40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling extra hulp voor de klas | BWBR0044510 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-04-22 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044510 | Subsidieregeling extra hulp voor de klas |
Subsidieregeling extra hulp voor de klas
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 1.1.1 van de Wet educatie beroepsonderwijs BES;
- bezoldiging: loon inclusief vakantiegeld dat de ambtenaar in het po, vo en mbo in CN ontvangt op basis van de bezoldigingsregeling Bonaire 2016, de Regeling bezoldiging en toelagen onderwijspersoneel Sint Eustatius en de Regeling bezoldiging en toeslagen onderwijspersoneel Saba;
- DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- hoger onderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleidingen of opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgt of bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- instellingsbestuur: instellingsbestuur van een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- middelbaar beroepsonderwijs: beroepsonderwijs en opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- middelbaar beroepsonderwijs BES: beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
- penvoerder: penvoerder als bedoeld in artikel 11;
- personeelsomvang: totale personeelsomvang uitgedrukt in fte op de peildatum 1 oktober 2019 van de vestigingen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs in de regio waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, zoals vastgesteld met behulp van de in het kader van de aanvraagprocedure via www.dus-i.nl beschikbare rekentool;
- primaire arbeidsvoorwaarden: de som van salaris, vakantieuitkering en toeslagen waarop de werknemer op grond van de vigerende sectorcao jegens de werkgever aanspraak heeft;
- primair onderwijs: onderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en het onderwijs bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
- primair onderwijs BES: onderwijs als bedoeld in de Wet primair onderwijs BES
- RAP-regio: regio die is gevormd voor een subsidieaanvraag op grond van de Subsidieregeling regionale aanpak personeelstekort onderwijs 2020 en 2021;
- regio: regio als bedoeld in artikel 5;
- school: uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs BES, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- vestiging: hoofdvestiging of nevenvestiging van een school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de hoofdvestiging of nevenvestiging van een school, bedoeld in de Wet op de expertisecentra, hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- voortgezet onderwijs: onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- voortgezet onderwijs BES: onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 2
De Kaderregeling is van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling worden verstrekt.
Artikel 3
1. De minister kan subsidie verstrekken voor een tegemoetkoming in de extra kosten die scholen of instellingen tijdelijk maken om de continuïteit van het onderwijs tijdens de uitbraak van COVID-19 te kunnen waarborgen.
2.
Voor het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs zijn subsidiabel de kosten verbonden aan:
a. a. het inzetten van leraren, onderwijsassistenten en instructeurs; b. b. het laten geven van gastlessen; c. c. het inzetten van studenten; d. d. de ondersteuning op logistiek en toezicht op de naleving van coronamaatregelen; e. e. het inhuren van personen die toezicht houden in de klas, bijvoorbeeld bij digitaal onderwijs door een leraar; f. f. het inhuren van ondersteuning en begeleiding ter ontzorging van leraren of docenten en ander personeel; of g. g. het werven, selecteren en organiseren van extra tijdelijke personele inzet.
3.
Voor het hoger onderwijs zijn subsidiabel de kosten verbonden aan:
a. a. surveillanten en begeleiders, bijvoorbeeld voor toetsing van studenten; b. b. helpdesk- en servicemedewerkers; c. c. student-assistenten voor begeleiding bij practica; d. d. personele ICT-ondersteuning bij online onderwijs, ondersteuning bij handhaving van de maatregelen ten behoeve van de bestrijding van COVID-19 op de campus, bij het anders inrichten van ruimten waaronder practicaruimten op de campus of bij communicatie- en roosterwerkzaamheden en bij andere werkzaamheden waarbij door de coronacrisis extra inspanningen nodig zijn; e. e. overige functies ter ondersteuning van het onderwijs en onderzoek; f. f. onderwijsvervanging door (student-assistenten en junior-docenten); of g. g. het werven, selecteren en organiseren van extra tijdelijke personele inzet.
4.
Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. a. de verbetering van primaire arbeidsvoorwaarden en de bezoldiging van bestaand personeel; of b. b. activiteiten waarvoor de minister reeds op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt.
Artikel 4
1. In het primair- en voortgezet onderwijs wordt per regio door de penvoerder subsidie aangevraagd.
2. Per regio kan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, maximaal één aanvraag worden ingediend voor het po en maximaal één aanvraag voor het vo.
3. In het middelbaar beroepsonderwijs wordt per instelling door het bevoegd gezag subsidie aangevraagd.
4. Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan door de penvoerder per eiland maximaal één aanvraag worden ingediend voor het primair onderwijs BES en maximaal één aanvraag voor voortgezet onderwijs BES en het middelbaar beroepsonderwijs BES gezamenlijk.
5. Indien een gemeente of een vestiging in een gemeente deel uitmaakt van meer dan één aanvraag, wordt uitgegaan van de regio, zoals beschreven in de eerst ingediende aanvraag.
Artikel 4a
1. In het primair en voortgezet onderwijs wordt de subsidie aangevraagd door de penvoerder van de in artikel 5a bedoelde regio.
2. Per regio kan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6a, maximaal één aanvraag worden ingediend voor het primair onderwijs en maximaal één aanvraag voor het voortgezet onderwijs.
3. In het middelbaar beroepsonderwijs wordt per instelling door het bevoegd gezag subsidie aangevraagd.
4. In het hoger onderwijs wordt per instelling door het instellingsbestuur subsidie aangevraagd.
5. Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan door de penvoerder per eiland maximaal één aanvraag worden ingediend voor het primair onderwijs BES en maximaal één aanvraag voor het voortgezet onderwijs BES en het middelbaar beroepsonderwijs BES gezamenlijk.
Artikel 5
1. De regio waarop de aanvraag voor het primair of voortgezet onderwijs voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, betrekking heeft is gelijk aan een RAP-regio of voor wat betreft het primair onderwijs een regio die is gevormd in het kader van de Subsidieregeling uitvoering convenanten lerarentekort PO G5, met uitzondering van Almere.
2.
Indien een vestiging nog niet deelneemt aan een regio als bedoeld in het eerste lid, kan een vestiging zich tijdelijk bij deze regio aansluiten indien is voldaan aan een van de volgende voorwaarden:
a. a. de vestiging is gelegen in deze regio; b. b. de vestiging is gelegen in een aanpalende gemeente aan deze regio; of c. c. de vestiging is niet gelegen in een aanpalende gemeente aan een regio als bedoeld in het eerste lid. Indien door uitbreiding van deze regio de vestiging alsnog aanpalend wordt, dan kan deze zich alsnog bij deze regio aansluiten.
3. Indien de vestiging nog niet deelneemt aan een regio als bedoeld in het eerste lid en de vestiging niet is gelegen in een reeds bestaande regio, kunnen vestigingen ook een nieuwe regio vormen.
4.
Een nieuwe regio als bedoeld in het derde lid voldoet in het geval van een aanvraag voor het primair onderwijs aan de volgende eisen:
a. a. de vestigingen zijn gevestigd in een aaneengesloten geografisch gebied, uitgaande van bestaande gemeentegrenzen; b. b. ten minste 35 procent van de bevoegde gezagsorganen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor primair onderwijs neemt deel aan de aanvraag; en c. c. de deelnemende vestigingen van de scholen voor primair onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van de scholen voor primair onderwijs in de regio, met een minimum van 800 fte.
5.
Een nieuwe regio als bedoeld in het derde lid voldoet in het geval van een aanvraag voor het voortgezet onderwijs aan de volgende eisen:
a. a. de vestigingen zijn gevestigd in een aaneengesloten geografisch gebied, uitgaande van bestaande gemeentegrenzen; b. b. ten minste 50 procent van de bevoegde gezagsorganen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor voortgezet onderwijs neemt deel aan de aanvraag; en c. c. de deelnemende vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs in de regio, met een minimum van 1.200 fte.
6. Indien sprake is van een sectoroverstijgende aanvraag zijn de eisen uit het vierde en vijfde lid eveneens van toepassing.
Artikel 5a
1. De regio waarop de aanvraag voor het primair of voortgezet onderwijs voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, betrekking heeft, is gelijk aan de regio die op grond van artikel 5 is gevormd voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
2. Voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, kunnen geen nieuwe regio’s worden gevormd.
3. Voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, kunnen geen wijzigingen van regio’s plaatsvinden, behalve indien zo’n wijziging betrekking heeft op de toevoeging aan de regio van een vestiging die nog niet eerder heeft deelgenomen aan een regio als bedoeld in artikel 5.
4. Indien een vestiging nog niet deelneemt aan een regio als bedoeld in het eerste lid, kan een vestiging zich tijdelijk bij deze regio aansluiten indien is voldaan aan een van de volgende voorwaarden van artikel 5, tweede lid, onder a, b, of c.
Artikel 6
1. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 18 december 2020 tot en met 24 januari 2021.
2. Aanvragen ingediend na 24 januari 2021 worden afgewezen.
3.
In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling bevat de aanvraag voor het primair- en voortgezet onderwijs:
a. a. een beschrijving waarom extra tijdelijke personele inzet noodzakelijk is; b. b. een opsomming van de gemeentes die de regio vormen; c. c. een overzicht van de bevoegde gezagsorganen en de deelnemende vestigingen die zij vertegenwoordigen; d. d. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van opleidingsaanbieder en andere partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking; e. e. de hoogte van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd; f. f. een inschatting van de kwantificering van de aangevraagde middelen in percentages per categorie als bedoeld in artikel 3, tweede lid; g. g. de contactgegevens van de persoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt; en h. h. een ondertekende verklaring van alle bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de regio, waarin staat dat zij gezamenlijk werken aan de opgave in de regio, dat niet-bestede middelen naar rato van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is verstrekt worden verdeeld, dat zij meewerken aan een monitoronderzoek en dat zij alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.
4.
In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling bevat de aanvraag voor het middelbaar beroepsonderwijs:
a. a. een beschrijving waarom extra tijdelijke personele inzet noodzakelijk is; b. b. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van opleidingsaanbieders en andere partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking; c. c. de hoogte van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd; d. d. een inschatting van de kwantificering van de aangevraagde middelen in percentages per categorie als bedoeld in artikel 3, tweede lid; en e. e. de contactgegevens van de persoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt.
5.
In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling bevat de aanvraag voor het primair- en voortgezet onderwijs BES en het middelbaar beroepsonderwijs BES:
a. a. een beschrijving waarom extra tijdelijke personele inzet noodzakelijk is; b. b. voor welk eiland en welke sector of sectoren subsidie wordt aangevraagd; c. c. een overzicht van de bevoegde gezagsorganen en de deelnemende school of scholen die zij vertegenwoordigen; d. d. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van opleidingsaanbieder en andere partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking; e. e. de hoogte van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd; f. f. een inschatting van de kwantificering van de aangevraagde middelen in percentages per categorie als bedoeld in artikel 3, tweede lid; g. g. de contactgegevens van de persoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt; en h. h. een ondertekende verklaring van alle bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de aanvraag, waarin staat dat zij gezamenlijk werken aan de opgave op het eiland, dat niet-bestede middelen naar rato van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is verstrekt worden verdeeld, dat zij meewerken aan een monitoronderzoek en dat zij alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.
6. De aanvraag geschiedt met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe via de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld.
7. Een onvolledige aanvraag kan binnen twee weken worden aangevuld. Indien de aanvraag binnen die termijn niet is aangevuld, wordt de aanvraag afgewezen.
Artikel 6a
1. Een aanvraag kan voor het primair en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs worden ingediend in de periode 1 mei 2021 tot en met 1 juni 2021.
2. Een aanvraag kan voor het hoger onderwijs worden ingediend in de periode 1 mei 2021 tot en met 31 augustus 2021.
3. Aanvragen die na het einde van een aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.
4. Op een aanvraag bedoeld in het eerste lid zijn de eisen, genoemd in artikel 6, derde tot en met zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
5.
In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling bevat een aanvraag als bedoeld in het tweede lid:
a. a. een beschrijving waarom extra tijdelijke personele inzet noodzakelijk is; b. b. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van opleidingsaanbieders en andere partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking; c. c. de hoogte van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd; d. d. een inschatting van de kwantificering van de aangevraagde middelen in percentages per categorie als bedoeld in artikel 3, derde lid; en e. e. de contactgegevens van de persoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt.
7. De aanvraag geschiedt met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe door DUS-I beschikbaar wordt gesteld.
8. Een onvolledige aanvraag kan binnen twee weken worden aangevuld. Indien de aanvraag binnen die termijn niet is aangevuld, wordt de aanvraag afgewezen.
Artikel 7
1.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling in het kalenderjaar 2021 is voor het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, in totaal een bedrag beschikbaar van:
a. a. € 102 miljoen voor de sector primair onderwijs en primair onderwijs BES; b. b. € 56 miljoen voor de sector voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs BES; en c. c. € 52 miljoen voor de sector middelbaar beroepsonderwijs en middelbaar beroepsonderwijs BES.
2.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling in het kalenderjaar 2021 is voor de aanvraagtijdvakken, bedoeld in artikel 6a, eerste lid en tweede lid, in totaal een bedrag beschikbaar van:
a. a. € 102 miljoen voor de sector primair onderwijs en primair onderwijs BES; b. b. € 56 miljoen voor de sector voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs BES; en c. c. € 52 miljoen voor de sector middelbaar beroepsonderwijs en middelbaar beroepsonderwijs BES; en d. d. € 30 miljoen voor de sector hoger onderwijs.
Artikel 8
1.
Het maximale subsidiebedrag dat per regio in het primair- en voortgezet onderwijs, per aanvraagtijdvak bedoeld in artikel 6 en 6a, kan worden verstrekt is afhankelijk van het aantal bekostigde leerlingen dat op de teldatum van 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de vestigingen die deelnemen aan de regio’s, waarbij per sector de volgende bedragen van toepassing zijn:
a. a. in het primair onderwijs maximaal € 72,– per leerling; b. b. in het voortgezet onderwijs maximaal € 62,– per leerling.
2. Het maximale subsidiebedrag dat per instelling voor het middelbaar beroepsonderwijs kan worden verstrekt is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
3.
Het maximale subsidiebedrag dat per sector op Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan worden verstrekt is afhankelijk van het aantal bekostigde leerlingen dat op de teldatum van 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de scholen, waarbij per sector de volgende bedragen van toepassing zijn:
a. a. in het primair onderwijs BES maximaal € 79,– per leerling; b. b. in het voortgezet onderwijs BES en het middelbaar beroepsonderwijs BES maximaal € 68,– per leerling.
4. Voor een nieuwe regio als bedoeld in artikel 5, derde lid, geldt dat de maximumbedragen, bedoeld in het eerste lid, worden vermeerderd met 10%.
5. Voor subsidieontvangers op Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt het in het derde lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
6. Het maximale subsidiebedrag dat voor het hoger onderwijs per instelling kan worden verstrekt is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
Artikel 9
Indien een subsidieplafond als bedoeld in artikel 7 ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de te verstrekken subsidiebedragen voor alle aanvragen ten laste van het desbetreffende subsidieplafond naar rato naar beneden bijgesteld.
Artikel 10
1. De bestaande regio, bedoeld in artikel 5, eerste lid, weigert geen vestigingen die zich in het kader van deze regeling tijdelijk bij die regio willen aansluiten.
2. De penvoerder en het bevoegd gezag van een instelling meldt voor 31 mei 2022 in percentages per categorie hoe de extra personele inzet, bedoeld in artikel 3, tweede lid, heeft plaatsgevonden. Voor deze melding wordt gebruikgemaakt van het format dat wordt bekendgemaakt door DUS-I.
3. Het instellingsbestuur meldt voor 31 mei 2022 in percentages per categorie hoe de extra personele inzet, bedoeld in artikel 3, derde lid, heeft plaatsgevonden. Voor deze melding wordt gebruikt gemaakt van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld.
4. De penvoerder verdeelt de niet-bestede middelen bij de penvoerder naar rato van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is verstrekt over de bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de regio.
5. De activiteiten voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden uitgevoerd van 1 januari 2021 tot en met 31 juli 2021.
6. De activiteiten voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, worden uitgevoerd van 1 augustus 2021 tot en met 31 december 2021.
7. De activiteiten voor het hoger onderwijs waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6a, tweede lid, worden uitgevoerd van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021.
Artikel 11
1. Een bevoegd gezag, dat deelneemt aan de regio in het primair- en voortgezet onderwijs, treedt namens de andere bevoegde gezagsorganen in de regio op als penvoerder.
2. Op Bonaire, Saba en Sint Eustatius is één bevoegd gezag per aanvraag penvoerder.
3. Subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder.
4. De penvoerder is verantwoordelijk voor alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
Artikel 12
1.
Een subsidie wordt direct vastgesteld op uiterlijk:
a. a. 31 maart 2021, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 6, eerste lid; b. b. 15 augustus 2021, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 6a, eerste lid; c. c. 31 oktober 2021, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 6a, tweede lid.
2. De minister betaalt het subsidie bedrag ineens.
3. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan activiteiten passend bij het doel van deze regeling.
Artikel 13
1. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
2. De penvoerder, het bevoegd gezag van een instelling of het instellingsbestuur van een instelling toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
Artikel 14
De minister evalueert de subsidieregeling uiterlijk in 2022.
Artikel 15
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2023.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling extra hulp voor de klas.
Bijlage 1. Maximum-subsidiebedragen mbo-instellingen
Deze bijlage behoort bij artikel 8, tweede lid, van de Subsidieregeling extra hulp voor de klas.
Bijlage 2. Maximum-subsidiebedragen ho-instellingen
Deze bijlage hoort bij artikel 8, zesde lid, van de Subsidieregeling extra hulp voor de klas.
^1 Inclusief de bijdrage ten behoeve van het Universitair Medisch Centrum