40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2006 | BWBR0019855 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-05-31 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019855 | Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2006 |
Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2006
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. samenwerkingsverband: verband van twee of meer Nederlandse gemeenten die aan de hand van een regeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dan wel van een schriftelijke verklaring, kunnen aantonen dat zij samenwerken bij het uitvoeren van projecten als bedoeld in deze regeling; b. b. stadsdeel: deel van een Nederlandse gemeente dat bevoegd is tot het zelfstandig voeren van beleid met betrekking tot onderwerpen als bedoeld in deze regeling; c. c. afvalpreventie: het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen of het verminderen van de milieuschadelijkheid daarvan door interne nuttige toepassing of reductie aan de bron; d. d. afvalscheiding: het scheiden en gescheiden houden van afvalstoffen en het gescheiden afgeven daarvan; e. e. sorteeranalyse: onderzoek naar de samenstelling van het huishoudelijk afval uitgevoerd overeenkomstig de handreiking ‘Sorteeranalyses Handreiking voor gemeenten’, opgesteld door SenterNovem, AOO uitgave 2003-15; f. f. nulmeting huishoudelijke afvalstoffen: inventarisatie van gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, volgens de opgave in bijlage I bij deze regeling; g. g. het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen: de beschrijving van feitelijk voorgenomen maatregelen met betrekking tot huishoudelijke afvalstoffen ter bereiking van de in artikel 2, onder a, beschreven doelen, waarin in elk geval de volgende onderdelen zijn uitgewerkt en opgenomen:
1°.
maatregelen, gericht op het optimaliseren van voorzieningen en werkprocessen ten behoeve van afvalscheiding, en die in elk geval betrekking hebben op twee categorieën huishoudelijke afvalstoffen, waarvan één afvalstoffencategorie groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton of grove huishoudelijke afvalstoffen betreft;
2°.
maatregelen, gericht op het realiseren van afvalpreventie;
3°.
communicatiemaatregelen, gericht op gedragsbeïnvloeding van burgers ten behoeve van afvalscheiding en afvalpreventie;
4°.
monitoring, gericht op het systematisch en gedurig verzamelen, bewerken en presenteren van gegevens over de gemeentelijke situatie ten aanzien van huishoudelijk afval;
1°. 1°. maatregelen, gericht op het optimaliseren van voorzieningen en werkprocessen ten behoeve van afvalscheiding, en die in elk geval betrekking hebben op twee categorieën huishoudelijke afvalstoffen, waarvan één afvalstoffencategorie groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton of grove huishoudelijke afvalstoffen betreft; 2°. 2°. maatregelen, gericht op het realiseren van afvalpreventie; 3°. 3°. communicatiemaatregelen, gericht op gedragsbeïnvloeding van burgers ten behoeve van afvalscheiding en afvalpreventie; 4°. 4°. monitoring, gericht op het systematisch en gedurig verzamelen, bewerken en presenteren van gegevens over de gemeentelijke situatie ten aanzien van huishoudelijk afval; h. h. plusproject huishoudelijke afvalstoffen: samenhangend geheel van maatregelen, inhoudende het uitvoeren van een plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen; i. i. nulmeting zwerfafval: inventarisatie van de uitgangssituatie ten aanzien van zwerfafval, volgens de opgave in bijlage II bij deze regeling; j. j. het plan van aanpak zwerfafval: de beschrijving van het beleid en de voorgenomen maatregelen ter bereiking van de in artikel 2, onder b, beschreven doelen en is opgesteld volgens de opgave in bijlage III bij deze regeling; k. k. basisproject zwerfafval: samenhangend geheel van maatregelen, inhoudende het uitvoeren van een nulmeting zwerfafval en, gebaseerd op de resultaten daarvan, het opstellen en vaststellen van beleid ten aanzien van zwerfafval en een plan van aanpak zwerfafval; l. l. plusproject zwerfafval: samenhangend geheel van maatregelen, inhoudende het uitvoeren van een plan van aanpak zwerfafval, waarbij de uit te voeren maatregelen ter invulling zijn van de module monitoring zwerfafval en maximaal drie andere zwerfafvalmodules; m. m. module voorzieningen zwerfafval: samenhangend geheel van maatregelen, gericht op de voorbereiding en uitvoering van de geoptimaliseerde plaatsing van afvalbakken in de openbare ruimte van gemeenten overeenkomstig de leidraad ‘Afvalbakken in de openbare ruimte’, opgesteld door de Stichting Nederland Schoon, CROW en de NVRD, uitgave januari 2005; n. n. module handhaving zwerfafval: samenhangend geheel van maatregelen, gericht op de voorbereiding en uitvoering van de handhaving van de regels ten aanzien van zwerfafval overeenkomstig de ‘Routeplanner Handhaving op zwerfafval’, opgesteld door SenterNovem, uitgave november 2005; o. o. module beheer zwerfafval: samenhangend geheel van maatregelen, gericht op de implementatie van reiniging op basis van het gewenste straatbeeld van zwerfafval in de openbare ruimte uitgedrukt in een vastgestelde norm voor de schoonheid; p. p. module organisatie zwerfafval: samenhangend geheel van maatregelen ter verbetering van de aansturing van de bij het beleid en de uitvoering betrokken onderdelen van de organisatie om te komen tot een integrale en structurele aanpak van het zwerfafval; q. q. module communicatie zwerfafval: samenhangend geheel van maatregelen, gericht op de voorbereiding en uitvoering van een communicatiebeleid ten behoeve van gedragsbeïnvloeding van de burger ten aanzien van zwerfafval overeenkomstig de ‘Communicatiewijzer zwerfafval’ opgesteld door SenterNovem, uitgave november 2005; r. r. module participatie burgers zwerfafval: samenhangend geheel van maatregelen, gericht op de voorbereiding en uitvoering van een structurele aanpak van zwerfafval, waarbij burgers participeren bij de aanpak van zwerfafval; s. s. module participatie bedrijven zwerfafval: samenhangend geheel van maatregelen, gericht op de voorbereiding en uitvoering in een structurele aanpak van zwerfafval, waarbij bedrijven of instellingen, anders dan bedrijven actief in het beheer van de openbare ruimte, participeren bij de aanpak van zwerfafval; t. t. module monitoring zwerfafval: samenhangend geheel van maatregelen, gericht op de voorbereiding en uitvoering van het vooropgezet, systematisch en gedurig verzamelen, bewerken en presenteren van gegevens over de gemeentelijke zwerfafvalsituatie, bestaande uit minimaal de onderdelen: inventarisatie per type gebied en inventarisatie waardering en suggesties burgers en bedrijven uit bijlage II bij deze regeling; u. u. groep: economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden:
1°.
een natuurlijke persoon of rechtspersoon die direct of indirect:
–
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan rechtspersonen of vennootschappen,
–
volledig aansprakelijk vennoot is van rechtspersonen of vennootschappen, of
–
overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
2°.
rechtspersonen of vennootschappen.
1°. 1°. een natuurlijke persoon of rechtspersoon die direct of indirect:
–
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan rechtspersonen of vennootschappen,
–
volledig aansprakelijk vennoot is van rechtspersonen of vennootschappen, of
–
overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
– – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan rechtspersonen of vennootschappen, – – volledig aansprakelijk vennoot is van rechtspersonen of vennootschappen, of – – overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en 2°. 2°. rechtspersonen of vennootschappen.
2. Deze regeling is van toepassing op de volgende categorieën van huishoudelijke afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton, glas, textiel, wit- en bruingoed, klein chemisch afval en grove huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 2
Op grond van deze regeling wordt subsidie verleend aan gemeenten, stadsdelen of samenwerkingsverbanden voor:
a. a. het voorbereiden en nemen van maatregelen om het niveau van afvalpreventie en afvalscheiding, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, te verhogen en daarmee de milieudruk, veroorzaakt door het verwijderen van deze afvalstoffen, zo veel mogelijk te verminderen; b. b. het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van maatregelen om het ontstaan van zwerfafval te voorkomen en de aanwezigheid daarvan zo veel mogelijk te verminderen.
Artikel 3
1.
Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. a. aan de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog geen tweemaal subsidie is verstrekt voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen, b. b. de voorgenomen maatregelen nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie, c. c. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of op het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband, d. d. in het project is voorzien in een sorteeranalyse die wordt uitgevoerd aan het einde van het project, e. e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en f. f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
2.
Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen worden de volgende gegevens verstrekt:
a. a. de resultaten van een nulmeting huishoudelijke afvalstoffen, welke niet ouder zijn dan drie jaar, en b. b. het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen waarop het plusproject huishoudelijke afvalstoffen betrekking heeft.
3. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een tweede plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts worden ingediend indien het eerste plusproject huishoudelijke afvalstoffen inhoudelijk is afgerond.
4. In het kalenderjaar 2006 wordt per gemeente of stadsdeel voor slechts één plusproject huishoudelijke afvalstoffen subsidie verstrekt.
5.
Een basisproject zwerfafval kan slechts voor subsidie in aanmerking komen indien:
a. a. aan de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een basisproject zwerfafval of een zwerfafvalproject als bedoeld in de Subsidieregeling Aanpak Milieudrukvermindering 2004, b. b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente, het stadsdeel of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband, c. c. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van subsidie, en d. d. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan één jaar bedraagt.
6.
Een plusproject zwerfafval kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. a. de voorgenomen maatregelen nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie, b. b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband, c. c. ten minste de module monitoring zwerfafval en ten hoogste drie van de volgende modules worden uitgevoerd:
1°.
module voorzieningen zwerfafval;
2°.
module handhaving zwerfafval;
3°.
module beheer zwerfafval;
4°.
module organisatie zwerfafval;
5°.
module communicatie zwerfafval;
6°.
module participatie burgers zwerfafval;
7°.
module participatie bedrijven zwerfafval,
1°. 1°. module voorzieningen zwerfafval; 2°. 2°. module handhaving zwerfafval; 3°. 3°. module beheer zwerfafval; 4°. 4°. module organisatie zwerfafval; 5°. 5°. module communicatie zwerfafval; 6°. 6°. module participatie burgers zwerfafval; 7°. 7°. module participatie bedrijven zwerfafval, d. d. in het project is voorzien in een evaluatie die wordt uitgevoerd aan het einde van het project, e. e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en f. f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
7.
Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval worden verstrekt:
a. a. de resultaten van een nulmeting zwerfafval, welke niet ouder zijn dan twee jaar, b. b. het plan van aanpak zwerfafval waarop het plusproject zwerfafval betrekking heeft.
8. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval kan slechts worden ingediend indien eerdere plusprojecten zwerfafval inhoudelijk zijn afgerond.
9. In het kalenderjaar 2006 wordt per gemeente of stadsdeel voor slechts één plusproject zwerfafval subsidie verstrekt.
Artikel 4
1.
Aanvragen tot subsidieverlening worden beoordeeld op de volgende aspecten:
a. a. of en in welke mate het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen; b. b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit, de beoogde resultaten ervan en de wijze van monitoring; c. c. of de resultaten van het project structurele invloed zullen hebben op de uitvoering van het gemeentelijk beleid.
2.
Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject huishoudelijke afvalstoffen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, waarop het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is gebaseerd; b. b. de wijze waarop de maatregelen in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen aansluiten op de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft.
3.
Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject zwerfafval beoordeeld op de volgende aspecten:
a. a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over zwerfafval, waarop het plan van aanpak zwerfafval is gebaseerd; b. b. de wijze waarop de maatregelen in het plan van aanpak zwerfafval beleidsmatig zijn onderbouwd en aansluiten op de gegevens over zwerfafval; c. c. de aanwezigheid van doublures van maatregelen in modules als bedoeld in artikel 3, zesde lid, onder c.
Artikel 5
Een aanvraag tot subsidieverlening wordt afgewezen indien:
a. a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3; b. b. op grond van de aspecten, genoemd in artikel 4, wordt vastgesteld dat het project een te geringe bijdrage levert aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen.
Artikel 6
1.
Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen:
a. a. de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de aanvrager tot subsidieverlening gemaakte en betaalde kosten:
1°.
loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van een totaalbedrag van € 34,– per uur verrichte arbeid;
2°.
aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
3°.
een opslag voor algemene kosten, ter grootte van 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a, onder 1°;
1°. 1°. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van een totaalbedrag van € 34,– per uur verrichte arbeid; 2°. 2°. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep; 3°. 3°. een opslag voor algemene kosten, ter grootte van 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a, onder 1°; b. b. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen binnen een groep.
2. Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen.
3. Kosten die zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening en kosten die voortvloeien uit verplichtingen die zijn aangegaan vóór de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
4.
Niet subsidiabel zijn de kosten voor de aanschaf en afschrijving van:
a. a. inzamelmiddelen voor huishoudelijke afvalstoffen; b. b. inzamelvoertuigen en overig materieel voor huishoudelijk afvalstoffen en zwerfafval; c. c. soft- en hardware van registratiesystemen voor huishoudelijke afvalstoffen en zwerfafval.
Artikel 7
1. De subsidie voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximumbedrag van € 2,– per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.
2. De subsidie voor een basisproject zwerfafval bedraagt voor gemeenten 75% van de subsidiabele kosten met een maximumbedrag volgens de opgave in de kolom ‘Subsidie VROM tot een maximum van’ in bijlage IV bij deze regeling.
3. De subsidie voor een basisproject zwerfafval bedraagt voor stadsdelen 75% van de subsidiabele kosten met een maximumbedrag volgens de opgave in de kolom ‘Subsidie VROM tot een maximum van’ in bijlage V bij deze regeling.
4. De subsidie voor een basisproject zwerfafval voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente of stadsdeel gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente of stadsdeel krachtens het tweede of derde lid zou worden verleend.
5. De subsidie voor een plusproject zwerfafval bedraagt per module voor gemeenten 50% van de subsidiabele kosten met een maximumbedrag zwerfafval volgens de opgave in de kolom ‘Subsidie VROM tot een maximum van’ in bijlage IV bij deze regeling.
6. De subsidie voor een plusproject zwerfafval bedraagt per module voor stadsdelen 50% van de subsidiabele kosten met een maximumbedrag zwerfafval volgens de opgave in de kolom ‘Subsidie met een maximum van Subsidie VROM tot een maximum van’ in bijlage V bij deze regeling.
7. De subsidie voor een plusproject zwerfafval voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente of stadsdeel gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente of stadsdeel krachtens het vijfde of zesde lid zou worden verleend.
Artikel 8
1.
De subsidieontvanger is verplicht:
a. a. het geactualiseerde overzicht van activiteiten als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies elk jaar aan SenterNovem te verstrekken overeenkomstig een door SenterNovem vastgesteld model; b. b. tot een jaar na de inhoudelijke afronding van een project medewerking te verlenen aan activiteiten met het oog op het evalueren van de resultaten van het project of het uitwisselen van kennis en ervaringen die zijn verkregen door het project.
2. Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op de ontvanger van subsidie voor een basisproject zwerfafval;
Artikel 9
1. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2006 bedraagt € 3.300.000,–.
2. Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, is voor de periode tot 15 september 2006 beschikbaar voor plusprojecten huishoudelijke afvalstoffen: € 1.919.047,–.
3. Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, is voor de periode tot 15 september 2006 beschikbaar voor basisprojecten zwerfafval en plusprojecten zwerfafval: € 1.380.953,–.
4.
Van het bedrag, genoemd in het derde lid, is voor de periode tot 1 augustus 2006 beschikbaar voor:
a. a. basisprojecten zwerfafval: € 500.000,–; b. b. plusprojecten zwerfafval: € 880.953,–.
Artikel 10
1. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project als bedoeld in deze regeling wordt ingediend door een Nederlandse gemeente dan wel een stadsdeel of een samenwerkingsverband.
2. Een aanvraag tot subsidieverlening of tot subsidievaststelling wordt ingediend bij SenterNovem, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.
3. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ontvangen vóór 6 oktober 2006.
4. Bij de subsidieverlening wordt beslist in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met inachtneming van het vijfde lid, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager tot subsidieverlening krachtens artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
5. Voorzover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond als vermeld in artikel 9, eerste lid, wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.
Artikel 11
Voorschotten worden eenmaal per jaar verstrekt op basis van een actueel jaarlijks overzicht van activiteiten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en de in de aanvraag voor de subsidieverlening vermelde liquiditeitsbehoefte.
Artikel 12
1. De Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2005 wordt ingetrokken.
2. De in het eerste lid genoemde regeling, zoals ze luidde voor het tijdstip waarop deze regeling in werking is getreden, blijft van toepassing op subsidies voor projecten die vóór dat tijdstip op grond van die regeling zijn aangevraagd.
Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2006.