40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling ESF-EQUAL | BWBR0012493 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-05-16 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012493 | Subsidieregeling ESF-EQUAL |
Subsidieregeling ESF-EQUAL
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. De minister kan, overeenkomstig de regels van dit besluit, subsidie verstrekken aan rechtspersonen die een bijdrage leveren aan de uitvoering van het communautair initiatief EQUAL ter bestrijding van discriminatie en achterstandsposities op de arbeidsmarkt, ter integratie van toegelaten asielzoekers in maatschappij en beroepsleven, en ter scholing en activering van asielzoekers.
2. De Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing op de subsidieverlening krachtens dit besluit.
Artikel 3
1.
Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking transnationale projecten, passend binnen de in artikel 2 genoemde doelstellingen, met betrekking tot de volgende onderwerpen:
a. a. de verbetering van de (her)intredingsmogelijkheden tot de arbeidsmarkt; b. b. de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat op de arbeidsmarkt; c. c. het scheppen van mogelijkheden om een bedrijf te starten; d. d. vergroting van de arbeidsmogelijkheden in de tertiaire sector, in het bijzonder de sector maatschappelijke dienstverlening; e. e. scholing, en verbetering van de aansluiting tussen scholing en werk; f. f. de inzet van de informatietechnologie bij scholing, bij arbeidsplaatsaanpassing en bij de verbetering van de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; g. g. vergemakkelijking van de combinatie van arbeid en zorg; h. h. de doorbreking van de horizontale en verticale segregatie tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt; i. i. scholing en activering van asielzoekers.
2. De projecten moeten een vernieuwend karakter hebben, en de resultaten daarvan moeten ook na afronding van het project bruikbaar en toepasbaar kunnen zijn.
Artikel 4
1. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een belanghebbende de beoogde projecten met het oog op reservering van subsidiemiddelen en verlening van een voorbereidingssubsidie aan te melden. Slechts na die reservering en verlening kunnen projectsubsidieaanvragen worden gedaan.
2. De mogelijkheid tot aanmelding bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanmeldingstijdvakken, gelegen in de jaren 2001 t/m 2006. Indien deze mogelijkheid wordt geopend, wordt hiervan vooraf door de minister in de Nederlandse Staatscourant mededeling gedaan. In een gelijktijdig door de minister vastgesteld en in de Nederlandse Staatscourant bekendgemaakt ESF-EQUAL-beleidskader worden de bedragen bekendgemaakt die ten hoogste voor de verschillende categorieën projecten ter beschikking zullen worden gesteld, en kunnen nadere eisen worden gesteld waaraan nieuwe aanvragers en projecten zullen moeten voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen.
Artikel 5
1. Aanmelding van projecten met het oog op reservering van subsidiemiddelen en verlening van voorbereidingssubsidie kan slechts plaatsvinden gedurende een krachtens artikel 4 door de minister vastgesteld aanmeldingstijdvak.
2. De aanmelding geschiedt per project; voor de aanmelding dient gebruik te worden gemaakt van een formulier dat door de minister ter beschikking wordt gesteld.
3.
Bij de aanmelding dienen in ieder geval de volgende gegevens te worden verstrekt:
a. a. een beschrijving van de aard van het project dat men voor subsidie in aanmerking zou willen brengen en de daarmee beoogde resultaten, waarbij wordt aangegeven op welk van de in artikel 3, eerste lid, genoemde onderwerpen het project betrekking heeft; b. b. een indicatief financieringsplan, waarin de voorbereidingskosten duidelijk worden onderscheiden; c. c. de beoogde administratieve organisatie voor de uitvoering van het project; d. d. de aard van de samenwerkingsrelatie die de aanvrager voornemens is aan te gaan met transnationale partners, en met belanghebbenden bij het project; e. e. een indicatief plan met betrekking tot het toekomstig gebruik van de resultaten van het project, en de verspreiding daarvan.
4. De minister kan van de aanvrager aanvullende gegevens verlangen, of inzage verlangen in de administratie van de aanvrager.
5. De aanvrager ontvangt uiterlijk 4 maanden na het sluiten van het aanmeldingstijdvak een beschikking, of ten behoeve van het door hem aangemelde project subsidiemiddelen zullen worden gereserveerd, en tot aan welk bedrag voorbereidingssubsidie met betrekking tot het project wordt verleend.
Artikel 6
De reservering van subsidiemiddelen en de voorbereidingssubsidie worden afgewezen voorzover op grond van de beschikbare gegevens naar het oordeel van de minister:
a. a. de in artikel 5, derde lid onder a, bedoelde beschrijving onvoldoende is uitgewerkt, b. b. het aangemelde project niet voldoet aan de bij en krachtens deze regeling gestelde eisen, c. c. onvoldoende aannemelijk is dat de cofinanciering afdoende zal kunnen plaatsvinden, d. d. medebelanghebbenden onvoldoende bij het opzetten en uitvoeren van het project zullen worden betrokken, e. e. onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de aanvrager aan de in artikel 14 gestelde eisen zal voldoen, f. f. het beoogde project onvoldoende vernieuwend is, onvoldoende bruikbare resultaten zal opleveren, of zich onvoldoende leent voor ruimere toepasbaarheid, g. g. het voor de desbetreffende projecten in het toepasselijke ESF-EQUAL-beleidskader aangegeven subsidieplafond zal worden bereikt.
Artikel 7
1. Indien naar aanleiding van de aanmelding van een project subsidiemiddelen worden gereserveerd en een voorbereidingssubsidie wordt toegekend, vermeldt de beschikking voor welk project deze geldt, en tot welk bedrag ten hoogste ESF-EQUAL-projectsubsidie zal kunnen worden aangevraagd.
2. Voorzover zulks in het toepasselijke ESF-EQUAL-beleidskader is bepaald en in de Rijksbegroting daartoe middelen zijn gereserveerd, kan de minister, per project, aanvullende subsidiemiddelen reserveren ter medefinanciering van de voorbereiding en uitvoering van de in de beschikking vermelde projecten.
3. In de beschikking wordt voorts het maximumbedrag bepaald dat als voorbereidingssubsidie aan de aanvrager wordt verleend voor de verdere ontwikkeling van het toegewezen project, en voor het opzetten van het bijbehorende ontwikkelingspartnerschap en de transnationale samenwerking. Dit bedrag bedraagt 5% van het krachtens de voorgaande leden voor het desbetreffende project gereserveerde bedrag aan ESF-EQUAL-projectsubsidie.
Artikel 8
1. Degene aan wie voorbereidingssubsidie is verleend kan voor de uitvoering van het toegewezen project een projectsubsidieaanvraag bij de minister indienen.
2. Een aanvraag dient te worden ingediend binnen 6 maanden na de datum van verlening van de voorbereidingssubsidie.
3. Een aanvraag heeft steeds betrekking op één project, waarvan de looptijd niet langer dan 2,5 jaren mag zijn, en dat in hoofdzaak gericht moet zijn op één van de in artikel 3, eerste lid, genoemde onderwerpen.
4. De aanvraag wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat daartoe door de minister ter beschikking wordt gesteld, en bevat in ieder geval een projectbeschrijving, een financieringsplan en een beschrijving van de administratieve organisatie van het project.
5.
Indien de aanvrager voor de financiering van het te subsidiëren project middelen van derden inzet, dient dit te geschieden op basis van een schriftelijke overeenkomst met, dan wel schriftelijke toezegging van, die derden. In de overeenkomst wordt de bijdrage die door die derde wordt verschaft vastgelegd, alsmede de voorwaarden waaronder deze ter beschikking wordt gesteld. Een afschrift van de overeenkomst wordt bij de subsidieaanvraag gevoegd.
De reservering van aanvullende subsidiemiddelen krachtens artikel 7, tweede lid, wordt voor de toepassing van dit artikellid gelijkgesteld met een schriftelijke toezegging.
6. Bij de aanvraag dient een afschrift te zijn gevoegd van de samenwerkingsovereenkomst die de aanvrager is aangegaan met andere belanghebbenden bij het project, waarin ieders bijdrage aan, en betrokkenheid bij, het project, alsmede ieders bevoegdheden bij de besluitvorming duidelijk zijn omschreven.
7. Bij de aanvraag dient een afschrift te zijn gevoegd van een door aanvrager aangegane overeenkomst voor transnationale samenwerking overeenkomstig een door de minister vastgesteld model.
8. Op de aanvraag wordt uiterlijk 8 weken na ontvangst beschikt.
Artikel 9
Een projectsubsidieaanvraag wordt afgewezen:
a. a. indien de aanvraag of het voor subsidie in aanmerking gebrachte project niet voldoet aan de bij en krachtens deze regeling gestelde eisen; b. b. indien onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de uitvoering van het project te maken kosten; c. c. indien de voorgenomen administratieve organisatie van het project niet voldoet aan de in artikel 14 terzake gestelde eisen; d. d. indien de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten; e. e. indien, blijkens de in artikel 8, zesde lid, bedoelde overeenkomst, medebelanghebbenden onvoldoende bij de uitvoering van het project zullen worden betrokken; f. f. indien het beoogde project onvoldoende vernieuwend is, onvoldoende bruikbare resultaten zal opleveren, of zich onvoldoende leent voor ruimere toepasbaarheid; g. g. indien het project reeds uit anderen hoofde wordt gefinancierd ten laste van Europese subsidieprogramma's.
Artikel 10
1. De beschikking tot verlening van projectsubsidie betreft de projectactiviteiten, zoals vastgelegd in de bij de subsidieaanvraag gevoegde projectbeschrijving.
2. In de beschikking wordt het maximumbedrag bepaald dat aan ESF-EQUAL-projectsubsidie tegemoet kan worden gezien. Bij de bepaling van dit bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de uitvoerings- en beheerskosten van het project, zoals door de aanvrager geraamd in zijn subsidieaanvraag, met dien verstande dat bepaalde, in de beschikking te vermelden, kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden vastgesteld, voorzover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht kunnen worden voor de uitvoering of het beheer van het project. Het maximumbedrag bedraagt ten hoogste het krachtens artikel 7, eerste lid, voor het desbetreffende project gereserveerde bedrag.
3. In geval krachtens artikel 7, tweede lid, aanvullende subsidiemiddelen ten behoeve van het project zijn gereserveerd, wordt in de beschikking tevens het percentage van de aanvullende projectsubsidie vastgesteld.
4. Aan de beschikking tot verlening van projectsubsidie kunnen nadere voorschriften worden verbonden, voorzover deze noodzakelijk zijn ter waarborging van een juiste uitvoering van het project dan wel het behoud van een goed inzicht in de voortgang van het project.
5. Aan de beschikking kunnen voorschriften worden verbonden, ertoe strekkende dat de begunstigde, en de medebelanghebbenden met wie hij het samenwerkingsverband is aangegaan, de resultaten van het project ook na afronding daarvan zullen benutten en uitdragen, dan wel mee zullen werken aan door de minister georganiseerde acties die daarop zijn gericht.
Artikel 11
De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste het in de beschikking tot verlening van ESF-EQUAL-projectsubsidie vermelde maximumbedrag. In geval ten behoeve van het project tevens krachtens artikel 10, derde lid, een aanvullende projectsubsidie is verleend, wordt dit percentage vermeerderd met het krachtens genoemd artikellid vastgestelde percentage, en wordt het maximumbedrag in evenredigheid verhoogd. In geval de begunstigde krachtens een in artikel 8, vijfde lid, bedoelde overeenkomst of toezegging jegens derden terzake van de uitvoering van het gesubsidieerde project aanspraak heeft op betaling van een bedrag dat meer bedraagt dan 50% van de subsidiabele kosten, dan wel de begunstigde bij zijn aanvraag een schriftelijke toezegging heeft gedaan dat hij meer dan 50% van de subsidiabele kosten voor eigen rekening zal nemen, wordt de subsidie verlaagd met dit meerdere.
Artikel 12
1. Uitsluitend kosten die door of op verzoek van de begunstigde of de belanghebbenden in het ontwikkelingspartnerschap daadwerkelijk zijn gemaakt, die te hunnen laste zijn gebleven en die voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het project noodzakelijk moeten worden geacht, komen voor subsidiëring in aanmerking. Hierbij wordt verordening (EG)1685/2000 in acht genomen.
2.
Als projectkosten blijven buiten beschouwing:
a. a. kosten die ten behoeve van het project zijn gemaakt voor de datum waarop de subsidie werd verleend; b. b. de kosten van inkomensvervangende betalingen of uitkeringen aan deelnemers, niet zijnde loonbetalingen; c. c. de loonkosten van werkervaringsplaatsen en dienstbetrekkingen welke zijn aangegaan of bekostigd in het kader van de Wet werk en bijstand de Wet inschakeling werkzoekenden of het Besluit in- of doorstroombanen; d. d. kosten van adviseurs, uitvoerders en onderuitvoerders die zijn bepaald als percentage van de totale kosten van het project, of als percentage van de te ontvangen subsidie.
3. Indien een project wordt uitgevoerd ten behoeve van wel en niet tot de doelgroepen behorende deelnemers, dan worden de kosten naar verhouding, en op grond van een controleerbare berekening, toegerekend aan de onderscheiden deelnemers.
Artikel 13
1. De voorbereidingssubsidie wordt onmiddellijk bij de verlening als voorschot aan de aanvrager uitgekeerd.
2.
Met betrekking tot de ESF-EQUAL-projectsubsidie en de aanvullende projectsubsidie zullen de voorschotbetalingen als volgt worden gedaan:
a. a. Een eerste voorschot, ten bedrage van 30% van het maximaal toegekende subsidiebedrag, wordt op aanvraag direct verstrekt nadat de uitvoering van het project waarvoor de subsidie werd verleend is aangevangen; b. b. verdere voorschotten, waarbij het eerste voorschot wordt aangevuld tot ten hoogste 80% van het maximaal toegekende subsidiebedrag, kunnen op aanvraag worden verstrekt, voorzover door middel van tussentijdse rapportages is aangetoond dat verdere bevoorschotting noodzakelijk is.
3. Alvorens een voorschot, als bedoeld in het tweede lid onder b, te verlenen kan de minister van de aanvrager verlangen dat de tussentijdse rapportage wordt voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Een dergelijk voorschot wordt niet verleend indien de realisatie van het project achterblijft bij de ramingen, als vervat in de bij de subsidieaanvraag gevoegde projectbeschrijving, of wanneer er twijfel is aan een correcte uitvoering van het project.
Artikel 14
1. De begunstigde dient een inzichtelijke en controleerbare aparte administratie bij te houden of te doen bijhouden met betrekking tot de voorbereiding en uitvoering van het project en de in verband daarmee gedane uitgaven en verworven inkomsten. Deze administratie zal bestaan uit een deelnemersadministratie en een financiële administratie, waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, juist en volledig zijn vastgelegd en zijn te verifiëren met bewijsstukken.
2. De deelnemersadministratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde prestaties in termen van deelnemers en uren, en in termen van geleverde producten of diensten.
3. De financiële administratie geeft inzicht in de subsidiabele kosten, de inkomsten en de wijze waarop de inkomsten en uitgaven aan het project worden toegerekend.
4. De administratie dient aldus te zijn opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor correcte en adequate tussentijdse rapportages.
5. De administratie dient voldoende mogelijkheden te bieden voor een goede accountantscontrole op de juiste naleving van de subsidievoorwaarden.
6. Bij de vastlegging van gegevens ter voldoening aan de voorgaande leden worden de in het toepasselijke ESF-EQUAL-beleidskader terzake gestelde eisen in acht genomen.
7. De begunstigde draagt zorg dat alle administratieve bescheiden welke betrekking hebben op het gesubsidieerde project bewaard blijven tot het jaar 2014.
8. De begunstigde zal aan door de minister dan wel door de Europese Commissie daartoe aangewezen personen desgevraagd inzage in of informatie uit deze administratie geven of doen geven. Tevens zal hij de voornoemde personen desgevraagd informatie verschaffen over de voortgang van het voor subsidie in aanmerking gebrachte project.
Artikel 15
1. De begunstigde dient ieder jaar een uitvoeringsrapportage in, waarin per project wordt aangegeven in welke mate de beschikbare middelen, inclusief de ontvangen voorschotten, zijn besteed, en welke resultaten zijn gerealiseerd.
2. De rapportage dient uiterlijk twee maanden na afloop van het desbetreffende jaar te worden ingediend, onder gebruikmaking van een daartoe door de minister ter beschikking gesteld formulier.
3. Indien er tussentijds bijzondere omstandigheden optreden, die de voortgang van het project substantieel wijzigen of die anderszins belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het recht op subsidie, doet de begunstigde hiervan onverwijld mededeling aan de minister.
Artikel 16
1. De begunstigde informeert de door hem ingeschakelde uitvoerders en de deelnemers aan projecten dat zij deelnemen aan een door het Europees Sociaal Fonds gesubsidieerd project, en verleent medewerking aan door de minister georganiseerde publicitaire en voorlichtingsactiviteiten gericht op de media, potentiële deelnemers en het grote publiek.
2. De begunstigde zal alle medewerking verlenen aan de opstelling van evaluatierapporten m.b.t. deze subsidieregeling, en zal, indien het gesubsidieerde project niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, zorgdragen dat de feitelijke uitvoerder van het project deze medewerking verleent.
Artikel 17
1. De begunstigde dient binnen 10 maanden na de datum waarop hem een voorbereidingssubsidie werd verleend een verzoek in om vaststelling van het bedrag aan voorbereidingssubsidie waarop aanspraak bestaat;
2. De begunstigde dient binnen 3 maanden na beëindiging van het project waarvoor een projectsubsidie werd verleend een verzoek in om vaststelling van het bedrag aan ESF-EQUAL-projectsubsidie en, indien van toepassing, aanvullende projectsubsidie waarop aanspraak bestaat.
3. Het verzoek wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister ter beschikking wordt gesteld, en bevat een eindrapportage en een declaratie van de gemaakte subsidiabele kosten, als bedoeld in artikel 12.
4. De einddeclaratie is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig het in bijlage 1 bij dit besluit opgenomen model.
5. De hoogte van het vastgestelde subsidiebedrag wordt uiterlijk drie maanden na de datum van indiening van het krachtens het eerste of tweede lid gedane verzoek door de minister schriftelijk medegedeeld aan de begunstigde.
Artikel 18
1.
Een beschikking tot verlening van projectsubsidie kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, en de op basis daarvan uitbetaalde bedragen kunnen worden teruggevorderd:
a. a. indien de begunstigde bij zijn aanvraag onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, en de subsidie bij juiste of volledige informatie niet, dan wel tot een lager bedrag zou zijn toegekend, b. b. in geval het project wordt uitgevoerd in afwijking van de bij de aanvraag gevoegde projectbeschrijving, c. c. indien de doelstellingen van het project ten gevolge van nalatigheid van de begunstigde niet of slechts ten dele worden gerealiseerd, of d. d. indien de begunstigde een der voorschriften, vervat in artikel 14, 15, 16 of 17 niet naleeft.
2. Intrekking en terugvordering krachtens het eerste lid, onder b, vindt niet plaats, indien de afwijking vooraf aan de minister is voorgelegd, en deze daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
Artikel 19
Aanvragen tot bekostiging van projecten met ESF-middelen, ingediend vanuit enig departement of onderdeel daarvan, zullen door de minister worden beoordeeld in het kader van dezelfde procedure, en op basis van dezelfde beoordelingscriteria, als betrof het subsidieaanvragen. De voorgaande artikelen zijn op die aanvragen van overeenkomstige toepassing.
Artikel 20
1. Deze regeling wordt in de Nederlandse Staatscourant bekendgemaakt.
2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking.
3. Deze regeling kan worden aangehaald als: Subsidieregeling ESF-EQUAL
Bijlage . ESF-EQUAL-Beleidskader 2001
De genoemde bedragen van de ter beschikking staande subsidiemiddelen gelden voor de periode 2001 tot en met 2003.