rijk/ministeriele-regeling/subsidieplafond-thematische-medefinanciering-2004-2007/BWBR0014818
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieplafond Thematische medefinanciering 2004 - 2007 BWBR0014818 ministeriele-regeling geldend 2003-05-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014818 Subsidieplafond Thematische medefinanciering 2004 - 2007

Subsidieplafond Thematische medefinanciering 2004 - 2007

Artikel

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 3, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (Thematische medefinanciering) geldt voor uitgaven in 2004 een subsidieplafond van € 41.166.000, met dien verstande dat van dat bedrag € 10.000.000 en € 12.000.000 bestemd is voor respectievelijk:

• • activiteiten gericht op ontmijning, en • • organisaties, bedoeld in artikel 2.3.14, derde lid, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (de regeling).

De som van de bedragen die bij meerjarige beschikkingen worden verleend ten behoeve van uitgaven in de jaren 2005, 2006 en 2007 bedraagt ten hoogste € 41.166.000 per jaar.

Het subsidieplafond is niet van toepassing op subsidieverlening door Nederlandse vertegenwoordigingen namens de staatssecretaris of de minister en op subsidieverlening aan organisaties, bedoeld in artikel 2.3.14, tweede lid, van de regeling.

De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats overeenkomstig de maatstaven, neergelegd in hoofdstuk II, Afdeling 3, van de regeling en in het Beleidskader Thematische Medefinanciering (Stcrt. 2003, nr. 55; www.minbuza.nl). Aanvragen waarvan op grond van de gegevens, bedoeld in de artikelen 2.3.12 en 2.3.13 van de regeling aannemelijk is dat zij, vergeleken met de overige aanvragen, de hoogste bijdrage aan het realiseren van de doelstellingen, vermeld in artikel 2.3.1 van de regeling, zullen leveren, komen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 1.1.8, derde lid, onder d, van de regeling.