40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering | BWBR0013301 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-01-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013301 | Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering |
Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
Op grond van deze regeling wordt subsidie verleend aan gemeenten of samenwerkings-verbanden voor:
a. a. het nemen van maatregelen om het niveau van afvalpreventie en afvalscheiding, voor zover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, te verhogen om daarmee de milieudruk, veroorzaakt door het verwijderen van deze afvalstoffen, te verminderen; b. b. het optimaliseren van vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing om daarmee de milieudruk, veroorzaakt door te verwijderen afvalstoffen en het energieverbruik binnen inrichtingen, te verminderen.
Artikel 3
1.
Een basisproject huishoudelijke afvalstoffen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. a. het betrekking heeft op het geheel of een deel van het gemeentelijk gebied van de aanvragende gemeente of het aanvragende samenwerkingsverband; b. b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
2. Een gemeente die, of een samenwerkingsverband dat een aanvraag tot subsidieverlening voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen heeft ingediend, kan pas na inhoudelijke afronding van dat project een aanvraag voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen indienen.
3.
Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. a. het betrekking heeft op het geheel of een deel van het gemeentelijk gebied van de aanvragende gemeente of het aanvragende samenwerkingsverband, b. b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan drie jaar bedraagt, c. c. bij de aanvraag een plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is overgelegd, en d. d. in het project is voorzien in een sorteeranalyse die wordt uitgevoerd aan het einde van het project.
4. Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen komt niet voor subsidie in aanmerking indien het hoofdzakelijk een voortzetting inhoudt van reeds ingevoerde maatregelen.
5.
Een beleidsproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. a. de in de aanvraag vermelde voornemens zullen leiden tot een adequate beschrijving van activiteiten als bedoeld in een beleidsplan inrichtingen, en b. b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan zes maanden bedraagt.
6.
Een kennisproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. a. bij de aanvraag de volgende gegevens worden overgelegd:
1°.
een beleidsplan inrichtingen;
2°.
gegevens omtrent de wijze en het tijdstip waarop verkregen kennis en vaardigheden worden toegepast bij vergunningverlening of handhaving voor onderscheiden categorieën van inrichtingen met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing;
3°.
gegevens omtrent de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van toegepaste kennis of vaardigheden;
1°. 1°. een beleidsplan inrichtingen; 2°. 2°. gegevens omtrent de wijze en het tijdstip waarop verkregen kennis en vaardigheden worden toegepast bij vergunningverlening of handhaving voor onderscheiden categorieën van inrichtingen met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing; 3°. 3°. gegevens omtrent de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van toegepaste kennis of vaardigheden; b. b. het project uiterlijk op 31 december 2005 zal zijn uitgevoerd.
7.
Een uitvoeringsproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. a. bij de aanvraag de volgende gegevens worden overgelegd:
1°.
een beleidsplan inrichtingen;
2°.
de categorieën van inrichtingen waar het project betrekking op heeft;
3°.
de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van uitgevoerde projecten;
1°. 1°. een beleidsplan inrichtingen; 2°. 2°. de categorieën van inrichtingen waar het project betrekking op heeft; 3°. 3°. de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van uitgevoerde projecten; b. b. het project uiterlijk op 31 december 2005 zal zijn uitgevoerd.
8.
Een combinatieproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. a. het voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het zesde lid, onder a, en het zevende lid, onder a; b. b. het project uiterlijk op 31 december 2005 zal zijn uitgevoerd.
Artikel 4
1.
Bij een beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden de volgende aspecten bezien:
a. a. of het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen; b. b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit, de beoogde resultaten ervan en de wijze van monitoring; c. c. of de resultaten van het project structurele invloed zullen hebben op de uitvoering van het gemeentelijk milieubeleid.
2.
Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, worden plusprojecten huishoudelijke afvalstoffen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voor zover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, waarop het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is gebaseerd; b. b. de wijze waarop de maatregelen in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen aansluiten op gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voor zover het huishoudelijke afvalstoffen betreft.
3.
Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, worden projecten voor inrichtingen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. a. ingeval van een beleidsproject inrichtingen: de aard en de uitvoerbaarheid van de in het beleidsplan inrichtingen aangegeven maatregelen; b. b. ingeval van een kennisproject inrichtingen: de inhoud van het beleidsplan inrichtingen en of kennis en vaardigheden aan de bestaande kennis en vaardigheden worden toegevoegd; c. c. ingeval van een uitvoerings- of combinatieproject inrichtingen: de inhoud van het beleidsplan inrichtingen en de wijze waarop het uit te voeren project daarbinnen is verankerd.
Artikel 5
Een aanvraag tot subsidieverlening wordt afgewezen indien:
a. a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3; b. b. op grond van de aspecten, genoemd in artikel 4, wordt vastgesteld dat het project een te geringe of onevenwichtige bijdrage levert aan de doelstelling van deze regeling; c. c. voor een project als bedoeld in artikel 1, onder l, m of n, de subsidiabele kosten van een desbetreffend project lager zijn dan € 19.000,-.
Artikel 6
1.
Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen:
a. a. de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidieaanvrager gemaakte en betaalde kosten:
1°.
loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600,
2°.
aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, en
3°.
een opslag voor algemene kosten, groot 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a, onder 1°;
1°. 1°. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600, 2°. 2°. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, en 3°. 3°. een opslag voor algemene kosten, groot 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a, onder 1°; b. b. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen binnen een groep.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een bedrag vaststellen, dat als projectkosten mede in aanmerking wordt genomen.
3. Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen.
4. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend. Een uitzondering hierop vormen de kosten van sorteeranalyses die uitgevoerd zijn na 1 januari 2001 en onderdeel uitmaken van een aanvraag tot subsidieverlening voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen.
5.
Niet subsidiabel zijn kosten voor de aanschaf en de afschrijving van:
a. a. inzamelmiddelen, daaronder begrepen registratiesystemen, voor huishoudelijke afvalstoffen; b. b. middelen voor directe toepassing binnen inrichtingen; c. c. niet project-gebonden automatisering en registratiesystemen voor inrichtingen.
Artikel 7
1. De subsidie voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 1,- per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.
2. De subsidie voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 2,- per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.
3. De subsidie voor een beleidsproject inrichtingen, gericht op het opstellen van een beleidsplan inrichtingen bedraagt ten hoogste € 5000,- of, ingeval van een samenwerkingsverband, ten hoogste € 12.500,-.
4. De subsidie voor een kennisproject inrichtingen bedraagt 40% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 100.000,-.
5. De subsidie voor een uitvoeringsproject inrichtingen bedraagt 50% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 60% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 200.000,-.
6. De subsidie voor een combinatieproject inrichtingen bedraagt 60% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 70% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 200.000,-.
7. Het totaal van de te verlenen subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 1, onder l, m of n, aan een samenwerkingsverband dan wel aan een gemeente of een samenwerkingsverband waarvan de betrokken gemeente deel uitmaakt, bedraagt in 2002 ten hoogste € 300.000,-.
Artikel 8
De subsidieontvanger is verplicht:
a. a. het geactualiseerde overzicht van activiteiten als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies elke zes maanden aan de Novem te verstrekken op grond van een door de Novem vastgesteld model; b. b. medewerking te verlenen aan activiteiten met het oog op het evalueren van resultaten of het uitwisselen van kennis en ervaringen die zijn verkregen door het project.
Artikel 9
1. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2002 bedraagt € 6.400.000,-.
2.
Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, is voor de periode tot 1 mei 2002 beschikbaar voor:
a. a. basisprojecten huishoudelijke afvalstoffen en plusprojecten huishoudelijke afvalstoffen: tezamen € 2.900.000,-; b. b. beleidsprojecten inrichtingen, kennisprojecten inrichtingen, uitvoeringsprojecten inrichtingen en combinatieprojecten inrichtingen: tezamen € 3.500.000,-.
Artikel 10
1. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend door een Nederlandse gemeente dan wel een stadsdeel van een zodanige gemeente dat bevoegd is tot het zelfstandig voeren van beleid met betrekking tot onderwerpen als bedoeld in deze regeling, of een samenwerkingsverband.
2. Ingeval van samenwerking anders dan in een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dragen de samenwerkende gemeenten de bevoegdheid tot het ontvangen en verantwoorden van subsidie over aan een van hen. In de aanvraag tot subsidieverlening dient in dat geval te worden aangegeven de naam van de gemeente waaraan deze bevoegdheid is overgedragen. Tevens dient in dat geval de aanvraag tot subsidieverlening een verklaring te bevatten, waaruit de overdracht van deze bevoegdheid van de andere gemeenten blijkt.
3. Een aanvraag tot subsidieverlening of tot subsidievaststelling wordt ingediend bij de Novem, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.
4. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend vóór 16 oktober 2002.
5. Bij de subsidieverlening wordt beslist in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager tot subsidieverlening krachtens artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2002.