratieregeling monumenten 2010 en 2011

Restauratieregeling monumenten 2010 en 2011

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Algemene wet bestuursrecht: Awb;
  • Besluit: Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten;
  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • restauratie: verrichten van die werkzaamheden, de normale instandhouding te boven gaand, die voor het herstel van een beschermd monument noodzakelijk zijn.

Artikel 2

1. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Awb.

2. In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Awb, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 3

Onverminderd artikel 4:35 van de Awb verstrekt de minister op grond van deze regeling in ieder geval geen subsidie:

a. a. voor zover in de subsidiabele kosten subsidie is verstrekt op grond van een andere rijkssubsidieregeling, b. b. voor zover bij schade de subsidiabele kosten op grond van een verzekering worden gedekt of op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht dan wel anderszins niet ten laste van de aanvrager komen; of c. c. voor archeologische monumenten.

Hoofdstuk 2. Restauratiesubsidie voor herbestemming en grote projecten

Paragraaf 2.1. Algemeen

Artikel 4

1.

De minister kan op aanvraag aan de eigenaar van een beschermd monument subsidie verstrekken ten behoeve van de restauratie van dat monument:

a. a. dat een nieuwe functie krijgt of waarvan de functie na leegstand wordt hersteld, en waarvan de subsidiabele kosten ten minste € 500.000 bedragen; of b. b. waarvan de subsidiabele kosten ten minste € 2 miljoen bedragen.

2. Indien de subsidiabele kosten meer dan € 5 miljoen bedragen, stelt de minister de subsidiabele kosten vast op ten hoogste € 5 miljoen.

Artikel 5

Subsidie op grond van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd door:

a. a. eigenaren van andere beschermde monumenten dan woonhuizen en dan boerderijen zonder agrarische functie; b. b. aangewezen organisaties voor monumentenbehoud; c. c. provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen die zijn ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen; en d. d. eigenaren van woonhuizen en van boerderijen zonder agrarische functie die deel uitmaken van een complex, tenzij dat comple× als zodanig tot de categorie woonhuizen of boerderijen zonder agrarische functie behoort.

Artikel 6

Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4 is een bedrag van € 30 miljoen beschikbaar.

Artikel 7

1. De restauratie wordt uiterlijk 31 december 2011 aangevangen.

2. De minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid.

Artikel 8

Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen als bedoeld in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten Brim 2010, opgenomen als bijlage bij de Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten, met dien verstande dat:

a. a. kosten uitsluitend subsidiabel zijn voor zover de werkzaamheden:

      1°.
      strekken tot restauratie van het monument en zijn monumentale waarden;
    
    
      2°.
      sober en doelmatig zijn;
    
    
      3°.
      technisch noodzakelijk zijn; en
    
    
      4°.
      zijn gericht op maximaal behoud van aanwezige monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies;

1°. 1°. strekken tot restauratie van het monument en zijn monumentale waarden; 2°. 2°. sober en doelmatig zijn; 3°. 3°. technisch noodzakelijk zijn; en 4°. 4°. zijn gericht op maximaal behoud van aanwezige monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies; b. b. kosten voor werkzaamheden gericht op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade subsidiabel zijn; c. c. kosten voor werkzaamheden gericht op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen subsidiabel zijn; d. d. kosten voor werkzaamheden gericht op reconstructie niet subsidiabel zijn, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van de minister ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn; e. e. kosten voor werkzaamheden die voortvloeien uit veranderd gebruik, alsmede kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op comfortverbetering niet subsidiabel zijn; en f. f. kosten voor werkzaamheden voor zover die reeds aangevangen of voltooid zijn voor de subsidieverlening niet subsidiabel zijn.

Artikel 9

De subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten.

Paragraaf 2.2. Aanvraag

Artikel 10

1. Subsidie als bedoeld in artikel 4 wordt per beschermd monument op aanvraag verleend.

2.

Bij een aanvraag om subsidie wordt gebruik gemaakt van een door of namens de minister vast te stellen aanvraagformulier en de aanvraag gaat vergezeld van een:

a. a. restauratieplan; b. b. actueel inspectierapport; c. c. actuele begroting die gespecificeerd is in hoeveelheden, manuren, materialen, stelposten en onderaannemers; en d. d. voor zover sprake is van herbestemming, een bouwhistorische verkenning.

Artikel 11

Het restauratieplan bestaat uit:

a. a. een beschrijving van de technische staat van het monument, waarbij de gebreken van het monument nauwkeurig zijn vermeld; b. b. overzichts- en detailfotos die een duidelijke indruk geven van het monument en zijn gebreken; c. c. tekeningen van de bestaande toestand van het monument en tekeningen waarop de voorgenomen restauratiewerkzaamheden of wijzigingen van het monument staan aangegeven; d. d. een op de onder a bedoelde beschrijving gebaseerd bestek of werkomschrijving waaruit duidelijk zijn af te lezen de aard en omvang van de uit te voeren werkzaamheden, de daarbij toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren alsmede de wijze van uitvoering of verwerking daarvan; en e. e. in voorkomend geval rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, decoratieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten ten aanzien van het monument.

Artikel 12

1. Een aanvraag om subsidie wordt na 30 september 2010 en uiterlijk op 30 april 2011 ingediend.

2. Een aanvraag die voor 1 oktober 2010 wordt ontvangen, wordt geacht ingediend te zijn op 1 oktober 2010.

Paragraaf 2.3. Verlening

Artikel 13

1. De minister verleent ten hoogste ten behoeve van vier beschermde monumenten per provincie subsidie als bedoeld in artikel 4.

2. Indien reeds ten behoeve van vier monumenten in een provincie subsidie als bedoeld in artikel 4 is verleend, worden volgende aanvragen ten behoeve van monumenten in die provincie afgewezen.

Artikel 14

1. De minister verdeelt de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 6, in volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gekregen de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvullende informatie is ontvangen met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

2. Indien meerdere aanvragen op een bepaalde dag worden ontvangen, en verlening van subsidie aan deze aanvragen leidt tot overschrijding van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 6, of tot overschrijding van het aantal beschermde monumenten per provincie, bedoeld in artikel 13, wordt op deze aanvragen in volgorde van subsidiabele kosten beslist, waarbij een aanvraag met lagere subsidiabele kosten voorrang heeft.

3. Indien na beslissing op de aanvragen ingediend op of voor 30 april 2011 niet het gehele bedrag, bedoeld in artikel 6, is verleend, kan de minister subsidie verlenen ten behoeve van meer dan vier beschermde monumenten per provincie. Op de verdeling van de resterende middelen zijn het eerste en tweede lid van toepassing.

4. Voor het resterende budget, bedoeld in het derde lid, komen slechts de op of voor 30 april 2011 ingediende aanvragen in aanmerking. Voor zover een aanvraag reeds op grond van artikel 13, tweede lid, is afgewezen, wordt deze voor de toepassing van het derde lid geacht opnieuw ingediend te zijn en geldt hiervoor de datum van ontvangst, bedoeld in het eerste lid. De minister verleent binnen dertien weken na 30 april 2011 subsidie aan de aanvragers die in aanmerking komen voor het resterend budget.

Artikel 15

1. De minister beslist binnen dertien weken op een aanvraag.

2. Het besluit tot subsidieverlening vermeldt de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt verleend, het subsidiebedrag en het tijdstip waarop de werkzaamheden uiterlijk zijn afgerond.

Paragraaf 2.4. Bevoorschotting en verplichtingen

Artikel 16

De minister verleent voorschotten waarvan de hoogte en de termijnen in het besluit tot subsidieverlening worden vermeld.

Artikel 17

De artikelen 23 tot en met 30 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat instandhoudingsplan wordt gelezen als: restauratieplan.

Paragraaf 2.5. Vaststelling

Artikel 18

1. De subsidieontvanger dient binnen 22 weken na het tijdstip waarop de restauratie moet zijn afgerond, bedoeld in artikel 15, tweede lid, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

2. De aanvraag gaat vergezeld van een prestatieverklaring en een financieel verslag.

Artikel 19

1. Aan de hand van de prestatieverklaring toont de subsidieontvanger aan dat de restauratiewerkzaamheden waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

2. De minister kan voor de prestatieverklaring een model vaststellen.

3. De inrichting van de prestatieverklaring komt overeen met de inrichting van het restauratieplan.

4. De prestatieverklaring bevat, voor zover van toepassing, een toelichting op verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en de beoogde resultaten, vermeld in het restauratieplan, en de feitelijke realisatie.

Artikel 20

1. Artikel 4:76 van de Awb is van overeenkomstige toepassing op het financieel verslag.

2. De minister kan voor het financieel verslag een model vaststellen.

3. Indien de minister hierom verzoekt, gaat het financieel verslag vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

4. In de verklaring, bedoeld in het derde lid, verklaart de accountant dat de bedragen in het financieel verslag juist zijn en doet hij tevens een uitspraak over de naleving door de subsidieontvanger van de in het controleprotocol genoemde voorschriften.

5. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant zijn onderzoek inricht overeenkomstig een door de minister vast te stellen controleprotocol.

6. De minister kan de subsidieontvanger verplichten de desbetreffende originele rekeningen en betalingsbewijzen te overleggen.

Artikel 21

De minister beslist binnen 22 weken op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Hoofdstuk 3. Restauratiesubsidie voor aangewezen organisaties voor monumentenbehoud

Artikel 22

De minister kan aan de aangewezen organisaties voor monumentenbehoud, genoemd in artikel 23, subsidie verstrekken ten behoeve van de restauratie van één of meerdere beschermde monumenten.

Artikel 23

Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 22 is een bedrag beschikbaar voor:

a. a. Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van industrieel erfgoed B.V.: € 1.649.000; b. b. NV Bergkwartier Maatschappij tot Stadsherstel: € 1.649.000; c. c. Rijnlandse Molenstichting: € 367.500; d. d. Stadsherstel Amsterdam N.V.: € 1.649.000; e. e. Stichting Alde Fryske Tsjerken: € 175.000; f. f. Stichting De Fryske Mole: € 189.000; g. g. Stichting De Utrechtse Molens: € 757.200; h. h. Stichting Het Drentse Landschap: € 1.014.000; i. i. Stichting Het Geldersch Landschap en Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen: € 1.099.000; j. j. Stichting Het Utrechts Monumentenfonds: € 734.200; k. k. Stichting Monumentenbehoud Dongeradeel: € 94.000; l. l. Stichting Oude Groninger Kerken: € 749.200; m. m. Stichting Restauratie Rijksmonumenten Groningen: € 110.300; n. n. Stichting tot Instandhouding van Molens in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden: € 1.064.900; o. o. Stichting Twickel: € 203.500; p. p. Stichting Werelderfgoed Kinderdijk: € 769.200; q. q. Stichting Wijnhuisfonds: € 287.000; r. r. Utrechtse Maatschappij tot Stadsherstel N.V.: € 450.000; s. s. Vereniging Hendrick de Keyser: € 1.649.000; en t. t. Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland: € 1.340.000.

Artikel 24

Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onderdeel f niet van toepassing is op kosten voor werkzaamheden die op of na 1 januari 2010 zijn uitgevoerd.

Artikel 25

1. Een aangewezen organisatie voor monumentenbehoud dient een aanvraag in voor subsidie op grond van artikel 22.

2.

Bij een aanvraag om subsidie wordt gebruik gemaakt van een door of namens de minister vast te stellen aanvraagformulier, waarin in ieder geval worden vermeld:

a. a. de monumentnummers en adresgegevens van de te restaureren beschermde monumenten; en b. b. een raming van de subsidiabele kosten voor restauratie per beschermd monument.

3. Artikel 12 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 26

1. De artikelen 15 tot en met 21 zijn van overeenkomstige toepassing op subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat de prestatieverklaring een verantwoording bevat van de uitgevoerde restauratiewerkzaamheden per beschermd monument en dat de subsidieontvanger aantoont dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

2. Indien het verleende subsidiebedrag minder bedraagt dan € 125.000, gaat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie alleen vergezeld van een prestatieverklaring.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 27

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2010.

Artikel 28

Deze regeling wordt aangehaald als: Restauratieregeling monumenten 2010 en 2011.