rijk/ministeriele-regeling/stimuleringsregeling-e-health-thuis/BWBR0041840
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Stimuleringsregeling E-health Thuis BWBR0041840 ministeriele-regeling geldend 2020-04-06 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041840 Stimuleringsregeling E-health Thuis

Stimuleringsregeling E-health Thuis

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

      *algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV):* Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

      *cliënten:* mensen met een chronische ziekte of beperking, of een groot risico daarop, die thuis wonen;

      *clusterorganisatie:* de rechtspersoon die het innovatiecluster e-health exploiteert, zijnde een aanbieder van ondersteuning of zorg;

      *coronacrisis:* de crisis die zich vanaf de eerste COVID-19-besmetting in Nederland aan het ontwikkelen is als gevolg van de verspreiding van het coronavirus;

      *de-minimisverklaring:* verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening;

      *de-minimisverordening:* verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

      *e-health toepassingen:* digitale toepassingen die de kwaliteit van leven van cliënten verbeteren of mantelzorg vereenvoudigen of ontzorgen;

      *inkoper:* inkoper van ondersteuning of zorg, zijnde een zorgverzekeraar, gemeente of zorgkantoor;

      *innovatiecluster e-health:* een innovatiecluster als bedoeld in artikel 2, onderdeel 92, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, op het gebied van e-health, ten behoeve van het uitvoeren van activiteiten in het kader van deze regeling;

      *mantelzorger:* degene die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

      *Minister:* Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

      *ondersteuning:* maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015);

      *opleidingsactiviteiten e-health:* opleiding als bedoeld in artikel 31, van de algemene groepsvrijstellingsverordening die leidt tot kennisoverdracht op het gebied van e-health toepassingen;

      *penvoerder:* de door het samenwerkingsverband opleidingsactiviteiten e-health aangewezen clusterorganisatie die namens alle deelnemers van het samenwerkingsverband optreedt;

      *professional:* de medewerker die ondersteuning biedt of zorg verleent;

      *samenwerkingsverband opleidingsactiviteiten e-health:* een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, niet zijnde een vennootschap, bestaande uit een clusterorganisatie en andere bij het innovatiecluster e-health betrokken organisaties;

      *zorg:* Wlz-zorg en Zvw-zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

2. Voor de toepassing van artikel 3b wordt onder zorg ook verstaan jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

Artikel 2

1.

Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten ten behoeve van het opschalen en borgen van het gebruik van e-health toepassingen die ondersteuning of zorg aan cliënten thuis faciliteren, zodat zij langer zelfstandig thuis kunnen wonen, door:

a. a. het op grotere schaal toepassen van e-health, uitgedrukt in aantallen cliënten; b. b. het structureel inbedden van het gebruik van e-health toepassingen in de reguliere werkprocessen voor ondersteuning of zorg; en c. c. het organiseren van een duurzame wijze van bekostiging en borging daarvan in inkoop- en contractafspraken.

2. Voor de e-health toepassingen als bedoeld in het eerste lid geldt dat deze al structureel door minimaal 100 cliënten of mantelzorgers in Nederland worden gebruikt. Van deze 100 cliënten of mantelzorgers maken er minimaal 10 cliënten gebruik van ondersteuning of zorg van een aanbieder betrokken bij het innovatiecluster e-health.

3. In afwijking van het tweede lid geldt voor e-health toepassingen die bijdragen aan de continuïteit van ondersteuning of zorg als bedoeld in artikel 3b dat er sprake is van voldoende ambitie in verhouding tot het subsidiebedrag.

Artikel 3

1.

De Minister kan op aanvraag voor maximaal drie jaar subsidie verstrekken aan:

a. a. een clusterorganisatie voor activiteiten van een innovatiecluster e-health; of b. b. een clusterorganisatie voor activiteiten van een innovatiecluster e-health en opleidingsactiviteiten e-health; of c. c. de penvoerder van een samenwerkingsverband opleidingsactiviteiten e-health voor opleidingsactiviteiten e-health van de deelnemers.

2. Een innovatiecluster e-health bestaat uit tenminste één aanbieder en één inkoper van ondersteuning of zorg.

3.

Geen subsidie wordt verstrekt voor e-health toepassingen die primair gericht zijn op:

a. a. het verplaatsen van ziekenhuiszorg naar huis; b. b. de uitwisseling van gegevens.

Artikel 3a

De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een clusterorganisatie voor ondersteuning bij het komen tot een door de clusterorganisatie gedragen visie op het gebruik van e-health en doorvertaling hiervan in een concreet activiteitenplan.

Artikel 3b

1. De Minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten in het kader van de aanschaf, lease en implementatie van e-health toepassingen die bijdragen aan de continuïteit van ondersteuning, zorg of jeugdhulp op afstand voor thuiswonende cliënten ten tijde van de coronacrisis of om de belemmeringen die het gevolg van deze crisis zijn op te heffen.

2. Subsidie wordt verstrekt aan aanbieders van ondersteuning of zorg en jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

3. Geen subsidie wordt verstrekt aan aanvragers die op 31 december 2019 een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, punt 18 van Verordening (EU) nr. 651/2014 waren.

4. Op grond van deze regeling wordt slechts subsidie verstrekt voor activiteiten die worden verricht na 27 februari 2020.

5. De projectperiode bedraagt maximaal 9 maanden.

6. Een activiteit komt slechts eenmaal voor subsidie op grond van onderhavige regeling in aanmerking.

7. Aanbieders, bedoeld in het tweede lid, kunnen maximaal twee keer subsidie als bedoeld in het eerste lid aanvragen.

8. Een tweede aanvraag als bedoeld in het zevende lid komt voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten van de eerste aanvraag zijn afgerond.

9. Subsidie kan worden aangevraagd tot 1 juni 2020.

Artikel 4

Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking:

a. a. voor activiteiten van een innovatiecluster e-health: de kosten als bedoeld in artikel 27, vijfde en achtste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, met dien verstande dat de kosten als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, tot een maximum van 20% van de totale subsidiabele kosten in aanmerking komen; b. b. voor opleidingsactiviteiten e-health: de kosten als bedoeld in artikel 31, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; c. c. voor visievorming e-health: loonkosten en kosten voor het verstrekken van advies en procesbegeleiding door kennisinstellingen of door onafhankelijke adviesorganisaties; d. d. voor e-health toepassingen die bijdragen aan de continuïteit van ondersteuning of zorg als bedoeld in artikel 3b:

      1°.
      de kosten voor de aanschaf van e-health toepassingen;
    
    
      2°.
      de lease- en licentiekosten van e-health toepassingen;
    
    
      3°.
      loonkosten van professionals;
    
    
      4°.
      kosten voor het verstrekken van advies en procesbegeleiding door kennisinstellingen of onafhankelijke adviesorganisaties.

1°. 1°. de kosten voor de aanschaf van e-health toepassingen; 2°. 2°. de lease- en licentiekosten van e-health toepassingen; 3°. 3°. loonkosten van professionals; 4°. 4°. kosten voor het verstrekken van advies en procesbegeleiding door kennisinstellingen of onafhankelijke adviesorganisaties.

Artikel 5

1. Het maximale percentage subsidie voor de activiteiten van een innovatiecluster e-health is 55% van de in aanmerking komende kosten, met inachtneming van artikel 27, zesde en negende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, tot een maximumbedrag subsidie van € 750.000.

2. Het maximale percentage subsidie voor opleidingsactiviteiten e-health is 70% van de in aanmerking komende kosten, met inachtneming van artikel 31, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

3. In afwijking van artikel 10.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is het minimumbedrag subsidie voor een clusterorganisatie voor activiteiten van een innovatiecluster e-health € 50.000. Artikel 10.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op subsidies voor opleidingsactiviteiten e-health en subsidies als bedoeld in artikel 3a.

4. Het maximumbedrag subsidie voor een gezamenlijke subsidieaanvraag voor activiteiten van een innovatiecluster e-health en opleidingsactiviteiten e-health is € 750.000.

5. Het maximumbedrag subsidie voor de ondersteuning bij het komen tot een door de clusterorganisatie gedragen visie op het gebruik van e-health en doorvertaling hiervan in een concreet activiteitenplan is € 20.000.

6. Het subsidiebedrag voor e-health toepassingen die bijdragen aan continuïteit van ondersteuning of zorg als bedoeld in artikel 3b bedraagt maximaal € 50.000, waarvan het percentage subsidie voor de aanschafkosten of de lease- en licentiekosten van e-health toepassingen maximaal 50% van het totale subsidiebedrag bedraagt.

Artikel 6

1. Het subsidieplafond voor 2020 bedraagt € 28.000.000 en voor 2021 € 15.000.000.

2. Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 3b bedraagt € 23.000.000.

3. De Minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 7

1. Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

2. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de subsidieaanvraag vergezeld van een verklaring tot samenwerking ondertekend door tenminste één aanbieder en één inkoper van ondersteuning of zorg.

3. In afwijking van het tweede lid, gaat de aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3a vergezeld van een de-minimisverklaring, een beknopt plan van aanpak dat ingaat op hoe de clusterorganisatie komt tot een gedragen visie op het gebruik van e-health en doorvertaling hiervan in een concreet plan en een offerte indien gebruik is gemaakt van externe inhuur voor advies.

4. De aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3b bedraagt een vast bedrag van € 50.000.

5. Artikel 3.2, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op de aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3b.

6. De Minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie als bedoeld in artikel 3b een voorschot van 100 procent van het bedrag van de verlening, dat direct zal worden uitbetaald.

Artikel 8

De aanvraag voor subsidie, bedoeld in artikel 3 moet in voldoende mate voldoen aan de criteria in de bijlage van deze regeling.

Artikel 9

Een subsidieaanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien:

a. a. niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze regeling en de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; b. b. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten op grond van deze of een andere regeling; c. c. de de verstrekking van een subsidie als bedoeld in artikel 3 niet in overeenstemming is met het bepaalde in de algemene groepsvrijstellingsverordening; d. d. de verstrekking van een subsidie als bedoeld in artikel 3a niet in overeenstemming is met het bepaalde in de de-minimisverordening.

Artikel 10

1.

In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is de subsidieontvanger verplicht:

a. a. de inkoper die genoemd wordt in de verklaring als bedoeld in artikel 7, tweede lid, de hele subsidieperiode te betrekken; b. b. actief deel te nemen aan kennisdeling, onder andere door deelname aan bijeenkomsten en het delen van informatie; c. c. mee te werken aan de monitoring van de voortgang van de beoogde tussen- en eindresultaten zoals opgenomen in de aanvraag.

2. De verplichtingen als bedoeld in het eerste lid zijn niet van toepassing indien de subsidieontvanger subsidie op grond van artikel 3b ontvangt.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2019 en vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op aanvragen die voor 1 januari 2022 zijn ontvangen.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling E-health Thuis.

Bijlage . Beoordelingscriteria behorend bij