rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-emancipatie-ondersteuning-1998/BWBR0009242
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning 1998 BWBR0009242 ministeriele-regeling geldend 1998-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009242 Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning 1998

Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning 1998

Artikel 1

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna te noemen de minister, kan aan rechtspersonen subsidies verstrekken voor activiteiten ter ondersteuning en stimulering van het emancipatieproces in de samenleving en van de wisselwerking tussen daarbij betrokken maatschappelijke organisaties.

Artikel 2

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten, die

a. a. hetzij passen in de actuele themas van emancipatiebeleid, zoals die jaarlijks worden aangegeven in de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. b. hetzij gericht zijn op het wegnemen van structurele en culturele belemmeringen en directe en indirecte discriminatie tussen naar sekse, leeftijd, etniciteit, seksuele voorkeur en levensbeschouwing onderscheiden groepen, zodat diversiteit als bron van kwaliteit van de samenleving tot haar recht kan komen, of een wezenlijke bijdrage leveren aan de mogelijkheid van die groepen om volwaardig en gelijktijdig te participeren in verschillende levenssferen (de persoonlijke sfeer, de sfeer van werk en inkomen en de politiek-sociale sfeer); c. c. hetzij gericht zijn op verbreding van het draagvlak voor het emancipatieproces of bijdragen aan expertisevorming en worden verricht door rechtspersonen, die daartoe per boekjaar worden gesubsidieerd.

Artikel 3

1. Subsidie wordt slechts verstrekt indien subsidieverstrekking het meest geëigende instrument is om het met de betrokken activiteiten beoogde doel te bereiken.

2. De activiteiten mogen niet beperkt zijn tot één sector van de samenleving of tot het beleidsterrein van één ministerie.

3. Activiteiten, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moeten bovendien een vernieuwend karakter hebben en het daarmee beoogde doel moet een landelijke uitstraling hebben.

Artikel 4

1. De minister maakt jaarlijks voor de aanvang van een kalenderjaar een subsidieplafond bekend voor subsidieverstrekking voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b onderscheidenlijk c.

2. Voor de toepassing van deze regeling is in 1998 ten hoogste 0,805 miljoen gulden beschikbaar voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, 0,5 miljoen gulden voor activiteiten als bedoeld in onderdeel b, en 8,55 miljoen gulden voor activiteiten als bedoeld in onderdeel c.

Artikel 5

De subsidie bedraagt 100% van de werkelijke kosten, voortvloeiend uit subsidiabele activiteiten. Met betrekking tot activiteiten als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, kan tot 100% van de verleende subsidie worden bevoorschot.

Artikel 6

1. Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moeten worden ingediend vóór een door de minister vast te stellen datum; deze datum wordt bekendgemaakt gelijktijdig met de bekendmaking van het betrokken subsidieplafond. Op deze aanvragen wordt na die datum gelijktijdig beslist op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de in dat onderdeel bedoelde doelstellingen.

2. Op aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, die zijn ontvangen uiterlijk op 1 maart onderscheidenlijk 1 september van een kalenderjaar, wordt na die data gelijktijdig beslist op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de in dat onderdeel bedoelde doelstellingen; aanvragen die voor subsidiëring in aanmerking komen maar na de vergelijking zijn afgewezen wegens overschrijding van het betrokken subsidieplafond, worden éénmaal bij de daaropvolgende gelijktijdige beslissing betrokken.

Artikel 7

De subsidie-ontvanger is verplicht:

a. a. gedurende de looptijd van de gesubsidieerde activiteiten en na afloop daarvan alle medewerking te verlenen aan evaluatie en monitoring van de activiteiten en het daarmee beoogde doel; b. b. indien subsidie wordt verstrekt als bedoeld in artikel 2, onderdeel c: op verzoek van de minister met hem en met andere ontvangers van een zodanige subsidie overleg te voeren over de gesubsidieerde activiteiten en de onderlinge afstemming daarvan en deze zo nodig bij te stellen.

Artikel 8

1. Subsidiëring als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, over de jaren 1998 en volgende vindt plaats met inachtneming van deze regeling.

2. Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling emancipatieonder-steuning 1998; zij treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

Bijlage