40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling houtmodificatie CO2-reductieplan | BWBR0011422 | ministeriele-regeling | geldend | 2000-06-23 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0011422 | Subsidieregeling houtmodificatie CO2-reductieplan |
Subsidieregeling houtmodificatie CO2-reductieplan
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. De minister verstrekt op een aanvraag een subsidie aan degenen die voor eigen rekening en risico of de deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een houtmodificatieproject uitvoeren.
2. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden.
3.
Geen subsidie wordt verstrekt:
a. a. indien een aanvrager voor de indiening van de aanvraag ter zake van de aanschaf van de voorzieningen verplichtingen heeft aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt; b. b. indien voor het project reeds door de minister subsidie is verstrekt.
Artikel 3
1. De subsidie bedraagt het gevraagde bedrag, met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan 30 procent van de rechtstreeks aan het houtmodificatieproject toe te rekenen door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten.
2. Indien de subsidieontvanger een ondernemer is, bedraagt de subsidie niet meer dan 30 procent van de rechtstreeks aan het houtmodificatieproject toe te rekenen door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten, voorzover die noodzakelijk zijn voor een vermindering van de uitstoot van CO_2.
3. Het in het tweede lid bedoelde percentage bedraagt 40 indien de subsidieontvanger een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (PbEG 1996, C 213). Een wijziging van deze kaderregeling treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt.
4. De kosten die noodzakelijk zijn voor een vermindering van de uitstoot van CO_2, bedoeld in het tweede lid, zijn de rechtstreeks aan het houtmodificatieproject toe te rekenen, door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten, verminderd met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het bedrag van € 90,76 met de jaarlijkse capaciteit van het project in kubieke meters gemodificeerd hout.
5. Indien ter zake van de kosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag ingevolge het eerste tot en met het derde lid.
Artikel 4
Bij de vaststelling van de kosten, bedoeld in artikel 3, wordt uitgegaan van een in de gehele organisatie van de subsidieontvanger gebruikelijke, controleerbare methodiek, met dien verstande dat:
a. a. met betrekking tot de kosten van aanschaf van de voorzieningen wordt uitgegaan van historische aanschafprijzen, tenzij een voorziening wordt aangeschaft door middel van een lease-overeenkomst, in welk geval het vereiste dat de kosten moeten zijn betaald niet van toepassing is en als kosten van aanschaf in aanmerking worden genomen de contante waarde van de in totaal verschuldigde leasetermijnen, verdisconteerd op jaarbasis; b. b. met betrekking tot de loonkosten wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van het betrokken directe personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten; c. c. niet in aanmerking worden genomen:
1º.
winstopslagen bij transacties binnen een groep;
2º.
financieringskosten en alle rentevergoedingen;
1º. 1º. winstopslagen bij transacties binnen een groep; 2º. 2º. financieringskosten en alle rentevergoedingen; d. d. de kosten in aanmerking worden genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
Paragraaf 2
Artikel 5
1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend in de periode 26 juni 2000 tot en met 13 oktober 2000, na afloop waarvan de aanvragen die in die periode zijn ontvangen worden behandeld.
2. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1. De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan en een begroting alsmede van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.
3. Als aanvragen in de zin van deze regeling worden tevens beschouwd de in de periode van 17 september 1996 tot en met 14 augustus 1997 ingediende voorstellen in het kader van het CO
4. Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient één der deelnemers in het samenwerkingsverband de aanvraag mede namens de andere deelnemers in en gaat de aanvraag vergezeld van de overeenkomst waarin de samenwerking tussen de deelnemers in het samenwerkingsverband is geregeld, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.
Artikel 6
Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op aanvragen die zijn ontvangen in de periode als bedoeld in:
a. a.
artikel 5, eerste lid, bedraagt f 7.500.000,00;
b. b.
artikel 5, derde lid, bedraagt f 7.500.000,00.
Artikel 7
1. De minister wint omtrent een aanvraag het advies in van de Adviescommissie CO
2.
De adviescommissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:
a. a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling; b. b. indien zij het aannemelijk acht, dat de voorzieningen ook zonder subsidie rendabel kunnen worden geëxploiteerd; c. c. indien zij het onaannemelijk acht, dat binnen een jaar na de datum van subsidieverlening een aanvang zal worden gemaakt met de uitvoering van het houtmodificatieproject; d. d. indien zij het onaannemelijk acht, dat de voorzieningen binnen vier jaren na de datum van subsidieverlening kunnen worden geïnstalleerd en in gebruik genomen; e. e. indien zij onvoldoende vertrouwen heeft in de technische haalbaarheid van het houtmodificatieproject; f. f. indien zij onvoldoende vertrouwen heeft in de mogelijkheid van exploitatie na voltooiing van het houtmodificatieproject.
3.
De commissie rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naarmate het hoger wordt gewaardeerd, gelet op de volgende relatieve criteria, met inachtneming van het daaraan toegekende relatieve gewicht:
a. a. kosteneffectiviteit van het project: 70%; b. b. innovativiteit van het project: 15%; c. c. herhalingspotentieel van het project: 15%.
Artikel 8
1. De minister geeft een beschikking binnen 16 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 5, eerste lid. Ten aanzien van aanvragen die zijn ingediend in de periode, bedoeld in artikel 5, derde lid, geeft de minister een beschikking binnen 12 weken na inwerkingtreding van deze regeling. Indien de beschikking niet binnen deze termijnen kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.
2. Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, waarop niet met toepassing van artikel 9 afwijzend wordt beslist, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening een raming van de projectkosten per deelnemer in het samenwerkingsverband. Elke deelnemer in het samenwerkingsverband is tot ten hoogste het naar rato van de voor hem geraamde projectkosten berekende bedrag aansprakelijk voor terugbetaling van de subsidie, voorzover de subsidieontvangers daartoe verplicht zijn.
Artikel 9
De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien de Adviescommissie CO_2-reductieplan een negatief advies heeft uitgebracht.
Artikel 10
1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van de rangschikking van de aanvragen door de Adviescommissie CO
2. De minister kan afwijken van het eerste lid en van artikel 9, indien een advies van de Adviescommissie CO
Paragraaf 3. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 11
1. Op alle subsidieontvangers rusten de in de artikelen 12 en 13 opgenomen verplichtingen, met dien verstande dat de in artikel 13 opgenomen verplichtingen slechts rusten op de subsidieontvanger die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden.
2. De in de artikelen 12 en 13 opgenomen verplichtingen gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.
Artikel 12
1. De subsidieontvanger installeert de voorzieningen in Nederland en neemt deze in gebruik overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voor het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor het essentieel wijzigen, het vertragen of het stopzetten van het project.
2. De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle in artikel 4 bedoelde kosten kunnen worden afgelezen, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording per werknemer aanwezig moet zijn.
3. De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
Artikel 13
1. De subsidieontvanger brengt steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het houtmodificatieproject, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten.
2. De subsidieontvanger dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling binnen zes maanden na het tijdstip waarop het project ingevolge artikel 12, eerste lid, moet zijn uitgevoerd in bij de minister.
3. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2. De minister kan bij ministeriële regeling hiervan vrijstelling verlenen.
4. De aanvraag gaat vergezeld van een accountantsverklaring en een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het project, overeenkomstig het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Artikel 14
1. De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in artikel 12, eerste lid, voorschriften verbinden.
2. Indien ontheffing wordt verleend voor een wijziging van het project, als gevolg waarvan de CO
Artikel 15
De minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:
a. a. het aan de minister verschaffen van inlichtingen omtrent de resultaten van het houtmodificatieproject en de exploitatie van de betrokken voorzieningen; b. b. het geven van bekendheid aan het houtmodificatieproject en de resultaten ervan, en c. c. het gebruik van de voorzieningen.
Paragraaf 4. Voorschotten
Artikel 16
1. Voorschotten kunnen door de minister slechts op aanvraag van de subsidie-ontvanger worden verstrekt op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt.
2. Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde kosten, voorzover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
3. Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot ten minste € 45 300 bedraagt.
Artikel 17
1. Een aanvraag wordt ingediend gelijktijdig met het uitbrengen van een verslag als bedoeld in artikel 13, eerste lid.
2. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
3. Indien de aanvraag een houtmodificatieproject betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient de deelnemer in het samenwerkingsverband die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden, de aanvraag mede namens de andere deelnemers in.
Artikel 18
De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien een subsidieontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.
Paragraaf 5. Subsidievaststelling
Artikel 19
De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 20
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 21
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling houtmodificatie CO_2-reductieplan.