40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling digitale school 2024 | BWBR0049795 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-06-13 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0049795 | Subsidieregeling digitale school 2024 |
Subsidieregeling digitale school 2024
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- coalitie: coalitie als bedoeld in artikel 4;
- digitaal afstandsonderwijs: vorm van onderwijs waarbij de leerling niet fysiek naar school gaat, maar het onderwijs via digitale wijze op afstand volgt;
- digitale schoolvoorziening: voorziening binnen een school die erop is gericht thuiszittende jeugdigen een passend onderwijstraject met digitaal afstandsonderwijs te bieden;
- minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
- penvoerder: bevoegd gezag van een school in een coalitie, dat voor de coalitie als penvoerder optreedt bij de aanvraag en verantwoording van subsidie op grond van deze regeling;
- leerlingen in het primair onderwijs: leerlingen op vestigingen van de scholen binnen het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 18a, tweede of vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs;
- samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede of vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 2.47, tweede of achttiende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- thuiszittende jeugdige: jeugdige in de leeftijd van vijf tot en met achttien jaar die niet is ingeschreven op een school in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Leerplichtwet 1969, of die school niet geregeld bezoekt;
- leerlingen in het voortgezet onderwijs: leerlingen op de vestigingen van de scholen binnen het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2.47, tweede of achttiende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 3
De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken voor:
a. a. het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 9 in het schooljaar 2024–2025 dat is gericht op het realiseren van een nieuwe of het uitbreiden van een bestaande digitale schoolvoorziening voor thuiszittende jeugdigen die woonachtig zijn binnen de regio van een samenwerkingsverband dat deelneemt aan de coalitie, of die zijn ingeschreven op een school die bij dat samenwerkingsverband is aangesloten; en b. b. het uitvoeren van de afspraken uit dit plan van aanpak tot en met het schooljaar 2027–2028.
Artikel 4
1. Een coalitie bestaat uit minimaal één school, vertegenwoordigd door het bevoegd gezag, en twee samenwerkingsverbanden, welke geografisch een logische samenhang hebben.
2. Een samenwerkingsverband kan bij ten hoogste één coalitie aansluiten.
Artikel 5
1. In 2024 is voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling in totaal € 23.520.000,– beschikbaar.
2. Per aanvraag is € 1.470.000,– beschikbaar.
Artikel 6
1. De subsidieaanvraag kan door de penvoerder worden ingediend van 20 augustus 2024 vanaf 09.00 uur tot en met 20 september 2024 tot 15.00 uur. Aanvragen die op of na 20 september 2024 15.00 uur worden ingediend, worden afgewezen.
2.
De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl. In het aanvraagformulier is opgenomen:
a. a. hoeveel en welke partijen deelnemen aan de coalitie op het moment van de aanvraag; b. b. de visie en ambitie die de coalitie wil realiseren op het gebied van digitaal afstandsonderwijs; c. c. indien van toepassing, op welke wijze digitaal afstandsonderwijs nu al is ingericht; d. d. vanuit welke provincie, waarbinnen één van de betrokken samenwerkingsverbanden is gelegen, de aanvraag wordt ingediend.
3. Bij de aanvraag wordt een samenwerkingsovereenkomst gevoegd, die is opgesteld en ondertekend door degene die daartoe bevoegd is, met gebruikmaking van het model dat daartoe is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl. De samenwerkingsovereenkomst bevat een ondertekende verklaring van alle partijen die deelnemen aan de coalitie dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat zij de gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.
Artikel 7
1. De minister verstrekt aan ten hoogste 16 penvoerders subsidie op grond van deze regeling.
2. Een coalitie wordt als voorloper aangemerkt indien bij de coalitie ten minste één school is aangesloten die in het schooljaar 2022/2023 of in het schooljaar 2023/2024 al over een structureel aanbod beschikte om thuiszittende jeugdigen met digitaal afstandsonderwijs te ondersteunen en dat kan aantonen met een beschrijving van het aanbod van digitaal onderwijs in de schoolgids of het schoolondersteuningsplan, aan leerlingen die daar niet tijdens het reguliere programma gebruik van maken.
3. De minister geeft per provincie voorrang aan één voorloper. Het betreft de voorloper met het grootste aantal leerlingen in de deelnemende samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie. Hierbij wordt uitgegaan van het vastgesteld aantal leerlingen in het primair onderwijs op peildatum 1 februari 2023 en het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs op basis van de voorlopige telling van 1 oktober 2023 in het voortgezet onderwijs die bij DUO is geregistreerd.
4. Indien er na toepassing van het derde lid nog provincies zijn van waaruit geen aanvraag is gehonoreerd, wordt in die provincies subsidie verstrekt aan de penvoerder van de coalities met een volledige aanvraag met het grootste aantal leerlingen op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen in het primair onderwijs op 1 februari 2023 en in het voortgezet onderwijs op 1 oktober 2023 in de samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie.
5. Indien na toepassing van het derde en vierde lid de 16 plaatsen nog niet zijn vervuld, wordt vervolgens voorrang gegeven aan de volledige aanvraag van de penvoerder van de coalitie met het grootste aantal leerlingen op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen in het primair onderwijs op 1 februari 2023 en in het voortgezet onderwijs op 1 oktober 2023 in de samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie.
6. Voor de toepassing van dit artikel is bepalend welke provincie de penvoerder bij de aanvraag, bedoeld in artikel 6, heeft vermeld.
Artikel 8
1. De penvoerder zendt voor 21 april 2025 een plan van aanpak aan DUS-I, dat voldoet aan het bepaalde in artikel 9. Voor het indienen van het plan van aanpak wordt gebruik gemaakt van het format dat beschikbaar wordt gesteld op www.dus-i.nl.
2. De penvoerder deelt de kennis die binnen de coalitie wordt opgedaan als gevolg van deelname aan deze regeling indien daarom wordt verzocht.
3. Indien de samenstelling van de coalitie wijzigt meldt de penvoerder dit onverwijld aan de minister, onverminderd het bepaalde in artikel 5.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
4. De penvoerder werkt mee aan een praktijk- en monitoringsonderzoek van de digitale schoolvoorziening.
5. De penvoerder werkt mee aan een monitoringsbezoek in het kader van de voortgang van de digitale schoolvoorziening.
Artikel 9
1.
Het plan van aanpak omvat:
a. a. een omschrijving van een visie en ambitie op het gebied van digitaal afstandsonderwijs, de belangrijkste tussentijdse mijlpalen en de wijze waarop dit bijdraagt aan het waarborgen van een ononderbroken ontwikkeling van leerlingen uit de doelgroep van thuiszittende jeugdigen binnen de betreffende regio; b. b. een omschrijving van wat de digitale schoolvoorziening biedt of zal gaan bieden; c. c. een omschrijving van de werkwijze van de digitale schoolvoorziening; d. d. een omschrijving van de samenwerking tussen partijen binnen de coalitie en de invulling van de regionale advies- en expertfunctie; en e. e. een omschrijving van de projectactiviteiten om te komen tot realisatie en uitvoering van de ambitie;
2. Voor het plan van aanpak wordt gebruik gemaakt van het format dat is bekengemaakt op www.dus-i.nl.
Artikel 10
1. De minister meldt de penvoerder uiterlijk op 1 juli 2025 of het plan van aanpak, bedoeld in artikel 9, volledig en voldoende helder is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het beoordelingskader opgenomen in bijlage 1, horende bij deze regeling.
2. Indien het plan van aanpak niet voldoet aan de gestelde eisen, bedoeld in het eerste lid, wordt eenmaal gelegenheid geboden om het plan van aanpak aan te passen.
3. Indien het plan van aanpak na afloop van de op basis van het tweede lid geboden herstelmogelijkheid niet is aangepast, of na aanpassing nog steeds niet voldoet aan de gestelde eisen, wordt de subsidie lager vastgesteld.
Artikel 11
1. Subsidie op grond van deze regeling wordt verleend binnen 13 weken na sluiting van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde aanvraagperiode.
2. De minister verstrekt bij de verlening ambtshalve een voorschot van 100%. Het voorschot wordt in vier delen uitbetaald in december 2024, in september 2025, in september 2026 en september 2027. De betaling in 2024 bedraagt € 345.000. De betalingen in 2025, 2026 en 2027 bedragen ieder € 375.000.
3. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1.
4. De penvoerder toont aan de hand van een eindrapportage aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De eindrapportage wordt uiterlijk op 31 december 2028 toegezonden aan DUS-I.
5. Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht en aan de daaraan verbonden verplichtingen is voldaan, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
6. In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, stelt de minister de subsidie vast binnen een jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode.
7. Indien de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor aan de penvoerder bekostiging wordt verstrekt.
8. Ten behoeve van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten kunnen door de penvoerder subsidiemiddelen overgedragen worden aan een school of samenwerkingsverband.
Artikel 12
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van de publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 juni 2029.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling digitale school 2024.
Bijlage 1. Beoordelingskader plan van aanpak
Deze bijlage behoort bij artikel 10 van de Subsidieregeling digitale school 2024
Conclusie: Voldoende/onvoldoende (van de 29 items moeten er tenminste 25 voldoende beoordeeld zijn).