rijk/ministeriele-regeling/subsidiëring-communautaire-euroform-now-en-horizoninitiatieven/BWBR0005395
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidiëring communautaire Euroform-, Now- en Horizoninitiatieven BWBR0005395 ministeriele-regeling geldend 1992-03-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005395 Subsidiëring communautaire Euroform-, Now- en Horizoninitiatieven

Subsidiëring communautaire Euroform-, Now- en Horizoninitiatieven

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Een natuurlijk of rechtspersoon die een project uitvoert dat past binnen een der EEG-initiatieven Euroform, Now of Horizon (Pb(EG)C327) kan overeenkomstig de navolgende artikelen in aanmerking komen voor subsidie, afkomstig uit het Europees Sociaal Fonds.

2.

Voor subsidie komen in aanmerking:

a. a. transnationale projecten ter bevordering van nieuwe beroepskwalificaties, bekwaamheden en kansen op de arbeidsmarkt, ten behoeve van langdurig werklozen of jongeren en, in bepaalde gebieden van Nederland, voor personen die met werkloosheid worden bedreigd of werkzaam zijn in het midden- en kleinbedrijf (Euroform); b. b. transnationale projecten, gericht op het creëren van gelijke kansen voor vrouwen op het gebied van werkgelegenheid en beroepsopleiding (Now); c. c. transnationale projecten, gericht op het toegankelijk maken van de arbeidsmarkt voor gehandicapten, langdurig werklozen, ongeschoolde jongeren of andere kansarmen op de arbeidsmarkt (Horizon).

3.

Voor de toepassing van deze regeling zijn de volgende middelen ter beschikking gesteld:

a. a. Voor de subsidiëring van Euroformprojecten: f 21.425,814 b. b. Voor de subsidiëring van Now-projecten: f 10.556,785 c. c. Voor de subsidiëring van Horizonprojecten: f 17.082,041

Artikel 3

Een project komt slechts voor subsidiëring in aanmerking:

a. a. indien dit wordt uitgevoerd in de jaren 1992, 1993 en 1994, of een gedeelte van dit tijdvak; b. b. indien dit project voldoet aan de eisen, als vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage I; c. c. indien een overheidsinstelling het project uitvoert, dan wel zich garant heeft gesteld voor de goede uitvoering van het project door het opmaken van een verklaring als bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlage II.

Artikel 4

1. De subsidie-aanvraag wordt voor 1 november 1993 schriftelijk ingediend bij de daartoe door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen projectcoördinator, als vermeld in het bij dit besluit behorende bijlage I.

2. De subsidie-aanvraag dient te worden gesteld op een daartoe door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld formulier.

3. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beslist binnen acht weken na de datum van indiening op de aanvraag.

4. Een subsidie-aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien het aanvraagformulier onvolledig is ingevuld, of indien de vereiste bijlagen ontbreken of onvolledig zijn. Zodra wordt vastgesteld dat dit het geval is, worden het aanvraagformulier en de daarbij gevoegde bijlagen aan de aanvrager teruggezonden, onder vermelding welke gegevens of bijlagen nog ontbreken.

5. De behandeling van aanvragen vindt plaats in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat aanvragen, ingediend binnen vier weken na de vaststelling en bekendmaking van deze subsidieregeling geacht worden op hetzelfde tijdstip te zijn ontvangen.

Artikel 5

1.

De subsidie wordt geweigerd:

a. a. indien niet wordt voldaan aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden; b. b. indien de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de beoogde effecten; c. c. indien onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de uitvoering van het project te maken kosten; d. d. indien, gelet op het totaal der toekenningen die hebben plaatsgevonden, het ter beschikking staande budget, als vermeld in artikel 1, derde lid, zal worden uitgeput.

2. De subsidie kan worden geweigerd, indien dit nodig is om een spreiding van de subsidiëring over verschillende typen projecten te bewerkstelligen.

Artikel 6

1.

Voor subsidie komen in aanmerking de noodzakelijk ten behoeve van de voorbereiding, de uitvoering en het beheer van een project te maken kosten, waaronder onder meer begrepen kunnen worden:

a. a. inkomensvervangende uitkeringen aan cursisten; b. b. kosten van lesmateriaal; c. c. kosten van aan docenten uit te betalen beloningen of vergoedingen; d. d. reis- en verblijfskosten; e. e. kosten van beroepskeuzeadvisering; f. f. administratiekosten.

2. De subsidie bedraagt 45% van de door de projectuitvoerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover die een in de toekenningsbeschikking te bepalen maximum niet te boven gaan.

3. Het maximum, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan het totaal van de voorbereidings-, uitvoerings- en beheerskosten van het project, zoals door de projectuitvoerder geraamd in zijn subsidie-aanvraag, met dien verstande, dat bepaalde, in de toekenningsbeschikking te vermelden, kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden vastgesteld, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht kunnen worden voor de uitvoering van het project.

4. Geen recht op subsidie bestaat voor kosten die uit anderen hoofde worden gesubsidieerd.

Artikel 7

De beslissing en, indien deze geheel of gedeeltelijk afwijzend luidt, de motivering, wordt schriftelijk vastgelegd en door tussenkomst van de projectcoördinator aan de aanvrager toegezonden dan wel uitgereikt.

Artikel 8

1.

Indien subsidie is toegekend worden aan de projectuitvoerder desgevraagd voorschotten verleend, met dien verstande dat:

a. a. het bedrag en het tijdstip van uitbetaling van de voorschotten afhankelijk zullen worden gesteld van de voortgang van het project en de in verband daarmee gedane en te verwachten uitgaven; b. b. het bedrag der voorschotten nooit meer zal bedragen dan 80% van het maximaal toegekende subsidiebedrag; c. c. de voorschotten niet eerder worden verleend, dan nadat de desbetreffende gelden door de Europese Commissie aan Nederland zijn overgemaakt.

2. Voorschotverzoeken dienen door tussenkomst van de projectcoördinator bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te worden ingediend.

Artikel 9

1. De projectuitvoerder zal een inzichtelijke en controleerbare administratie bijhouden met betrekking tot de uitvoering van het project en de in verband daarmee gedane uitgaven. Van alle uitgaven die voor subsidie in aanmerking worden gebracht dienen deugdelijke betaalbewijzen aanwezig te zijn.

2. De projectuitvoerder zal de projectcoördinator en de door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dan wel de Europese Commissie daartoe aangewezen ambtenaren desgevraagd inzge in of informatie uit deze administratie geven.

3. De projectuitvoerder zal de in het tweede lid genoemde personen ook overigens desgevraagd informatie verschaffen over de voortgang van het voor subsidie in aanmerking gebrachte project.

Artikel 10

1. De projectuitvoerder dient binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin het project is beëindigd een verzoek in om definitieve vaststelling van het subsidiebedrag waarop aanspraak bestaat. Bij dit verzoek wordt een declaratie gevoegd van de gemaakte kosten, als bedoeld in artikel 6.

2. Bij de declaratie dient een verklaring van getrouwheid te worden overgelegd van een registeraccountant dan wel, indien de declaratie minder dan f 150 000 bedraagt, een rapport van een accountant-administratieconsulent.

3. De hoogte van het definitieve vastgestelde subsidiebedrag wordt schriftelijk medegedeeld aan de projectuitvoerder.

Artikel 11

1.

De subsidietoekenning kan worden ingetrokken, en de op basis daarvan uitbetaalde bedragen kunnen worden teruggevorderd:

a. a. indien de aanvrager bij zijn aanvraag onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, en de subsidie bij juiste of volledige informatie niet zou zijn toegekend; b. b. in geval het project wordt uitgevoerd in afwijking van de bij de aanvraag gevoegde projectbeschrijving, voor zover de subsidietoekenning daarop was gebaseerd; c. c. indien de projectuitvoerder een der voorschriften, vervat in de artikelen 9, 10 of 12 niet naleeft.

2. Intrekking en terugvordering krachtens het eerste lid, onder b, vindt niet plaats, indien de afwijking vooraf, door tussenkomst van de projectcoördinator, aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is voorgelegd, en deze daarmee schriftelijk heeft ingestemd.

Artikel 12

De projectuitvoerder zal in het jaar 1995 medewerking verlenen aan de opstelling van evaluatierapporten met betrekking tot de EEG-initiatieven Euroform, Now en Horizon, op de wijze zoals nader zal worden bepaald door de projectcoördinator.

Artikel 13

Dit besluit wordt in de Nederlandse Staatscourant bekend gemaakt.

Bijlage I

Bijlage II. Model garantverklaring

Overheidsinstantie die tegenover de Europese Commissie en het ministerie van S.Z.W. garant staat voor de goede uitvoering van het project met hieronder vermeld dossiernummer.

ESF-Dossiernummer:

Naam overheidsinstantie:

Adres:

Contactpersoon:

Telefoon nr.:

Namens de hierboven vermelde overheidsinstantie deel ik u mede garant te staan voor de goede uitvoering van het project met hierboven vermeld ESF-dossiernummer.

Deze garantstelling houdt in dat aansprakelijkheid wordt aanvaard voor de terugbetaling van aan de projectuitvoerder toegekende en uitbetaalde ESF-subsidiegelden, in geval die subsidiegelden in verband met een gebrekkige uitvoering van het project door de minister van SZW dan wel de Europese Commissie kunnen worden teruggevorderd, en de projectuitvoerder, na tot terugbetaling te zijn gemaand, in gebreke blijft.

Naast de garantstelling zal de genoemde overheidsinstantie

Naam bevoegd functionaris:

Functie:

Datum:

Handtekening: