rijk/ministeriele-regeling/rijksregeling-subsidiering-niet-curatieve-geslachtsziektenbestrijding-kruiswerk/BWBR0003445
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Rijksregeling, subsidiering niet-curatieve geslachtsziektenbestrijding kruiswerk BWBR0003445 ministeriele-regeling geldend 1981-10-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0003445 Rijksregeling, subsidiering niet-curatieve geslachtsziektenbestrijding kruiswerk

Rijksregeling, subsidiering niet-curatieve geslachtsziektenbestrijding kruiswerk

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Aan een instelling kan onder de voorwaarden, vermeld in deze regeling, subsidie worden verleend.

Hoofdstuk II. Werkzaamheden

Artikel 3

Uit de statuten van de instelling moet blijken dat tot de taken van de sociaal-medische dienst op het terrein van de niet curatieve geslachtsziektenbestrijding behoren:

a. a. de bemiddeling bij bron- en contact opsporing; b. b. individuele begeleiding van cliënten bij wie een geslachtsziekte door een arts is vastgesteld; c. c. het geven van voorlichting.

Artikel 4

Het werkgebied van de instelling wordt door de instelling vastgesteld na overleg met de inspecteur(s). Het besluit tot vaststelling van het werkgebied behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Minister.

Hoofdstuk III. Medewerkers

Artikel 5

1. Bij de instelling zijn een of meer sociaalverpleegkundigen voor de geslachtsziektenbestrijding, hierna s.v.g. te noemen, belast met de in artikel 3 genoemde taken.

2. De Minister stelt na overleg met de instelling de subsidiabele formatie van s.v.g. 'en vast.

Artikel 6

1.

De s.v.g. dient, behoudens in gevallen waarin de Minister krachtens artikel 20 anders bepaalt, in het bezit te zijn van:

  • het diploma A verpleegkundige of het diploma ziekenverpleging en het diploma M.G.Z. of de wijkaantekening, of
  • het diploma H.B.O.V., of
  • het diploma M.B.O.V. Indien betrokkene het M.B.O.V.-diploma bezit dient tevens twee jaar werkervaring in de maatschappelijke gezondheidszorg te zijn opgedaan.

2. Aan een s.v.g. met H.B.O.V. -dan wel M.B.O.V. -diploma zal gedurende de periode van aanvang van werkzaamheden voldoende begeleiding dienen te worden geboden

Artikel 7

De instelling treft maatregelen, opdat geneeskundig onderzoek op tuberculose der ademhalingsorganen van de s.v.g. geschiedt volgens de richtlijnen van de hoofdinspecteur.

Artikel 8

De leiding van de niet-curatieve geslachtsziektenbestrijding berust bij een arts van de in artikel 1, onder d. bedoelde dienst voor welke taak echter geen subsidie wordt verleend.

Hoofdstuk IV. Bepalingen betreffende de subsidie

Artikel 9

1. Het subsidie bedraagt 100% van de werkelijke kosten voortvloeiende uit de formatie, bedoeld in artikel 5, voor zover deze niet uitstijgen boven het in de begroting van de instelling vastgestelde arbeidskostenbudget, verhoogd met een opslag voor overige kosten, inclusief administratieve assistentie, welke opslag 40% bedraagt van het deel van het arbeidskostenbudget dat op grond van het maximumbedrag van de schaal districtsverpleegkundige zonder kaderopleiding (schaal d.v.z.) aan de aangestelde s.v.g.'en is toe te rekenen.

2. Het arbeidskostenbudget wordt jaarlijks aangepast met een percentage dat wordt vastgesteld overeenkomstig de desbetreffende norm als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsvoorwaardenontwikkeling gepremieerde en gesubsidieerde sector (Stb. 1985, 695).

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Indien met betrekking tot een s.v.g. subsidie wordt verlangd dient vooraf door tussenkomst van de inspecteur een verzoek om goedkeuring van de aanstelling bij de Minister te worden ingediend onder vermelding van de personalia van betrokkene.

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Salariskosten, verband houdende met vervanging wegens ziekte, komen voor subsidiëring in aanmerking, mits goed keuring voor de vervanging door de Minister is verleend.

Artikel 15

1. Een voorschot wordt gegeven aan de hand van een kwartaalsgewijze in te dienen voorschotaanvraagformulier volgens een door de Minister voorgeschreven model.

2. De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van een in te dienen subsidieaanvraag volgens een door de Minister voorgeschreven model.

Hoofdstuk V. Toezicht en verslaglegging

Artikel 16

1. De instelling legt volgens aanwijzingen van de hoofdinspecteur van elke cliënt niet-nominatieve gegevens vast in zodanige vorm, dat jaarlijks inzicht kan worden verkregen in het aantal bezoekers en de aard van de geleverde diensten.

2. Vóór 1 augustus van elk jaar zendt de instelling een schriftelijk verslag van de werkzaamheden over het afgelopen kalenderjaar door tussenkomst van de inspecteur aan de Minister.

Artikel 17

1. De inspecteur oefent toezicht uit op de werkzaamheden van de instelling.

2. De instelling verleent desgevraagd inzage in de administratie en boekhouding aan de inspecteur of aan de hiertoe door of vanwege de Minister aan te wijzen ambtenaren. De instelling is verplicht de Minister op zijn verzoek alle gewenste inlichtingen te verstrekken, desgevraagd schriftelijk.

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Artikel 18

Op een naar zijn oordeel met voldoende redenen omkleed verzoek van de instelling kan de Minister ontheffing verlenen van de voorwaarden en bepalingen in deze regeling.

Artikel 19

Dit besluit kan worden aangehaald als: 'Rijksregeling, subsidiering niet-curatieve geslachtsziektenbestrijding kruiswerk'.

Artikel 20

Dit besluit met de daarbij behorende toelichting wordt geplaatst in de Nederlandse Staatscourant: het treedt terstond in werking en werkt terug tot 1 januari 1981.

Afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.