40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling innovatie en samenwerking regionale publieke media-instellingen | BWBR0042075 | ministeriele-regeling | geldend | 2019-04-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0042075 | Subsidieregeling innovatie en samenwerking regionale publieke media-instellingen |
Subsidieregeling innovatie en samenwerking regionale publieke media-instellingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- concessiebeleidsplan RPO: concessiebeleidsplan RPO als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- landelijke publieke media-instelling: landelijke publieke media-instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008;
- lokale publieke media-instelling: lokale publieke media-instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008;
- minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
- regionale publieke media-instelling: regionale publieke media-instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008;
- RPO: Stichting Regionale Publieke Omroep.
Artikel 2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Hoofdstuk 3 van de Kaderregeling is van overeenkomstige toepassing op subsidies die op grond van deze regeling direct worden vastgesteld.
Artikel 3
De minister kan aan een regionale publieke media-instelling subsidie verstrekken voor een project dat voldoet aan de volgende criteria:
a. a. het project draagt voldoende bij aan één of meer van de volgende doelstellingen die zijn geformuleerd in het concessiebeleidsplan RPO:
1°.
innovatie;
2°.
het vergroten van het bereik;
3°.
het duurzaam inhoudelijk versterken van de journalistiek;
4°.
het duurzaam inhoudelijk versterken van het media-aanbod;
5°.
het vergroten van de doelmatigheid; en
1°. 1°. innovatie; 2°. 2°. het vergroten van het bereik; 3°. 3°. het duurzaam inhoudelijk versterken van de journalistiek; 4°. 4°. het duurzaam inhoudelijk versterken van het media-aanbod; 5°. 5°. het vergroten van de doelmatigheid; en b. b. het project komt ten goede aan meerdere regionale publieke media-instellingen of aan de samenwerking tussen regionale publieke media-instellingen onderling, of aan de samenwerking tussen een of meer regionale publieke media-instellingen en een of meer landelijke of lokale publieke media-instellingen.
Artikel 4
1.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor het kalenderjaar 2019 een bedrag van € 5,5 miljoen beschikbaar. Voor subsidieverstrekking in het kalenderjaar 2020:
a. a. is een bedrag van € 5.752.440 beschikbaar voor projecten die mede of volledig zijn gericht op het verbeteren van de samenwerking tussen regionale en lokale publieke media-instellingen; en b. b. is een bedrag van € 3,9 miljoen beschikbaar voor andere projecten.
2. Indien het voor het kalenderjaar 2019 beschikbare bedrag niet geheel wordt verstrekt, wordt het resterende bedrag aan het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2020 toegevoegd.
3. Het subsidiebedrag bedraagt ten minste € 25.000,–.
4. Het subsidiebedrag voor een project als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten hoogste € 1 miljoen.
Artikel 5
1. Een regionale publieke media-instelling kan subsidie aanvragen vanaf 1 april 2019 tot en met 30 september 2020.
2.
Een aanvraag tot verlening van subsidie bestaat uit:
a. a. een activiteitenplan; en b. b. een begroting.
3.
In aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling bevat het activiteitenplan:
a. a. een motivering waaruit blijkt dat het project waarvoor subsidie wordt gevraagd, voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 3; en b. b. een motivering van de wijze waarop het project na afloop van de subsidieperiode zal worden voortgezet of van de wijze waarop de resultaten van het project na afloop van de subsidieperiode duurzaam zullen worden benut.
4. Een subsidieaanvraag kan worden medeondertekend door de bij de aanvraag betrokken landelijke, lokale of regionale publieke media-instellingen.
5. De aanvraag wordt gedaan met gebruikmaking van een aanvraagformulier dat op www.rijksoverheid.nl is bekendgemaakt.
Artikel 6
De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 7
De minister vraagt over een aanvraag advies aan de RPO. De RPO adviseert binnen 4 weken:
a. a. over de vraag of het project waarvoor subsidie wordt gevraagd voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 3; en b. b. over de toepassing van de weigeringsgrond, bedoeld in artikel 10, aanhef en onderdeel b.
Artikel 8
1. In afwijking van artikel 4.1 van de Kaderregeling besluit de minister binnen 12 weken na ontvangst van een aanvraag.
2. In afwijking van artikel 7.6 van de Kaderregeling stelt de minister subsidies van € 25.000,– tot € 125.000,– direct vast. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens.
3. Bij subsidies vanaf € 125.000,– verstrekt de minister bij het besluit tot subsidieverlening een voorschot van 100%. De minister betaalt het voorschot in afwijking van artikel 6.1, tweede lid, van de Kaderregeling ineens.
Artikel 9
1.
Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
a. a. de subsidieontvanger rondt het project af vóór 1 januari 2024; en b. b. de subsidieontvanger neemt jaarlijks in zijn bestuursverslag een toelichting op over de voortgang van het project;
2. In aanvulling op de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, zendt de ontvanger van een subsidie van € 25.000,– tot € 125.000,– de minister binnen 22 weken na afloop van het kalenderjaar waarin het project is afgerond een activiteitenverslag.
Artikel 10
In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverstrekking worden geweigerd indien:
a. a. voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ook uit andere hoofde aanspraak op subsidie bestaat; of b. b. de kosten niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde duurzame resultaten.
Artikel 11
1. De ontvanger van een subsidie vanaf € 125.000,– dient uiterlijk 22 weken na afloop van het kalenderjaar waarin het project is afgerond een aanvraag om vaststelling in bij de minister.
2. Subsidies vanaf € 125.000,– worden verantwoord en vastgesteld met toepassing van artikel 7.8 van de Kaderregeling.
Artikel 12
Wijzigt de Frictiekostenregeling regionale publieke media-instellingen 2016–2019.
Artikel 13
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2019.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 april 2024.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling innovatie en samenwerking regionale publieke media-instellingen.