rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-dutch-cycling-embassy-2019/BWBR0042319
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling Dutch Cycling Embassy 2019 BWBR0042319 ministeriele-regeling geldend 2019-06-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0042319 Subsidieregeling Dutch Cycling Embassy 2019

Subsidieregeling Dutch Cycling Embassy 2019

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • activiteitenplan: activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:62 van de wet;
  • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening;
  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
  • product: (deel)resultaat dat voortkomt uit een project;
  • project: geheel van activiteiten dat deel uitmaakt van een thema;
  • subsidieontvanger: stichting Dutch Cycling Embassy, gevestigd te Delft;
  • wet: Algemene wet bestuursrecht;
  • xls file: het format zoals opgenomen in de bijlage voor ramingen en realisaties van de gesubsidieerde projecten en producten ten behoeve van de subsidieverlening en subsidievaststelling.

Artikel 2

1. De minister kan op aanvraag per boekjaar een subsidie verstrekken aan de subsidieontvanger voor het uitvoeren van projecten en producten, gericht op de internationale profilering van Nederland als fietsland.

2.

Activiteiten in de zin van het eerste lid zijn:

a. a. het internationaal stimuleren van het gebruik van de fiets als vervoermiddel door het propageren van de Nederlandse kennis en kunde op dat gebied; b. b. het vervullen van een kennis- en loketfunctie voor internationale vragen over het Nederlandse fietsbeleid en -kennis; c. c. het coördineren van werkbezoeken, kennisbijeenkomsten en projecten; d. d. het faciliteren van (economische) samenwerking; en e. e. het organiseren van kennisbijeenkomsten en werkbezoeken.

3.

Geen subsidie wordt verstrekt voor zover:

a. a. voor een project of product als bedoeld in het tweede lid een subsidie is of wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan dan wel hiervoor andere inkomsten van derden zonder tegenprestatie zijn of worden verkregen; of b. b. voor zover de activiteiten als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, zijn te kwalificeren als economische activiteiten.

Artikel 3

De subsidie voor de activiteiten bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen c tot en met e, valt onder de de-minimis verordening (verordening (EU) van de Commissie nr. 1407/2013 van 18 december 2013, PbEU L352/1).

Artikel 4

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 5

1. Het subsidieplafond voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b, bedraagt € 184.000, per boekjaar.

2. Het subsidieplafond voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen c tot en met e, bedraagt € 66.000, per boekjaar.

Artikel 6

1. Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

2. Subsidiabele kosten kunnen ook betrekking hebben op de voor de indiening van de subsidieaanvraag gemaakte kosten in 2019.

Artikel 7

1. Uiterlijk op 1 september van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zendt de subsidieontvanger een concept van het activiteitenplan aan de minister.

2. In afwijking van het eerste lid wordt er geen concept-activiteitenplan voorafgaand aan de subsidieaanvraag voor het boekjaar 2019 ingediend.

Artikel 8

1. De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidieverlening in bij de minister, uiterlijk op 1 november van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

2. In afwijking van het eerste lid wordt de aanvraag tot subsidieverlening voor het boekjaar 2019 ingediend binnen een maand na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling is geplaatst.

3.

Onverminderd artikel 4:65 van de wet gaat de aanvraag vergezeld van:

a. a. het activiteitenplan waarin tevens een uiteenzetting wordt gegeven van de projecten en producten en waarin tevens rekening is gehouden met de opmerkingen die de minister heeft gemaakt bij het concept-activiteitenplan; b. b. de begroting, bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onder b, van de wet, die tevens de onderbouwing van het geraamde kosten per project bevat; c. c. de ingevulde ramingen in de xls file; d. d. de opgave van het kwartaal waarin de projecten en producten zijn afgerond; en e. e. het ingevulde formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 9

1. De minister neemt de beschikking tot subsidieverlening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

In de beschikking worden vermeld:

a. a. de te subsidiëren projecten en producten; b. b. het kwartaal waarin de subsidieontvanger gehouden is de projecten en producten te hebben afgerond; c. c. de wijze waarop het subsidiebedrag wordt bepaald en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld; d. d. de geraamde kosten per project, en e. e. de inhoud van het controleprotocol.

Artikel 10

In aanvulling op artikel 4:35 van de wet kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel:

a. a. in het activiteitenplan onvoldoende rekening is gehouden met de opmerkingen die hij heeft gemaakt bij het concept-activiteitenplan; b. b. de aanvraag niet voldoet aan artikel 8; of c. c. er in voorgaande boekjaren ten aanzien van de subsidieverlening dan wel subsidievaststelling toepassing is gegeven aan de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de wet.

Artikel 11

Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van de nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat, wordt in de beschikking tot subsidieverlening vermeld dat de subsidieverlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 12

1. De minister verleent een voorschot. Deze beschikking wordt ambtshalve en gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening gegeven.

2. De hoogte van het voorschot en de tijdstippen waarop de delen van het voorschot worden uitgekeerd worden in de beschikking bepaald met dien verstande dat het totale bedrag van de voorschotverlening ten hoogste 95 procent van de verleende subsidie per boekjaar bedraagt.

Artikel 13

1.

In aanvulling op de verplichtingen op grond van de wet is de subsidieontvanger verplicht tot:

a. a. het afronden van de uitvoering van projecten en producten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk op het kwartaal dat daarvoor is aangegeven in de beschikking tot subsidieverlening; b. b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending daarvan, zoals financiering van projecten en producten vanuit andere bronnen en over- en onderschrijdingen van het geraamde subsidiebedrag van een project van meer dan 25% onder vermelding van de oorzaak van de verschillen; c. c. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat een gesubsidieerd project niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; d. d. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het verstrekken van desverlangd alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast; e. e. het de minister vooraf op de hoogte stellen indien naar de media wordt getreden ten aanzien van een gesubsidieerd project of product met een landelijk politiek gevoelig of belangrijk landelijk beleidsmatig karakter; f. f. het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerd project, een toegevoegde waarde heeft geleverd aan het in artikel 2, eerste lid, omschreven doel; g. g. het in acht nemen van het controleprotocol; en i. i. het onverwijld informeren van de minister nadat:

        1°.
        een verzoek tot verlening van surseance aan of faillietverklaring van de subsidieontvanger bij de rechtbank is ingediend; of
      
      
        2°.
        een besluit tot ontbinding bij de rechtbank is ingediend.

1°. 1°. een verzoek tot verlening van surseance aan of faillietverklaring van de subsidieontvanger bij de rechtbank is ingediend; of 2°. 2°. een besluit tot ontbinding bij de rechtbank is ingediend.

2.

Voorts kan de minister bij de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:

a. a. het verkrijgen van andere financiële middelen; of b. b. andere verplichtingen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.

3.

Tevens draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat:

a. a. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor:

        1°
        de gesubsidieerde projecten en producten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds en
      
      
        2°
        de gesubsidieerde projecten en producten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b enerzijds en de gesubsidieerde projecten en producten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen c tot en met e anderzijds;

1° 1° de gesubsidieerde projecten en producten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds en 2° 2° de gesubsidieerde projecten en producten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b enerzijds en de gesubsidieerde projecten en producten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen c tot en met e anderzijds; b. b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder e; en c. c. geen staatssteun wordt verleend aan ondernemingen door middel van de subsidie.

Artikel 14

1. De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in uiterlijk 1 april volgend op het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van:

a. a. een activiteitenverslag dat tevens voldoet aan artikel 4:80, derde lid, van de wet; b. b. een financieel verslag dat tevens voldoet aan 4:76 van de wet; c. c. de stand van zaken van de projecten en producten en de kwartalen waarin deze zijn afgerond, het gerealiseerde aantal uren per project met onderbouwing en de gerealiseerde kosten derden per project met onderbouwing; d. d. een toelichting indien de gemaakte kosten voor een project 25% of meer afwijken van het geraamde bedrag ervoor; e. e. de ingevulde realisaties in de xls file; f. f. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 4:78, derde lid, van de wet, en g. g. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 4:79, derde lid, van de wet.

Artikel 15

1. De minister neemt de beschikking tot subsidievaststelling binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag.

2. De minister is bevoegd tot ambtshalve vaststelling van de subsidie indien de subsidieontvanger niet tijdig de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend.

Artikel 16

Uiterlijk 31 december 2021 publiceert de Minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze subsidieregeling en zendt hij het verslag tevens aan beide Kamers der Staten-Generaal.

Artikel 17

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2019.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Dutch Cycling Embassy 2019.

Bijlage 1. behorende bij