40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling innoWATOR-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten | BWBR0020316 | ministeriele-regeling | geldend | 2008-05-30 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020316 | Subsidieregeling innoWATOR-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten |
Subsidieregeling innoWATOR-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. kaderregeling: de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten; b. b. innoWATOR-project: een innovatieproject, bestaande uit industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan, dat is gericht op de ontwikkeling van een product, proces of dienst en dat past binnen bijlage 1 van deze regeling; c. c. internationaal innoWATOR-project: een innovatieproject dat industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan omvat en dat, voor zover het industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan betreft, hetzij is voorzien van een EUREKA-label, hetzij een samenwerkingsverband betreft met Canada, Japan, Singapore of de Verenigde Staten van Amerika, en dat is gericht op de ontwikkeling van een product, proces of dienst en dat past binnen bijlage 1 van deze regeling; d. d. industrieel onderzoek: industrieel onderzoek in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); e. e. experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); f. f. onderzoeksorganisatie: een onderzoeksorganisatie in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU 323); g. g. publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie: een geheel of gedeeltelijk van overheidswege gefinancierde onderzoeksorganisatie; h. h. innoWATOR-samenwerkingsverband: een innovatie-samenwerkingsverband dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een innoWATOR-project en waaraan ten minste één in Nederland gevestigde ondernemer deelneemt; i. i. internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband: een innovatie-samenwerkingsverband dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een internationaal innoWATOR-project en waaraan voor eigen rekening en risico ten minste deelneemt één in Nederland gevestigde ondernemer en één andere partij die is gevestigd in een staat die deelneemt aan het Eureka-programma of die is gevestigd in Canada, Japan, Singapore of de Verenigde Staten van Amerika.
2. Voor de definitie van Minister, innovatieproject, ondernemer, MKB-ondernemer, groep en innovatie-samenwerkingsverband zijn artikel 1, onderdelen a, b, c, d, f en g van de kaderregeling van toepassing.
Hoofdstuk 2. Subsidie voor een innoWATOR-project
Paragraaf 1. Subsidieverstrekking
Artikel 2
1. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een innoWATOR-samenwerkingsverband dat voor gezamenlijke rekening en risico een innoWATOR-project uitvoert.
2. Voor het verstrekken van subsidies op grond van het eerste lid zijn de artikelen 3, eerste lid, onderdelen b en c, en tweede tot en met vierde lid, 4, derde lid, 7, 12 tot en met 23 en 28 tot en met 32, 33, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 34 van de kaderregeling van toepassing.
3. Artikel 4, eerste, tweede en vierde lid, van de kaderregeling zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in het tweede lid van artikel 4 bedoelde verhoging met 25 procentpunten niet van toepassing is.
4. Artikel 33, vierde lid, van de kaderregeling is alleen van toepassing op de overdracht van kennis en andere resultaten aan anderen dan aan deelnemers van het innoWATOR-samenwerkingsverband.
Artikel 3
1. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de kaderregeling, bedraagt voor een ondernemer de subsidie voor industrieel onderzoek 35 procent van de subsidiabele kosten.
2. Het in artikel 3, vierde lid, van de kaderregeling bedoelde bedrag is € 500.000.
Artikel 4
1.
Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het onderzoek toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:
1°.
loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°.
de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°.
kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4°.
kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur;
5°.
aan derden verschuldigde kosten;
6°.
kosten van buitenlandstages;
7°.
kosten van octrooi-aanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8°.
kosten inzake kennisoverdracht.
1°. 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar; 2°. 2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 3°. 3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers; 4°. 4°. kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur; 5°. 5°. aan derden verschuldigde kosten; 6°. 6°. kosten van buitenlandstages; 7°. 7°. kosten van octrooi-aanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers; 8°. 8°. kosten inzake kennisoverdracht. b. b. een opslag voor algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.
2. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, onder 1°, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien en voor zover de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, wordt voor de berekening van de projectkosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.
5. Op verzoek van de subsidieontvanger blijven het eerste tot en met het vierde lid buiten toepassing en wordt artikel 5 van de kaderregeling toegepast.
Artikel 5
1. Als periode, bedoeld in artikel 12 van de kaderregeling wordt voor subsidies op grond van artikel 2, eerste lid, vastgesteld 31 mei tot en met 29 augustus 2008, 18.00 uur.
2. Het subsidieplafond voor het in 2008 verlenen van subsidies op grond van artikel 2, eerste lid, op de in het eerste lid bedoelde periode ontvangen aanvragen is € 5.000.000,–.
Artikel 6
Er is een Adviescommissie innoWATOR, die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren over aanvragen om subsidie voor een innoWATOR-project. Artikel 6 van de kaderregeling is van toepassing.
Artikel 7
1. De in artikel 15, onderdeel c, van de kaderregeling bedoelde termijn is 3 jaar.
2.
In aanvulling op artikel 15 van de kaderregeling beslist de minister afwijzend op een aanvraag indien:
a. a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 150.000; b. b. het project onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1; c. c. er geen relevante potentiële eindgebruiker van de te ontwikkelen technologie bij het project betrokken is.
Artikel 8
1. De minister wint over aanvragen om een subsidie voor een innoWATOR-project waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregeling of artikel 7 afwijzend wordt beslist, het advies in van de Adviescommissie innoWATOR.
2.
De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de aanvragen zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. a. de kwaliteit van de samenwerking beter is, tenminste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de mate van toereikendheid van de capaciteiten van de deelnemers, de mate van de kwaliteit van de projectorganisatie, de betrokkenheid van een MKB-ondernemer en van een onderzoeksorganisatie bij het project; b. b. het meer bijdraagt aan technologische innovatie, tenminste blijkend uit de mate waarin kennis uit een onderzoeksorganisatie wordt aangewend ten behoeve van het innoWATOR–project; c. c. het meer bijdraagt aan het duurzaam Nederlands economisch perspectief, ten minste blijkend uit de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten; d. d. de betrokkenheid van een relevante beoogde eindgebruiker van de te ontwikkelen technologie, al of niet als deelnemer in het samenwerkingsverband, groter is;
3. Voor de rangschikking wegen de in het tweede lid vermelde criteria even zwaar.
Artikel 9
In aanvulling op artikel 21 van de kaderregeling treedt voor het indienen van de aanvraag voor het innoWATOR-samenwerkingsverband een ondernemer op als penvoerder.
Artikel 10
1. Behoudens in het geval van toepassing van artikel 5 van de kaderregeling overeenkomstig artikel 4, vijfde lid, voert de subsidie-ontvanger, in afwijking van artikel 29, eerste lid, van de kaderregeling, een administratie, gerelateerd aan de kostensoorten, genoemd in artikel 4, eerste lid, waaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze de gemaakte en betaalde kosten zijn af te leiden.
2.
In aanvulling op artikel 33 van de kaderregeling draagt de subsidie-ontvanger zorg voor de openbaarheid van algemene kennis die voortvloeit uit het innoWATOR-project. De minister kan hierover nadere verplichtingen opleggen.
De verplichtingen, bedoeld in dit artikellid, gelden gedurende 5 jaren nadat de subsidie is vastgesteld.
3.
Wanneer een publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie deel uitmaakt van een innoWATOR-samenwerkingsverband, draagt het slechts kennis of andere resultaten uit een innoWATOR-project over aan een ondernemer die deelneemt aan het innoWATOR-samenwerkingsverband, indien aan ten minste één van de volgende voorwaarden is voldaan:
a. a. de deelnemende ondernemingen dragen de volledige kosten van het project; b. b. de resultaten waaraan geen intellectuele eigendomsrechten kunnen worden ontleend, mogen ruim worden verspreid en eventuele intellectuele eigendomsrechten op de resultaten die uit de activiteiten van de publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties voortvloeien, worden volledig aan de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie toegekend; c. c. de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie ontvangt van de deelnemende ondernemingen een vergoeding die overeenstemt met de marktprijs voor de intellectuele eigendomsrechten die voortvloeien uit de door de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie in het kader van het innoWATOR-project uitgevoerde activiteit en die worden overgedragen aan de deelnemende ondernemingen. Eventuele bijdragen van de deelnemende ondernemingen in de kosten van de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie worden op deze compensatie in mindering gebracht.
4. Indien niet is voldaan aan het derde lid, onderdelen a, b of c, kan de Minister op verzoek van de penvoerder ontheffing verlenen van het verbod tot het overdragen van kennis of andere resultaten uit een innoWATOR-project van een publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie die deel uitmaakt van een innoWATOR-samenwerkingsverband aan een ondernemer die deelneemt aan hetzelfde samenwerkingsverband, indien geen sprake is van staatssteun aan die ondernemer. Aan die ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
Hoofdstuk 3. Subsidie voor een internationaal innoWATOR-project Nederland
Paragraaf 1. Subsidieverstrekking
Artikel 10a
1. De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een in Nederland gevestigde deelnemer aan een internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband die voor eigen rekening en risico een deel van een internationaal innoWATOR-project uitvoert.
2. Voor het verstrekken van subsidies op grond van het eerste lid zijn de artikelen 3, eerste lid, onderdelen b en c, en tweede tot en met vierde lid, 7, 12 tot en met 20 en 28 tot en met 32, 33, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 34 van de kaderregeling van toepassing.
3. Artikel 4, eerste, tweede en vierde lid, van de kaderregeling zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in het tweede lid van artikel 4 bedoelde verhoging met 25 procentpunten niet van toepassing is.
4. In afwijking van de eerste volzin van artikel 30, eerste lid, van de kaderregeling brengt de in het eerste lid bedoelde deelnemer aan het internationale innovatie-samenwerkingsverband steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de Minister een tussenrapportage uit omtrent de uitvoering van het internationale innoWATOR project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de subsidiabele kosten.
5. Van de verplichting tot het uitbrengen van tussenrapportages als bedoeld in het vierde lid kan de Minister op verzoek van de in het eerste lid bedoelde deelnemer aan het internationale innoWATOR-samenwerkingsverband voorafgaand schriftelijke ontheffing verlenen.
Artikel 10b
1. Voor het verstrekken van subsidies op grond van artikel 10a, eerste lid, is artikel 3, eerste lid, van toepassing.
2. Het in artikel 3, vierde lid, van de kaderregeling bedoelde bedrag is € 350.000.
Artikel 10c
Ten aanzien van de subsidiabele kosten van het deel van een internationaal innoWATOR-project dat op grond van artikel 10a, eerste lid, voor subsidie in aanmerking komt, is artikel 4 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10d
1. Als periode, bedoeld in artikel 12 van de kaderregeling wordt voor subsidies op grond van artikel 10a, eerste lid, vastgesteld 31 mei tot en met 29 augustus 2008, 18.00 uur.
2. Het subsidieplafond voor het in 2008 verlenen van subsidies op grond van artikel 10a eerste lid, op de in het eerste lid bedoelde periode ontvangen aanvragen is € 1.000.000,–.
Artikel 10e
De in artikel 15, onderdeel c, van de kaderregeling bedoelde termijn is drie jaar.
Artikel 10f
1.
De minister rangschikt de aanvragen zodanig, dat een internationaal innoWATOR-project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. a. de kwaliteit van het internationaal innoWATOR-project beter is, blijkend uit de kwaliteit van de methodologie, het werkplan en de wijze waarop de resultaten zullen worden geëxploiteerd en verspreid; b. b. de kwaliteit van het internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband beter is, blijkend uit de kwaliteit van het project management, de competentie en complementariteit van de deelnemers in het samenwerkingsverband, de betrokkenheid bij het project van een eindgebruiker, de deelname van een MKB-ondernemer en van een onderzoeksorganisatie aan het internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband; c. c. het internationaal innoWATOR-project een grotere impact heeft, blijkend uit de mate van innovativiteit, de duurzaamheid van de projectresultaten, de toegevoegde waarde van de internationale samenwerking en het economische perspectief; d. d. de resultaten van het internationaal innoWATOR-project gunstiger zijn in verhouding tot de kosten van het project.
2. Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.
Artikel 10g
Vervallen
Artikel 10h
Ten aanzien van de op de subsidieontvanger rustende verplichtingen is artikel 10 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4. Formulieren
Artikel 11
Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:
a. a. een subsidie is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2; b. b. een voorschot is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3; c. c. een subsidievaststelling is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling innoWATOR-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten.
Bijlage 1
Bijlage 2A
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 2B
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 2C
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 3
Ligt ter inzage bij SenterNovem, Den Haag.
Bijlage 4
Ligt ter inzage bij SenterNovem, Den Haag.