rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-breedband-kenniswijk/BWBR0013686
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling breedband Kenniswijk BWBR0013686 ministeriele-regeling geldend 2002-05-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013686 Subsidieregeling breedband Kenniswijk

Subsidieregeling breedband Kenniswijk

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een bewoner van een woning in de Kenniswijk voor de kosten van een aansluiting van die woning in de Kenniswijk, welke aansluiting voldoet aan de specificaties, genoemd in artikel 3, en voor de kosten van het gebruik van die aansluiting en voor de kosten van ten minste een elektronische dienst die met behulp van die aansluiting wordt geleverd.

2. Per zelfstandige woning of per samenstelling van onzelfstandige woningen in de Kenniswijk wordt voor ten hoogste één aansluiting subsidie verstrekt.

3. Indien de aanvrager de bewoner is van een woning voor de aansluiting waarvan reeds een subsidie is verstrekt, wordt diens aanvraag in afwijking van het tweede lid in behandeling genomen, mits de aanvrager aantoont dat hij de nieuwe bewoner is van die woning en de overeenkomst inzake de reeds voor die woning gerealiseerde aansluiting is beëindigd.

Artikel 3

De aansluiting, bedoeld in artikel 2, omvat ten minste een zich in de woning van de aanvrager bevindend netwerkaansluitpunt dat een verbinding, die aan de gangbare technische specificaties voldoet, mogelijk maakt tussen een netwerk en de apparatuur van de aanvrager,

a. a. met een continu beschikbare doorvoercapaciteit van ten minste 10Mbit/s symmetrisch tot aan het eerste concentratiepunt binnen het netwerk, b. b. waarmee gedurende ten minste 90% van de door de gebruiker voor elektronische diensten gebruikte tijd een transparante verbinding beschikbaar is van 10Mbit/s symmetrisch naar en van een internationaal uitwisselingspunt, en c. c. waarmee toegang mogelijk is tot internet en door middel van internet te leveren en te verrichten openbare elektronische communicatiediensten, als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de Telecommunicatiewet en andere digitale diensten.

Artikel 4

De subsidie bedraagt per aanvrager ten hoogste € 800.

Artikel 5

Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking:

a. a. de eenmalige kosten van de ingebruikstelling van de aansluiting tot ten hoogste € 500, en b. b. de kosten van het gebruik van de aansluiting en een elektronische dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, gedurende twaalf maanden na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, tot ten hoogste € 300.

Artikel 6

1. Het subsidieplafond van deze regeling bedraagt € 12.000.000.

2. Op de aanvragen wordt beslist in volgorde van ontvangst van de aanvragen.

3. Indien van de ontvangen aanvragen de volgorde van ontvangst niet kan worden vastgesteld, wordt beslist in volgorde van de datum waarop de overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, is gesloten.

4. Indien toepassing van het derde lid niet mogelijk is of geen uitsluitsel geeft, beslist het lot.

Artikel 7

1. De aansluiting bedoeld in artikel 2 wordt tot stand gebracht en in gebruik genomen in de periode van 1 september 2002 tot en met 30 juni 2005.

2. De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend in de periode van 1 september 2002 tot en met 1 september 2005, door indiening bij de Dienst Regelingen LNV, vestiging Diemen, van een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

3.

De aanvraag gaat vergezeld van één of meerdere overeenkomsten van de subsidieaanvrager met een aanbieder van een aansluiting als bedoeld in artikel 3, en met een aanbieder van een of meer openbare elektronische communicatiediensten als bedoeld in artikel 1.1. onderdeel g, van de Telecommunicatiewet, waaruit ten minste blijkt :

1^o dat de aanbieder van de aansluiting verplicht is de aansluiting overeenkomstig de eisen genoemd in artikel 3 te leveren, voor de duur van tenminste één jaar, te rekenen na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, en

2^o de hoogte van de door de aanvrager te maken kosten voor de ingebruikstelling en het gebruik van de aansluiting gedurende de periode van twaalf maanden na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, gespecificeerd naar de kostensoorten, genoemd in artikel 5.

4. Indien het aanvraagformulier onvolledig is ingevuld, dan wel niet vergezeld gaat van een van de in het derde lid genoemde bescheiden, wordt de aanvrager gedurende twee maanden in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen.

Artikel 8

De minister besluit over verlening van de subsidie binnen twaalf weken na de datum waarop de aanvraag en alle bescheiden, bedoeld in artikel 7, derde lid, zijn ontvangen.

Artikel 9

1. De aanvraag voor de subsidievaststelling wordt op een daartoe bestemd en door de minister vastgesteld formulier ingediend bij de Dienst Regelingen LNV, vestiging Diemen, binnen twee maanden na de datum waarop de aansluiting tot stand is gekomen en in gebruik is genomen.

2.

De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van:

a. a. een verklaring die door de aanbieder van de aansluiting, of namens hem door de installateur die de aansluiting heeft aangelegd, en de aanvrager is ondertekend en waaruit blijkt dat de aansluiting op een daarbij vermelde datum tot stand is gebracht en in gebruik is genomen; b. b. gegevens waaruit blijkt dat de aanvrager de bewoner is van de woning in de Kenniswijk voor de aansluiting waarvan de subsidie wordt aangevraagd.

3. In afwijking van artikel 7, tweede lid, kan volstaan worden met het indienen van een aanvraag voor subsidievaststelling indien de aanvrager beschikt over de in het tweede lid bedoelde verklaring.

4. Artikel 7, derde lid, is van toepassing op de aanvraag voor subsidievaststelling, bedoeld in het derde lid.

5. De aanvraag voor subsidievaststelling, bedoeld in het derde lid, wordt ingediend in de periode van 1 september 2002 tot en met 1 september 2005.

Artikel 10

1. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de aansluiting, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor een periode van ten minste één jaar na de datum bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, in stand blijft en gebruikt wordt.

2. Indien een van de overeenkomsten bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd, is de subsidieontvanger verplicht de minister binnen twee maanden na de datum van beëindiging hiervan in kennis te stellen.

3.

De bedragen genoemd in artikel 5 worden niet teruggevorderd indien één van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd in verband met:

a. a. overlijden van de bewoner, of b. b. op last van de rechter of op verzoek van de curator in faillissement, of c. c. op last van een uitkeringsinstantie, of d. d. om andere redenen die naar het oordeel van de minister de aanvrager in redelijkheid niet kunnen worden verweten.

4. Indien één van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd in verband met verhuizing om andere redenen dan die genoemd in het derde lid, de onderdelen b tot en met d, wordt een evenredig deel van het bedrag genoemd in artikel 5, onderdeel b, teruggevorderd.

5. De bedragen genoemd in artikel 5 worden teruggevorderd indien één van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd om andere redenen dan genoemd in het derde of vierde lid.

Artikel 11

1. De minister evalueert in 2003 de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

2. Uiterlijk vier jaar na inwerkingtreding van de regeling publiceert de minister een evaluatieverslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel 12

De aanvrager komt niet in aanmerking voor subsidie, indien de kosten, bedoeld in artikel 5, met toepassing van een andere regeling door de lokale, nationale of internationale overheid of overheidsorganisaties zijn gesubsidieerd.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2002.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling breedband Kenniswijk.

Bijlage . Postcodes Kenniswijk september 2004