rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-eerstelijns-verblijf-2015/BWBR0036016
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015 BWBR0036016 ministeriele-regeling geldend 2015-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0036016 Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015

Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *accountant:* accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

    *eigen bijdrage:* bijdrage in de kosten van eerstelijns verblijf;

    *indicatiebesluit:* indicatiebesluit als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;

    *eerstelijns verblijf:* medisch noodzakelijk kortdurend verblijf in verband met geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, waarbij 24-uurs toezicht of zorg in de nabijheid aanwezig is, al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg;

    *oordeel van het CIZ:* besluit als bedoeld in artikel 5.2.1 van het Besluit langdurige zorg;

    *prestatie:* prestatie, bedoeld in artikel 1.2, tweede lid;

    *minister:* minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

    *verzekerde:* persoon die overeenkomstig de wet is verzekerd;

    *wet:*
     Wet langdurige zorg;

    *zorg:* zorg als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet.

Artikel 1.2

1. Het Zorginstituut kan aan een Wlz-uitvoerder die op grond van artikel 4.2.4, tweede lid, van de wet is aangewezen als zorgkantoor, ten behoeve van het jaar 2015 een subsidie verstrekken voor het aan verzekerden doen verlenen van eerstelijns verblijf in de regio of regio's waarvoor de Wlz-uitvoerder als zorgkantoor is aangewezen.

2.

Subsidie wordt slechts verstrekt voor de volgende prestaties:

a. a. eerstelijns verblijf basis: eerstelijns verblijf waarbij hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen wordt verleend; b. b. eerstelijns verblijf intensief: eerstelijns verblijf waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen worden overgenomen en waarbij geneeskundige zorg, verpleging, verzorging en paramedische zorg wordt verleend onder substantiële coördinatie, regie en supervisie van een multidisciplinair team; c. c. eerstelijns verblijf palliatief terminaal: eerstelijns verblijf waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen veelal worden overgenomen en waarbij in verband met een levensbedreigende ziekte of aandoening met een levensverwachting van minder dan drie maanden intensieve geneeskundige zorg, verpleging, verzorging en paramedische zorg verleend wordt.

3.

De prestaties komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking:

a. a. voor zover de verzekerde daar blijkens een oordeel van het CIZ voor in aanmerking komt, b. b. indien de verzekerde niet beschikt over een indicatiebesluit waaruit blijkt dat hij recht heeft op zorg, c. c. indien de verzekerde niet op grond van artikel 11.1.1 van de wet of op grond van de artikel 9.3a van de Regeling langdurige zorg gelijkgesteld is met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat deze recht heeft op zorg, tenzij het gaat om een verzekerde wiens gelijkstelling berust op grond van artikel 11.1.1, derde lid, van de wet, nadat de geldigheidsduur van zijn op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten afgegeven indicatiebesluit is verlopen, en d. d. indien de verzekerde op grond van artikel 9.3b van de Regeling langdurige zorg recht heeft op zorg waarop ook verzekerden als bedoeld in artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet recht hebben.

4. Verblijf waarop de verzekerde recht heeft uit hoofde van de wet, waarvoor op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg door de zorgautoriteit een prestatiebeschrijving is vastgesteld of dat bekostigd kan worden uit hoofde van enig ander wettelijk voorschrift, komt niet voor subsidie in aanmerking.

5. Voor subsidie komt voorts slechts in aanmerking eerstelijns verblijf verleend door een instelling met een toelating voor verblijf.

Artikel 1.3

Het bedrag van de subsidie dat voor het jaar 2015 ten hoogste wordt verleend aan de Wlz-uitvoerder is gelijk aan de som van de volgende bedragen per regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen als zorgkantoor:

Amstelland en de Meerlanden € 1.365.503; Amsterdam € 3.637.865; Apeldoorn, Zutphen e.o. € 2.105.241; Arnhem € 4.889.324; Delft Westland Oostland € 1.386.997; Drenthe € 2.795.281; Flevoland € 652.828; Friesland € 3.982.937; 't Gooi € 2.085.548; Groningen € 3.678.411; Haaglanden € 4.491.223; Kennemerland € 2.179.623; Midden-Brabant € 2.162.173; Midden-Holland € 1.182.928; Midden IJssel € 1.193.941; Nieuwe Waterweg Noord € 1.071.669; Nijmegen € 2.477.565; Noord- en Midden Limburg € 2.705.815; Noord-Holland Noord € 2.689.966; Noordoost Brabant € 2.923.106; Rotterdam € 4.109.063; Twente € 3.927.655; Utrecht € 5.246.419; Waardenland € 2.153.776; West-Brabant € 3.382.656; Zaanstreek/Waterland € 1.674.784; Zeeland € 2.436.271; Zuid-Holland Noord € 2.322.369; Zuid-Hollandse eilanden € 1.971.695; Zuid-Limburg € 4.028.324; Zuidoost Brabant € 2.759.165; Zwolle € 2.329.881.

Hoofdstuk 2. Aanvraag

Artikel 2.1

1. De subsidie wordt op aanvraag verstrekt.

2. Een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ontvangen uiterlijk binnen vier weken na publicatie van deze regeling in de Staatscourant.

Artikel 2.2

1. Voor een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt.

2. Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

Hoofdstuk 3. Verlening

Artikel 3.1

Het Zorginstituut besluit binnen acht weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, over de verlening van de subsidie.

Artikel 3.2

Het Zorginstituut vermeldt in het besluit tot verlening van de subsidie in ieder geval het maximumbedrag dat aan subsidie wordt verleend.

Hoofdstuk 4. Bevoorschotting en verplichtingen

Artikel 4.1

1. Het Zorginstituut kan na ontvangst van de aanvraag tot verlening ambtshalve voorschotten verstrekken.

2. Het Zorginstituut verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie ambtshalve tevens voorschotten op het maximumbedrag van de verleende subsidie.

3. De voorschotten worden betaald aan het CAK.

4. De voorschotten worden na afloop van elke maand verstrekt.

5. De hoogte van het maandelijkse voorschot wordt bepaald aan de hand van het bedrag dat de subsidieontvanger in de voorafgaande maand heeft betaald voor verrichte prestaties.

6. De subsidieontvanger doet binnen twee weken na afloop van elke maand een opgave van de betalingen.

Artikel 4.2

De subsidieontvanger doet de prestaties slechts verrichten onder de voorwaarde dat de verzekerde een door het CAK overeenkomstig Hoofdstuk 3, paragrafen 3.1 en 3.2, van het Besluit langdurige zorg te innen eigen bijdrage betaalt.

Artikel 4.3

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

a. a. de doelstellingen van de gesubsidieerde activiteiten op doelmatige wijze worden nagestreefd, b. b. de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten op verantwoorde wijze wordt bestuurd en c. c. de voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten benodigde middelen op verantwoorde wijze worden beheerd.

Artikel 4.4

1.

De subsidieontvanger houdt een zodanig ingerichte administratie bij dat daarin altijd kan worden nagegaan:

a. a. de betalingen van de subsidieontvanger voor verrichte prestaties; b. b. het aantal verrichte prestaties; c. c. de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen.

2. De administratie wordt op overzichtelijke, controleerbare en doelmatige wijze ingericht.

3. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaren bewaard.

Artikel 4.5

1.

De subsidieontvanger meldt meteen aan het Zorginstituut als:

a. a. het tijdens de periode waarvoor de subsidie is verleend aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, b. b. het aannemelijk is geworden dat niet of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan of c. c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

2. De melding wordt schriftelijk gedaan. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 4.6

1. De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens het Zorginstituut ingesteld onderzoek dat erop is gericht het Zorginstituut inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie.

2. De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen voor de ontwikkeling van het beleid van de minister.

3. De subsidieontvanger verplicht zijn accountant alsmede degenen die hij het eerstelijns verblijf doet verlenen tot medewerking aan het onderzoek.

Artikel 4.7

Het Zorginstituut kan bij de verlening van de subsidie verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 5. Verhoging

Artikel 5.1

1. Het Zorginstituut kan het bedrag van de subsidie die voor het jaar 2015 is verleend op aanvraag van de subsidieontvanger verhogen.

2.

De subsidie wordt slechts verhoogd indien het aannemelijk is dat de verleende subsidie ontoereikend zal zijn voor het in het gehele jaar 2015 doen verrichten van de prestaties gelet op:

a. a. het bedrag dat de subsidieontvanger daadwerkelijk heeft betaald voor verrichte prestaties; b. b. een prognose op basis van het bedrag dat de subsidieontvanger heeft betaald voor in april 2015 verrichte prestaties, rekening houdend met vertraagde en onjuiste declaraties van zorgaanbieders.

Artikel 5.2

1. Het Zorginstituut besluit op de aanvragen in twee tranches.

2.

Het Zorginstituut besluit op de aanvraag:

a. a. in de eerste tranche uiterlijk 1 augustus 2015; b. b. in de tweede tranche uiterlijk 31 oktober 2015.

3.

Het subsidieplafond voor de verhoging van de verleende subsidie bedraagt:

a. a. in de eerste tranche € 46.000.000; b. b. in de tweede tranche € 31.000.000.

4. Indien het toekennen van de aanvragen tot verhoging van de verleende subsidies in de eerste tranche zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, worden de uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare middelen verdeeld over de subsidieontvangers die de verhoging hebben aangevraagd naar rato van het bedrag dat de subsidieontvanger heeft betaald voor in de periode van 1 januari tot en met 30 april 2015 verrichte prestaties, met dien verstande dat de verhoging niet meer bedraagt dan is aangevraagd.

5. Indien het toekennen van de aanvragen tot verhoging van de verleende subsidies in de tweede tranche zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, worden de uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare middelen verdeeld over de subsidieontvangers die de verhoging hebben aangevraagd naar rato van het bedrag dat de subsidieontvanger heeft betaald voor in de periode van 1 januari tot en met 30 juli 2015 verrichte prestaties, met dien verstande dat de verhoging niet meer bedraagt dan is aangevraagd.

Artikel 5.3

1. De aanvraag tot verhoging van de verleende subsidie wordt uiterlijk op 30 juni 2015 ontvangen.

2. Een aanvraag die na de termijn, bedoeld in het vorige lid, wordt ontvangen wordt afgewezen.

Artikel 5.4

De aanvraag tot verhoging van de verleende subsidie gaat vergezeld van een opgave van het bedrag dat de subsidieontvanger heeft betaald voor in de periode van 1 januari tot en met 30 april 2015 verrichte prestaties en de prognose, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 5.5

1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking stelt het Zorginstituut de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag tot verhoging van de verleende subsidie binnen drie weken aan te vullen.

2. Het Zorginstituut besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, niet of niet voldoende is aangevuld.

Artikel 5.6

De artikelen 2.2, 3.1 en 3.2 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot verhoging van de verleende subsidie.

Hoofdstuk 6. Vaststelling

Artikel 6.1

1. De subsidieontvanger dient uiterlijk 1 juni 2016 een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.

2. Het Zorginstituut kan ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 6.2

1. Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt.

2. Het aanvraagformulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

Artikel 6.3

1. De subsidieontvanger doet in de aanvraag tot vaststelling van de subsidie per prestatie opgave van de som van het aantal prestaties, uitgedrukt in etmalen, die de subsidieontvanger in 2015 heeft doen verrichten in alle regio's waarvoor de subsidieontvanger als zorgkantoor is aangewezen.

2. De subsidieontvanger maakt in de opgave onderscheid naar prestaties waarbij de geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, is verleend door een huisarts of door een specialist ouderengeneeskunde.

3. De subsidieontvanger toont in de aanvraag tot vaststelling van de subsidie aan dat voldaan is aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie.

Artikel 6.4

De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van:

a. a. een assurancerapport van een accountant dat is opgesteld overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol; b. b. een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol.

Artikel 6.5

1.

De subsidie wordt per prestatie vastgesteld op het aantal prestaties dat de subsidieontvanger in 2015 heeft doen verrichten in alle regio's waarvoor de subsidieontvanger als zorgkantoor is aangewezen vermenigvuldigd met:

€ 130,72 per etmaal voor eerstelijns verblijf basis, waarbij de geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, is verleend door een huisarts;
€ 188,19 per etmaal voor eerstelijns verblijf intensief, waarbij de geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, is verleend door een huisarts;
€ 269,02 per etmaal voor eerstelijns verblijf palliatief terminaal, waarbij de geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, is verleend door een huisarts;
€ 157,14 per etmaal voor eerstelijns verblijf basis, waarbij de geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, is verleend door een specialist ouderengeneeskunde;
€ 217,75 per etmaal voor eerstelijns verblijf intensief, waarbij de geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, is verleend door een specialist ouderengeneeskunde;
€ 306,31 per etmaal voor eerstelijns verblijf palliatief terminaal, waarbij de geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, is verleend door een specialist ouderengeneeskunde.

2. De subsidie wordt ten hoogste vastgesteld op het maximum bedrag van de verleende subsidie.

Artikel 6.6

Binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie neemt het Zorginstituut een besluit op de aanvraag.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015 en vervalt met ingang van 2016, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 7.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015.