rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-flexibel-hoger-onderwijs-voor-volwassenen/BWBR0037055
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen BWBR0037055 ministeriele-regeling geldend 2020-06-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037055 Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *wet:*
    Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

b. b.

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs en het onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Economische Zaken;

c. c.

    *instelling voor hoger onderwijs:* instelling als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de wet;

d. d.

    *hoger onderwijs:* onderwijs, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de wet;

e. e.

    *deeltijds hoger onderwijs:* hoger onderwijs dat deeltijds is ingericht als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de wet;

f. f.

    *duaal hoger onderwijs:* hoger onderwijs dat duaal is ingericht als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, van de wet;

g. g.

    *studiepunt:* studiepunt als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de wet;

h. h.

    *leeruitkomsten:* beschrijving van inhoud en niveau van kennis, inzicht en vaardigheden van een lerende na afronding van een leerproces in een flexibel ingericht traject dat deel uitmaakt van de opleiding;

i. i.

    *leerwegonafhankelijke beoordeling:* tentaminering en examinering gericht op het beoordelen van door studenten gerealiseerde leeruitkomsten, waarbij de gehanteerde methoden en instrumenten voor tentaminering en examinering generiek zijn en niet specifiek zijn afgestemd op het specifieke, flexibele opleidingstraject van de student;

j. j.

    *validering:* het erkennen en waarderen van relevante leeruitkomsten die door een individuele student zijn gerealiseerd buiten een opleiding;

k. k.

    *werkend leren:* het uitvoeren van leeractiviteiten op een werkplek, leidend tot leeruitkomsten die relevant zijn in het kader van een opleiding;

l. l.

    *online onderwijs:* onderwijs dat volledig of voor een substantieel deel online plaatsvindt.

Artikel 2

Het doel van de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is de flexibiliteit van het deeltijdse en duale hoger onderwijs te versterken met behoud van kwaliteit en het aantal deelnemers aan het deeltijdse en duale hoger onderwijs en het aantal gediplomeerden te verhogen.

Artikel 3

1. De minister kan subsidie verlenen aan instellingen voor hoger onderwijs voor het tijdvak januari 2016 tot en met december 2020 voor activiteiten op het terrein van deeltijds of duaal hoger onderwijs, die zich richten op de doelstellingen genoemd in artikel 2 en ten behoeve van het op dit terrein per 2016 te starten experiment flexibel hoger onderwijs.

2.

De activiteiten bedoeld in het eerste lid, betreffen de ontwikkeling van:

a. a. eenheden van leerwegonafhankelijke leeruitkomsten, van maximaal 30 studiepunten per eenheid; b. b. werkwijzen en instrumenten voor het vaststellen van flexibele, vraaggerichte opleidingstrajecten; c. c. werkwijzen en instrumenten voor het vaststellen van onderwijsovereenkomsten voor het vastleggen van afspraken over (delen van) flexibele opleidingstrajecten gericht op het realiseren van leeruitkomsten; d. d. methoden en instrumenten voor leerwegonafhankelijke beoordeling van eenheden van leeruitkomsten zoals bedoeld onder a; e. e. procedures, methoden en instrumenten voor validering; f. f. werkwijzen, methoden en instrumenten voor werkend leren in het kader van flexibele opleidingstrajecten; g. g. online onderwijs ter versterking van flexibele opleidingstrajecten; h. h. werkwijzen en instrumenten in het kader van de borging van de kwaliteit van flexibele opleidingstrajecten, aansluitend bij de onderdelen a tot en met g van dit lid; en i. i. deskundigheidsbevordering in het kader van flexibilisering van de betreffende opleidingen.

Artikel 4

1. Subsidieaanvragen worden uiterlijk 15 oktober 2015 elektronisch of per post ingediend, overeenkomstig het in bijlage A bijgevoegde formulier.

2. Aanvragen die na 15 oktober 2015 worden ontvangen, worden niet in behandeling genomen.

3. De aanvraag betreft het tijdvak januari 2016 tot en met december 2020 en omvat voor dat tijdvak een meerjarig activiteitenplan en een meerjarige begroting.

4. Het meerjarige activiteitenplan bevat een beschrijving van doel(en), doelgroep(en), de beoogde kwalitatieve en kwantitatieve resultaten, het plan van aanpak van de activiteiten voor het tijdvak januari 2016 tot en met december 2020, een planning en een overzicht van de projectorganisatie.

5. De meerjarige begroting bevat een overzicht van de voor het tijdvak januari 2016 tot en met december 2020, geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, en is afgestemd op het meerjarige activiteitenplan.

6. In de begroting wordt aangegeven hoe de begrote kosten die niet door de aangevraagde subsidie worden gedekt, worden gefinancierd.

7. Indien de aanvraag in samenwerking met andere instellingen wordt gedaan, wordt de subsidie verstrekt aan en verantwoordt door de instelling die namens alle betrokken instellingen optreedt als penvoerder. Bij de aanvraag wordt in dat geval een door alle betrokken instellingen getekende verklaring gevoegd, waaruit blijkt dat de instelling die namens alle betrokken instellingen als penvoerder optreedt, gemachtigd is in het kader van deze subsidieaanvraag alle betrokken instellingen in en buiten rechte te vertegenwoordigen.

8. In een aanvraag, als bedoeld in het zevende lid, wordt aangeven hoe de gevraagde subsidie door de penvoerder wordt verdeeld over de betrokken instellingen.

9. De inrichting van de aanvraag is zoals aangegeven in het aanvraagformulier in bijlage A.

10. Elektronische indiening vindt plaats via het e-mailadres subsidieflexibel-ho@minocw.nl. Schriftelijk wordt de aanvraag ingediend bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, directie HO&S, postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.

Artikel 5

1. De aanvragen worden beoordeeld op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, bedoeld in artikel 2.

2. Bij de rangschikking van tijdig ingediende en complete aanvragen wordt voorrang gegeven aan aanvragen van instellingen die deelnemen aan het experiment vraagfinanciering. Aanvragen van instellingen die geen opleidingen verzorgen waarmee zij zouden kunnen deelnemen aan het experiment vraagfinanciering, worden door de minister op dezelfde wijze behandeld als de aanvragen van instellingen die deelnemen aan het experiment vraagfinanciering.

3.

De rangschikking van de tijdig ingediende en complete aanvragen geschiedt aan de hand van de volgende maatstaven, zoals uitgewerkt in bijlage B:

a. a. de mate van ambitie; b. b. de mate van haalbaarheid; c. c. de mate waarin de doelgroep wordt bereikt; d. d. de mate waarin er sprake is van een integrale aanpak van de flexibilisering; e. e. de mate van vraaggerichtheid van het te ontwikkelen hoger onderwijs; f. f. de mate waarin duurzame verankering van het te ontwikkelen hoger onderwijs in beleid en bedrijfsvoering kansrijk is; en g. g. de mate waarin invulling wordt gegeven aan leerfunctie, interne en externe kennisdeling.

Artikel 6

1. De minister stelt een onafhankelijke adviescommissie in die belast is met de beoordeling van de aanvragen.

2. De adviescommissie adviseert de minister uiterlijk 6 januari 2016 over de subsidieverlening.

3. De minister wijkt slechts om zwaarwegende redenen af van het advies.

Artikel 7

1. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in totaal 25 miljoen euro beschikbaar voor het tijdvak januari 2016 tot en met december 2020.

2. De subsidie bedraagt voor het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020 maximaal 2 miljoen euro per instelling. Het subsidiebedrag wordt door de subsidieontvanger aangevuld met ten minste hetzelfde bedrag aan cofinanciering dan wel eigen middelen.

3. De minister voorziet uiterlijk 14 januari 2016 in een gelijktijdige beslissing op de ingediende aanvragen.

4.

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie geweigerd indien:

a. a. aan de aanvrager in een zelfde jaar voor overeenkomstige activiteiten subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling open en online hoger onderwijs; of b. b. niet aannemelijk is dat de aanvrager kan voldoen aan het vereiste bedoeld in het tweede lid.

Artikel 8

1. Voor zover het een subsidie tot € 25.000 aan een bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie vastgesteld en verstrekt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

2. Voor zover het een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 aan een bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie vastgesteld en verstrekt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

3. Voor zover het een subsidie van € 125.000 of meer aan een bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie verleend binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. De minister verleent een voorschot van 100 procent en betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag.

Artikel 9

1. Voor zover het een subsidie tot € 25.000 aan een bekostigde instelling betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

2. Voor zover het een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 aan een bekostigde instelling betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G1. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

3. Voor zover het een subsidie van € 125.000 of meer aan een bekostigde instelling betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G2. De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.

Artikel 10

1. Voor zover het een subsidie tot € 25.000 aan een niet bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie vastgesteld en verstrekt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens.

2. Voor zover het een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 aan een niet bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie verleend binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister verleent een voorschot van 100 procent en betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag.

3. Voor zover het een subsidie van € 125.000 of meer aan een niet bekostigde instelling betreft, wordt de subsidie verleend binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. De minister verleent een voorschot van 100 procent en betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag

Artikel 11

1. Voor zover het een subsidie tot € 25.000 aan een niet bekostigde instelling betreft, toont subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

2. Voor zover het een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 aan een niet bekostigde instelling betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie aan de hand van een activiteitenverslag.

3. Voor zover het een subsidie van € 125.000 of meer aan een niet bekostigde instelling betreft, geschiedt de verantwoording van de subsidie aan de hand van een activiteitenverslag, een financieel verslag en een controleverklaring, aan de hand waarvan de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 12

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop gericht is de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van beleid.

Artikel 12a

Indien een subsidieontvanger door de uitbraak van COVID-19 of de maatregelen ter bestrijding ervan niet in staat is de activiteiten waarvoor op grond deze regeling subsidie is verstrekt, uiterlijk op 31 december 2020 af te ronden, kan de minister het tijdvak voor uitvoering van de activiteiten verlengen.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking per 5 oktober 2015 en vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen.

Bijlage A. Aanvraagformulier behorend bij de Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

Bijlage B. Behorend bij de subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen