rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-boegbeeld-module-van-de-experimentele-kaderregeling-subsidies-i/BWBR0019987
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling BoegBeeld-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten BWBR0019987 ministeriele-regeling geldend 2006-06-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019987 Subsidieregeling BoegBeeld-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten

Subsidieregeling BoegBeeld-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. kaderregeling: de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten; b. b. R&D-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste één ondernemer, één kennisinstelling en één MKB-ondernemer, dat is opgericht voor de uitvoering van een innovatieproject; c. c. R&D-project: een samenhangend geheel van activiteiten bestaande uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of preconcurrentiële ontwikkeling of een combinatie hiervan; d. d. haalbaarheidsproject: een samenstel van activiteiten, dat leidt tot een schriftelijk rapport met een inschatting van de technische en economische mogelijkheden van een innovatieproject en dat betrekking heeft op industrieel onderzoek of preconcurrentiële ontwikkeling.

2. Voor de definities van innovatieproject, ondernemer, MKB-ondernemer, kennisinstelling, groep, fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek en preconcurrentiële ontwikkeling is artikel 1 van de kaderregeling van toepassing.

Paragraaf 2. Haalbaarheidsprojecten

Artikel 2

1. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een MKB-ondernemer die voor eigen rekening en risico een haalbaarheidsproject uitvoert dat past binnen het in de bij deze regeling behorende bijlage 1 opgenomen programma.

2. De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

3. Het subsidieplafond voor het in 2006 verlenen van subsidies op grond van dit artikel bedraagt € 570.233,.

4. Voor het verstrekken van subsidies op grond van dit artikel zijn de artikelen 4, 5, 7, 9, 11, 15 tot en met 20 en 28 tot en met 34 van de kaderregeling alsmede de artikelen 3 en 4 van toepassing.

Artikel 3

1. Het in artikel 3, vierde lid, van de kaderregeling bedoelde bedrag is € 100.000.

2. De in artikel 15, onderdeel c, van de kaderregeling bedoelde termijn is een jaar.

3. In afwijking van artikel 16, derde lid, van de kaderregeling bedraagt het ambtshalve te verstrekken voorschot 50 procent.

Artikel 4

In aanvulling op artikel 15 van de kaderregeling beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor een haalbaarheidsproject indien:

a. a. het innovatieproject waarop het haalbaarheidsproject betrekking heeft onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen van het in de bij deze regeling behorende bijlage 1 opgenomen programma; b. b. het innovatieproject waarop het haalbaarheidsproject betrekking heeft onvoldoende technisch risicovol is; c. c. het haalbaarheidsproject onvoldoende inzicht geeft in het economisch perspectief en de toepassingsmogelijkheden van mogelijke projectresultaten.

Paragraaf 3. R&D-projecten

Artikel 5

1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een R&D-samenwerkingsverband dat voor gezamenlijke rekening en risico een R&D-project uitvoert dat past binnen een van de volgende toepassingsgebieden van het in de bij deze regeling behorende bijlage 1 opgenomen programma:

a. a. elektronische beeldverwerking en verwerking van informatie (imaging and signal processing), waaronder aansluitmogelijkheden van systemen en mogelijkheid van standarisering (connectivity); b. b. diagnose op afstand van systemen en daarop volgende aanpassingen of verbeteringen van een elektronisch systeem (remote diagnostics, repair and services); c. c. bewegings- en positioneringsbeheer (motion and position control); d. d. adaptieve, herconfigureerbare architectuur- en platformcomponenten voor snelle customization van complexe tools (adaptive, reconfigural systems); e. e. projecten gericht op het experimenteren met concepten op virtueel gebied, hardware of simulatie (testability).

2. Het subsidieplafond voor het in 2006 verlenen van subsidies op grond van dit artikel bedraagt € 7.300.000,.

3. Voor het verstrekken van subsidies op grond van dit artikel zijn de artikelen 3, eerste, tweede en derde lid, 4, 6, 7, 12 tot en met 19, 21 tot en met 23, 28 tot en met 34 van de kaderregeling alsmede de artikelen 6 tot en met 12 van toepassing.

Artikel 6

1. Het in artikel 3, vierde lid, van de kaderregeling bedoelde bedrag is € 2.000.000.

2. De in artikel 21 van de kaderregeling bedoelde penvoerder is een ondernemer.

Artikel 7

1. De subsidie bedraagt in totaal niet meer dan 35 procent van de subsidiabele kosten.

2. Indien geen toepassing is gegeven aan artikel 3, derde lid, van de kaderregeling, wordt het in het voorgaande lid genoemde percentage verhoogd met 10 procentpunten, indien subsidie verstrekt wordt aan deelnemers in een R&D-samenwerkingsverband indien ten minste één deelnemer in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland is gevestigd en niet behoort tot een groep van een in Nederland gevestigde deelnemer.

Artikel 8

1.

Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:

a. a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het onderzoek toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten:

        1°.
        loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
      
      
        2°.
        de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
      
      
        3°.
        kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
      
      
        4°.
        kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur;
      
      
        5°.
        aan derden verschuldigde kosten;
      
      
        6°.
        kosten van buitenlandstages;
      
      
        7°.
        kosten van octrooi-aanvraag van publiek gefinancierde kennisinstellingen en MKB-ondernemers;
      
      
        8°.
        kosten inzake kennisoverdracht en verankering;

1°. 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar; 2°. 2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 3°. 3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers; 4°. 4°. kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur; 5°. 5°. aan derden verschuldigde kosten; 6°. 6°. kosten van buitenlandstages; 7°. 7°. kosten van octrooi-aanvraag van publiek gefinancierde kennisinstellingen en MKB-ondernemers; 8°. 8°. kosten inzake kennisoverdracht en verankering; b. b. een opslag voor overige algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.

2. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.

3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

4. De subsidie-ontvanger kan bij de minister een verzoek indienen om de berekening van de loonkosten en de algemene kosten te mogen vervangen door een in de gehele organisatie van de subsidie-ontvanger gebruikelijke, controleerbare methodiek. Dit verzoek moet vergezeld gaan van het gebruikte kostenmodel, de berekeningswijze en een door een accountant opgesteld assurancerapport over de aanvaardbaarheid van de voorgestelde methodiek.

5. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, wordt voor de berekening van de projectkosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.

6. Aan een ontheffing als bedoeld in het vierde lid kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 9

Als periode, bedoeld in artikel 12 van de kaderregeling, wordt vastgesteld: 26 juni 2006 tot en met 29 september 2006.

Artikel 10

1. De in artikel 15, onderdeel c, van de kaderregeling bedoelde termijn is drie jaar.

2.

De minister beslist, in aanvulling op het bepaalde in artikel 15 van de kaderregeling, tevens afwijzend op een aanvraag indien:

a. a. hij de projectkosten raamt op minder dan € 1.000.000; b. b. het onaannemelijk is dat ten minste 20 procent van de werkzaamheden wordt uitgevoerd door MKB-ondernemers in het R&D-samenwerkingsverband; c. c. onvoldoende samenhang in het project aanwezig is, gelet op de verhouding tussen de voorgenomen kosten en de omvang van de activiteiten van het R&D-project.

Artikel 11

1. Er is een Adviescommissie Boegbeeldprogramma, die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren over aanvragen om subsidie voor een R&D-project. Artikel 6 van de kaderregeling is van toepassing.

2. De minister wint over de aanvragen om een subsidie voor een R&D-project, waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregeling of 10 afwijzend wordt beslist het advies in van de adviescommissie.

3.

De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de aanvragen zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate het meer bijdraagt aan:

a. a. de doelstellingen van het in de bij deze regeling behorende bijlage 1 opgenomen programma; b. b. de kwaliteit van de samenwerking, ten minste blijkend uit de mate van betrokkenheid van MKB-ondernemingen en het effect van het project op MKB-ondernemingen alsmede de mate van samenwerking met kennisinstellingen; c. c. technologische innovatie; d. d. het duurzaam economisch perspectief, ten minste blijkend uit de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten alsmede het perspectief op arbeidsplaatsen of kennisuitwisseling met human capital.

4. Voor de rangschikking wegen de in het derde lid vermelde criteria even zwaar.

Artikel 12

1. In aanvulling op artikel 33, vierde lid, van de kaderregeling mag de verkrijger zijn eigen inbreng in de ontwikkelingskosten verrekenen.

2. In aanvulling op artikel 33, vierde lid, van de kaderregeling informeert de subsidie-ontvanger de minister voorafgaand over een transactie als bedoeld in dat lid.

3. In aanvulling op artikel 33 van de kaderregeling kan de minister de subsidie-ontvanger de verplichting opleggen om verslag uit te brengen over de toepassing van de resultaten van het R&D- project.

4. In aanvulling op artikel 33 van de kaderregeling draagt de subsidie-ontvanger zorg voor de openbaarmaking en verspreiding van de resultaten van het R&D-project. De minister kan hierover nadere verplichtingen opleggen.

5. De verplichtingen, bedoeld in het tweede en vierde lid, gelden gedurende vijf jaren na de dag waarop de subsidie is vastgesteld.

Paragraaf 4. Formulieren

Artikel 13

Het formulier voor het indienen van een aanvraag om:

a. a. een subsidie is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2; b. b. een voorschot is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3; c. c. een subsidievaststelling is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling BoegBeeld-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten.

Bijlage 1

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Bijlage 3

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Bijlage 4

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.