rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-innovatieprogramma-onderwijshuisvesting/BWBR0050569
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting BWBR0050569 ministeriele-regeling geldend 2025-04-14 https://wetten.overheid.nl/BWBR0050569 Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting

Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. achterstandsscore:

      a.
      voor het voortgezet onderwijs: achterstandsscore zoals gepubliceerd op 7 maart 2024 door het Centraal Bureau voor de Statistiek op peildatum 1 oktober 2022, met dien verstande dat voor een vestiging voor praktijkonderwijs, de achterstandsscore zonder drempel voor praktijkonderwijs wordt gehanteerd en dat voor overige vestigingen voor voortgezet onderwijs de achterstandsscores met drempel voor het vmbo, havo en/of vwo worden gehanteerd;
    
    
      b.
      voor het primair onderwijs: achterstandsscore met drempel, als bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022, zoals gepubliceerd op 7 oktober 2024 door het Centraal Bureau voor de Statistiek, op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op 1 februari 2024 zijn ingeschreven op een basisschool;

a. a. voor het voortgezet onderwijs: achterstandsscore zoals gepubliceerd op 7 maart 2024 door het Centraal Bureau voor de Statistiek op peildatum 1 oktober 2022, met dien verstande dat voor een vestiging voor praktijkonderwijs, de achterstandsscore zonder drempel voor praktijkonderwijs wordt gehanteerd en dat voor overige vestigingen voor voortgezet onderwijs de achterstandsscores met drempel voor het vmbo, havo en/of vwo worden gehanteerd; b. b. voor het primair onderwijs: achterstandsscore met drempel, als bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022, zoals gepubliceerd op 7 oktober 2024 door het Centraal Bureau voor de Statistiek, op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op 1 februari 2024 zijn ingeschreven op een basisschool;

  • adaptief schoolgebouw: schoolgebouw dat flexibel is ingedeeld, waardoor het gebouw aanpasbaar is aan toekomstige nieuwe onderwijsconcepten en een toekomstige nieuwe indeling van installaties;
  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de WPO, artikel 1 van de WEC of artikel 1.1 van de WVO 2020;
  • bouwheer: bevoegd gezag of gemeente die de voorziening in de huisvesting, bedoeld in artikel 103 van de WPO, artikel 101 van de WEC of artikel 6.13 van de WVO 2020 tot stand brengt;
  • bouwproject: technisch, functioneel en in de tijd samenhangend geheel van werkzaamheden ten behoeve van een schoolgebouw;
  • bundel: groep van drie bouwprojecten binnen hetzelfde leerlab waarin ten minste twee bevoegde gezagsorganen en twee of drie gemeenten participeren;
  • dislocatie: deel van een vestiging in het primair onderwijs waarin leerlingen worden gehuisvest in een ander gebouw en op een andere locatie dan het hoofdgebouw waarmee feitelijk ruimtegebrek in het hoofdgebouw van de school wordt opgevangen;
  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
  • energielabel: schriftelijke verklaring over de energieprestatie van een gebouw als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
  • ENG: energieneutraal hetgeen betekent dat het primair fossiel energiegebruik kleiner of gelijk is aan 0 kWh/m^2gebruiksoppervlakte per jaar conform NEN NTA 8800;
  • inclusief schoolgebouw: schoolgebouw met passende voorzieningen waarbij ruimte is voor individuele zorg, verzorging of ondersteuning, om participatie en een goede leeromgeving voor alle leerlingen te realiseren, ook voor leerlingen die speciale onderwijszorg en extra ondersteuning behoeven, waarbij het gebouw de mogelijkheid biedt tot samenwerking met partners gericht op inclusie;
  • innovatiekosten: kosten om te komen tot een vernieuwing in product of proces met als doel deze vernieuwing in de praktijk te kunnen toetsen en valideren;
  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
  • leerlab: leerlab 1, leerlab 2 of leerlab 3;
  • leerlab 1: leerlab als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel a;
  • leerlab 2: leerlab als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel b;
  • leerlab 3: leerlab als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c;
  • monument: rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet of een op grond van een provinciale verordening of gemeentelijke verordening beschermd monument;
  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • penvoerder: bevoegd gezag dat namens de in het bouwproject vertegenwoordigde bevoegde gezagsorganen als aanvrager optreedt bij het aanvragen van subsidie op grond van deze regeling;
  • praktijkonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de WVO 2020;
  • primair onderwijs: onderwijs dat gegeven wordt op een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WPO en onderwijs dat gegeven wordt op een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de WEC;
  • Programma van Eisen Frisse Scholen 2021: eisen met betrekking tot het realiseren van een goed binnenmilieu en een lage energierekening zoals gepubliceerd door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland met publicatienummer RVO-079-2021/BR-DUZA;
  • programmabureau: Kenniscentrum Ruimte-OK dat de programmaorganisatie van het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting voor zijn rekening neemt;
  • projectperiode: periode tussen deelname aan de eerste leerlab-bijeenkomst en de datum van oplevering van het vervangende of gerenoveerde schoolgebouw;
  • renovatie: alternatief voor nieuwbouw, bestaande uit vernieuwing of grootschalige verandering van een gebouw door een samenhangend geheel van maatregelen, dat gericht is op het verlengen van de levensduur van het gebouw;
  • schoolgebouw: gebouw dat mede dan wel uitsluitend wordt gebruikt voor een door het Rijk bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de WPO, artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de WEC, of een gebouw dat mede dan wel uitsluitend wordt gebruikt voor een verticale scholengemeenschap als bedoeld artikel 2.6.1 van de WEB;
  • Technology Readiness Level: methode voor het vaststellen van de mate van ontwikkeling van een technologie;
  • vervangende nieuwbouw: het bouwen van een nieuw toekomstbestendig schoolgebouw ter vervanging van een verouderd schoolgebouw;
  • vestiging: hoofdvestiging of nevenvestiging van een school als bedoeld in artikel 1 van de WPO of artikel 76a en artikel 76b van de WEC, hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de WVO 2020 of nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de WVO 2020, met inbegrip van een vestiging van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van artikel 12.2.4 van de WEB;
  • vestiging voor praktijkonderwijs: vestiging waar op 1 oktober 2022 meer dan 50% van de leerlingen praktijkonderwijs volgt, op grond van de leerlingtelling op basis waarvan de achterstandsscores door CBS zijn berekend;
  • voortgezet onderwijs: onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020;
  • WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs;
  • WEC: Wet op de expertisecentra;
  • WPO: Wet op het primair onderwijs;
  • WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020.

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3

Deze regeling is onderdeel van het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting waarin vanuit thematische leerlabs op basis van een lerende, monitorende en onderzoekende opzet binnen bouwprojecten kennis wordt ontwikkeld over innovatievraagstukken met als doel het sneller en kostenefficiënter realiseren van toekomstbestendige schoolgebouwen die hoog presteren op het gebied van duurzaamheid, gezond binnenklimaat, adaptiviteit en inclusie. Met deze regeling wordt door middel van subsidieverstrekking bijgedragen aan deze doelstelling.

Artikel 4

1.

De minister kan op aanvraag van een bevoegd gezag subsidie verstrekken voor de deelname aan een leerlab, voor activiteiten die kunnen bijdragen aan de realisatie van de doelstelling, bedoeld in artikel 3. Daarbij komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

a. a. innovatiekosten; en b. b. kosten van aanvullende maatregelen om te komen tot een duurzaam, gezond, inclusief en adaptief schoolgebouw, waarbij het schoolgebouw voor wat betreft duurzaamheid aan ENG voldoet en wat betreft gezondheid voldoet aan het Programma van Eisen Frisse Scholen 2021 op de aspecten lucht en temperatuur.

2. Een subsidie gericht op deelname aan leerlab 1 wordt uitsluitend verstrekt voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs of het praktijkonderwijs.

3. Een subsidie gericht op deelname aan leerlab 2 wordt uitsluitend verstrekt voor renovatie.

4. Uitsluitend de binnen de projectperiode gemaakte, aan het bouwproject toe te rekenen kosten komen voor subsidie in aanmerking.

5.

Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt:

a. a. voor kosten die reeds uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd of bekostigd; b. b. voor kosten ten behoeve van delen van een schoolgebouw die niet gebruikt worden of zullen worden gebruikt ten behoeve van het onderwijs; c. c. voor kosten van personeel in vaste dienst van het bevoegd gezag; en d. d. voor reguliere kosten voor voorzieningen in de onderwijshuisvesting als bedoeld artikel 92 van de WPO, artikel 6.2 van de WVO 2020 of artikel 90 van de WEC.

Artikel 5

1. Een aanvraag voor een subsidie heeft betrekking op één bouwproject.

2. Een bouwproject kan betrekking hebben op meerdere vestigingen van een bevoegd gezag, of vestigingen van verschillende bevoegde gezagsorganen. In dat laatste geval wordt de subsidie overeenkomstig het achtste lid aangevraagd door een penvoerder.

3.

Een aanvraag voor een subsidie heeft betrekking op deelname aan één van de drie leerlabs:

a. a. leerlab 1: Parametrisch bouwen dat zich richt op het toewerken naar een bouwstandaard voor het realiseren van geüniformeerde scholenbouw waarbij gebruik wordt gemaakt van een parametrisch basismodel en met een focus op passiefbouw; b. b. leerlab 2: Processen en procedures dat zich richt op het beter en sneller doorlopen van processen en procedures met een focus op biobased en natuurinclusief bouwen; of c. c. leerlab 3: Inclusieve scholen dat zich richt op het toepassen en wetenschappelijk onderzoeken van inclusieve maatregelen.

4. Een aanvraag voor subsidie voor deelname aan leerlab 1 en 2 kan uitsluitend worden ingediend als het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd onderdeel vormt van een bundel.

5. Als het bouwproject onderdeel is van een bundel kan het bevoegd gezag voor maximaal twee bouwprojecten binnen een bundel subsidie aanvragen, waarbinnen twee of drie gemeenten participeren.

6. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de DUS-I.

7.

Een aanvraag bevat in afwijking van de Kaderregeling ten minste:

a. a. het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de binnen het bouwproject betrokken schoolvestigingen en de bijbehorende adresgegevens; b. b. een korte omschrijving van het bouwproject, waarbij in ieder geval wordt vermeld of sprake is van vervangende nieuwbouw of renovatie, alsmede voor welk type onderwijs het betreffende bouwproject wordt gerealiseerd; c. c. een vermelding van het leerlab waar de subsidieaanvraag op is gericht; d. d. een door een erkend deskundige afgegeven geldig energielabel van het te renoveren of te vervangen schoolgebouw ten behoeve waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; e. e. een door een erkend deskundige opgestelde bouwkundige rapportage conform NEN 2767 van het te renoveren of te vervangen schoolgebouw; f. f. een bewijs van deelname aan het gesprek, bedoeld in artikel 6, eerste lid; g. g. indien sprake is van renovatie, een document waaruit het oorspronkelijke bouwjaar van het te renoveren schoolgebouw blijkt, indien het bouwjaar niet juist is geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen; h. h. indien sprake is van een dislocatie waarbij de leerlingen staan ingeschreven op een andere vestiging dan de binnen het bouwproject betrokken schoolvestiging, wordt het aantal geprognosticeerde leerlingen op de dislocatie doorgegeven en het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de vestiging waarop de leerlingen ingeschreven staan. Het door aanvrager opgegeven aantal leerlingen op de dislocatie mag niet hoger zijn dan het aantal leerlingen, als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, van deze vestiging; i. i. indien sprake is van een vestiging binnen het voortgezet onderwijs, waarvan niet alle leerlingen van deze vestiging in het te renoveren of nieuw te bouwen schoolgebouw worden gehuisvest, wordt het geprognotiseerde aantal van deze leerlingen doorgegeven en het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de vestiging waarop de leerlingen ingeschreven staan. Het door aanvrager opgeven aantal leerlingen mag niet hoger zijn dan het aantal leerlingen, als bedoeld in artikel 10, derde lid, van deze vestiging; j. j. indien de gemeente als bouwheer optreedt, een afschrift van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag en de gemeente als bouwheer ter uitvoering van het bouwproject, waarbij de samenwerkingsovereenkomst in elk geval afspraken bevat over de medewerking van de gemeente als bouwheer van het bouwproject aan de uitvoering van het bouwproject en de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen, bedoeld in artikel 12, eerste, tweede en zesde lid, en voor zover van toepassing artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en e, artikel 14, eerste lid, onderdelen a, b, c en d en artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b; k. k. indien sprake is van vervangende nieuwbouw of renovatie, voor zover de kosten voor renovatie deels dan wel geheel voor rekening van de gemeente komen, een verklaring van het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gemeente zich heeft gecommitteerd aan de aanvraag van de subsidie en dat het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd als voorziening is opgenomen in het programma voor huisvestingsvoorzieningen, bedoeld in artikel 95 van de WPO, artikel 6.5 van de WVO 2020 of artikel 93 van de WEC of een verklaring anderszins waaruit blijkt dat de financiering voor het bouwproject door de gemeente is toegezegd; l. l. indien sprake is van renovatie en voor zover de kosten voor renovatie deels dan wel geheel voor rekening van het bevoegd gezag komen, een verklaring van het bevoegd gezag waarin financiering wordt toegezegd voor deze kosten; m. m. indien sprake is van doordecentralisatie van huisvestingstaken als bedoeld in artikel 111 van de WPO, artikel 6.21 van de WVO 2020 of artikel 109 van de WEC, een verklaring van het bevoegd gezag waarin financiering uit de structurele doordecentralisatievergoeding wordt toegezegd voor de kosten bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel d; n. n. indien een groei van het leerlingenaantal in het speciaal onderwijs wordt verwacht het verwachte aantal leerlingen in 2039, bedoeld in artikel 10, vierde lid.

8. Indien een bouwproject door meerdere bevoegde gezagsorganen wordt uitgevoerd, treedt één van deze partijen als penvoerder op. De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welk bevoegd gezag feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. Bij de aanvraag wordt een door alle in het bouwproject vertegenwoordigde bevoegde gezagsorganen getekende overeenkomst gevoegd waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording op verzoek aan de aanvrager worden verstrekt.

9. Een aanvraag voor de subsidie wordt ingediend in de periode van 1 mei 2025, 9:00 uur tot 30 juni 2025, 23:59 uur.

10. Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.

Artikel 6

1. Het bevoegd gezag voert voorafgaand aan de subsidieaanvraag een verkennend gesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van het bouwproject te concretiseren en te verkennen bij welk leerlab het bouwproject het beste zou kunnen aansluiten.

2. Het te renoveren of te vervangen schoolgebouw beschikt over een geldig energielabel klasse C, D, E, F, of G dat nog overeenstemt met de actuele staat van het schoolgebouw.

3. Het te renoveren of te vervangen schoolgebouw heeft op grond van een NEN 2767 conditiemeting een totale conditiescore van 3, 4, 5 of 6.

4. Het bouwproject bevindt zich ten tijde van de indiening van de aanvraag in een fase waarin de kwaliteitseisen vanuit het innovatieprogramma kunnen worden bepaald.

5. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien sprake is van financiering van de kosten, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel d, of artikel 5, zevende lid, onderdeel l.

6. Het bouwproject is ofwel gericht op scholenbouw binnen het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs, ofwel gericht op scholenbouw binnen het voorbereidend beroepsonderwijs, mavo, havo of vwo.

7. Een bouwproject dat gericht is op nieuwbouw of renovatie ten behoeve van een nieuw te stichten school is uitgesloten van deelname.

Artikel 7

1. Onverminderd artikel 6 komen aanvragen voor deelname aan leerlab 1 en 2 uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd onderdeel vormt van een bundel. Voor leerlab 2 geldt dat de bundel bestaat uit bouwprojecten die ofwel gericht zijn op renovatie van scholenbouw binnen het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs ofwel gericht zijn op renovatie van scholenbouw binnen het voorbereidend beroepsonderwijs, mavo, havo of vwo.

2. Onverminderd artikel 6 geldt als voorwaarde voor deelname aan leerlab 1 en 2 dat ten minste 66% van de leerlingen van alle vestigingen binnen een bundel ingeschreven staat op een vestiging met een positieve achterstandsscore. Hierbij wordt uitgegaan van de leerlingtelling op basis waarvan de achterstandsscores door CBS zijn berekend. Voor vestigingen van scholen voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, of van speciale scholen voor basisonderwijs, geldt dat alle vestigingen worden beschouwd als een vestiging met een positieve achterstandsscore en wordt uitgegaan van de leerlingtelling van 1 februari 2024.

3. Het tweede lid is niet van toepassing voor deelname aan leerlab 2, indien een bundel is gericht op renovatie binnen het voorbereidend beroepsonderwijs, mavo, havo of vwo.

4. Onverminderd artikel 6 geldt als voorwaarde voor deelname aan leerlab 2 en 3 dat het te renoveren schoolgebouw initieel gebouwd is in de periode van 1946 tot 1992. Een schoolgebouw dat als monument staat geregistreerd is uitgesloten van deelname.

Artikel 8

1.

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wijst de minister een aanvraag voor een subsidie af, indien:

a. a. niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 4; of b. b. niet is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6 en voor zover van toepassing artikel 7.

2. Indien één aanvraag binnen een bundel wordt afgewezen worden de overige aanvragen binnen de desbetreffende bundel ook afgewezen.

Artikel 9

1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is een totaalbedrag van € 96.544.604 beschikbaar. Dit subsidieplafond is verdeeld over zeven plafonds, waarvan:

a. a. ten hoogste € 21.009.683 beschikbaar is voor leerlab 1 voor uitsluitend vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs of het praktijkonderwijs; b. b. ten hoogste € 26.399.881 beschikbaar is voor leerlab 2 voor uitsluitend renovatie ten behoeve van het primair onderwijs of het praktijkonderwijs; c. c. ten hoogste € 26.718.929 beschikbaar is voor leerlab 2 voor uitsluitend renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van het praktijkonderwijs; d. d. ten hoogste € 2.334.409 beschikbaar is voor leerlab 3 voor uitsluitend vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs of het praktijkonderwijs; e. e. ten hoogste € 2.199.990 beschikbaar is voor leerlab 3 voor uitsluitend renovatie ten behoeve van het primair onderwijs of het praktijkonderwijs; f. f. ten hoogste € 8.975.402 beschikbaar is voor leerlab 3 voor uitsluitend vervangende nieuwbouw ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van het praktijkonderwijs; en g. g. ten hoogste € 8.906.310 beschikbaar is voor leerlab 3 voor uitsluitend renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van het praktijkonderwijs.

2.

In aanvulling op het eerste lid geldt dat:

a. a. voor het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan ten hoogste negen bouwprojecten subsidie kan worden verstrekt, en het maximaal te verstrekken subsidiebedrag per bundel in totaal ten hoogste € 7.003.227 bedraagt; b. b. voor het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aan ten hoogste 12 bouwprojecten een subsidie kan worden verstrekt het maximaal te verstrekken subsidiebedrag per bundel € 6.599.970 bedraagt; c. c. voor het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, aan ten hoogste één bundel van drie bouwprojecten een subsidie kan worden verstrekt, en het maximaal te verstrekken subsidiebedrag voor die bundel € 26.718.929 bedraagt; en d. d. voor de plafonds, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d tot en met g, steeds voor ten hoogste één bouwproject subsidie kan worden verstrekt.

3. Voor zover het maximaal uit te keren subsidiebedrag per bundel, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, wordt overschreden, wordt het bedrag van overschrijding naar rato leerlingaantal als bedoeld in het derde en vierde lid van artikel 10, in mindering gebracht op het uit te keren bedrag per bouwproject.

4. Indien het beschikbare bedrag als bedoeld in het eerste lid, niet volledig wordt benut, worden de resterende bedragen van de afzonderlijke deelplafonds in zijn geheel beschikbaar gesteld voor een nog open te stellen opvolgende subsidieronde.

Artikel 10

1. Het subsidiebedrag bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag.

2.

Het vaste bedrag bedraagt:

a. a. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs of praktijkonderwijs € 571.284,; b. b. voor renovatie ten behoeve van het primair onderwijs of praktijkonderwijs € 539.023,; c. c. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van praktijkonderwijs € 2.184.955,; en d. d. voor renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van praktijkonderwijs € 2.181.617,.

3. Het variabele bedrag wordt berekend door het door DUO geprognotiseerd aantal leerlingen in 2039 op de desbetreffende vestiging in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs, te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. Hierbij wordt uitgegaan van de prognoses met peildatum 1 oktober 2023, zoals gepubliceerd op 30 april 2024 op de website van DUO.

4. In afwijking van het derde lid wordt het variabele bedrag ten behoeve van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs berekend met het aantal ingeschreven leerlingen op peildatum 1 februari 2024 op de desbetreffende vestiging, met dien verstande dat bij verwachte groei van het leerlingenaantal in het speciaal onderwijs gebruik wordt gemaakt van het door de aanvrager te verwachtte aantal leerlingen in 2039 met een maximum van groei van het aantal leerlingen van 25% ten opzichte van het aantal leerlingen op voornoemde peildatum.

5.

Het bedrag per leerling bedraagt:

a. a. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs € 4.565, per leerling; b. b. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het speciaal basisonderwijs € 8.608, per leerling; c. c. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs € 12.782, per leerling; d. d. voor renovatie ten behoeve van het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs € 4.307, per leerling; e. e. voor renovatie ten behoeve van het speciaal basisonderwijs € 8.122, per leerling; f. f. voor renovatie ten behoeve van het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs € 12.060, per leerling; g. g. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het voortgezet onderwijs voor vwo, havo, vmbo of praktijkonderwijs, € 9.905, per leerling; en h. h. voor renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs voor vwo, havo, vmbo of praktijkonderwijs € 9.890, per leerling.

Artikel 11

De minister verdeelt het beschikbare bedrag binnen het deelplafond op grond van loting. Een bundel krijgt één lotnummer. De bundel valt hierdoor in zijn geheel binnen of buiten de loting.

Aanvragen voor deelname aan leerlab 2, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, waarbij de desbetreffende bundel voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7, tweede lid, krijgen voorrang op aanvragen voor deelname aan leerlab 2, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, waarbij de desbetreffende bundel niet voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7, tweede lid.

Artikel 12

1. De subsidieontvanger treft maatregelen om te komen tot een duurzaam en gezond schoolgebouw, zijnde respectievelijk ENG en Programma van Eisen Frisse Scholen 2021 klasse B voor de aspecten lucht en temperatuur, alsmede om te komen tot een inclusief en adaptief schoolgebouw.

2. De subsidieontvangerzorgt ervoor dat per bouwproject ten minste één vertegenwoordiger namens de bouwheer deelneemt aan de bijeenkomsten in het leerlab.

3. De subsidieontvanger informeert de minister op verzoek over de jaarlijkse voortgang van de activiteiten waarvoor de subsidie, bedoeld in artikel 4, is verstrekt.

4. De subsidieontvanger werkt mee aan de monitoring- en effectstudie van het programma en stelt de daarvoor benodigde gegevens, alsmede de gegevens ten behoeve van de ontwikkeling van de open standaarden aan het programmabureau beschikbaar.

5.

De subsidieontvanger informeert de minister onverwijld, schriftelijk en onder overlegging van de relevante stukken, indien:

a. a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht; b. b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de subsidie zal worden voldaan; of c. c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

6. De subsidieontvanger past ten minste één productinnovatie toe met een TRL-score 57 passend binnen de focus van het leerlab waaraan de subsidieontvanger deelneemt.

7. De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister medewerking aan een evaluatieonderzoek.

8. Indien de gemeente als bouwheer optreedt draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat deze gemeente als bouwheer zich inspant om te voldoen aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in het eerste, tweede en zesde lid, en voor zover van toepassing artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b, c,d en e, artikel 14, eerste lid, onderdelen a, b, c en d en artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b.

Artikel 13

1.

Aan de verlening van een subsidie zijn, onverminderd artikel 12, ten aanzien van leerlab 1 de volgende aanvullende verplichtingen verbonden:

a. a. subsidieontvanger stelt informatie, kennis en expertise beschikbaar aan partnergemeenten en partnerschoolbesturen binnen de bundel; b. b. de subsidieontvangers zorgt ervoor dat de bouwprojecten binnen een bundel geclusterd worden aanbesteed; c. c. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat vervangende nieuwbouw wordt ontworpen aan de hand van het parametrisch basismodel dat door de minister tijdig beschikbaar wordt gesteld; d. d. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat de bouwactiviteiten die onderdeel uitmaken van het bouwproject uiterlijk op 1 oktober 2028 starten en uiterlijk op 1 oktober 2030 zijn afgerond; en e. e. de subsidieontvanger besteedt het bouwproject aan op basis van een geïntegreerd contract waarin minimaal het ontwerp en de uitvoering worden gecombineerd.

2. De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien de geclusterde aanbesteding geen of geen geschikte inschrijving heeft opgeleverd.

3. De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de in het eerste lid, onderdeel d, genoemde uiterlijke startdatum en de termijn waarin het bouwproject moet zijn afgerond verleggen respectievelijk verlengen.

Artikel 14

1.

Aan de verlening van een subsidie zijn, onverminderd artikel 12, ten aanzien van leerlab 2 de volgende aanvullende verplichtingen verbonden:

a. a. de subsidieontvanger stelt informatie, kennis en expertise beschikbaar aan partnergemeenten en partnerschoolbesturen binnen de bundel; b. b. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat het bouwproject wordt aanbesteed met een generiek programma van eisen als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling; c. c. de bouwprojecten binnen een bundel worden afzonderlijk van elkaar aanbesteed; en d. d. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat de bouwactiviteiten die onderdeel uitmaken van het bouwproject uiterlijk op 1 december 2027 starten en uiterlijk op 1 december 2029 zijn afgerond.

2. De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een ontheffing verlenen van de verplichting bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien het generiek programma van eisen geen of geen geschikte inschrijving heeft opgeleverd.

3. De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de in het eerste lid, onderdeel d, genoemde uiterlijke startdatum en de termijn waarin het bouwproject moet zijn afgerond verleggen respectievelijk verlengen.

Artikel 15

1.

Aan de verlening van een subsidie zijn, onverminderd artikel 12, ten aanzien van leerlab 3 de volgende aanvullende verplichtingen verbonden:

a. a. de subsidieontvanger besteedt het bouwproject voor wat betreft vervangende nieuwbouw aan op basis van een geïntegreerd contract waarin minimaal het ontwerp en de uitvoering worden gecombineerd. b. b. de subsidieontvanger waarborgt dat de bouwactiviteiten uiterlijk op 1 december 2027 starten en uiterlijk op 1 december 2029 zijn afgerond.

2. De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde startdatum en de termijn waarin het bouwproject moet zijn afgerond verleggen respectievelijk verlengen.

Artikel 16

1. In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, van de Kaderregeling, wordt de subsidie verleend binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 5, negende lid.

2.

De minister verleent bij het besluit tot verlening een voorschot van 100%. Het voorschot wordt als volgt uitbetaald:

a. a. 5% van het in het besluit tot verlening van de subsidie opgenomen maximum subsidiebedrag wordt in één keer in 2025 uitbetaald; b. b. 31% van het in het besluit tot verlening van de subsidie opgenomen maximum subsidiebedrag wordt in één keer in 2026 uitbetaald; c. c. 30% van het in het besluit tot verlening van de subsidie opgenomen maximum subsidiebedrag wordt in één keer in 2027 uitbetaald; en d. d. 34% van het in het besluit tot verlening van de subsidie opgenomen maximum subsidiebedrag wordt in één keer in 2028 uitbetaald.

Artikel 17

1. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving met gebruikmaking van Model G, onderdeel1, als bedoeld in bijlage 4 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

2. Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd. Het eventuele niet-aangewende deel van de subsidie kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor aan de subsidieontvanger bekostiging wordt verstrekt.

3. De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over laatste jaar van de uitvoering van de bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, artikel 14, eerste lid, onderdeel d, onderscheidenlijk artikel 15, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 18

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 19

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 20

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting.

Bijlage 1. Generiek programma van eisen

Deze bijlage behoort bij artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting.