rijk/ministeriele-regeling/stimuleringsregeling-innovatie-markt-en-concurrentiekracht/BWBR0008493
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht BWBR0008493 ministeriele-regeling geldend 1997-01-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008493 Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht

Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

2. In deze regeling wordt mede verstaan onder visserij: aquicultuur.

Paragraaf 2. Innovatieprojecten

Artikel 2

1.

De minister kan ter stimulering van het innovatieve vermogen in de landbouw-, de visserij- of de bosbouwsector op aanvraag subsidie verlenen voor innovatieprojecten die:

a. a. zijn gericht op de productie, de be- of verwerking van of de handel in producten uit de landbouw, de visserij of de bosbouw in Nederland en b. b. een duur van ten hoogste drie jaar hebben.

2.

De subsidieverlening wordt geweigerd voor innovatieprojecten:

a. a. met de uitvoering waarvan een aanvang is gemaakt alvorens de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd, of b. b. waarvan de subsidiabele kosten minder dan € 9.075,60 bedragen.

Artikel 3

1. De minister stelt ieder begrotingsjaar of per aanvraagperiode een subsidieplafond vast voor op grond van deze regeling te verlenen subsidies. Hij geeft hiervan kennis in de Staatscourant.

2. De minister voorziet, gezien het advies van de beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 10, derde lid, in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hen geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.

Artikel 4

1.

De minister kan voor een innovatieproject als bedoeld in artikel 2 een subsidie verlenen aan:

a. a. een ondernemer die voor eigen rekening en risico een onderneming drijft of b. b. een geen rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband van ondernemers als bedoeld in onderdeel a die voor gezamenlijke rekening en risico een innovatieproject uitvoeren.

2. De subsidieverlening wordt geweigerd aan ondernemingen die zijn gericht op onderzoek, scholing, opleiding, voorlichting, advies of begeleiding.

Artikel 5

1.

Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:

a. a. de volgende, door de aanvrager aantoonbaar gemaakte en betaalde kosten, voorzover zij noodzakelijk zijn en rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de onderdelen van het project waarop de beschikking tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 11 betrekking heeft:

         loonkosten van het direct bij de uitvoering van het project betrokken personeel, berekend op basis van het brutojaarloon volgens de verzamelloonlijst van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600,
      
      
         de loonkosten van het leidinggevend en toezichthoudend personeel, berekend op de wijze van het eerste streepje, indien de aanvrager minder dan 10 werknemers heeft,
      
      
        de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, gebaseerd op de historische aanschafprijzen, of de aan het project toe te rekenen leasetermijnen, exclusief financieringskosten en winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum 50% van de historische aanschafprijzen of van de in totaal verschuldigde leasetermijnen,
      
      
         kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep,
      
      
        aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep en
      
      
         reis- en verblijfkosten en kosten van deelname aan symposia tot een maximum van 15% van de in het eerste streepje bedoelde loonkosten,
  • loonkosten van het direct bij de uitvoering van het project betrokken personeel, berekend op basis van het brutojaarloon volgens de verzamelloonlijst van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600,
  • de loonkosten van het leidinggevend en toezichthoudend personeel, berekend op de wijze van het eerste streepje, indien de aanvrager minder dan 10 werknemers heeft,
  • de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, gebaseerd op de historische aanschafprijzen, of de aan het project toe te rekenen leasetermijnen, exclusief financieringskosten en winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum 50% van de historische aanschafprijzen of van de in totaal verschuldigde leasetermijnen,
  • kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep,
  • aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep en
  • reis- en verblijfkosten en kosten van deelname aan symposia tot een maximum van 15% van de in het eerste streepje bedoelde loonkosten, b. b. een forfaitaire opslag voor de algemene kosten van 20% van de onder a, aanhef en eerste streepje bedoelde loonkosten, indien de aanvrager 10 of meer werknemers in dienst heeft.

2. Indien de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag geen of minder dan 10 werknemers in dienst heeft, komen de kosten voor de door de aanvrager ten behoeve van het project verrichte arbeid in aanmerking voor een vergoeding van € 18,15 per uur.

3.

Eveneens als subsidiabele kosten worden, tot een maximum van € 11.344,51 in aanmerking genomen de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vijfde streepje, ter voorbereiding van een aanvraag tot subsidieverlening indien:

a. a. de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening minder dan 25 werknemers in dienst heeft en b. b. de aanvraag tot subsidieverlening is gevolgd door een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 11.

4. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde omzetbelasting, indien de aanvrager omzetbelasting niet kan verrekenen met door hem af te dragen omzetbelasting.

Artikel 6

1.

De subsidie bedraagt:

a. a. 50% van de subsidiabele kosten voor het gedeelte tot en met € 907.560,43 en 25% voor het gedeelte boven € 907.560,43; of b. b. 25% van de subsidiabele kosten.

2. De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.134.450,54.

3. Indien voor de subsidiabele kosten of een gedeelte daarvan reeds uit anderen hoofde een subsidie is of zal worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend dat het totale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan 75% van de subsidiabele kosten.

Paragraaf 3. Subsidieverlening

Artikel 7

1. De minister kan per kalenderjaar één of meer aanvraagperioden vaststellen.

2. De minister kan per kalenderjaar of per aanvraagperiode bepalen dat slechts voor bepaalde categorieën innovatie-projecten een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend.

3. De minister kan nader bepalen dat bij de beoordeling, bedoeld in artikel 9, eerste lid, prioriteit wordt gegeven aan bepaalde categorieën innovatieprojecten.

4. De minister maakt de besluiten, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, bekend in de Staatscourant.

Artikel 8

1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij Dienst Regelingen, op een daartoe vastgesteld formulier.

2.

De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:

a. a. in voorkomend geval, het aan het samenwerkingsverband ten grondslag liggende samenwerkingscontract, met daarin in elk geval een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende ondernemingen alsmede van de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de verschillende ondernemingen; b. b. een projectplan, inhoudende een beschrijving van de doelstellingen en achtergronden van het project, de activiteiten, een tijdsplanning van de activiteiten en de wijze van uitvoering, c. c. een begroting van de kosten en een opgave van de financieringswijze van het project en d. d. bewijsstukken dat de aanvrager of, in voorkomend geval, de deelnemers aan het samenwerkingsverband ondernemers zijn als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a.

3. De aanvrager maakt in de aanvraag tot subsidieverlening een keuze tussen onderdeel a en onderdeel b van artikel 6, eerste lid.

Artikel 9

1. Er is onderscheidenlijk zijn een of meer Beoordelingscommissies innovatieprojecten, die tot taak heeft onderscheidenlijk hebben de haar daartoe voorgelegde aanvragen tot subsidieverlening overeenkomstig artikel 10 te beoordelen en hierover advies uit te brengen aan de minister.

2. De beoordelingscommissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten minste drie doch ten hoogste twaalf leden.

3. De minister benoemt op basis van hun specifieke kennis en deskundigheid de voorzitter en de leden van de beoordelingscommissie voor een termijn van drie jaar. Ze zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.

4. De beoordelingscommissie stelt haar werkwijze vast.

5. Het secretariaat wordt gevoerd door door de minister aan te wijzen ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Artikel 10

1.

De beoordelingscommissie beoordeelt in welke mate het innovatieproject:

a. a. een innovatief karakter heeft, b. b. economisch of technisch perspectief heeft op toepassing op praktijkschaal, en c. c. een uitstralingseffect kan hebben voor toepassing door andere ondernemingen.

2. De beoordelingscommissie kan de minister adviseren een aanvraag tot subsidieverlening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.

3.

De beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de innovatieprojecten, advies uit aan de minister in de vorm van een rangschikking van de aanvragen tot subsidieverlening waarover de commissie ingevolge het tweede lid niet afwijzend adviseert, waarbij aanvragen tot subsidieverlening:

a. a. hoger worden gerangschikt naarmate ze naar het oordeel van de beoordelingscommissie meer voldoen aan de in het eerste lid bedoelde criteria en b. b. die in gelijke mate aan de in het eerste lid bedoelde criteria voldoen, hoger worden gerangschikt indien ze voldoen aan de door de minister ingevolge artikel 7, derde lid, vastgestelde prioriteiten.

Artikel 11

De minister geeft de beschikking tot subsidieverlening binnen vier maanden na afloop van de aanvraagperiode waarin de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend. Indien deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

De subsidieverlening kan worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de financiering van het project niet toereikend zal zijn.

Paragraaf 4. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 14

1.

De subsidieontvanger voert het project uit:

a. a. overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft, behoudens goedgekeurde wijzigingen van het project als bedoeld in het tweede lid, b. b. in Nederland, behoudens toestemming van de minister tot gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland en c. c. binnen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode.

2. Wijzigingen in het innovatieprojectplan gedurende de looptijd van het innovatieproject zijn verboden. De minister kan echter aan Dienst Regelingen gemelde wijzigingen van het innovatieprojectplan goedkeuren. Deze goedkeuring wordt niet verleend voorzover het wijzigingen ten aanzien van de doelstelling betreft. De minister deelt de subsidieontvanger mede of en in welke mate de wijziging van het innovatieprojectplan gevolgen heeft voor de verleende subsidie of voor de bij de verlening van de subsidie vastgestelde verplichtingen. De wijziging kan geen verhoging tot gevolg hebben voor het bedrag van de subsidie of het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.

3.

Indien de projectduur langer dan één jaar is, rapporteert de subsidieontvanger halverwege de projectduur in de vorm van een tussenverslag omtrent de voortgang van het project op een door de minister te bepalen wijze. Dit verslag bestaat ten minste uit een beschrijving van:

a. a. de activiteiten die tot dan toe in het kader van het project zijn verricht en b. b. de mate waarin deze activiteiten hebben bijgedragen aan de in het projectplan omschreven doelstellingen.

4. De subsidieontvanger is verplicht de kennis en informatie die met het project worden opgedaan, onmiddellijk na afloop van het project openbaar te maken, tenzij hij in de aanvraag tot subsidieverlening heeft gekozen voor artikel 6, eerste lid, onderdeel b.

5. De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 5, eerste en tweede lid, onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten en de kosten voor eigen arbeid een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording aanwezig is.

Artikel 15

Als toezichthouders worden door de minister ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen.

Paragraaf 5. Subsidievaststelling

Artikel 16

1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen vier maanden na afloop van het project ingediend bij Dienst Regelingen, op een daartoe vastgesteld formulier.

2.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:

a. a. een activiteitenverslag dat bestaat uit een beschrijving van:

        de activiteiten die in het kader van het project zijn verricht,
      
      
        de mate waarin deze activiteiten hebben bijgedragen aan de in het projectplan omschreven doelstellingen,
      
      
        de kennis en informatie die tijdens het project zijn opgedaan en
      
      
        de wijze waarop deze kennis en informatie openbaar is of zal worden gemaakt;
  • de activiteiten die in het kader van het project zijn verricht,
  • de mate waarin deze activiteiten hebben bijgedragen aan de in het projectplan omschreven doelstellingen,
  • de kennis en informatie die tijdens het project zijn opgedaan en
  • de wijze waarop deze kennis en informatie openbaar is of zal worden gemaakt; b. b. een financieel verslag bestaande uit een rekening en een verklaring van een accountant of een accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen.

3. De accountant of accountant-administratieconsulent, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, controleert met inachtneming van het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen controleprotocol.

Artikel 17

De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling

Artikel 18

Vervallen

Paragraaf 6. Intrekking en wijziging subsidieverlening en -vaststelling

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Paragraaf 7. Bevoorschotting, betaling en terugvordering

Artikel 21

1. De minister kan de subsidieontvanger op diens verzoek ten hoogste eenmaal per zes maanden voorschotten verlenen.

2. Het totaal van de verleende voorschotten kan nooit meer bedragen dan 80% van het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.

3. De aanvraag tot de beschikking tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte.

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Vervallen

Artikel 24

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies kunnen terug te vorderen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente over de periode vanaf de uitbetaling tot aan het moment van algehele voldoening.

Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 25

1. De Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie wordt ingetrokken.

2. Aanvragen die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn ingediend op grond van de Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie zullen overeenkomstig laatstgenoemde regeling worden afgehandeld.

Artikel 26

Eén jaar na inwerkingtreding en voorts iedere drie jaar wordt een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.

Artikel 27

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 27a

Deze regeling berust op artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies.

Artikel 28

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht.

Bijlage 1. Controleprotocol als bedoeld in

Bij de controle, op basis waarvan de rapportage, bedoeld in het tweede lid van artikel 16 plaatsvindt, dient aan de naleving van de volgende artikelen op de daarbij aangegeven wijze aandacht te worden besteed.

Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met een diepgang die gebruikelijk is voor het afgeven van een accountantsverklaring bij een verantwoording.

Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle waarbij nadrukkelijk wordt bezien of de desbetreffende voorschriften zijn nageleefd. In dit geval moet verder worden gegaan dan normaal bij een controle van een verantwoording.

Aan de niet genoemde artikelen hoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat, teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten, kennisneming van deze overige artikelen noodzakelijk is.

De minister behoudt zich het recht voor om de Auditdienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een review te laten uitvoeren op de door de accountant van de aanvrager, aan wie de subsidie ingevolge deze regeling is verleend, verrichte werkzaamheden.

Wij hebben de bijgevoegde financiële verantwoording met betrekking tot de beschikking tot subsidieverlening in het kader van de Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht, kenmerk ............ van ................... (naam + zetel) gecontroleerd. Dit onderzoek is verricht in overeenstemming met algemeen aanvaarde controlegrondslagen en met de aanwijzingen die de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in het controleprotocol, behorende bij vorenbedoelde regeling, heeft gegeven met betrekking tot de controle op de naleving van de subsidiebepalingen.

Op grond van dit onderzoek zijn wij van oordeel dat deze verantwoording voldoet aan de voor dit doel eraan te stellen eisen.

Tevens delen wij mede dat de in het controleprotocol genoemde subsidiebepalingen zijn nageleefd.

Plaats en datum:

Handtekening:

Naam accountant:

Naam accountantskantoor:

Adres:

Postcode en woonplaats:

Telefoon: