40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging | BWBR0050178 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-09-04 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0050178 | Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging |
Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
AGB-code: Algemene Gegevens Beheer-code van een zorgaanbieder zoals geregistreerd in het AGB-register dat wordt beheerd door Vektis;
-
de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op deminimissteun;
-
erkend leerbedrijf: bedrijf of organisatie die bevoegd is om beroepspraktijkvorming te verzorgen, als bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een erkenning heeft als bedoeld in artikel 1.5.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
-
Kamer van Koophandel: Kamer van Koophandel als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Kamer van Koophandel;
-
minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
a. onderwijsinstelling:
a.
instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 of artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; of
b.
instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
a. a. instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 of artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; of b. b. instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
a. opleiding:
a.
beroepsopleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; of
b.
opleiding als bedoeld in artikel 7.3a of 7.3b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
a. a. beroepsopleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; of b. b. opleiding als bedoeld in artikel 7.3a of 7.3b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
-
opleidingsstructuur: onderlinge samenwerking tussen zorgaanbieders en onderwijsinstellingen in de wijkverpleging gericht op het organiseren van een regionaal dekkend netwerk van opleidingen in de wijkverpleging met als doel het vergroten van de opleidingscapaciteit;
-
toelatingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders;
-
vernieuwde opleidingsstructuur: nieuwe of doorontwikkelde opleidingsstructuur waarbinnen leerlingen worden opgeleid ten behoeve van het bieden van zorg in de wijkverpleging;
-
wijkverpleging: verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering, geleverd bij cliënten thuis waarvoor zij op grond van een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Zorgverzekeringswet recht hebben op verstrekking of vergoeding;
-
zorgaanbieder: rechtspersoon die bedrijfsmatig zorg of welzijn verleent, een organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig zorg en of welzijn verlenen of doen verlenen, alsmede een natuurlijk persoon die beroepsmatig zorg en of welzijn verleent;
-
zorgverzekeraar: zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Zorgverzekeringswet;
Artikel 2
1. Op subsidies verstrekt op grond van deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing, met uitzondering van artikel 10.1 en 7.2.
2. De subsidie is een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel c, onder 1° van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 3
Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten ten behoeve van de totstandkoming van vernieuwde opleidingsstructuren die bijdragen aan het vergroten van de opleidingscapaciteit in de wijkverpleging.
Artikel 4
1. De minister kan op aanvraag aan een penvoerder subsidie verstrekken ten behoeve van het samenwerkingsverband voor het organiseren en het voeren van overleg en het schrijven van een breed gedragen plan waarbij de activiteiten bijdragen aan het realiseren van het doel van de regeling, bedoeld in artikel 3.
2. De activiteiten dienen uiterlijk 1 oktober 2025 te zijn afgerond.
Artikel 5
Een samenwerkingsverband bestaat uit ten minste:
a. a. twee zorgaanbieders in de wijkverpleging waaronder de penvoerder; en b. b. een onderwijsinstelling die een opleiding verzorgt, blijkens de Registratie Instellingen en Opleidingen.
Artikel 6
1. De penvoerder treedt op als subsidieaanvrager namens een samenwerkingsverband en is verantwoordelijk voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
2. Subsidie wordt enkel verstrekt indien de penvoerder en ten minste een andere zorgaanbieder in de wijkverpleging, beschikken over een toelatingsvergunning en AGB-code.
3. In afwijking van het tweede lid, kan subsidie worden verstrekt indien naar het oordeel van de minister is aangetoond dat het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste twee zorgaanbieders in de wijkverpleging, waaronder de penvoerder.
4. Indien de penvoerder mbo-leerlingen begeleidt, wordt subsidie enkel verstrekt indien het een erkend leerbedrijf betreft.
Artikel 7
De subsidie bestaat uit:
a. a. € 13.000 per deelnemer in het samenwerkingsverband tot een maximum van € 78.000; en b. b. een vast bedrag van € 22.500 per samenwerkingsverband.
Artikel 8
1. Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2024 € 7.5000.000.
2. De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, met dien verstande dat wanneer de penvoerder krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst geldt.
Artikel 9
1. Een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ingediend in de periode van 30 september 2024 tot en met 31 oktober 2024.
2. De minister kan ontheffing of vrijstelling verlenen van de periode, bedoeld in het eerste lid.
3.
In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van:
a. a. een opgave van het nummer waarmee de penvoerder en de andere zorgaanbieder in de wijkverpleging geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; b. b. een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door alle deelnemers in het samenwerkingsverband; en c. c. een de-minimisverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening.
4.
Indien de penvoerder of de andere zorgaanbieder in de wijkverpleging, niet beschikt over een toelatingsvergunning en een AGB-code, gaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van:
a. a. een contract tussen een zorgverzekeraar en de betreffende zorgaanbieder, waaruit blijkt dat er in 2024 zorg wordt ingekocht bij deze zorgaanbieder in combinatie met factuur en betaalbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat zorgprestaties in 2024 zijn geleverd; of b. b. een schriftelijke verklaring van een zorgverzekeraar aan de betreffende zorgaanbieder in combinatie met een factuur en betaalbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat zorgprestaties in 2024 zijn geleverd.
5. De penvoerder gebruikt een door de minister vastgesteld formulier voor de aanvraag tot subsidieverlening, de de-minimisverklaring, de samenwerkingsovereenkomst en het activiteitenplan, bedoeld in artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 10
De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 100% dat in een keer wordt betaald.
Artikel 11
1. De penvoerder zorgt ervoor dat een ordentelijke administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde kan worden nagegaan dat de activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, daadwerkelijk zijn verricht.
2. In de administratie wordt in ieder geval bijgehouden middels gespreksverslagen welke overleggen zijn gevoerd tussen de deelnemers van het samenwerkingsverband in het kader van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
3. De administratie wordt op overzichtelijke, controleerbare en doelmatige wijze ingericht.
4. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na de vaststelling bewaard.
Artikel 12
De minister wijst een subsidieaanvraag in ieder geval af als:
a. a. aan het samenwerkingsverband al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten op grond van deze of een andere regeling; b. b. als er geen de-minimisverklaring bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt meegestuurd; en c. c. indien door het aangevraagde subsidiebedrag het maximale bedrag aan de-minimissteun per onderneming wordt overschreden.
Artikel 13
1. De penvoerder toont aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.
2. In aanvulling op artikel 7.6 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, gaat de aanvraag tot vaststelling vergezeld van een breed gedragen plan ondersteund door de deelnemers in het samenwerkingsverband.
3. De penvoerder gebruikt voor de aanvraag tot vaststelling en het aanleveren van het breed gedragen plan een door de minister vastgesteld formulier.
4. Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 1 januari 2026 ingediend.
5. Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en aan de daaraan verbonden verplichtingen is voldaan, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
Artikel 14
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum publicatie in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 31 augustus 2029.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging.