40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023 | BWBR0047628 | ministeriele-regeling | geldend | 2022-12-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0047628 | Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023 |
Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1.1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
- accountant:* accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
-
- btw:* omzetbelasting als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de omzetbelasting 1968;
-
- centraal aansluitingenregister:* centraal aansluitingenregister, genoemd in artikel 2.1.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas;
-
- contractueel leveringstarief:* leveringstarief voor elektriciteit, gas of warmte dat volgt uit een leveringsovereenkomst;
-
- eindfactuur:* factuur als bedoeld in artikel 2 van het Besluit factuur, verbruiks- en indicatief kostenoverzicht energie;
-
- energiebelasting:* energiebelasting als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag;
-
- handelsregister:* handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
-
- gas:* gas als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°, van de Gaswet;
-
- groep:* groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
-
-
kleinverbruiker:* afnemer van elektriciteit, gas of warmte met een kleinverbruikaansluiting; a. * kleinverbruikaansluiting:*
a. primair allocatiepunt als bedoeld in artikel 1.1 van de Begrippencode elektriciteit van een aansluiting op een net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3*80A als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 in een onroerende zaak ter zake waarvan op de levering van elektriciteit artikel 63, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag van toepassing is, die is geregistreerd in het centraal aansluitingenregister en in bedrijf is; b. aansluiting op een net met een totale capaciteit van ten hoogste 40 m^3(n) per uur als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Gaswet, die is geregistreerd in het centraal aansluitingenregister en in bedrijf is; c. aansluiting als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet met een vermogen van maximaal 100 kilowatt, die in bedrijf is.
-
a. a. primair allocatiepunt als bedoeld in artikel 1.1 van de Begrippencode elektriciteit van een aansluiting op een net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 380A als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 in een onroerende zaak ter zake waarvan op de levering van elektriciteit artikel 63, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag van toepassing is, die is geregistreerd in het centraal aansluitingenregister en in bedrijf is; b. b. aansluiting op een net met een totale capaciteit van ten hoogste 40 m^3(n) per uur als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Gaswet, die is geregistreerd in het centraal aansluitingenregister en in bedrijf is; c. c. aansluiting als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet met een vermogen van maximaal 100 kilowatt, die in bedrijf is. a. * leverancier:
a.
houder van een vergunning als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998;
b.
leverancier die een overeenkomst heeft tot het leveren van elektriciteit aan een groep afnemers als bedoeld in artikel 95n van de Elektriciteitswet 1998;
c.
buiten Nederland gevestigde leverancier van elektriciteit aan ten hoogste 500 afnemers als bedoeld in artikel 95a, tweede lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998;
d.
houder van een vergunning als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Gaswet;
e.
leverancier die een overeenkomst heeft tot het leveren van gas aan een groep afnemers als bedoeld in artikel 52c van de Gaswet;
f.
buiten Nederland gevestigde leverancier van gas aan ten hoogste 500 afnemers als bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdeel a, van de Gaswet;
g.
leverancier die zorgdraagt voor een betrouwbare levering van warmte als bedoeld in artikel 2 van de Warmtewet, met uitzondering van een leverancier als bedoeld in artikel 1a van de Warmtewet;
a. a. houder van een vergunning als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998; b. b. leverancier die een overeenkomst heeft tot het leveren van elektriciteit aan een groep afnemers als bedoeld in artikel 95n van de Elektriciteitswet 1998; c. c. buiten Nederland gevestigde leverancier van elektriciteit aan ten hoogste 500 afnemers als bedoeld in artikel 95a, tweede lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998; d. d. houder van een vergunning als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Gaswet; e. e. leverancier die een overeenkomst heeft tot het leveren van gas aan een groep afnemers als bedoeld in artikel 52c van de Gaswet; f. f. buiten Nederland gevestigde leverancier van gas aan ten hoogste 500 afnemers als bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdeel a, van de Gaswet; g. g. leverancier die zorgdraagt voor een betrouwbare levering van warmte als bedoeld in artikel 2 van de Warmtewet, met uitzondering van een leverancier als bedoeld in artikel 1a van de Warmtewet;
-
- leveringsovereenkomst:* overeenkomst voor de levering van elektriciteit, gas of warmte tussen een leverancier en een kleinverbruiker;
-
- Minister:* Minister voor Klimaat en Energie;
-
- ODE:* opslag duurzame energie- en klimaattransitie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet opslag duurzame energie- en klimaattransitie;
-
- plafondtarief:* plafondtarief als bedoeld in artikel 2.2;
-
- standaardjaarafname:* standaardjaarafname (SJA) als bedoeld in artikel 1.1 van de Begrippencode elektriciteit;
-
- standaardjaarinvoeding:* standaardjaarinvoeding (SJI) als bedoeld in artikel 1.1 van de Begrippencode elektriciteit;
-
- standaardjaarverbruik:* standaardjaarverbruik (SJV) als bedoeld in artikel 1.1 van de Begrippencode gas;
-
- tariefcohort:* in bijlage I opgenomen categorie van contractuele leveringstarieven met een specifieke bandbreedte van contractuele leveringstarieven voor elektriciteit of gas;
-
- termijnbedrag:* door een kleinverbruiker te betalen voorschotbedrag aan een leverancier voor de in een periode te leveren elektriciteit, gas of warmte aan een kleinverbruikaansluiting;
-
- toepassing van het prijsplafond:* toepassen van het prijsplafond als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid;
-
- volumeplafond:* volumeplafond als bedoeld in artikel 2.3;
-
- warmte:* warmte als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet;
-
- warmtenet:* warmtenet als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet.
2.
Voor de toepassing van deze regeling wordt het contractueel leveringstarief bepaald met de formule:
VL + O – K
waarbij VL, O en K achtereenvolgens staan voor:
VL: de variabele leveringskosten, exclusief energiebelasting en ODE, inclusief 21% btw:
○ ○ voor elektriciteit per kWh, uitgedrukt in € in vijf decimalen; ○ ○ voor gas in € in vijf decimalen per m^3(n); ○ ○ voor warmte per GJ, uitgedrukt in € in twee decimalen;
O: de direct aan de variabele leveringskosten te relateren opslagen, inclusief 21% btw;
K: de direct aan de variabele leveringskosten te relateren kortingen, inclusief 21% btw.
3. Voor de toepassing van deze regeling wordt voor gas onder één m^3(n) verstaan: één kubieke meter gas onder normaalcondities met een calorische bovenwaarde van 35,17 MJ.
Hoofdstuk 2. Criteria voor subsidieverstrekking
Artikel 2.1
1. De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een leverancier voor het in 2023 toepassen van een prijsplafond overeenkomstig deze regeling bij het leveren van elektriciteit, gas of warmte aan kleinverbruikaansluitingen.
2. Bij toepassing van het prijsplafond hanteert de subsidieontvanger in 2023 het plafondtarief voor gas, elektriciteit of warmte in plaats van het contractuele leveringstarief bij de levering van elektriciteit, gas of warmte aan kleinverbruikaansluitingen tot het bijbehorende volumeplafond.
3. De leverancier kan de toepassing van het prijsplafond op de levering van gas, elektriciteit of warmte aan een kleinverbruikaansluiting achterwege laten, indien de betreffende kleinverbruiker hierom verzoekt.
Artikel 2.2
1. Het plafondtarief voor elektriciteit wordt vastgesteld op: € 0,24755 per kWh.
2. Het plafondtarief voor gas wordt vastgesteld op: € 0,85734 per m^3(n).
3. Het plafondtarief voor warmte wordt vastgesteld op: € 47,38 per GJ.
4. De plafondtarieven, bedoeld in de voorgaande leden, zijn exclusief energiebelasting en ODE en inclusief 21% btw.
Artikel 2.3
1. Het volumeplafond voor elektriciteit wordt vastgesteld op: 2.900 kWh elektriciteit per kleinverbruikaansluiting per jaar.
2. Het volumeplafond voor gas wordt vastgesteld op: 1.200 m^3(n) gas per kleinverbruikaansluiting per jaar.
3. Het volumeplafond voor warmte wordt vastgesteld op: 37,0 GJ warmte per kleinverbruikaansluiting per leveringsovereenkomst per jaar.
4. Het volumeplafond voor warmte, bedoeld in het derde lid, is niet van toepassing op de hoeveelheid warmte die is geleverd voor de opwarming van tapwater, indien die hoeveelheid warmte afzonderlijk wordt bemeten en de leveringskosten daarvoor afzonderlijk worden gefactureerd.
Artikel 2.4
Indien aan een kleinverbruikaansluiting in 2023 elektriciteit wordt ingevoed op het elektriciteitsnet, vindt voor de toepassing van het volumeplafond bij het verstrekken van de eindfactuur de berekening van de hoeveelheid elektriciteit die in 2023 aan de kleinverbruikaansluiting is geleverd plaats met overeenkomstige toepassing van de wijze van berekening van het verbruik, bedoeld in artikel 31c, eerste of tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998.
Artikel 2.5
Indien voor de levering van elektriciteit of gas een eindfactuur wordt verstrekt die betrekking heeft op een periode in 2023, bedraagt het deel van het volumeplafond over die periode de som van de van de in bijlage II opgenomen standaardvolumefracties per dag in 2023 voor elektriciteit of gas die van toepassing zijn op die periode.
Artikel 2.6
De subsidie wordt verleend onder de volgende opschortende voorwaarden:
a. a. goedkeuring van de Europese Commissie in een procedure als bedoeld in artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot deze regeling; b. b. instemming van de Staten-Generaal met het bij brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 november 2022 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2022 (Tiende incidentele suppletoire begroting inzake regelingen in verband met hoge energieprijzen), Kamerstukken II, vergaderjaar 2022/23, 36252.
Artikel 2.7
1. De Minister maakt na de datum van subsidieverlening de gegevens bekend, bedoeld in paragraaf 3, onderdeel 76, van het Tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne (PbEU 2022, C 426/01).
2. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, blijven ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.
Hoofdstuk 3. Wijze van berekenen en subsidiebedrag
Artikel 3.1
Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit maar niet voor gas, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:
waarbij kva, THEkva, CLEkva, PTE, TUK en OBE achtereenvolgens staan voor:
kva: kleinverbruikaansluiting;
THEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul;
CLEkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit in € per kWh per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per kWh die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid elektriciteit die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;
PTE: het plafondtarief voor elektriciteit;
TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;
OBE: de overschrijding van de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor elektriciteit ten opzichte van de historische referentiewaarde van de brutomarge voor elektriciteit in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.
Artikel 3.2
Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor gas maar niet voor elektriciteit, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:
waarbij kva, THGkva, CLGkva, PTG, TUK en OBG, achtereenvolgens staan voor:
kva: kleinverbruikaansluiting;
THGkva: de totale hoeveelheid gas in m^3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul;
CLGkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m^3(n) per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per m^3(n) die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid gas die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;
PTG: het plafondtarief voor gas;
TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;
OBG: de overschrijding van de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor gas ten opzichte van de historische referentiewaarde van de brutomarge voor gas in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.
Artikel 3.3
Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor zowel elektriciteit als gas, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:
waarbij kva, THE_kva, CLE_kva, PTE, TUK, THG_kva, CLG_kva, PTG en OBEG achtereenvolgens staan voor:
kva: kleinverbruikaansluiting;
THEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul;
CLEkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit in € per kWh per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per kWh die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid elektriciteit die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;
PTE: het plafondtarief voor elektriciteit;
TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;
THGkva: de totale hoeveelheid gas in m^3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul;
CLGkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m^3(n) per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per m^3(n) die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid gas die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;
PTG: het plafondtarief voor gas;
OBEG: de overschrijdingen van de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor elektriciteit en gas ten opzichte van de historische referentiewaardes voor elektriciteit en gas in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.
Artikel 3.4
Indien subsidie is verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit of gas aan een subsidieontvanger die deel uitmaakt van een groep, wordt, indien dit door de subsidieontvanger bij de aanvraag is aangegeven, voor het berekenen van de overschrijding van de brutomarge, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2 of 3.3, de over- of onderschrijding van de historische benchmark van de subsidieontvanger overeenkomstig bijlage III verrekend:
a. a. indien sprake is van één andere subsidieontvanger die deel uitmaakt van de groep: de onder- of overschrijdingen van de historische benchmark van dat lid; b. b. indien sprake is van meer dan één andere subsidieontvanger die deel uitmaakt van de groep: de onder- of overschrijdingen van de historische benchmark van elk van de andere leden van de groep.
Artikel 3.5
Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor warmte, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:
waarbij kva, THWkva, CLWkva, PTW TUK en NRW achtereenvolgens staan voor:
kva: kleinverbruikaansluiting;
THWkva: de totale hoeveelheid warmte in GJ die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor warmte en een ondergrens van nul;
CLWkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor warmte in € per GJ per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per GJ die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid warmte die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;
PTW: het plafondtarief voor warmte;
TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;
NRW: de overschrijding van het in 2023 gerealiseerde rendement in € ten opzichte van het normrendement voor warmte in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.
Artikel 3.6
De hoogte van de tegemoetkoming in de uitvoeringskosten, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, 3.3 en 3.5, wordt berekend volgens de formule:
waarbij DLOkva, kva en
achtereenvolgens staan voor:
DLOkva: het aantal dagen in 2023 dat er een leveringsovereenkomst voor de levering van elektriciteit, gas of warmte is gesloten met de kleinverbruikaansluiting;
- kva: kleinverbruikaansluiting;
-
de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.
Hoofdstuk 4. De subsidieverlening
Artikel 4.1
1. Een aanvraag voor subsidieverlening kan worden ingediend in de periode van 12 december 2022, 09:00 uur, tot 16 januari 2023, 17.00 uur.
2.
De aanvraag kan ook na de periode, genoemd in het eerste lid, binnen de volgende termijnen maar uiterlijk 15 november 2023, 17.00 uur, worden ingediend indien:
a. a. aan de aanvrager een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 95a van de Elektriciteitswet 1998: binnen twee maanden na verlening van die vergunning; b. b. de aanvrager een overeenkomst tot het leveren van elektriciteit aan een groep afnemers heeft afgesloten als bedoeld in 95n van de Elektriciteitswet 1998: binnen twee maanden na ondertekening van die overeenkomst door alle partijen; c. c. de aanvrager een buiten Nederland gevestigde leverancier van elektriciteit is aan ten hoogste 500 afnemers als bedoeld in artikel 95a, tweede lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998: binnen twee maanden na het beginnen met het leveren van elektriciteit aan die afnemers; d. d. aan de aanvrager een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Gaswet: binnen twee maanden na verlening van die vergunning; e. e. de aanvrager een buiten Nederland gevestigde leverancier van gas is aan ten hoogste 500 afnemers als bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdeel a, van de Gaswet: binnen twee maanden na het beginnen met leveren van gas aan die afnemers; f. f. de aanvrager een leverancier is die een overeenkomst heeft tot het leveren van gas aan een groep afnemers als bedoeld in artikel 52c van de Gaswet: binnen twee maanden na ondertekening van de overeenkomst door alle partijen; g. g. de aanvrager is begonnen met de levering van warmte als bedoeld in artikel 2 van de Warmtewet: binnen twee maanden na het begin van die levering.
Artikel 4.2
1. Een aanvraag voor subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld.
2.
De aanvraag omvat in ieder geval:
a. a. gegevens over de subsidieaanvrager waaronder het nummer van registratie in het handelsregister, het post- en bezoekadres, en het rekeningnummer; b. b. gegevens over de contactpersoon bij de subsidieaanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; c. c. een beschrijving van de methode van data-extractie uit de eigen administratie van de gegevens die gevraagd worden bij een aanvraag voor een voorschot; d. d. een beschrijving van de wijze van toepassing van prijsplafond; e. e. een verklaring over de juistheid van de bij de aanvraag overlegde gegevens die is ondertekend door de bestuurder van de subsidieaanvrager; f. f. indien de subsidieaanvrager lid is van een groep: een opgave van de samenstelling van de groep.
3. Indien de aanvraag de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit of gas betreft, gaat de aanvraag vergezeld van de bedrijfs-EAN-code, bedoeld in artikel 2.8.2, onderdeel a, van de Informatiecode elektriciteit en gas.
4.
Indien de aanvraag warmte betreft, gaat de aanvraag vergezeld van:
a. a. indien de subsidieaanvrager houder is van een vergunning op grond van artikel 9, eerste lid, van de Warmtewet: een afschrift van de vergunning; b. b. indien gevallen anders dan bedoeld in onderdeel a:
i.
representatieve voorbeelden van de gehanteerde leveringsovereenkomsten voor warmte, in geanonimiseerde vorm;
ii.
een beschrijving van het warmtenet met in ieder geval de locatie van het net op postcodeniveau en het aantal bemeten kleinverbruikaansluitingen voor warmte waarvoor de subsidieaanvrager leveringsovereenkomsten heeft afgesloten.
i. i. representatieve voorbeelden van de gehanteerde leveringsovereenkomsten voor warmte, in geanonimiseerde vorm; ii. ii. een beschrijving van het warmtenet met in ieder geval de locatie van het net op postcodeniveau en het aantal bemeten kleinverbruikaansluitingen voor warmte waarvoor de subsidieaanvrager leveringsovereenkomsten heeft afgesloten.
5.
De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring waarmee de subsidieaanvrager ermee instemt dat een netbeheerder als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 of een netbeheerder als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Gaswet op verzoek van de Minister voor de uitvoering van deze regeling periodiek in ieder geval gegevens verstrekt uit het centraal aansluitingenregister per bedrijfs-EAN over het:
a. a. het aantal kleinverbruikaansluitingen; b. b. het aantal kleinverbruikaansluitingen die wel in het centraal aansluitingenregister zijn opgenomen maar waarvoor nog geen standaardjaarafname, standaardjaarinvoeding of standaardjaarverbruik in het centraal aansluitingenregister is opgenomen; c. c. het aantal kleinverbruikaansluitingen waarvoor de standaardjaarafname, verminderd met de standaarjaarinvoeding, of het standaardjaarverbruik hoger is dan 2.900 kWh of 1.200 m^3(n); d. d. het aantal kleinverbruikaansluitingen waarvoor de standaardjaarafname, verminderd met de standaardjaarinvoeding, of het standaardjaarverbruik gelijk aan of lager is dan 2.900 kWh of, respectievelijk 1.200 m^3(n); e. e. het gemiddelde van de standaardjaarafname, verminderd met de standaardjaarinvoeding, of het standaardjaarverbruik van de in onderdeel d bedoelde kleinverbruikaansluitingen.
Artikel 4.4
1. De Minister beslist op een aanvraag voor subsidieverlening binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
2. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste twee weken worden verlengd.
Artikel 4.5
In de beschikking tot subsidieverlening wordt geen bedrag opgenomen waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.
Artikel 4.6
De Minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie indien:
a. a. de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels; b. b. de subsidieaanvrager failliet is verklaard of hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
Artikel 4.7
De Minister maakt zo spoedig mogelijk na een besluit tot subsidieverlening de naam van de subsidieontvanger en het inschrijvingsnummer in het handelsregister bekend.
Hoofdstuk 5. Verplichtingen voor de subsidieontvanger
Artikel 5.1
1. Bij aanvang van de toepassing van het prijsplafond in een kalendermaand van 2023 verwerkt de subsidieontvanger dit in het voorstel voor het met ingang van die kalendermaand door de kleinverbruiker te betalen termijnbedrag, en stelt het termijnbedrag overeenkomstig bij indien toepassing van het prijsplafond leidt tot verlaging van het termijnbedrag, tenzij de kleinverbruiker aangeeft daar niet mee in te stemmen.
2. In afwijking van het eerste lid kan de subsidieontvanger het voorstel tot bijstelling van het termijnbedrag ten hoogste één kalendermaand later doen dan bedoeld in het eerste lid, indien de subsidieontvanger kan aantonen dat eerdere bijstelling redelijkerwijs niet mogelijk is.
Artikel 5.2
1. Indien het plafondtarief in een periode in 2023 lager was dan het gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit, gas of warmte, bedoeld artikel 3.1, 3.2, 3.3 of 3.5, in die periode, past de subsidieontvanger het prijsplafond toe bij de elektriciteit, gas of warmte die in die periode is geleverd aan een kleinverbruikaansluiting en waarvoor een eindfactuur is verstrekt.
2. Bij toepassing van het eerste lid neemt de subsidieontvanger in de eindfactuur het bedrag op waarmee de eindfactuur is aangepast vanwege de toepassing van het prijsplafond, indien toepassing van het prijsplafond aan de orde was in de periode waar de eindfactuur op ziet.
3. De periode waar een eindfactuur voor de levering van elektriciteit, gas of warmte aan een kleinverbruikaansluiting op ziet, bedraagt ten minste één kalendermaand, tenzij de subsidieontvanger gedurende minder dan één kalendermaand, gerekend vanaf de vorige eindfactuur, elektriciteit, gas of warmte heeft geleverd aan de kleinverbruikaansluiting.
Artikel 5.3
1. De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit op elk moment op een eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat hij voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen.
2. De subsidieontvanger bewaart de administratie tot tien jaar na de datum van de beschikking tot de subsidievaststelling.
Artikel 5.4
De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie door de Minister van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
Artikel 5.5
Voor het maandelijks corrigeren van het cumulatieve voorschot, bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger na afloop van een kalendermaand waarvoor hij een voorschot heeft ontvangen, aan de Minister gegevens over:
a. a. het aantal kleinverbruikaansluitingen waaraan in die voorgaande kalendermaand elektriciteit of gas is geleverd; b. b. de hoeveelheid elektriciteit in kWh of gas in m^3(n) die in die voorgaande kalendermaand is geleverd aan kleinverbruikaansluitingen, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt; c. c. voor elektriciteit: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit in € per kWh per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per kWh die in de voorgaande kalendermaand of kalendermaanden in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting, gewogen naar de hoeveelheid elektriciteit die in de voorgaande kalendermaand of kalendermaanden in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt; d. d. voor gas: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m^3(n) per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per m^3(n) die in de voorgaande kalendermaand of kalendermaanden in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid gas die in de voorgaande kalendermaand of kalendermaanden in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt; e. e. voor alle kleinverbruikaansluitingen waarvoor in die voorgaande maand eindfactuur is verstrekt, opgeteld het voorschot dat is verstrekt in de periode waar de eindfactuur op ziet.
Artikel 5.6
1.
De subsidieontvanger verstrekt aan de Minister een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant over de getrouwheid van:
a. a. voor elektriciteit of gas: de gegevens van de eerste aanvraag voor een voorschot, binnen vier maanden na indiening van die aanvraag, indien het totaalbedrag aan te verstrekken voorschotten naar verwachting € 125.000 of meer zal bedragen; b. b. voor warmte: de gegevens van de aanvraag voor het voorschot binnen vier maanden na de indiening van die aanvraag indien het bedrag aan te verstrekken voorschotten naar verwachting € 125.000 of meer zal bedragen.
2.
De subsidieontvanger verstrekt aan de Minister een verklaring van een onafhankelijk en ter zake kundig persoon over de getrouwheid van:
a. a. voor elektriciteit of gas: de gegevens van de eerste aanvraag voor een voorschot, binnen vier maanden na indiening van die aanvraag, indien het totaalbedrag aan te verstrekken voorschotten naar verwachting minder dan € 125.000 zal bedragen; b. b. voor warmte: de gegevens van de aanvraag voor het voorschot, binnen vier maanden na de indiening van die aanvraag, indien het bedrag aan te verstrekken voorschotten naar verwachting minder dan € 125.000 zal bedragen.
3. Voor het verstrekken van het rapport van feitelijke bevindingen, bedoeld in het eerste lid, of de verklaring van een onafhankelijk en ter zake kundig persoon, bedoeld in het tweede lid, wordt gebruikgemaakt van een door de Minister ter beschikking gesteld model of een door de Minister geaccepteerd vergelijkbaar document.
4. Indien bij de controle op de naleving van de aan de subsidieverstrekking verbonden voorwaarden en verplichtingen onregelmatigheden worden geconstateerd, kan de Minister van de subsidieontvanger een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant verlangen, opgesteld volgens de door de Minister gegeven aanwijzingen.
Artikel 5.7
1. De subsidieontvanger deelt onverwijld de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot faillietverklaring van hem, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen over hem schriftelijk mee aan de Minister.
2. De subsidieontvanger verstrekt op verzoek aan de Minister alle overige bescheiden, gegevens of inlichtingen die nodig zijn voor een beslissing over de subsidie.
Artikel 5.8
De subsidieontvanger is aangesloten bij een instantie voor buitengerechtelijke geschilbeslechting die bevoegd is klachten te behandelen van kleinverbruikers tegen leveranciers over de toepassing van deze regeling.
Artikel 5.9
Voor de toepassing van deze regeling dienen de door de subsidieontvanger gehanteerde contractuele leveringstarieven voor elektriciteit, gas of warmte te voldoen aan het bepaalde bij of krachtens artikel 95b van de Elektriciteitswet 1998, artikel 44 van de Gaswet of artikel 5 van de Warmtewet.
Hoofdstuk 6. Bevoorschotting
Paragraaf 6.1. Bevoorschotting elektriciteit en gas
Artikel 6.1.1
De Minister verstrekt in 2023 maandelijks een voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit of gas op maandelijks in te dienen aanvragen.
Artikel 6.1.2
1. Het cumulatieve voorschot van alle reeds verstrekte voorschotten wordt maandelijks ambtshalve gecorrigeerd aan de hand van de eindfacturen die in die kalendermaand zijn verstrekt, totdat het cumulatieve voorschot is gecorrigeerd voor alle eindfacturen waarbij toepassing van het prijsplafond aan orde was in de periode waar de eindfactuur op ziet.
2.
Een reeds verstrekt voorschot kan op verzoek van de subsidieontvanger achteraf eenmalig worden gecorrigeerd:
a. a. aan kleinverbruikaansluitingen waarvoor op het moment van indiening van de aanvraag voor dat voorschot nog geen sprake was van een leveringsovereenkomst; of b. b. indien sprake is van andere wijzigingen die substantiële invloed kunnen hebben op de hoogte van dat voorschot, met uitzondering van de in het eerste lid bedoelde correcties aan de hand van de eindfacturen.
Artikel 6.1.3
De hoogte van het maandelijkse voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit wordt berekend volgens de formule:
waarbij *TC, kva, VHEtc,kva, VLEtc,kva, PTE, TUKv, *
achtereenvolgens staan voor:
TC: tariefcohort, waarbinnen de subsidieontvanger alle kleinverbruikaansluitingen plaatst met een contractueel leveringstarief dat binnen deze bandbreedte valt en waartegen naar verwachting elektriciteit zal worden geleverd in de kalendermaand waarvoor de aanvraag voor een voorschot is ingediend;
kva: kleinverbruikaansluiting;
VHEtc,kva: de verwachte hoeveelheid te leveren elektriciteit in kWh per kleinverbruikaansluiting, op basis van de in het centraal aansluitingenregister geregistreerde standaardjaarafname, bepaald per kleinverbruikaansluiting, verminderd met de in het centraal aansluitingenregister geregistreerde standaardjaarinvoeding voor die kleinverbruikaansluiting. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van 1/12^e van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul. Voor de standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding wordt uitgegaan van de meest recente gegevens uit het centraal aansluitingenregister die de subsidieontvanger van de netbeheerder heeft ontvangen.
VLEtc: het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit in € per kleinverbruikaansluiting in de betreffende kalendermaand, gewogen naar de hoeveelheid elektriciteit die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluitingen zal worden geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden;
PTE: het plafondtarief voor elektriciteit;
- TUKv: een bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de te maken uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 6.1.5;
-
de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting binnen een tariefcohort voor alle kleinverbruikaansluitingen binnen dat tariefcohort;
-
de som van het bedrag per tariefcohort voor alle tariefcohorten.
Artikel 6.1.4
De hoogte van het maandelijkse voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor gas wordt berekend volgens de formule:
waarbij *TC, kva, VHGtc,kva, VLGtc,kva, PTG, TUKv, *
achtereenvolgens staan voor:
TC: tariefcohort waarbinnen de subsidieontvanger alle kleinverbruikaansluitingen plaatst met een contractueel leveringstarief dat binnen deze bandbreedte valt en waartegen naar verwachting gas zal worden geleverd in de kalendermaand waarvoor de aanvraag voor een voorschot is ingediend;
kva: kleinverbruikaansluiting;
VHGtc,kva: de verwachte hoeveelheid te leveren gas in m^3(n) per kleinverbruiker, op basis van het standaardjaarverbruik, op basis van het in het centraal aansluitingenregister geregistreerde standaardjaarverbruik, bepaald per kleinverbruikaansluiting. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van 1/12e van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul. Voor het standaardjaarverbruik wordt uitgegaan van de meest recente gegevens uit het centraal aansluitingenregister die de subsidieontvanger van de netbeheerder heeft ontvangen;
VLGtc: het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m^3(n) per kleinverbruikaansluiting in de kalendermaand waarvoor een voorschot is ingediend, gewogen naar de hoeveelheid gas die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluitingen zal worden geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden;
PTG: het plafondtarief voor gas;
- TUKv: een bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de te maken uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 6.1.5;
-
de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting binnen een tariefcohort voor alle kleinverbruikaansluitingen binnen dat tariefcohort.
-
de som van het bedrag per tariefcohort voor alle tariefcohorten.
Artikel 6.1.5
De hoogte van het bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten, bedoeld in de artikelen 6.1.3 en 6.1.4, wordt berekend volgens de formule:
waarbij kva en
achtereenvolgens staan voor:
- kva: kleinverbruikaansluiting;
-
de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.
Artikel 6.1.6
Indien een contractueel leveringstarief voor de kalendermaand waarvoor een aanvraag voor een voorschot wordt ingediend, niet bekend is op moment van indienen van de aanvraag, wordt het contractuele leveringstarief voor die kleinverbruikaansluiting berekend aan de hand van de op dag, voorafgaand aan indiening van de aanvraag, gepubliceerde:
a. a. voor elektriciteit: NLB-Dutch Power Financial Base Futures settlement prijzen, month ahead, end of day, voor de kalendermaand waar de aanvraag voor een voorschot op ziet, omgerekend naar kWh elektriciteit; b. b. voor gas: TFM-Dutch TTF Natural Gas Base Load Dutch settlement prijzen, month ahead, end of day, voor de kalendermaand waar de aanvraag voor een voorschot op ziet, omgerekend naar m^3(n) gas.
Artikel 6.1.7
1. De aanvraag voor eerste voorschot wordt gelijktijdig ingediend met de aanvraag voor subsidieverlening.
2. De aanvraag voor het tweede en het daaropvolgende voorschot wordt ingediend uiterlijk op de vijftiende dag, om 17:00 uur, van de kalendermaand die voorafgaat aan de kalendermaand waarop het voorschot betrekking heeft.
Artikel 6.1.8
1. Een aanvraag voor een voorschot wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld.
2.
De aanvraag bevat in ieder geval:
a. a. het aantal kleinverbruikaansluitingen waarvoor volgens de meest recente gegevens uit het centraal aansluitingenregister die de subsidieontvanger van de netbeheerder heeft ontvangen; b. b. het aantal kleinverbruikaansluitingen per tariefcohort waarvoor de toepassing van het prijsplafond aan de orde is in de kalendermaand waarvoor het voorschot wordt aangevraagd; c. c. voor elektriciteit: de verwachte hoeveelheid elektriciteit in kWh per kleinverbruikaansluiting, verminderd met de in standaardjaarinvoeding voor die kleinverbruikaansluiting, waarbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van 1/12e van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul en waarbij voor de standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding wordt uitgegaan van de meest recente gegevens uit het centraal aansluitingenregister die de subsidieontvanger van de netbeheerder heeft ontvangen; d. d. voor elektriciteit: het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit in € per kleinverbruikaansluiting in de kalendermaand waarvoor het voorschot wordt aangevraagd, gewogen naar de hoeveelheid elektriciteit die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluitingen zal worden geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden; e. e. voor gas: de verwachte hoeveelheid gas in m^3(n) per kleinverbruikaansluiting, waarbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van 1/12e van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul en waarbij voor het standaardjaarverbruik wordt uitgegaan van de meest recente gegevens uit het centraal aansluitingenregister die de subsidieontvanger van de netbeheerder heeft ontvangen; f. f. voor gas: het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m^3(n) per kleinverbruikaansluiting in de kalendermaand waarvoor een voorschot is ingediend, gewogen naar de hoeveelheid gas die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluitingen zal worden geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden.
Artikel 6.1.9
1. De Minister geeft een beschikking op een aanvraag voor een voorschot binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
2. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste twee weken worden verlengd.
Paragraaf 6.2. Bevoorschotting warmte
Artikel 6.2.1
De Minister verstrekt op aanvraag één keer in 2023 een voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor warmte.
Artikel 6.2.2
Het jaarlijkse voorschot kan op verzoek van de subsidieontvanger worden gecorrigeerd bij wijzigingen van het aantal kleinverbruikaansluitingen of een contractueel leveringstarief.
Artikel 6.2.3
De hoogte van het jaarlijkse voorschot wordt berekend volgens de formule:
Waarbij KVA, VHWkva, VLWkva, PTW, TUKv en
achtereenvolgens staan voor:
kva: kleinverbruikaansluiting;
VHWkva: de verwachte hoeveelheid te leveren warmte in GJ per kleinverbruikaansluiting. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor warmte en een ondergrens van nul;
VLWkva: het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor warmte in € per GJ per kleinverbruikaansluiting in 2023, gewogen naar de hoeveelheid warmte die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluiting zal worden geleverd in 2023, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden;
PTW: het plafondtarief voor warmte;
- TUKv: een bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de te maken uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 6.2.4;
-
de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.
Artikel 6.2.4
De hoogte van het bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 6.2.3, wordt berekend volgens de formule:
waarbij kva en
achtereenvolgens staan voor:
- kva: kleinverbruikaansluiting;
-
de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.
Artikel 6.2.5
1. Het voorschot wordt per kwartaal in 2023 uitbetaald.
2. Het kwartaalbedrag wordt in gelijke delen uitbetaald op basis van de volgens artikel 6.2.2 berekende hoogte van het voorschot.
Artikel 6.2.6
1. De aanvraag voor een voorschot wordt gelijktijdig ingediend met de aanvraag voor subsidieverlening.
2. De aanvraag voor een voorschot wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld.
3.
De aanvraag omvat in ieder geval een raming van:
a. a. het aantal kleinverbruikaansluitingen; b. b. de hoeveelheid naar verwachting te leveren warmte binnen het volumeplafond voor warmte; c. c. het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor warmte in € per GJ per kleinverbruikaansluiting in 2023, gewogen naar de hoeveelheid warmte die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluiting zal worden geleverd in 2023, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden.
Artikel 6.2.7
1. De Minister geeft een beschikking op een aanvraag voor een voorschot binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
2. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste twee weken worden verlengd.
Hoofdstuk 7. Subsidievaststelling
Artikel 7.1
Een subsidieontvanger dient uiterlijk 30 juni 2025, 17:00 uur, een aanvraag in voor subsidievaststelling voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit, gas of warmte.
Artikel 7.2
1. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld.
2.
De aanvraag bevat in ieder geval:
a. a. de hoeveelheid elektriciteit, gas of warmte in kWh, m^3(n) of GJ die in 2023 aan kleinverbruikaansluitingen is geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt; b. b. het gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit of gas in € per kWh of m^3(n), gewogen naar de totale hoeveelheid elektriciteit of gas die in 2023 aan kleinverbruikaansluitingen is geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en waarvoor een eindfactuur is verstrekt; c. c. voor warmte: het contractuele leveringstarief voor warmte in € per GJ, gewogen naar de hoeveelheid warmte die in 2023 aan kleinverbruikaansluitingen is geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt; d. d. voor elektriciteit of gas: de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor elektriciteit of gas per kleinverbruikaansluiting in €, bepaald overeenkomstig bijlage III; e. e. voor elektriciteit of gas: de historische referentiewaarde voor elektriciteit of gas in €, bepaald overeenkomstig bijlage III; f. f. voor warmte: het in 2023 gerealiseerde rendement per kleinverbruikaansluiting in €, bepaald overeenkomstig bijlage III; g. g. voor warmte: het normrendement in €, bepaald overeenkomstig bijlage III; h. h. het aantal kleinverbruikaansluitingen waaraan in 2023 elektriciteit, gas of warmte is geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt, gewogen naar het aantal dagen waarvoor een leveringsovereenkomst was; i. i. een beschrijving van de methode van data-extractie uit de eigen administratie van de gegevens die gevraagd worden bij de subsidievaststelling.
3. De aanvraag gaat vergezeld van een product van een accountant over de getrouwheid van de gegevens in de aanvraag, met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld model of een door de Minister geaccepteerd vergelijkbaar document, indien het totaal aan verstrekte voorschotten € 125.000 of meer bedraagt.
Artikel 7.3
De Minister beslist op een aanvraag voor subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Artikel 8.1
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verstrekt.
Artikel 8.2
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023.