rijk/ministeriele-regeling/scholingsfaciliteitenregeling-ministerie-van-justitie-2001/BWBR0012282
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Scholingsfaciliteitenregeling Ministerie van Justitie 2001 BWBR0012282 ministeriele-regeling geldend 2001-03-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012282 Scholingsfaciliteitenregeling Ministerie van Justitie 2001

Scholingsfaciliteitenregeling Ministerie van Justitie 2001

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De betrokkene die voor scholingsfaciliteiten in aanmerking wenst te komen, dient een aanvraag daartoe voor de aanvang van de studie in bij het bevoegd gezag. Hij laat deze aanvraag vergezeld gaan van de voor de beoordeling door het bevoegd gezag noodzakelijke gegevens en van een schatting van de te maken scholingskosten.

2. Het bevoegd gezag kan, alvorens scholingsfaciliteiten te verlenen, een studieadvies inwinnen. Tenzij een dergelijk advies wordt ingewonnen op uitdrukkelijk verzoek van de betrokkene komen de daaraan verbonden kosten voor rekening van het rijk.

3. Scholingsfaciliteiten worden verleend voor maximaal de normaal te achten duur van de studie. Het bevoegde gezag kan deze termijn verlengen.

4. Verleende scholingsfaciliteiten kunnen - al dan niet tijdelijk - worden ingetrokken indien de betrokkene niet in die mate studeert of vorderingen maakt dat hij in staat kan worden geacht de studie binnen de normaal te achten termijn te voltooien.

5. De intrekking geschiedt niet indien de betrokkene aannemelijk maakt dat deze omstandigheid niet aan hem zelf te wijten is.

Artikel 3

1. Tenzij het belang van een goede dienstuitoefening zich daartegen verzet, kan aan de betrokkene in de periode waarin hij scholing volgt scholingsverlof worden verleend voor ten hoogste een tiende deel van zijn gemiddelde arbeidsduur per week.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan scholingsverlof worden verleend op de dag waarop wordt deelgenomen aan een examen of een tentamen, dat aan het einde van de scholing is gelegen dan wel volgt op een duidelijk afgerond onderdeel van de scholing.

3. Ter voorbereiding op examens of tentamens als bedoeld in het tweede lid kan per studiejaar bovendien scholingsverlof worden verleend voor maximaal de helft van de gemiddelde arbeidsduur per week van de betrokkene.

Artikel 4

1.

Voor een tegemoetkoming tot maximaal 50% komen uitsluitend in aanmerking:

a. a. de noodzakelijk gemaakte reiskosten op basis van het laagste tarief van het gebruikte middel van openbaar vervoer, waarvan redelijkerwijs gebruik gemaakt kan worden, voor zover de ambtenaar voor deze kosten niet reeds uit andere hoofde een vergoeding geniet dan wel de noodzakelijk gemaakte kosten als bedoeld in artikel 8 van het Reisbesluit binnenland indien redelijkerwijs geen gebruik kan worden gemaakt van openbaar vervoer; b. b. de noodzakelijk gemaakte cursus- en lesgelden alsmede de examen- en diplomakosten; c. c. de aanschaffingskosten van het verplicht gestelde studiemateriaal; d. d. de werkelijk gemaakte kosten, welke in verband met het afleggen van een examen noodzakelijkerwijs worden gemaakt voor nachtverblijf en het gebruik van maaltijden, met dien verstande dat de daarvoor in artikel 5 van de Reisregeling binnenland geldende bedragen niet worden overschreden.

2. Een tegemoetkoming in scholingskosten wordt eerst verleend nadat de betrokkene schriftelijk heeft verklaard dat hij bekend is met de verplichting tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling, bedoeld in artikel 5.

Artikel 5

1.

De betrokkene is verplicht tot terugbetaling van de aan hem verleende tegemoetkoming in de scholingskosten:

a. a. bij onvoldoende resultaat in de scholing en bij tussentijds afbreken van de scholing, indien dit aan eigen schuld of toedoen van de betrokkene is te wijten; b. b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing; c. c. bij ontslag binnen een termijn van maximaal drie jaren na het met voldoende resultaat afronden van de scholing, tenzij de betrokkene binnen een maand na zijn ontslag elders in dienst treedt binnen de Rijksdienst of aansluitend aan zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of ouderdomspensioen.

2.

De in het vorige lid bedoelde verplichting tot terugbetaling wordt beperkt:

a. a. in gevallen bedoeld in het eerste lid, onder a en b, tot het bedrag dat is verleend over het tijdvak van drie jaren, voorafgaande aan de datum waarop de desbetreffende omstandigheid zich heeft voorgedaan; b. b. in het geval bedoeld in het eerste lid, onder c, voor elke maand die ontbreekt aan de daarin genoemde termijn, tot 1/36 gedeelte van de scholingskosten per ontbrekende maand.

Artikel 6

In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde in deze regeling.

Paragraaf . Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 7

Het Besluit van 28 april 1997, kenmerk 619776/97/DP&O wordt ingetrokken.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Scholingsfaciliteitenregeling Ministerie van Justitie 2001.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling wordt verder als Bijlage 8.5 opgenomen in het Handboek Algemeen Personeelsbeleid.