rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-branchecentra-voor-technologie-1998/BWBR0009095
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling branchecentra voor technologie 1998 BWBR0009095 ministeriele-regeling geldend 1998-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009095 Subsidieregeling branchecentra voor technologie 1998

Subsidieregeling branchecentra voor technologie 1998

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een brancheorganisatie die de volgende activiteiten uitvoert:

1°. 1°. het stichten en gedurende de eerste twee jaren na het stichten in stand houden van een branchecentrum voor technologie en 2° 2° het binnen dezelfde periode uitvoeren door het branchecentrum van ten minste één project.

2.

Geen subsidie wordt verstrekt indien:

a. a. de aanvrager al over een branchecentrum voor technologie beschikt; b. b. de activiteiten niet toegankelijk zijn voor niet-leden van de brancheorganisatie.

Artikel 3

1. De subsidie bedraagt 50 procent van de kosten, met dien verstande dat de kosten van de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, 1°, voor ten hoogste een vierde van alle kosten in aanmerking worden genomen.

2. Aan een brancheorganisatie wordt op grond van deze regeling voor de activiteiten genoemd in artikel 2, eerste lid, ten hoogste € 454 000 subsidie verstrekt.

3. Indien ter zake van de in het eerste lid bedoelde kosten of een deel daarvan reeds uit anderen hoofde door een bestuursorgaan of vanwege de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het bedrag ingevolge het eerste lid.

Artikel 3a

1.

Als kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:

a. a. de volgende rechtstreeks aan de activiteiten toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en betaalde kosten:

        1°. 
        loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van het betrokken directe personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
      
      
        2°. 
         kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op de historische aanschafprijzen;
      
      
        3°. 
         de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van vijf jaar;
      
      
        4°. 
         aan derden verschuldigde kosten, huisvestingskosten en kosten van collectief onderzoek daaronder niet begrepen;
      
      
        5°. 
         reis- en verblijfskosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum 5 procent van de onder 1° bedoelde loonkosten;

1°. 1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van het betrokken directe personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar; 2°. 2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op de historische aanschafprijzen; 3°. 3°. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van vijf jaar; 4°. 4°. aan derden verschuldigde kosten, huisvestingskosten en kosten van collectief onderzoek daaronder niet begrepen; 5°. 5°. reis- en verblijfskosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum 5 procent van de onder 1° bedoelde loonkosten; b. b. een opslag voor algemene kosten, groot 25 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.

2. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van de omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet kan verrekenen met door hem af te dragen omzetbelasting.

Artikel 4

1. De minister stelt ieder begrotingsjaar bij ministeriële regeling een subsidieplafond vast voor het in dat jaar verlenen van subsidies op grond van deze regeling.

2. Voor het verlenen van subsidies in 1999 is f 1.800.000,00 beschikbaar.

Paragraaf 2. Aanvragen

Artikel 5

1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

2. Een aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 6

De minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Artikel 7

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

Paragraaf 3. Subsidieverlening en verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel 8

Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 9, 10 en 11 opgenomen verplichtingen. Zij gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 9

1. De subsidie-ontvanger voert de activiteiten uit overeenkomstig het activiteitenplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en binnen de bij de subsidieverlening bepaalde periode, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor het wijzigen, het vertragen of het stopzetten van de activiteiten.

2. De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden.

Artikel 10

1. De subsidie-ontvanger brengt steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van de activiteiten, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het activiteitenplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de kosten.

2. De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen zes maanden na afloop van de bij de subsidieverlening bepaalde periode waarbinnen de activiteiten moeten zijn uitgevoerd.

3. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

4. De aanvraag gaat vergezeld van alle bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, waaronder een algemeen eindverslag over het stichten en in stand houden van het branchecentrum en een verslag per project met een nauwkeurige omschrijving van de uitvoering en de resultaten van het project in relatie tot het activiteitenplan.

Artikel 11

1. De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat te allen tijde alle rechtstreeks aan de activiteiten toe te rekenen kosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 3a, eerste lid, onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn.

2. De subsidie-ontvanger doet onverwijld nadat een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van hem bij de rechtbank is ingediend daarvan mededeling aan de minister.

Paragraaf 4. Voorschotten

Artikel 12

1. Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt kunnen op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister voorschotten worden verstrekt.

2. Het voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde kosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het in bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

3. Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot ten minste € 4 500 bedraagt.

Artikel 13

1. Een aanvraag wordt ingediend gelijktijdig met het uitbrengen van een verslag als bedoeld in artikel 10, eerste lid.

2. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3. Een aanvraag gaat vergezeld van alle bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 14

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

Paragraaf 5. Subsidievaststelling

Artikel 15

De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Paragraaf 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 16

De Subsidieregeling branchecentra voor technologie wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld.

Artikel 17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Kaderwet EZ-subsidies in werking treedt.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling branchecentra voor technologie 1998.