rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-duurzame-ontwikkeling-cacao-en-chocoladesector/BWBR0016140
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling duurzame ontwikkeling cacao- en chocoladesector BWBR0016140 ministeriele-regeling geldend 2003-12-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016140 Subsidieregeling duurzame ontwikkeling cacao- en chocoladesector

Subsidieregeling duurzame ontwikkeling cacao- en chocoladesector

Paragraaf I. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. minister: minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. b. HPA: Hoofdproductschap Akkerbouw; c. c. producten: cacaobonen, cacaoproducten en chocoladeproducten; d. d. cacaosector: productie, be- en verwerking, handel, distributie en opslag van cacaobonen en cacaoproducten; e. e. chocoladesector: productie, be- en verwerking, handel, distributie en opslag van chocoladeproducten; f. f. sector: cacaosector en chocoladesector; g. g. duurzame ontwikkeling: ontwikkeling die voorziet in de behoeften van vandaag, zonder daarbij het vermogen van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien, in gevaar te brengen. h. h. capaciteits- en institutionele opbouw: totstandkoming van algemeen beschikbare voorzieningen voor de waarborging van voedselkwaliteit alsmede de daarmee verband houdende kennisontwikkeling en kennisoverdracht; i. i. oorspronglanden: cacao-exporterende landen als bedoeld in bijlage A bij de Internationale cacao-overeenkomst 2001;

Paragraaf II. De subsidie

Artikel 2

1.

De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan natuurlijke personen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden van rechtspersonen ter zake van activiteiten die de duurzame ontwikkeling van de sector stimuleren en die leiden tot:

a. a. capaciteits- en institutionele opbouw in oorspronglanden; b. b. systeem, proces of productinnovaties die leiden tot een versterking van de economische structuur van de sector of een verbetering van de kwaliteit van producten, met name ten aanzien van de voedselkwaliteit; c. c. een beter welzijn voor werknemers en hun familie die in een oorsprongland werkzaam zijn in de sector, of d. d. een geringere milieubelasting van de sector.

2.

Voor subsidie komen uitsluitend activiteiten of combinaties van activiteiten uit de volgende categorieën in aanmerking:

a. a. onderzoek en ontwikkeling; b. b. algemene voorlichting; c. c. opleiding, training en technische assistentie; d. d. investeringen.

Artikel 3

1.

Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende, door de aanvrager aan te tonen kosten, voor zover zij noodzakelijk zijn voor en rechtstreeks zijn toe te rekenen aan een of meer categorieën van activiteiten bedoeld in artikel 2, tweede lid, waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft:

a. a. de aan derden verschuldigde gemaakte en betaalde kosten; b. b. loonkosten, die worden gemaakt en betaald door de subsidieaanvrager, berekend op basis van het brutojaarloon volgens de verzamelloonlijst van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke of op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met een maximum van 1600 productieve uren per medewerker per jaar; c. c. reis- en verblijfkosten; d. d. de bouw, verwerving, verbetering of inrichting van onroerende goederen, niet zijnde grond; e. e. de gemaakte en betaalde kosten van aangeschafte machines en apparatuur, en f. f. de gemaakte en betaalde kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen.

2. Bij de in het eerste lid bedoelde kosten worden financieringskosten buiten beschouwing gelaten.

Artikel 4

Geen subsidie wordt verleend:

a. a. indien de subsidie zou moeten worden aangemerkt als staatssteun als bedoeld in artikel 87 van het EU-Verdrag; b. b. indien de subsidieverlening ertoe zou leiden dat het bedrag, genoemd in artikel 5, voor meer dan 40% besteed wordt aan:

      één van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde doelen;
    
    
      activiteiten in één oorsprongland.
  • één van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde doelen;
  • activiteiten in één oorsprongland. c. c. voor in artikel 2 bedoelde activiteiten waarmee een begin van uitvoering is gemaakt alvorens de ontvangst van een aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd; d. d. indien de op aanvraag te verlenen subsidie niet ten minste € 50.000, bedraagt, en e. e. voor in artikel 2 bedoelde activiteiten, waarvoor door een bestuursorgaan reeds subsidie is verstrekt.

Artikel 5

Het subsidieplafond van deze regeling bedraagt € 12.000.000.

Artikel 6

1. De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten.

2. De subsidie bedraagt per aanvrager maximaal € 2.000.000.

Paragraaf III. Subsidieverlening

Artikel 7

1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij het HPA.

2.

De aanvraag tot subsidieverlening gaat ten minste vergezeld van:

a. a. een projectplan, dat bestaat uit een beschrijving van de doelstellingen en achtergronden van het project, het geheel van activiteiten, waarvoor geheel of gedeeltelijk subsidie wordt aangevraagd, een tijdsplanning van de activiteiten en de wijze van uitvoering; b. b. een begroting van de kosten en een opgave van de financieringswijze van het project, en c. c. in voorkomend geval, indien het project in een samenwerkingsverband wordt uitgevoerd, het samenwerkingsovereenkomst, met daarin tenminste een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende natuurlijke en rechtspersonen alsmede van de verdeling van de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en financiële verplichtingen tussen de verschillende deelnemers.

Artikel 8

1. De aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend vanaf 1 januari 2004 tot en met 31 december 2007.

2. De minister kan besluiten dat vanaf een door hem te bepalen tijdstip, voor bepaalde of voor onbepaalde tijd, geen aanvragen kunnen worden ingediend en doet daarvan mededeling in de Staatscourant.

Artikel 9

1. De aanvragen tot subsidieverlening worden behandeld op volgorde van binnenkomst, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld voor de toepassing van dit artikel geldt als datum van ontvangst.

2. Indien door toewijzing van subsidieaanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond als bedoeld in artikel 5 zou worden overschreden, geschiedt de toewijzing volgens een rangschikking van de subsidieaanvragen, waarbij telkenmale de hoogst gerangschikte subsidieaanvraag het eerste voor toewijzing in aanmerking komt. De rangschikking vindt plaats volgens loting, die geschiedt door een door de minister aan te wijzen notaris.

Artikel 10

1. Er is een begeleidingscommissie, die tot taak heeft de minister te adviseren over de ingediende aanvragen tot subsidieverlening, aanvragen tot voorschotverlening en aanvragen tot subsidievaststelling.

2.

De minister benoemt in de begeleidingscommissie:

a. a. twee leden afkomstig uit de cacaosector; b. b. twee leden afkomstig uit de chocoladesector; c. c. één lid, zijnde een ambtenaar werkzaam bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en d. d. een voorzitter, niet afkomstig uit de cacao- of chocoladesector en niet werkzaam bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

3. De benoemingsduur van de voorzitter en de leden bedraagt 4 jaar.

4. De begeleidingscommissie stelt haar werkwijze vast.

Paragraaf IV. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 11

De subsidieontvanger voert de activiteit uit:

a. a. overeenkomstig de aanvraag waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft, en b. b. binnen 12 maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening of in de gevallen dat in de beschikking tot subsidieverlening een andere termijn is genoemd, binnen deze termijn.

Paragraaf V. Bevoorschotting, subsidievaststelling en terugvordering

Artikel 12

1. De minister kan de subsidieontvanger op diens aanvraag ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag en ten hoogste een maal per zes maanden voorschotten verlenen.

2. De aanvraag tot voorschotverlening wordt ingediend bij het HPA en gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte.

3. De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het voorschot.

4. De minister kan voorschriften en voorwaarden verbinden aan de beschikking tot voorschotverlening.

Artikel 13

1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen 15 maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening ingediend bij het HPA.

2. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 11, onderdeel b, laatste volzin, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling binnen de op grond van dit artikel vastgestelde termijn ingediend.

3.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat ten minste vergezeld van:

a. a. Schriftelijke bewijsstukken waaruit blijkt dat de in artikel 3, eerste lid, bedoelde kosten zijn daadwerkelijk zijn gemaakt en betaald; b. b. schriftelijke bewijsstukken waaruit kan worden opgemaakt dat de activiteit daadwerkelijk verricht is.

Artikel 14

Indien de beschikking tot subsidievaststelling is ingetrokken, betaalt de subsidieontvanger op eerste vordering van de minister de onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten terug, vermeerderd met de wettelijke rente over de periode van de datum van intrekking tot het tijdstip van algehele voldoening.

Paragraaf VI. Slotbepalingen

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling duurzame ontwikkeling cacao- en chocoladesector.