rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-innovatie-cultuuruitingen/BWBR0025967
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling innovatie cultuuruitingen BWBR0025967 ministeriele-regeling geldend 2009-06-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0025967 Subsidieregeling innovatie cultuuruitingen

Subsidieregeling innovatie cultuuruitingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • commissie: Adviescommissie Innovatie cultuuruitingen, bedoeld in artikel 7, eerste lid;
  • culturele instelling: instelling, onderdeel, organisatie of gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 4;
  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • onderneming: privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid of een natuurlijk persoon, die economische activiteiten onderneemt, niet zijnde een culturele instelling;
  • Regeling: Regeling op het specifiek cultuurbeleid;
  • AgentschapNL: agentschap AgentschapNL van het Ministerie van Economische Zaken.

Artikel 1a

Deze regeling berust op artikel 4 van het Besluit op het specifiek cultuurbeleid.

Artikel 2

1. De minister kan op aanvraag aan een culturele instelling subsidie verlenen voor het uitvoeren van activiteiten die erop gericht zijn nieuwe mogelijkheden te scheppen die de maatschappelijke waarde van cultuuruitingen vergroten.

2.

Subsidie wordt alleen verstrekt indien:

a. a. de activiteiten in samenwerking met een of meer culturele instellingen, ondernemingen of maatschappelijke organisaties worden uitgevoerd; en b. b. de aanvrager niet geacht wordt reeds subsidie te ontvangen voor deze activiteiten.

3. Subsidies worden niet verleend voor een subsidiebedrag dat minder dan € 25.000 bedraagt.

Artikel 3

De activiteiten, bedoeld in artikel 2, hebben een looptijd van ten hoogste twee jaar.

Artikel 4

1. Subsidie kan worden aangevraagd door elke instelling die een jaarlijkse of vierjaarlijkse subsidie ontvangt op grond van artikel 4, 4a of 4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, of die anderszins een subsidie, anders dan een projectsubsidie, ontvangt in het kader van cultuurbeleid van een zelfstandig bestuursorgaan, provincie of gemeente voor een periode van ten minste een jaar.

2. Subsidie kan tevens worden aangevraagd door een instelling die als statutaire doelstelling heeft het behartigen van de belangen van instellingen als bedoeld in het eerste lid, voor zover zij geacht kunnen worden in het kader van de aanvraag als vertegenwoordiger van deze instellingen op te treden.

3.

Subsidie kan tevens worden aangevraagd door een:

a. a. onderdeel van een provincie of gemeente; b. b. organisatie die door of vanwege een provincie of gemeente in stand gehouden wordt; of c. c. gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waar een provincie of een gemeente aan deelneemt;

mits een dergelijke subsidieaanvrager in het kader van het provinciaal of gemeentelijk cultuurbeleid structureel activiteiten ontplooit, vergelijkbaar met die van de instellingen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5

1. Het subsidiebedrag bedraagt ten hoogste 90 procent van de subsidiabele kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.

2.

De subsidiabele kosten omvatten uitsluitend de volgende rechtstreeks aan de uitvoering toe te rekenen kosten:

a. a. loonkosten; b. b. overheadkosten; c. c. kosten van ingehuurde derden; en d. d. kosten van materialen en apparatuur.

3. Van de subsidiabele kosten zijn de kosten voor basisdigitalisering uitgesloten. Hieronder worden verstaan de kosten voor alle inspanningen gericht op de transformatie van analoge naar digitale objecten of tekstbestanden.

Artikel 6

1. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in 2009 € 3 miljoen beschikbaar.

2. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in 2010, 2011 en 2012 telkens € 3 miljoen beschikbaar.

Hoofdstuk 2. Adviescommissie innovatie cultuuruitingen

Artikel 7

1. Er is een Adviescommissie Innovatie cultuuruitingen.

2. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste 4 leden.

3. De minister benoemt en ontslaat de voorzitter en de leden van de commissie.

4. Benoeming geschiedt voor een periode van maximaal twee jaar. Herbenoeming is mogelijk.

Artikel 8

1. De commissie heeft tot taak op verzoek van de minister te adviseren over de door hem doorgestuurde subsidieaanvragen op grond van deze regeling.

2. De adviezen van de commissie zijn gemotiveerd en bevatten een oordeel over het vernieuwende karakter van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.

3.

De commissie geeft elke door haar ontvangen aanvraag een van de volgende beoordelingen:

a. a. positief; of b. b. negatief.

4. De commissie kan bij een oordeel bedoeld in het derde lid, onder a, gerelateerd aan het doel van deze regeling, verbeterpunten aangeven ten aanzien van de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd en kan de minister aanbevelen deze verbeterpunten op te nemen als subsidieverplichtingen.

Artikel 9

De commissie rangschikt de aanvragen die zij een beoordeling toekent als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder a, op grond van de volgende criteria:

netwerkvorming: de mate waarin de activiteiten verbindingen leggen tussen culturele instellingen en andere organisaties of ondernemingen; innovatieve kracht: de mate waarin de toegepaste werkwijze vernieuwend is; duurzame verandering: de mate waarin verwacht mag worden dat de activiteiten een duurzame verandering teweegbrengen in de werkwijze van bij de activiteiten betrokken culturele instellingen; navolging: de mate waarin de resultaten van het project naar verwachting ten goede kunnen komen aan een grotere groep culturele instellingen; en kosteneffectiviteit: de mate waarin de gevraagde bijdrage redelijk is gelet op het te verwachten effect van de activiteiten.

Artikel 10

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 11

1. De leden van de commissie ontvangen per vergadering een vergoeding die drie procent bedraagt van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

2. De voorzitter van de commissie ontvangt per vergadering een vergoeding die 130% bedraagt van de vergoeding bedoeld in het eerste lid.

Artikel 12

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste informatie.

Artikel 13

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning/Kunsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Hoofdstuk 3. Aanvraag en verlening

Artikel 14

1.

De aanvraag omvat in ieder geval:

a. a. een ingevuld aanvraagformulier, dat tevens een activiteitenplan omvat, als bedoeld in bijlage I behorende bij deze regeling; en b. b. een begroting, opgesteld overeenkomstig Bijlage II behorende bij deze regeling.

2. Indien de minister hierom verzoekt, verstrekt de aanvrager tevens een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

1. Voor de subsidieverlening is in elk van de jaren 2009, 2010, 2011 en 2012 één aanvraagronde.

2.

De aanvraag wordt ingediend:

a. a. in 2009 voor 1 oktober; b. b. in 2010 voor 17 mei 17.00 uur; en c. c. in 2011 en 2012 voor 30 maart 17.00 uur.

Artikel 17

De aanvraag wordt verzonden naar AgentschapNL, Juliana van Stolberglaan 3, Postbus 93144, 2509 AC Den Haag.

Artikel 18

1. Wanneer een aanvraag voldoet aan de eisen van deze regeling verzoekt de minister de commissie over de aanvraag te adviseren.

2. De commissie adviseert bij elke aanvraagronde over alle door haar ontvangen aanvragen tegelijk.

3. De commissie adviseert over de door haar ontvangen aanvragen binnen zes weken nadat zij de aanvragen heeft ontvangen.

4. De commissie zendt de adviezen naar AgentschapNL en een kopie naar de minister.

Artikel 19

1. De minister voorziet per aanvraagronde in een gelijktijdige beslissing op aanvragen waarover de commissie heeft geadviseerd, op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.

2. De minister beslist op de aanvragen mede op basis van de adviezen van de commissie.

3.

De minister beslist op de aanvragen:

a. a. in de aanvraagronde van 2009 voor 15 december van dat jaar; b. b. in de aanvraagronde van 2010 voor 17 augustus van dat jaar; en c. c. in de aanvraagrondes van 2011 en 2012 voor 1 juli van het betreffende jaar.

4. Een beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van het betreffende advies van de commissie.

5. De adviezen van de commissie worden openbaar gemaakt op de website www.cultuursubsidie.nl.

Artikel 20

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan subsidieverlening worden geweigerd als:

de eigen bijdrage van de bij de activiteiten betrokken partijen niet ten minste 10% van de subsidiabele kosten bedraagt; de subsidiabele kosten van de activiteiten minder dan € 100.000 bedragen; niet duidelijk uit de aanvraag blijkt met welke partijen de aanvrager samenwerkt bij de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; of het een hernieuwde aanvraag betreft en deze zich niet substantieel onderscheidt van de oorspronkelijke aanvraag, tenzij het een aanvraag betreft die eerder met een beroep op het subsidieplafond is geweigerd.

Artikel 21

Voor activiteiten waarvoor een aanvraag is geweigerd, kan eenmaal opnieuw een aanvraag voor subsidie worden ingediend.

Hoofdstuk 4. Verplichtingen en bevoorschotting subsidieontvanger

Artikel 22

1. De minister kan aan de subsidieverlening de verplichting verbinden dat de aanvrager verbeterpunten als bedoeld in artikel 8, vierde lid, uitvoert.

2. Als verplichtingen bedoeld in het eerste lid zijn opgelegd, kan de minister bepalen dat binnen een bepaalde termijn de aanvrager rapporteert op welke wijze de verplichtingen worden uitgevoerd.

Artikel 22a

Artikel 5.7 en 5.8 van de Regeling zijn van overeenkomstige toepassing op de ontvanger van een subsidie op grond van deze regeling.

Artikel 23

Artikel 2.10 van de Regeling is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van voorschotten ten behoeve van verleende subsidies op grond van deze regeling.

Hoofdstuk 5. Subsidievaststelling

Artikel 24

De artikelen 5.10, 5.11, 5.12 en 5.13, eerste lid, van de Regeling zijn van overeenkomstige toepassing op de ontvanger van een subsidie op grond van deze regeling.

Hoofdstuk 6. Mandaat AgentschapNL

Artikel 25

1. Aan de algemeen directeur van AgentschapNL wordt mandaat verleend om besluiten te nemen ter uitvoering van deze regeling.

2. De algemeen directeur neemt geen beslissing op een bezwaarschrift indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt door hem krachtens mandaat is genomen.

3. De algemeen directeur kan ondermandaat verlenen.

4. In elk op grond van deze mandaatverlening genomen besluit wordt tot uitdrukking gebracht dat dit namens de minister is genomen.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 26

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2015, maar blijft van toepassing op bezwaar en beroepsprocedures die voortkomen uit een beschikking genomen op grond van deze regeling.

Artikel 27

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling innovatie cultuuruitingen.

Bijlage I. , als bedoeld in

[afbeelding]

Bijlage II. , als bedoeld in