40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling ETB-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten | BWBR0023011 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-12-16 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0023011 | Subsidieregeling ETB-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten |
Subsidieregeling ETB-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. kaderregeling: de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten; b. b. ETB-project: een internationaal innovatieproject, bestaande uit industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan op het gebied van life sciences en gezondheid, waarvoor een pre-proposal is ingediend in het kader van de derde call van het European Research Area network Euro Trans Bio bij het ETB-office door een internationaal samenwerkingsverband, dat voldoet aan bijlage 1 bij deze regeling; c. c. life sciences en gezondheid:
1°.
geneesmiddelenontwikkeling;
2°.
ontwikkeling van medische technologie welke leidt tot specifieke behandelmethodes of diagnostiek; of
3°.
ontwikkeling van biomedische materialen of producten gebaseerd op deze materialen;
1°. 1°. geneesmiddelenontwikkeling; 2°. 2°. ontwikkeling van medische technologie welke leidt tot specifieke behandelmethodes of diagnostiek; of 3°. 3°. ontwikkeling van biomedische materialen of producten gebaseerd op deze materialen; d. d. industrieel onderzoek: industrieel onderzoek in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); e. e. experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); f. f. onderzoeksorganisatie: een onderzoeksorganisatie in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU 323).
2. Voor de definities van Minister, innovatieproject, ondernemer, MKB-ondernemer, groep en innovatie-samenwerkingsverband zijn artikel 1, onderdelen a, b, c, d, f en g van de kaderregeling van toepassing.
Paragraaf 2. Subsidieverstrekking
Artikel 2
1.
De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan:
a. a. een in Nederland gevestigde MKB-ondernemer die voor eigen rekening en risico een deel van een ETB-project uitvoert, dan wel b. b. indien sprake is van meer dan één in Nederland gevestigde deelnemer aan één ETB-project die op grond van deze regeling subsidie wil aanvragen, een innovatie-samenwerkingsverband van in Nederland gevestigde ondernemers of onderzoeksorganisaties, onder wie ten minste één MKB-ondernemer, die voor gemeenschappelijke rekening en risico een deel van een ETB-project uitvoeren.
2. Voor het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling zijn de artikelen 3, vierde lid, 5, 6, met uitzondering van de eerste volzin van het tweede lid, 7, 12 tot en met 23, 28 tot en met 32, 33, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 34 van de kaderregeling van toepassing.
Artikel 3
1.
De subsidie bedraagt:
a. a. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek, met dien verstande dat de subsidie voor een ondernemer 35 procent van de subsidiabele kosten bedraagt; b. b. 25 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.
2. Artikel 3, tweede en derde lid, van de kaderregeling zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Het in artikel 3, vierde lid, van de kaderregeling bedoelde bedrag is € 750.000.
4. Artikel 4, eerste, derde en vierde lid, van de kaderregeling zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de kaderregeling ook geldt, indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt.
Artikel 4
1.
Indien een in Nederland gevestigde ondernemer of onderzoeksorganisatie als bedoeld in artikel 2 daarom verzoekt, worden in afwijking van artikel 5 van de kaderregeling de volgende subsidiabele kosten in aanmerking genomen:
a. a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het industriële onderzoek of de experimentele ontwikkeling toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:
1°.
loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°.
de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°.
kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4°.
kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het ETB-project aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
5°.
aan derden verschuldigde kosten;
6°.
kosten van buitenlandstages;
7°.
kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8°.
kosten inzake kennisoverdracht;
1°. 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar; 2°. 2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 3°. 3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers; 4°. 4°. kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het ETB-project aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten; 5°. 5°. aan derden verschuldigde kosten; 6°. 6°. kosten van buitenlandstages; 7°. 7°. kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers; 8°. 8°. kosten inzake kennisoverdracht; b. b. een opslag voor algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.
2. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, onder 1°, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.
3. De kosten, bedoeld in dit artikel, worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien en voor zover de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, wordt voor de berekening van de projectkosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.
Artikel 5
1. Als periode, bedoeld in artikel 12 van de kaderregeling wordt vastgesteld de dag van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 15 februari 2008, 13.00 uur.
2. Het subsidieplafond voor verlenen van subsidies op aanvragen als bedoeld in het eerste lid is € 4.000.000.
Artikel 6
Er is een Adviescommissie Euro Trans Bio, die tot taak heeft de Minister op zijn verzoek te adviseren over aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.
Artikel 7
1. De in artikel 15, onderdeel c, van de kaderregeling bedoelde termijn is 4 jaar.
2. In aanvulling op artikel 15 van de kaderregeling beslist de Minister afwijzend op een aanvraag indien niet ten minste 35 procent van de op grond van deze regeling subsidiabele kosten ten laste komen van deelnemende MKB-ondernemers.
3. In aanvulling op artikel 15 van de kaderregeling kan de Minister tevens afwijzend beslissen op een aanvraag indien het internationale samenwerkingsverband na indiening van de aanvraag niet meer voldoet aan het bepaalde in bijlage 1 of de financiering van het totale internationale project onvoldoende blijkt.
Artikel 8
1. De Minister wint over aanvragen om een subsidie op grond van deze regeling waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregeling of artikel 7 afwijzend wordt beslist, het advies in van de Adviescommissie Euro Trans Bio.
2.
De Minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de aanvragen zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. a. meer wordt bijgedragen aan technologische of wetenschappelijke vernieuwing of aan wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie; b. b. het economische en sociale perspectief van het ETB-project groter is; c. c. de internationale samenwerking binnen het project doelmatiger en doeltreffender is; d. d. de beschikbaarheid van de benodigde menskracht, de financiële draagkracht en faciliteiten zoals laboratoria en gespecialiseerde apparatuur meer is aangetoond.
3. Voor de rangschikking wegen de in het tweede lid vermelde criteria even zwaar.
Artikel 9
In aanvulling op artikel 16 van de kaderregeling wordt een voorschot slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot meer is dan € 15.000.
Artikel 10
In aanvulling op artikel 21 van de kaderregeling treedt bij indienen van een aanvraag door een innovatie-samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, een MKB-ondernemer op als penvoerder.
Artikel 11
1. Indien toepassing is gegeven aan artikel 4, eerste lid, voert, in afwijking van artikel 29, eerste lid, onderdeel c, van de kaderregeling, de subsidieontvanger een administratie, gerelateerd aan de kostensoorten, genoemd in artikel 4, waaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze de gemaakte en betaalde kosten zijn af te leiden.
2.
In aanvulling op artikel 33, eerste tot en met derde lid, van de kaderregeling draagt een onderzoeksorganisatie uitsluitend kennis of andere resultaten uit een ETB-project over aan een ondernemer die deelneemt in hetzelfde samenwerkingsverband, indien aan tenminste één van de volgende voorwaarden is voldaan:
a. a. de deelnemende ondernemingen dragen de volledige kosten van het project; b. b. de resultaten waaraan geen intellectuele eigendomsrechten kunnen worden ontleend, mogen ruim worden verspreid en eventuele intellectuele eigendomsrechten op de resultaten die uit de activiteiten van de onderzoeksorganisatie voortvloeien, worden volledig aan de onderzoeksorganisatie toegekend; c. c. de onderzoeksorganisatie ontvangt van de deelnemende ondernemingen een vergoeding die overeenstemt met de marktprijs voor de intellectuele eigendomsrechten die voortvloeien uit de door de onderzoeksorganisatie in het kader van het project uitgevoerde activiteit en die worden overgedragen aan de deelnemende ondernemingen. Eventuele bijdragen van de deelnemende ondernemingen in de kosten van de onderzoeksorganisatie worden op deze compensatie in mindering gebracht.
Paragraaf 3. Formulieren
Artikel 12
Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:
a. a. een subsidie is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2; b. b. een voorschot is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3; c. c. een subsidievaststelling is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ETB-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten.
Bijlage 1
Het internationale samenwerkingverband in het kader van een ETB-project is een samenwerkingsverband:
Bijlage 2
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 4
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.