40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling experimenten en kennisoverdracht wonen 2013 | BWBR0033574 | ministeriele-regeling | geldend | 2013-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0033574 | Subsidieregeling experimenten en kennisoverdracht wonen 2013 |
Subsidieregeling experimenten en kennisoverdracht wonen 2013
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister voor Wonen en Rijksdienst;
b. b.
*Commissie:* Commissie van de Europese Gemeenschappen;
c. c.
*de-minimis verordening 1998/2006:*
verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving
Artikel 2
De minister kan subsidie verstrekken aan rechtspersonen die experimenten uitvoeren of kennisoverdrachtactiviteiten verrichten gericht op:
a. a. het scheppen van randvoorwaarden voor een goed functionerende woningmarkt, b. b. het versterken van de positie van de woonconsument, c. c. het bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving, of d. d. het waarborgen van de minimale kwaliteit van gebouwen en het verbeteren van de kwaliteit van gebouwen, met inbegrip van het stimuleren van energiebesparing.
Paragraaf 2. Het subsidieplafond
Artikel 3
1. Het subsidieplafond bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van de Minister voor Wonen en Rijksdienst voor de verschillende in artikel 2 genoemde doeleinden blijkt.
2. Over de subsidieaanvragen wordt beslist in volgorde van ontvangst van de aanvragen.
Paragraaf 3. De subsidieverlening
Artikel 4
1. Vóór indiening van de aanvraag door de aanvrager gemaakte kosten komen voor subsidie in aanmerking.
2.
Indien de aanvraag wordt ingediend als met de betrokken activiteit of activiteiten reeds is begonnen, bevat de aanvraag
a. a. een weergave van de stand van zaken tot dusverre, en b. b. een toelichting waarom de aanvraag niet voor aanvang van de activiteit of activiteiten is ingediend.
Artikel 5
1.
Indien voor een subsidie goedkeuring van de Commissie is vereist op grond van artikel 88, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap:
a. a. dient de minister zo spoedig mogelijk een verzoek tot goedkeuring in bij de Commissie, en b. b. beslist de minister binnen zes weken nadat die goedkeuring is verkregen.
2. De minister doet in de Staatscourant mededeling van het verkrijgen van goedkeuring van de Commissie. Indien de Commissie voorschriften aan de goedkeuring verbindt, verbindt de minister deze als verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening, voor zover zij zich daartoe lenen.
3. Indien wordt voldaan aan de eisen gesteld bij of krachtens de de-minimisverordening 1998/2006 legt de aanvrager bij de aanvraag tot subsidieverlening een verklaring omtrent de minimis-steun over.
4. De verklaring, bedoeld in het derde lid, wordt opgesteld overeenkomstig het in bijlage I bij deze regeling opgenomen model.
Artikel 6
De minister beslist afwijzend op de aanvraag om de subsidieverlening indien de goedkeuring, bedoeld in artikel 5, eerste lid, door de Commissie is geweigerd.
Artikel 7
1. Voor subsidie komt niet in aanmerking een winstopslag ten behoeve van de subsidieontvanger.
2. In het geval, bedoeld in artikel 5, derde lid, bepaalt de minister het maximumbedrag van de subsidie in overeenstemming met de de-minimis verordening.
3. De minister kan bij de verlening van de subsidie bepalen dat het subsidiebedrag wordt vastgesteld op de werkelijke kosten van de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd tot een door hem te bepalen maximumbedrag.
4. De minister bepaalt bij de verlening van de subsidie voor welke datum de activiteit moet zijn verricht.
5. De minister kan bij de verlening van de subsidie verplichtingen opleggen die betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de activiteit wordt verricht.
Paragraaf 3. Voorschotverlening
Artikel 8
1. De minister kan voorschotten verstrekken tot 100 procent van de verleende subsidie.
2. Voor het verstrekken van voorschotten wordt bij de aanvraag tot subsidieverlening een opgave gedaan van de prognose van de liquiditeitsbehoefte in het daartoe bestemde gedeelte van het aanvraagformulier.
Paragraaf 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 9
Een subsidie die is verleend krachtens het Subsidiebesluit experimenten en kennisoverdracht wonen wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013 en vervalt op 1 januari 2022.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling experimenten en kennisoverdracht wonen 2013.