rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-cultuurbegeleider-primair-en-speciaal-onderwijs/BWBR0040011
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling cultuurbegeleider primair en speciaal onderwijs BWBR0040011 ministeriele-regeling geldend 2020-06-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0040011 Subsidieregeling cultuurbegeleider primair en speciaal onderwijs

Subsidieregeling cultuurbegeleider primair en speciaal onderwijs

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
  • DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs;
  • leraar: persoon, die voldoet aan de bevoegdheidseisen die worden gesteld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 3 van de Wet op de expertisecentra;
  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • opleiding tot cultuurbegeleider: een door het CPION erkende post-initiële leergang cultuurbegeleider aan een onderwijsinstelling;
  • school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra.

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3

1. De minister kan subsidie verstrekken aan een leraar voor het volgen van de opleiding tot cultuurbegeleider.

2.

Voor subsidie zijn de volgende subsidiebedragen beschikbaar:

a. a. per leraar de kosten van het verschuldigde cursusgeld tot een maximum van € 3.000,; b. b. per leraar de kosten van studiemiddelen, ten bedrage van € 175,; en c. c. per leraar de reiskosten, ten bedrage van € 300,.

Artikel 4

1. In aanvulling op de subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, kan de minister subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag als tegemoetkoming in de vervangingskosten van een leraar, die een opleiding tot cultuurbegeleider volgt.

2. Per leraar komt ten hoogste 72 uur aan vervangingskosten voor subsidie in aanmerking.

3. Het subsidiebedrag voor vervangingskosten bedraagt ten hoogste € 40,89 per uur in het primair onderwijs en ten hoogste € 43,02 per uur in het speciaal onderwijs. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Artikel 5

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in 2017, 2018, 2019 en 2020 per kalenderjaar een bedrag van € 950.000, beschikbaar.

Artikel 6

De minister verdeelt het beschikbare subsidiebedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 7

1.

Aan de subsidie aan een leraar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn de volgende verplichtingen verbonden:

a. a. De leraar behaalt in de voorgeschreven studieperiode aangevuld met een uitloop van twee maanden het diploma tot cultuurbegeleider. b. b. De leraar zendt een afschrift van het diploma binnen drie maanden na het moment waarop de opleiding met goed gevolg is afgerond aan DUO.

2. Aan de subsidie aan een bevoegd gezag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, is de verplichting verbonden dat het bevoegd gezag de leraar in staat stelt de opleiding te volgen.

Artikel 8

1. Een aanvraag wordt voorafgaand aan de start van de opleiding tot cultuurbegeleider ingediend.

2. In afwijking van het eerste lid en artikel 3.2, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, kan voor opleidingen die in september of oktober 2017 zijn gestart vóór 1 november 2017 een aanvraag worden ingediend.

3. De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat bekend is gemaakt op de website www.duo.nl.

4. De aanvraag van de subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt gedaan door de leraar. Bij de aanvraag wordt vermeld op welk moment de opleiding start en wordt een inschrijvingsbevestiging gevoegd waaruit blijkt bij welk opleidingsinstituut de leraar de opleiding tot cultuurbegeleider zal gaan volgen.

5. De aanvraag van de subsidie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt gedaan door de leraar namens het bevoegd gezag. Deze aanvraag wordt door zowel de leraar als het bevoegd gezag ondertekend. De subsidie wordt verstrekt, betaald aan en verantwoord door het bevoegd gezag, en op het bevoegd gezag rusten de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Artikel 9

1. De subsidie aan een leraar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag verleend, en ambtshalve vastgesteld binnen 42 weken na de voorgeschreven studieperiode. De minister verleent een voorschot van 100% en betaalt het subsidiebedrag ineens aan de leraar.

2. De subsidie aan een bevoegd gezag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens.

Artikel 10

De subsidie aan een bevoegd gezag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 11

1. De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

2. De verantwoording van de subsidie aan een bevoegd gezag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Artikel 12

De minister kan voor bepaalde gevallen de regeling buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 12a

De leraar die op grond van dat artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, verplicht zou zijn om zijn diploma uiterlijk te behalen op een datum gelegen na 23 maart 2020, behaalt zijn diploma in afwijking van dat onderdeel binnen de voorgeschreven studieperiode aangevuld met een uitloop van acht maanden.

Artikel 13

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2017.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 oktober 2022.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling cultuurbegeleider primair en speciaal onderwijs.