40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidiëring Onderzoekprogramma Kwaliteit van Zorg | BWBR0005647 | ministeriele-regeling | geldend | 1992-10-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0005647 | Subsidiëring Onderzoekprogramma Kwaliteit van Zorg |
Subsidiëring Onderzoekprogramma Kwaliteit van Zorg
Paragraaf I. Doelstelling en wijze van uitvoering
Artikel 1.1
De doelstelling van het onderzoekprogramma is het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek op het terrein van kwaliteit van zorg en het bevorderen van de maatschappelijke en wetenschappelijke verankering van dit onderzoek.
Artikel 1.2
De Staatssecretaris stelt voor de uitvoering van het onderzoekprogramma gedurende 4 jaren jaarlijks uit het door hem ex artikel 39, vijfde lid van de Wet financiering volksverzekering aan te wijzen onderzoekbudget financiële middelen beschikbaar, waarin tevens de kosten van het programmasecretariaat zijn begrepen, zoals vermeld in de brief van 29 juni 1992. (DGVgz/STABO/921146).
Artikel 1.3
NWO delegeert de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van het onderzoekprogramma, conform het door de Staatssecretaris geaccordeerde programmavoorstel, aan het Gebiedsbestuur Medische Wetenschappen, nader aan te duiden als ‘het GB-MW’.
Artikel 1.4
Het GB-MW draagt de coördinatie op aan een programmacommissie Kwaliteit van Zorg-onderzoek, nader aan te duiden als ‘de pc-KWAZO’, waarvan de samenstelling en eventuele wijzigingen daarin de instemming behoeven van de Staatssecretaris. Namens de Staatssecretaris woont een vertegenwoordiger als waarnemer de vergaderingen van de pc-KWAZO bij.
Artikel 1.5
De pc-KWAZO zal het onderzoekveld in meerdere ronden uitnodigen voorstellen in te dienen voor wetenschappelijk onderzoek dat voldoet aan de omschrijvingen die in het programmavoorstel zijn opgenomen. De pc-KWAZO zal deze onderzoekvoorstellen beoordelen aan de hand van de wetenschappelijke en maatschappelijke criteria zoals deze zijn opgenomen in het programmavoorstel. De door de pc-KWAZO per ronde geselecteerde onderzoekvoorstellen worden opgenomen in een bestedingsplan. Het bestedingsplan bevat de volledige beschrijvingen van de geselecteerde onderzoekvoorstellen en een per onderzoekvoorstel en per kalenderjaar gespecificeerde begroting, voorzien van een postgewijze toelichting, een voortgangsverslag van de pc-KWAZO over de voorafgaande periode en zonodig voorstellen tot bijstelling van het geaccordeerde programmavoorstel. Het bestedingsplan behoeft de goedkeuring van het GB-MW.
Artikel 1.6
NWO dient, te beginnen in 1992, vóór het desbetreffende kalenderjaar het bestedingsplan ter goedkeuring bij de Staatssecretaris in.
Artikel 1.7
De Staatssecretaris toetst het bestedingsplan aan het door hem geaccordeerde programmavoorstel en aan de daarvoor beschikbare middelen. Het ingediende bestedingsplan behoeft de schriftelijke goedkeuring van de Staatssecretaris alvorens tot subsidiëring van de daarin opgenomen onderzoekvoorstellen kan worden overgegaan. Deze goedkeuring geschiedt binnen twee maanden na ontvangst van het bestedingsplan.
Artikel 1.8
NWO bevordert dat de door de Staatssecretaris voor het onderzoekprogramma ter beschikking gestelde middelen per jaar volledig worden besteed in het kader van het programma.
Artikel 1.9
NWO vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden tengevolge van het in het kader van het programma uitgevoerde onderzoek en de daarmee samenhangende door NWO (en/of betrokken onderzoekinstellingen) verspreide publikaties.
Paragraaf II. Administratie
Artikel 2.1
NWO voert ten behoeve van het onderzoekprogramma een afzonderlijke administratie, welke, evenals de daarbij behorende bewijsstukken, tenminste gedurende tien jaar wordt bewaard.
Artikel 2.2
De Staatssecretaris kan terzake van de administratie nadere richtlijnen geven.
Paragraaf III. Bevoorschotting
Artikel 3.1
NWO dient jaarlijks vóór 1 november een verzoek om bevoorschotting in ten behoeve van het door de Staatssecretaris geaccordeerde bestedingsplan van het daaropvolgende kalenderjaar. Voor tussentijds door de Staatssecretaris goedgekeurde onderzoekvoorstellen kunnen tussentijds verzoeken om bevoorschotting worden ingediend.
Artikel 3.2
De Staatssecretaris zorgt er voor dat binnen 3 maanden na ontvangst van het verzoek om bevoorschotting een voorschot naar de rekening van NWO wordt overgemaakt.
Paragraaf IV. Verantwoording en vaststelling subsidie
Artikel 4.1
Vóór 1 juni dient NWO de verantwoording van het gerealiseerde bestedingsplan over het voorafgaande kalenderjaar bij de Staatssecretaris in, vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, als bedoeld in de Wet op de Registeraccountants. De verantwoording bestaat uit een subsidiedeclaratie, waarin een confrontatie van begroting en realisatie is verwerkt.
Artikel 4.2
De subsidiedeclaratie gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de bepalingen van deze subsidiebeschikking door NWO, welke door de registeraccountant is opgesteld.
Artikel 4.3
Ter nadere verificatie van de verantwoording kan de Staatssecretaris een onderzoek laten instellen door door hem aangewezen ambtenaren of andere personen. Op hun verzoek verstrekt NWO alle bescheiden en inlichtingen die zij noodzakelijk achten voor een juiste vervulling van hun taak.
Artikel 4.4
Op verzoek van de Algemene Rekenkamer geeft NWO de administratie, bescheiden en inlichtingen betreffende het programma ter inzage aan de Algemene Rekenkamer of aan de door deze laatste aangewezen personen.
Artikel 4.5
Binnen 2 maanden na ontvangst van de verantwoording stelt de Staatssecretaris het subsidie voor het desbetreffende jaar vast en doet daarover schriftelijke mededeling aan NWO. De Staatssecretaris zorgt ervoor dat de eventuele betaling van het restant-subsidie en de verrekening van voorschotten terstond geschiedt.
Artikel 4.6
Indien door of namens NWO of een onderzoekinstelling onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, of indien de in deze bepalingen vervatte voorschriften, of andere voorschriften die de Staatssecretaris aan het verlenen van het subsidie heeft verbonden, niet zijn nageleefd, kan de Staatssecretaris de toezegging wijzigen, danwel intrekken, het verstrekken van voorschotten opschorten, of het subsidie op een lager bedrag vaststellen, dan wanneer de instelling wel aan deze voorschriften had voldaan.
Paragraaf V. Programma-evaluaties
Artikel 5.1
Vóór 1 juli 1994 wordt een tussentijdse evaluatie door NWO bij de Staatssecretaris ingediend, welke is gebaseerd op de in het door de Staatssecretaris geaccordeerde programmavoorstel opgenomen evaluatiecriteria.
Artikel 5.2
Op een nader overeen te komen tijdstip ná 1 juli 1996 laat NWO, na overleg met de Staatssecretaris, een externe eindevaluatie, welke eveneens is gebaseerd op de overeengekomen evaluatiecriteria, verrichten door een onafhankelijke commissie, waarbij rekening zal worden gehouden met de conclusies uit het Experiment inzake de Visitaties in het Gezondheidsonderzoek.
Artikel 5.3
Op basis van de voortgangsverslagen en de tussentijdse evaluatie kan de Staatssecretaris op verzoek van NWO besluiten tot aanpassingen in het programmavoorstel.
Paragraaf VI. Inwerkingtreding
Artikel 6
Deze beschikking, die in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst; zij wordt in afschrift gezonden aan de Algemene Rekenkamer.