40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Sanctieregeling Libanon en Syrië 2007 | BWBR0021556 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-08-27 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0021556 | Sanctieregeling Libanon en Syrië 2007 |
Sanctieregeling Libanon en Syrië 2007
Artikel 1
1. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, en 5 van Verordening (EG) nr. 305/2006 van de Raad van de Europese Unie van 21 februari 2006 tot vaststelling van specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij de moord op de voormalige Libanese premier Rafiq Hariri.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet in gevallen waarin artikel 2, vierde lid, artikel 3, eerste of tweede lid, of artikel 4 van Verordening (EG) nr. 305/2006 van toepassing is.
Artikel 2
1. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1412/2006 van de Raad van de Europese Unie van 25 september 2006 betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon.
2. Het verbod te handelen in strijd met artikel 2 van Verordening 1412/2006 is niet van toepassing in gevallen waarin artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1412/2006 van toepassing is.
Artikel 2a
1. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste lid, en artikel 9 van Verordening (EU) nr. 2021/1275 van de Raad van de Europese Unie van 30 juli 2021 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libanon (PbEU 2021, LI 277).
2. Het verbod te handelen in strijd met artikel 2, eerste lid en tweede lid, van Verordening (EU) nr. 2021/1275, geldt niet in gevallen waarin artikel 3, eerste lid, artikel 4, eerste, tweede of derde lid, artikel 5, eerste lid, artikel 6, eerste lid, of artikel 7 van Verordening (EU) nr. 2021/1275 van toepassing is.
Artikel 3
1. Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen of te leveren aan, door of uit te voeren naar, over te dragen aan, daaronder begrepen over te brengen naar, entiteiten of personen in Libanon, of voor gebruik in Libanon, ongeacht of de goederen afkomstig zijn uit de lidstaten van de Europese Unie.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van wapens en aanverwant materieel of de levering van technische bijstand, financiering en financiële bijstand, diensten als tussenhandelaar en andere diensten in verband met wapens en aanverwant materieel, indien vooraf toestemming is verleend door de bevoegde autoriteit, genoemd in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1412/2006, en:
a. a. de goederen of diensten niet, direct of indirect, worden geleverd of verleend aan een van de milities die volgens de Resoluties 1559 (2004) en 1680 (2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties moeten worden ontwapend, b. b. de transactie is goedgekeurd door de Libanese regering of UNIFIL, en c. c. de goederen of diensten zijn toegestaan door UNIFIL in het kader van haar missie of door de Libanese strijdkrachten.
Artikel 3a
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1412/2006 is, wat betreft de technische bijstand, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en wat betreft de financiering en de financiële bijstand, de Minister van Financiën.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5, eerste lid, artikel 6, eerste lid, artikel 7, eerste lid, en artikel 8, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2021/1275 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2021/1275 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, en 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 305/2006 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard, met dien verstande dat instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, c, e tot en met j en, voor zover het een bank of elektronischgeldinstelling betreft die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) 305/2006 verstrekken aan De Nederlandsche Bank en instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, d, k en, voor zover het een andere instelling betreft dan een bank of elektronischgeldinstelling die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) 305/2006 verstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zijn ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 5 bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken.
5. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, en 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 305/2006 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp\ voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.
Artikel 4
Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Libanon en Syrië 2007.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.